Tijdschrift voor Omgevingsrecht

Uitgever Boom Juridische Uitgevers
Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht
Datum 28-12-2018
Aflevering 4
RubriekRedactioneel
TitelVereende machten in de strijd tegen klimaatverandering?
CiteertitelTvO 2018, 4, p. 151
SamenvattingOp 9 oktober 2018, één dag voor de tiende ‘Dag van de duurzaamheid’, wees het Hof Den Haag arrest in het hoger beroep van de Staat tegen de inmiddels wereldberoemde uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake Urgenda (ECNL:RBDHA:2015:7145). Maar de juridische afdwingbaarheid van maatregelen in de strijd tegen de klimaatverandering blijven desondanks op alle punten zwak.
Samenvatting (Bron)Klimaatzaak Urgenda. Onrechtmatige daad. Schending zorgplicht ex artikelen 2 en 8 EVRM. Staat moet broeikasgassen nu verder terugdringen. Vonnis bekrachtigd
AnnotatorK.J. de Graaf
Pagina151-154
LinkVolledige tekst artikel (rug.nl)
UitspraakECLI:NL:GHDHA:2018:2591
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelStrategisch procederen in het milieurecht: bestuursrechter en civiele rechter
CiteertitelTvO 2018, 4, p. 155
SamenvattingDit artikel gaat nader in op het strategisch procederen in het milieurecht en begint met een korte terreinverkenning. Aan de orde komt welke mogelijkheden al bestonden om vraagstukken aan de rechter voor te leggen en wat nu daadwerkelijk nieuw is. Vervolgens wordt bezien welke beperkte mogelijkheden de bestuursrechter heeft om zich over grote maatschappelijke vragen te uiten, en hoe de burgerlijke rechter met grote maatschappelijke vragen recent is omgegaan. Daarbij komen twee aandachtspunten van civiele procedures aan de orde. Deze leiden tot de conclusie dat het nog maar de vraag is of bereikte successen beklijven.
Auteur(s)G.A. van der Veen
Pagina155-159
LinkVolledige tekst artikel (bjutijdschriften.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelDe bakens verzet (!?) - De civiele rechter in milieuzaken tegen de overheid
CiteertitelTvO 2018, 4, p. 160
SamenvattingDit artikel bevat een reflectie op de stand van zaken waar het gaat om de behartiging van het milieubelang door middel van het privaatrecht. Een dergelijke reflectie begint in het verleden: hoe zijn wij gekomen waar wij nu zijn? En strekt zich uit naar de toekomst: welke ontwikkeling is te verwachten en wat is wenselijk? In deze bijdrage staan deze vragen centraal.
Auteur(s)E. Bauw
Pagina160-164
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelHet Nederlandse stelsel van rechtsbescherming tegen plannen en programma’s getoetst - Over het belang van het Verdrag van Aarhus en het Unierecht
CiteertitelTvO 2018, 4, p. 165
SamenvattingIn deze bijdrage, die een weerslag biedt van de door Lorenzo Squintani gehouden presentatie tijdens de VMR-bijeenkomst op 31 mei 2018, staat de vraag centraal welke eisen het internationaal en Unierecht stellen aan rechtsbescherming tegen plannen en programma’s in het omgevingsrecht, en in hoeverre Nederland daaraan voldoet. Ter beantwoording van deze vraag wordt eerst het Verdrag van Aarhus en de implementatie daarvan in het Unierecht bekeken, waarbij ook de reikwijdte van het begrip ‘plannen en programma’s’ in het EU-milieurecht wordt geschetst. Daarna wordt ingegaan op de toetsing overeenkomstig het Unierecht en de (on)mogelijkheid van exceptieve toetsing. Dit wordt gevolgd door een analyse van het Nederlandse rechtssysteem, waarna geconcludeerd wordt dat dit rechtssysteem op onderdelen tekort lijkt te schieten, gelet op het internationaal en Unierecht.
Auteur(s)E.J.H. Plambeck
Pagina165-171
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelNadeelcompensatie onder de Omgevingswet: hoe een stelselherziening in het omgevingsrecht leidt tot een systeemwijziging van het nadeelcompensatierecht
CiteertitelTvO 2018, 4, p. 172
SamenvattingDe stelselherziening in het omgevingsrecht heeft consequenties voor de vormgeving van de nadeelcompensatieregeling in de Omgevingswet (Ow). Bij het opstellen van de nadeelcompensatieregeling in de Ow zijn door de minister drie fundamentele keuzes gemaakt, die afwijken van de keuzes die de Awb-wetgever in 2013 heeft gemaakt. De eerste keuze is dat art. 15.1 Ow een wettelijke, limitatieve lijst van schadeoorzaken bevat, waarop uitsluitend besluiten zijn vermeld die rechtstreeks bindend zijn voor burgers. Een tweede keuze is dat bij ‘indirecte schade’ de peildatum voor de schadevergoeding wordt verschoven van het omgevingsplan naar de verlening van de omgevingsvergunning of de start van de vergunningsvrije activiteit. Een derde keuze is dat in art. 15.5 t/m 15.7 Ow materiële bepalingen zijn opgenomen die afwijken van de in de jurisprudentie ontwikkelde criteria. Naar aanleiding van de consultatiereactie en het advies van de Raad van State worden deze keuzes in dit artikel nader besproken.
Auteur(s)G.M. van den Broek
Pagina172-181
LinkVolledige tekst artikel (uu.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn