AB Rechtspraak Bestuursrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift AB Rechtspraak Bestuursrecht
Datum 15-03-2019
Aflevering 11
RubriekHvJ EU
TitelHvJ EU 06-11-2018, C-684/16
CiteertitelAB 2019/107
SamenvattingNationale regeling op grond waarvan de werknemer niet-opgenomen jaarlijkse vakantie met behoud van loon en de financiele vergoeding voor die vakantie verliest indien hij geen vakantie heeft aangevraagd voor de beeindiging van het dienstverband
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Grote kamer) van 6 november 2018.#Max-Planck-Gesellschaft zur Forderung der Wissenschaften eV tegen Tetsuji Shimizu.#Prejudiciele verwijzing - Sociale politiek - Organisatie van de arbeidstijd - Richtlijn 2003/88/EG - Artikel 7 - Recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon - Nationale regeling op grond waarvan de werknemer niet-opgenomen jaarlijkse vakantie met behoud van loon en de financiele vergoeding voor die vakantie verliest indien hij geen vakantie heeft aangevraagd voor de beeindiging van het dienstverband - Richtlijn 2003/88/EG - Artikel 7 - Verplichting tot conforme uitlegging van het nationale recht - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikel 31, lid 2 - Inroepbaarheid in het kader van een geschil tussen particulieren.#Zaak C-684/16.
AnnotatorN. Jak , T. Barkhuysen
UitspraakECLI:EU:C:2018:874
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekHvJ EU
TitelHvJ EU 06-11-2018, C-569/16
CiteertitelAB 2019/108
SamenvattingNationale regeling die eraan in de weg staat dat aan de rechtsopvolgers van de werknemer een financiele vergoeding wordt betaald voor de door die werknemer niet-opgenomen jaarlijkse vakantie met behoud van loon
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Grote kamer) van 6 november 2018.#Stadt Wuppertal tegen Maria Elisabeth Bauer.#Prejudiciele verwijzing - Sociale politiek - Organisatie van de arbeidstijd - Richtlijn 2003/88/EG - Artikel 7 - Recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon - Dienstverband dat eindigt door het overlijden van de werknemer - Nationale regeling die eraan in de weg staat dat aan de rechtsopvolgers van de werknemer een financiele vergoeding wordt betaald voor de door die werknemer niet-opgenomen jaarlijkse vakantie met behoud van loon - Verplichting tot conforme uitlegging van het nationale recht - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikel 31, lid 2 - Inroepbaarheid in een geschil tussen particulieren.#Zaak C-569/16.
AnnotatorN. Jak , T. Barkhuysen
UitspraakECLI:EU:C:2018:871
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekHoge Raad
TitelHoge Raad 05-01-2018
CiteertitelAB 2019/109
SamenvattingOntpoldering Hedwigepolder.
Samenvatting (Bron)Onteigening. Ontpoldering Hedwigepolder. Maatstaf toetsing van het Koninklijk Besluit tot onteigening door de civiele rechter. Koninklijk Besluit onrechtmatig door gebreken in de bestuursrechtelijke procedure? Infrastructurele werken, onder meer bestaande uit primaire waterkering. Kon de Kroon tot onteigening besluiten nu de eigenaar de ontpoldering zelf tot stand wil brengen (zelfrealisatie)? Toewijsbaarheid van vordering tot toekenning van voorschot voor kosten van juridische en deskundige bijstand.
AnnotatorW.J. van Doorn-Hoekveld
UitspraakECLI:NL:HR:2018:7
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekABRvS
TitelRaad van State 19-12-2018
CiteertitelAB 2019/110
SamenvattingRijbewijs ongeldig verklaard
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 18 oktober 2017 heeft het CBR het rijbewijs van [appellante] ongeldig verklaard.
AnnotatorA.C. Hendriks
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:4134
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekABRvS
TitelRaad van State 19-12-2018
CiteertitelAB 2019/111
SamenvattingRijksinpassingsplan windpark vastgesteld
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 14 augustus 2017 hebben de ministers het rijksinpassingsplan "Windpark Zeewolde" vastgesteld en voorts besloten om geen exploitatieplan vast te stellen.
AnnotatorC.J. Wolswinkel
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:4198
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekABRvS
TitelRaad van State 12-12-2018
CiteertitelAB 2019/112
SamenvattingAfwijzing verklaring van rijgeschiktheid, leeftijdtijdsdiscriminatie?
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 27 maart 2017 heeft het CBR de aanvraag van [appellant] tot het verkrijgen van een verklaring van rijgeschiktheid afgewezen.
AnnotatorA.C. Hendriks
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:4043
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekABRvS
TitelRaad van State 14-11-2018
CiteertitelAB 2019/113
SamenvattingSluiting woning, Opiumwet
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 14 april 2016 heeft de burgemeester onder aanzegging van bestuursdwang [appellant A] en anderen gelast de woning aan de [locatie] te Venlo te sluiten voor de duur van zes maanden.
AnnotatorJ.G. Brouwer , L.M. Bruijn
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:3663
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekABRvS
TitelRaad van State 24-10-2018
CiteertitelAB 2019/114
SamenvattingOvertreding Wet arbeid vreemdelingen
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 22 juni 2015 heeft de minister [appellante] een boete opgelegd van 240.000,00 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (hierna: de Wav).
AnnotatorR. Stijnen
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:3494
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekABRvS
TitelRaad van State 24-08-2018
CiteertitelAB 2019/115
SamenvattingVerblijfsvergunning asiel afgewezen
Samenvatting (Bron)Bij besluiten van 31 mei 2018 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.
AnnotatorS.G. Kok , M.A.K. Klaassen
UitspraakECLI:NL:RVS:2018:2815
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCentrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 03-01-2019
CiteertitelAB 2019/116
SamenvattingAOW gat
Samenvatting (Bron)Overbruggingsuitkering terecht geweigerd. AOW gat. De Svb neemt, als gevolg van voortschrijdend inzicht, bij de toetsing aan artikel 1 van het Eerste Protocol naast de enkele toetsing aan de OBR inmiddels ook de inkomens- en vermogenspositie van een betrokkene tijdens het AOW gat in ogenschouw. Hierbij worden de diverse door een betrokkene aangedragen individuele financiŽle omstandigheden meegewogen bij de beoordeling of sprake is van een onevenredig zware last tijdens het AOW gat. Ter bepaling daarvan zoekt de Svb allereerst aansluiting bij de rechtspraak van het EHRM, in het bijzonder bij die gevallen waarin naar het oordeel van het EHRM sprake was van een individual and excessive burden. Denkbaar is, aldus de Svb, dat buiten de gevallen die bij het EHRM reeds hebben geleid tot een schending van artikel 1 van het Eerste Protocol ook andere zeer bijzondere omstandigheden tot een schending kunnen leiden. Met de uitvoering van een dergelijke toetsing wordt naar het oordeel van de Raad voldaan aan het vereiste van een deugdelijk en individueel feitenonderzoek in de zin van de uitspraken van de Raad (o.a. ECLI:NL:CVRB:2016:2502). De Svb heeft uiteindelijk in hoger beroep deze toetsing verricht en is daarbij tot de conclusie gekomen dat niet is gebleken dat sprake is van een onevenredig zware last. De Raad sluit zich bij deze conclusie aan.
AnnotatorA. Tollenaar
UitspraakECLI:NL:CRVB:2019:228
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCollege van Beroep voor het bedrijfsleven
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven 21-08-2018
CiteertitelAB 2019/117
SamenvattingFosfaatreductieplan 2017
Samenvatting (Bron)Het Fosfaatreductieplan 2017 (de Regeling) vormt een inmenging in het door artikel 1 van het EP gewaarborgde eigendomsrecht, is bij wet voorzien en kent een redelijke mate van evenredigheid (fair balance) tussen het doel en de getroffen maatregelen. Of de Regeling als zodanig de toets aan artikel 1 van het EP doorstaat, is mede afhankelijk van de vraag of de Regeling voorzienbaar was. Het gaat hierbij om de gerechtvaardigde verwachting die de melkveehouder met betrekking tot het gebruik van zijn eigendom heeft. Daarbij spelen de aan een melkveehouderij inherent verbonden ondernemersrisicos een rol, in die zin dat een veehouder er tot op zekere hoogte rekening mee moet houden dat zijn bedrijfsvoering onderworpen kan zijn aan veranderende regelgeving. Appellant en andere melkveehouders die door de Regeling worden geraakt, zijn professionele veehouders en daarom mogen zij, in ieder geval op hoofdlijnen, bekend worden verondersteld met het bestaan van de derogatie en de daaraan verbonden voorwaarden, alsmede met de veeljarige mestproblematiek. Voor hen moet in algemene zin te voorzien zijn geweest dat een ongeremde groei van de melkveestapel in Nederland zou kunnen conflicteren met de aan de derogatie verbonden voorwaarden. Daarmee konden zij ook in algemene zin voorzien dat bedrijfsuitbreiding zou kunnen oplopen tegen de grenzen die het landelijk fosfaatplafond trekt. Op het niveau van de Regeling als zodanig, is sprake van een fair balance. De volgende vraag is of de Regeling in het geval van appellant zodanig uitwerkt, dat in zijn geval sprake is van een bijzondere disproportionele last. Daarvan is pas sprake als een veehouder in bijzondere mate wordt getroffen door de maatregel. Voor de conclusie dat een dergelijke situatie zich voordoet, zijn bijzondere omstandigheden noodzakelijk. Niet ieder vermogensverlies geldt als een disproportionele last, en de beoordeling hangt af van alle individuele omstandigheden van het geval. Verweerder heeft niet kunnen volstaan met het standpunt dat appellant in volle omvang het risico draagt van zijn eigen keuze om uit te breiden. Verweerder is niet ingegaan op de mate waarin appellant financieel wordt getroffen en welke gevolgen dit bijvoorbeeld heeft voor de continuÔteit van de bedrijfsvoering. Dit is echter wel een element dat bij de belangenafweging die verweerder moet maken een rol speelt. Op voorhand valt niet uit te sluiten dat de impact van de Regeling voor sommige uitbreiders zo verstrekkend is, dat daaraan niet zonder enige vorm van compensatie, danwel ontheffing van de betalingsverplichting, voorbij kan worden gegaan. Door niet in te gaan op deze individuele belangen heeft verweerder het besluit niet voldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd. De uiteindelijke bewijslast dat sprake is van een disproportionele last, ligt bij appellant. Daarvoor is inzicht nodig in al zijn bedrijfsmatige gegevens en omstandigheden, zoals zijn vermogenspositie, de totale financieringspositie, eventuele nevenactiviteiten of overige inkomsten, eventuele mogelijkheden om de overtollige bedrijfsmiddelen op andere wijze aan te wenden etc. Daarbij dient dan te worden aangegeven waar en hoe deze gegevens leiden tot de slotsom dat sprake is van een disproportionele last. Bovendien moet worden aangetoond dat de investeringen daadwerkelijk betrekking hebben op de (voorgenomen) groei van het bedrijf die door de Regeling wordt getroffen. Artikel 13 van de Landbouwwet biedt een grondslag voor de Regeling Fosfaatreductieplan 2017. Verweerder heeft voldoende onderbouwd dat de Regeling een doel dient als bedoeld in artikel 13 van de Landbouwwet. Het besluit is niet in strijd met artikel 8, eerste lid, van de Regeling. Een op grond van de Regeling opgelegde heffing is pas verschuldigd vanaf het moment dat de heffing (in een beschikking) is opgelegd. Wetsbepaling: Artikel 8, eerste lid, van de Regeling Fosfaatreductieplan 2017 Artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM Artikel 13 van de Landbouwwet Artikel 3:2, artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
AnnotatorT. Barkhuysen , M.L. van Emmerik
UitspraakECLI:NL:CBB:2018:414
Artikel aanvragenVia Praktizijn