Tijdschrift voor Agrarisch Recht

Uitgever Den Hollander
Tijdschrift Tijdschrift voor Agrarisch Recht
Datum 29-09-2019
Aflevering 9
RubriekKort & bondig
TitelHet anonimiseren van pachtuitspraken
CiteertitelTvAR 2019, afl. 9, p. 561
SamenvattingOok ons tijdschrift moet er aan geloven: ook alle pachtuitspraken worden vanaf heden geanonimiseerd gepubliceerd. Omdat de uitspraken vanuit de rechtspraak geanonimiseerd aangeleverd (gaan) worden, worden hierbij de anonimiseringsrichtlijnen van de rechtspraak gevolgd. Dat betekent dat de gegevens van natuurlijke personen die ofwel procespartij ofwel betrokken zijn in de procedure , worden geanonimiseerd, met uitzondering van de gegevens van natuurlijke personen die professioneel bij de procedure betrokken zijn. Gegevens van rechtspersonen en bestuursorganen worden niet geanonimiseerd, tenzij deze herleidbaar zijn tot een natuurlijke persoon. De gegevens van samenwerkingsverbanden worden altijd geanonimiseerd.
Auteur(s)E.H.M. Harbers
Pagina561
LinkVolledige tekst artikel (denhollander.info)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschappelijke artikelen
TitelNatuur sluit de deuren voor Brabantse veehouders - Gerechtvaardigd of in strijd met 1 EP?
CiteertitelTvAR 2019, afl. 9, p. 562
Samenvattingn Noord-Brabant heeft de provincie de Verordening natuurbescherming zodanig gewijzigd dat veehouders verplicht zijn om hun stallen aan te passen. De stallen moeten gaan voldoen aan reductienormen die de provincie ten opzichte van de oude Verordening natuurbescherming strenger heeft vastgesteld. De grondslag voor het aanpassen van de normen is gelegen in de vrees dat de doelstelling voor emissiereductie in 2028 niet zal worden gehaald. Alarmerende signalen uit rapporten en metingen hebben de provincie doen besluiten dat staleigenaren hun stallen uiterlijk 1 januari 2022 moeten hebben aangepast aan de strengere reductienormen. De belangen van de veehouders worden gesteld tegenover die van de natuur. Veehouders moeten verplicht hun stallen aanpassen en investeren in emissiereducerende technieken. De vraag is of de beweerdelijke vrees de doelstelling in 2028 niet te halen voldoende is als rechtvaardiging van de aantasting van de eigendomsrechten van de Brabantse staleigenaren. Het artikel vormt een aanzet voor het antwoord op die vraag aan de hand van een weergave van de achtergrond van de provinciale regelgeving, de inhoud van de gewijzigde Verordening natuurbescherming en de toetsing aan art. 1 EP.
Auteur(s)E.H.E.J. Wijnen
Pagina562
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelFosfaatrechten; een stand van zaken in de zomer van 2019
CiteertitelTvAR 2019, afl. 9, p. 572
SamenvattingDe invoering van het stelsel van fosfaatrechten per 1 januari 2018 heeft tot veel rechtspraak geleid. De keuzes die de wetgever gemaakt heeft, hebben daartoe in belangrijke mate bijgedragen. In dit artikel geven we een overzicht van de stand van zaken van wetgeving, literatuur en rechtspraak.
Auteur(s)W.A.M. Vos-van der Linden , D.W. Bruil
Pagina572
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelTijdelijke experimentenwet rechtspleging
CiteertitelTvAR 2019, afl. 9, p. 588
SamenvattingIn hun bijdragen in TvAR 2018, nr. 10, p. 491 en in TvAR 2019, nr. 2, p. 85 wierpen zowel de oud-voorzitter, mr. W.L. Valk als de huidige voorzitter, mr. Th.C.M. Willemse van de pachtkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de (agrarische) rechtspraktijk een handschoen toe. Het ging hen erom dat de praktijk meedenkt over manieren hoe te komen tot maatschappelijk zo relevant mogelijke rechtspraak en, in dat licht bezien, hoe de rechterlijke macht beter benaderbaar wordt en waar gewenst of nodig als gespreksleider zal fungeren om geschillen in een vroegtijdig stadium uit de wereld te helpen, waarbij zij zelf al suggesties deden.
Auteur(s) Bestuur van de Vereniging voor Agrarisch Recht Advocaten
Pagina588
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven 23-07-2019
CiteertitelTvAR 2019/7798
SamenvattingFosfaatrechten
Samenvatting (Bron)Fosfaatrecht. Nieuw gestart bedrijf. De bewering dat de Europese Commissie weliswaar heeft ingestemd met het fosfaatrechtenstelsel, maar dat de verhoging van het fosfaatrecht van appellante buiten die instemming valt, is niet onderbouwd. Het College kan verweerder niet volgen in zijn betoog dat het Europese recht hem dwingt de eerdere verhoging ongedaan te maken. Het College is van oordeel dat het fosfaatrechtstelsel voor appellante een individuele en buitensporige last legt.
AnnotatorR.C. Scholten
UitspraakECLI:NL:CBB:2019:301
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State 29-05-2019
CiteertitelTvAR 2019/7999
SamenvattingVertrouwensbeginsel
Samenvatting (Bron)Bij ongedateerd besluit, verzonden op 22 december 2016, heeft het college [wederpartij] onder oplegging van een dwangsom gelast de strijdigheid met wet- en regelgeving te beindigen door op het perceel [locatie 1] te Amsterdam de dakopbouw te verwijderen en het dak terug te brengen naar de laatst vergunde situatie of alsnog voor het dakterras, het hekwerk en de dakopbouw een complete aanvraag voor een omgevingsvergunning in te dienen en het reeds gerealiseerde in overeenstemming te brengen met de verleende vergunning.
AnnotatorD. Korsse
UitspraakECLI:NL:RVS:2019:1694
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Den Haag 10-07-2019
CiteertitelTvAR 2019/8000
SamenvattingFipronil
Samenvatting (Bron)NVWA heeft niet onrechtmatig gehandeld in fipronil-incident De Staat is niet aansprakelijk in een zaak die de Land en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) en 124 individuele pluimveehouders hebben aangespannen over het gebruik van fipronil ter bestrijding van bloedluis in de pluimveesector. De rechtbank Den Haag is van oordeel dat er geen sprake is van falend toezicht of een waarschuwingsplicht door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Ook heeft de NVWA geen onrechtmatige uitlatingen gedaan. Achtergrond Fipronil is een pesticide dat onder andere wordt gebruikt bij de bestrijding van bloedluis in de pluimveesector. Bloedluis is een mijt die bloed uit kippen zuigt. Dit kan bij kippen leiden tot verminderde eierproductie en vatbaarheid voor ziekten. Fipronil is in Nederland niet toegestaan ter bestrijding van bloedluis in de pluimveesector. Een hoog gehalte fipronil in eieren en kippenvlees kan schadelijk zijn voor de volksgezondheid. In 2016 en 2017 hebben ongeveer 250 pluimveehouders in Nederland de bedrijven VOF I en VOF II ingeschakeld om hun stallen te laten reinigen ter bestrijding van bloedluis. Ook de eisende individuele pluimveehouders hebben dit gedaan. VOF I en VOF II gebruikten vernevelingsapparatuur waarmee het middel DEGA-16 in lege stallen werd gespoten. Aan DEGA-16 was fipronil toegevoegd. In het najaar van 2016 ontving de NVWA meldingen over het gebruik van fipronil in de pluimveesector door de bedrijven VOF I en VOF II. Naar aanleiding van een verzoek van de Belgische autoriteiten heeft de NVWA in de zomer van 2017 onderzoek verricht bij VOF I en eieren getest op fipronil. Op basis van de resultaten zijn uit voorzorg pluimveehouderijen geblokkeerd, waarna de NVWA verder onderzoek deed. Zij heeft daarna op 30 juli 2017 een publiekswaarschuwing doen uitgaan. Daarin is vermeld dat de consumptie van eieren met een bepaalde code een acuut gevaar voor de volksgezondheid oplevert. Ook is ouders aangeraden om hun kinderen voorlopig geen eieren met bepaalde codes te laten eten. Aanvankelijk werden 181 bedrijven geblokkeerd, later meer. Ook de bedrijven van de eisende pluimveehouders zijn geblokkeerd. Miljoenen eieren en kippen zijn vernietigd. Het incident heeft grote gevolgen voor de sector en pluimveehouderijen gehad. In oktober 2017 beliep de directe schade voor de gehele eierketen zon 65 tot 75 miljoen euro, waarvan ongeveer 35 tot 45 miljoen euro voor de leghennenhouders. Geen toezichtsfalen De rechtbank verwerpt het verwijt van eisers dat de NVWA haar toezichthoudende taak niet goed heeft vervuld door pas in de zomer van 2017 actie te ondernemen en niet al in het najaar van 2016, toen zij de meldingen over het gebruik van fipronil had ontvangen. De NVWA hoefde niet eerder VOF I stil te leggen of andere handhavingsmaatregelen te treffen dan zij heeft gedaan. De rechtbank is van oordeel dat de NVWA vr de publiekswaarschuwing in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat er gn acuut gevaar voor de volksgezondheid was. Daarbij mocht de NVWA mede afgaan op een voorlopig advies van het Bureau Risicobeoordeling dat gebaseerd was op de giftigheid van fipronil. De NVWA heeft toen bewust gekozen voor het strafrechtelijk handhavingstraject (in plaats van onmiddellijke stillegging van VOF I) omdat er een vermoeden van fraude was. Bestuurlijk toezicht kon de fraude niet blootleggen. De rechtbank acht die keuze passend en begrijpelijk op basis van de toen beschikbare informatie en het beleid van de NVWA. Bovendien zou verder onderzoek worden gedaan naar de schadelijke effecten van fipronil bij gebruik in de pluimveesector. Daarbij geldt dat de rechtbank terughoudend moet toetsen en de NVWA beleids- en beoordelingsvrijheid heeft. Het is voor de juridische toets van de rechtbank niet van belang of het achteraf bezien wenselijk zou zijn geweest of de NVWA anders zou hebben gehandeld. Ook rust op grond van Europese en nationale regelgeving de primaire verantwoordelijkheid voor de voedselveiligheid bij de pluimveehouders. Geen waarschuwingsplicht De rechtbank verwerpt ook het verwijt dat de NVWA de eisers in staat had moeten stellen hun eigen toezichthoudende taak uit te oefenen door hen te waarschuwen. Eisers hebben onvoldoende toegelicht wie in de sector waarvoor precies had moeten worden gewaarschuwd. Een algemene waarschuwing dat mogelijk fipronil in omloop was, zou ook het strafrechtelijk onderzoek in de weg hebben gezeten. Bovendien mag van de sector worden verwacht dat pluimveehouders controleren of de middelen die zij gebruiken zijn toegelaten in Nederland. Geen onrechtmatige uitlatingen In Nieuwsuur is door de NVWA gezegd: Als iemand zegt: nou ik kan leven zonder een ei te eten tot zondag, zou ik het aanraden. Die uitlating acht de rechtbank ongelukkig, maar niet onrechtmatig. Er was immers reden tot zorg gelet op de bemonstering en de uitslagen die nog moesten komen.
AnnotatorG.J.M. de Jager
LinkVolledige tekst annotatie (Kneppelhout.nl)
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2019:6810
Artikel aanvragenVia Praktizijn