Tijdschrift voor de Procespraktijk

Uitgever Uitgeverij Paris
Tijdschrift Tijdschrift voor de Procespraktijk
Datum 03-03-2019
Aflevering 1
RubriekRedactioneel
TitelEen evenwichtiger verhouding bij conservatoir beslag
CiteertitelTvPP 2019, 1, p. 1
SamenvattingIn de strafrechtelijke praktijk blijkt vaak dat het te ontnemen verkregen wederrechtelijk voordeel veel geringer is dan de waarde van de in beslag genomen goederen, zoals ook aan de orde is in de EHRM-uitspraak 17 mei 2016, 38359/13, ECLI:CE:ECHR:2016:0517JUD003835913 (Džinić/Kroatië). In het civiele recht wordt al langer aandacht gevraagd voor het feit dat het (te) gemakkelijk is om verlof tot het doen leggen van conservatoir beslag te verkrijgen. Voor de civiele praktijk rijst nu de vraag of de strafvorderlijke lijn van de uitspraak Džinić/Kroatië zal worden doorgetrokken.
Auteur(s)A.W. Jongbloed
Pagina1-3
UitspraakECLI:CE:ECHR:2016:0517JUD003835913
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen - Burgerlijk procesrecht
TitelDe revisieplicht in het civiele hoger beroep: waartoe, waarheen?
CiteertitelTvPP 2019, 1, p. 4
SamenvattingEen belangrijk aspect van de positieve zijde van de devolutieve werking is dat de rechterin hoger beroep in eerste aanleg verworpen often onrechte onbehandeld gelaten verweren of gronden van geïntimeerde zelfstandig moet beoordelen zodra een grief slaagt en de toewijsbaarheid van een vordering aan de orde is. In dit artikel wordt de toegevoegde waarde van dit aspect van de positieve zijde van de devolutieve werking – de ‘revisieplicht’ – onderzocht. Hieruit blijkt dat de proceseconomie en bescherming van geïntimeerde als voornaamste redenen voor de ‘revisieplicht’ worden gezien. Dit artikel plaatst vervolgens enkele kanttekeningen bij die redenen voor de ‘revisieplicht’ en betoogt dat mede in het licht van recente ontwikkelingen in het burgerlijk procesrecht de ‘revisieplicht’ aan heroverweging toe is.
Auteur(s)D.L. Barbiers
Pagina4-14
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen - Burgerlijk procesrecht
TitelEen (voorlopig) getuigenverhoor van een in Nederland verblijvend persoon die hier niet woonachtig is … en waarom dit mogelijk niet werkt
CiteertitelTvPP 2019, 1, p. 15
SamenvattingIn deze bijdrage onderzoekt de auteur in hoeverre het mogelijk is om een tijdelijk in Nederland verblijvend persoon tegen zijn zin te laten horen door de Nederlandse rechter, door middel van een voorlopig getuigenverhoor ex artikel 186 Rv of een getuigenverhoor dat wordt gelast op basis van artikel 166 Rv. Zodoende kan een partij de getuigenis van deze persoon verkrijgen voor de bewijslevering in een (toekomstige) Nederlandse procedure. Denkbaaris dat partijen ook met een voorlopig getuigenverhoor de verklaring van deze persoon kunnen verkrijgen ten behoeve van een buitenlandse procedure. Het lijkt erop dat beide manieren van bewijsverkrijging niet strijdig zijn met internationale bewijsverkrijgingsregelingen. Daarnaast biedt het de rechter en de verzoekende partij een aantal voordelen. Echter, het verhoor van een tijdelijk in Nederland verblijvende getuige kan tot een aantal praktische problemen leiden, waardoor de kans bestaat dat partijen zijn verklaring uiteindelijk alsnog niet kunnen bemachtigen.
Auteur(s)R. Jansen
Pagina15-23
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Procesrecht algemeen
TitelHoge Raad 16-11-2018
CiteertitelTvPP 2019, 1, p. 24
SamenvattingAls lasthebber van een derde optreden kan voor het eerst in hoger beroep.
Samenvatting (Bron)Contractenrecht; procesrecht. Uitleg overeenkomst. Voldoende gesteld voor toewijzing schadevorderingen? Kan eiser voor het eerst in hoger beroep als lasthebber van een derde (op grond van cessie ter incasso) optreden en de vordering van de derde instellen?
AnnotatorG.N. Creijghton
Pagina24-25
LinkVolledige tekst annotatie (CMS.law)
UitspraakECLI:NL:HR:2018:2112
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Verbintenissenrecht/consumentenrecht
TitelHoge Raad 26-10-2018
CiteertitelTvPP 2019, 1, p. 25
SamenvattingInzage, afschrift of uittreksel op de voet van art. 843a Rv kan worden verzocht bij verzoekschrift.
Samenvatting (Bron)Procesrecht. Kan inzage, afschrift of uittreksel op de voet van art. 843a Rv worden verzocht bij verzoekschrift? Gewichtige redenen (art. 843a lid 4 Rv) in verband met vertrouwelijkheid van interne besluitvorming en overleg met externe adviseurs. Uitleg van veroordeling tot verstrekking afschrift van stukken in verband met vertrouwelijkheid van overleg tussen veroordeelde partij en haar advocaat.
AnnotatorG.N. Creijghton
Pagina25-26
LinkVolledige tekst annotatie (CMS.law)
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1985
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Verbintenissenrecht/consumentenrecht
TitelHoge Raad 28-09-2018
CiteertitelTvPP 2019, 1, p. 28
SamenvattingBewijslastverdeling bij wanprestatie in het kader van een opdrachtovereenkomst.
Samenvatting (Bron)Verbintenissenrecht. Overeenkomst van opdracht; tekortkoming. Opdrachtnemer behoudt zelf de geldbedragen die bestemd waren voor derde. Schade van opdrachtgever? Causaal verband. Bewijslast van (niet-)afdragen; art. 7:403 lid 2 BW.
AnnotatorA.S. van Duinen
Pagina28-29
LinkVolledige tekst annotatie (CMS.law)
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1776
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Verbintenissenrecht/consumentenrecht
TitelHoge Raad 28-09-2018
CiteertitelTvPP 2019, 1, p. 29
SamenvattingPrejudiciële vragen uitleg voorwaarden art. 6:265 BW (ontbinding).
Samenvatting (Bron)Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; huurrecht. Uitleg van art. 6:265 lid 1 BW. Voorwaarden voor ontbinding van wederkerige overeenkomst. Verhouding tussen hoofdregel en tenzij-bepaling. Rechtspraak Hoge Raad. Gelden bijzondere eisen voor ontbinding van een huurovereenkomst van sociale woonruimte?
AnnotatorA.S. van Duinen
Pagina29-30
LinkVolledige tekst annotatie (CMS.law)
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1810
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Arbeidsrecht
TitelHoge Raad 05-10-2018
CiteertitelTvPP 2019, 1, p. 31
SamenvattingGeen matiging transitievergoeding in verband met naderende AOW.
Samenvatting (Bron)Arbeidsrecht. Transitievergoeding bij ontslag wegens ziekte kort voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd; art. 7:673 lid 1 BW. Vraag of volledige vergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is; art. 6:2 lid 2 BW en art. 6:248 lid 2 BW. Dwingende wetsbepaling, belangenafweging door de wetgever.
AnnotatorS. van der Vegt
Pagina31-32
UitspraakECLI:NL:HR:2018:1845
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Arbeidsrecht
TitelHoge Raad 30-11-2018
CiteertitelTvPP 2019, 1, p. 32
SamenvattingBij de berekening van de opzegtermijn tellen dienstjaren van de voorganger mee, mits sprake is van opvolgend werkgeverschap.
Samenvatting (Bron)Arbeidsrecht. Berekening lengte van de opzegtermijn i.v.m. transitievergoeding en vergoeding onregelmatig ontslag. Opvolgend werkgeverschap. Vergeefse klacht tegen in hoger beroep niet bestreden rechtsoordeel van kantonrechter. Overwegingen ten overvloede over berekening lengte opzegtermijn bij opvolgende arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd tussen werknemer en werkgevers die worden geacht elkaars opvolger te zijn. Samenloop Ragetlie-regel (art. 7:667 lid 4 en 5 BW) met art. 7:668 leden 2 en 4 BW.
AnnotatorS. van der Vegt
Pagina32-34
UitspraakECLI:NL:HR:2018:2222
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Huurrecht
TitelGerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-12-2018
CiteertitelTvPP 2019, 1, p. 34
SamenvattingGeen opschortingsrecht huurbetalingsverplichting na einde huurovereenkomst.
Samenvatting (Bron)Huur bedrijfsruimte. Opschorting. Boete. Schadevergoeding. Huurster is nalatig in volledige betaling huurprijs bedrijfsruimte. Zij doet beroep op opschorting in verband met gebreken, maar laat na reconventionele vordering (huurprijsvermindering, ontbinding) in te stellen. Na einde huurovereenkomst geen opschortingsbevoegdheid meer. Voor het eerst in hoger beroep indienen reconventionele vordering stuit af op artikel 136/137 Rv. Indien boetebeding overeengekomen dan toch geen boete verschuldigd. In hoger beroep is de keuze gemaakt voor schadevergoeding. De ratio van artikel 6:92 lid 2 BW verzet zich tegen cumulatie van boete en schadevergoeding. Bovendien is boete buitensporig en matiging tot nihil gerechtvaardigd.
AnnotatorTh.S.M. Fraai
Pagina34-35
UitspraakECLI:NL:GHARL:2018:10509
Artikel aanvragenVia Praktizijn