TRA, tijdschrift Recht en Arbeid

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift TRA, tijdschrift Recht en Arbeid
Datum 20-05-2020
Aflevering 5
RubriekColumn
TitelDe sociale kwestie 2.0: over sociale bewogenheid en welbegrepen eigenbelang
CiteertitelTRA 2020/41
SamenvattingIn zijn column in de voorgaande aflevering van TRA bespreekt Arnold Keizer het eindrapport d.d. 23 januari 2020 van de Commissie Regulering van Werk (de ‘Commissie-Borstlap’). Hij signaleert twee risico’s voor het geval de wetgever voornemens is de door de Commissie aangedragen bouwstenen voor de hervorming van onze arbeidsmarkt daadwerkelijk in wetgeving om te zetten: cherrypicking en onzorgvuldigheid. Ik signaleer nog een derde risico.
Auteur(s)P.Th. Sick
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekVerdieping
TitelToetsing in ontslagzaken: soms ex nunc en soms ex tunc
CiteertitelTRA 2020/42
SamenvattingIn de 21 februari-beschikkingen heeft de Hoge Raad duidelijk gemaakt dat in ontslagzaken in hoger beroep geen uniforme, maar een gedifferentieerde toetsing ex nunc dan wel ex tunc plaats dient te vinden. In dit artikel hebben wij de overwegingen van de Hoge Raad tegen het licht gehouden en beoordeeld hoe deze gedifferentieerde wijze van toetsing uitvalt in andere ontslagprocedures. Wij hebben steeds beoordeeld of er aanleiding bestaat om het toetsingsproces (of de toetsing) op een moment in de tijd te fixeren en wat dan per procedure het fixatiemoment is.
Auteur(s)P. Kruit , B. Schouten
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPraktijk
TitelZijn ambtenaren bijzonder of normaal?
CiteertitelTRA 2020/43
SamenvattingDe rechter heeft een eerste uitspraak gedaan over het ontslag van een genormaliseerde ambtenaar. Gelden er nog steeds hogere integriteitseisen voor overheidswerknemers onder de Ambtenarenwet? De uitspraak is zeker niet het laatste woord in deze discussie.
Auteur(s)B. Barentsen
UitspraakECLI:NL:RBNNE:2020:1406
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPraktijk
TitelPrivacy voor werknemers vooralsnog van louter symbolische waarde
CiteertitelTRA 2020/44
SamenvattingSchending van de privacyregels heeft twee jaar na inwerkingtreding van de AVG nog niet geleid tot schadevergoeding van enige substantie voor de werknemer. Nu de AVG zelf kennelijk (te) weinig basis biedt voor een substantiële (en daarmee doelmatige) schadevergoeding, loont het de moeite te onderzoeken in hoeverre het arbeidsrecht de werknemer aanvullende vergoedingsmogelijkheden biedt. Wij menen dat de billijke vergoeding en de Baijingsleer in ontslagzaken ruimte geven om schending van de AVG financieel te compenseren. Buiten ontslagkwesties biedt het goed werkgeverschap van art. 7:611 BW mogelijkheden.
Auteur(s)P. Kruit , D. Vesters
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Arbeidsrecht
TitelHoge Raad 21-02-2020
CiteertitelTRA 2020/45
SamenvattingToetsing op basis van feiten ten tijde van bestreden beschikking (ex tunc) of op basis van feiten ten tijde van beslissing in hoger beroep (ex nunc)?
Samenvatting (Bron)Arbeidsrecht. Ontbindingsverzoek op grond art. 7:671b lid 1 BW in verbinding met art. 7:669 lid 3 BW. Verzoek tot ontbinding door de kantonrechter toegewezen; hoger beroep; art. 7:683 BW; toetsing op basis van feiten ten tijde van bestreden beschikking (ex tunc) of op basis van feiten ten tijde van beslissing in hoger beroep (ex nunc)? Zelfde vraag voor beslissing over herstel dienstbetrekking; billijke vergoeding en transitievergoeding; ernstig verwijt, art. 7:673 BW en art. 7:671b BW. Zie voor het geval het ontbindingsverzoek door de kantonrechter is afgewezen: HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:283.
AnnotatorC.J. Frikkee
UitspraakECLI:NL:HR:2020:284
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Arbeidsrecht
TitelHoge Raad 21-02-2020
CiteertitelTRA 2020/46
SamenvattingToetsing op basis van feiten ten tijde van bestreden beschikking (ex tunc) of op basis van feiten ten tijde van beslissing in hoger beroep (ex nunc)?
Samenvatting (Bron)Arbeidsrecht. Ontbindingsverzoek op grond art. 7:671b lid 1 BW in verbinding met art. 7:669 lid 3 BW. Gedeeltelijke ontbinding/beëindiging mogelijk? Gedeeltelijke transitievergoeding; betekenis HR 14 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1617 (Kolom). Hoger beroep na afwijzing ontbindingsverzoek door kantonrechter; art. 7:683 BW; toetsing op basis van feiten ten tijde van bestreden beschikking (ex tunc) of op basis van feiten ten tijde van beslissing in hoger beroep (ex nunc)? Zie voor het geval het ontbindingsverzoek door kantonrechter is toegewezen: HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:284.
AnnotatorM.S.A. Vegter
UitspraakECLI:NL:HR:2020:283
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Medezeggenschapsrecht
TitelRechtbank Rotterdam 26-02-2020
CiteertitelTRA 2020/47
SamenvattingWerkgever wil vrijstelling van werk pas in overweging nemen na overeenstemming over een sociaal plan. In de situatie dat er geen werk is en ook niet meer komt, acht de voorzieningenrechter dat in strijd met goed werkgeverschap.
Samenvatting (Bron)Kort geding. Vordering vrijstelling van werk met behoud van loon toegewezen. Werkgever stopt activiteiten en verplicht werknemers om in ploegendiensten op het werk te komen. Werkgever wil vrijstelling van werk pas in overweging nemen na overeenstemming over een sociaal plan. In de situatie dat er geen werk is en ook niet meer komt, acht de voorzieningenrechter dat in strijd met goed werkgeverschap.
AnnotatorL.C.J. Sprengers
UitspraakECLI:NL:RBROT:2020:1674
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Europees arbeidsrecht
TitelHvJ EU 27-02-2020, C-298/18
CiteertitelTRA 2020/48
SamenvattingOvername van het personeel
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 27 februari 2020.#Reiner Grafe en J?rgen Pohle tegen S?dbrandenburger Nahverkehrs GmbH en OSL Bus GmbH.#Verzoek van Arbeitsgericht Cottbus - Kammern Senftenberg om een prejudici?le beslissing.#Prejudici?le verwijzing - Richtlijn 2001/23/EG - Artikel 1, lid 1 - Overgang van ondernemingen - Behoud van de rechten van de werknemers - Exploitatie van buslijnen - Overname van het personeel - Geen overname van bedrijfsmiddelen - Motivering.#Zaak C-298/18.
AnnotatorA.P. van der Mei
UitspraakECLI:EU:C:2020:121
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Sociale Zekerheidsrecht
TitelRechtbank Den Haag 05-02-2020
CiteertitelTRA 2020/49
SamenvattingSyRI-wetgeving in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten voor de Mens
Samenvatting (Bron)In English: ECLI:NL:RBDHA:2020:1878. SyRI-wetgeving in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten voor de Mens De rechtbank heeft vandaag uitspraak gedaan in een zaak over het Systeem Risico Indicatie (SyRI). SyRI is een wettelijk instrument dat de overheid gebruikt voor de bestrijding van fraude op bijvoorbeeld het terrein van uitkeringen, toeslagen en belastingen. De rechtbank is van oordeel dat de wetgeving die de inzet van SyRI regelt in strijd is met hoger recht. De wetgeving voldoet volgens de rechtbank niet aan artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten voor de Mens (EVRM). Dit artikel beschermt het recht op respect voor het privéleven. Toets De rechtbank moest toetsen of de SyRI-wetgeving in strijd is met eenieder verbindende bepalingen van internationaal of Europees recht. De rechtbank heeft beoordeeld of de SyRI-wetgeving voldoet aan artikel 8 lid 2 EVRM. Die bepaling vereist een fair balance (een redelijke verhouding) tussen het maatschappelijk belang dat de wetgeving dient en de inbreuk op het privéleven die de wetgeving maakt. Bijzondere verantwoordelijkheid bij nieuwe technologieën Op grond van artikel 8 EVRM rust op Nederland als lidstaat bij de toepassing van nieuwe technologieën een bijzondere verantwoordelijkheid. Daarbij gaat het om de juiste balans in de weging van enerzijds de voordelen die aan het gebruik van die technologieën verbonden zijn tegenover anderzijds de inmenging die dat gebruik op het recht op respect voor het privéleven kan maken. Dit geldt ook in het geval van de inzet van SyRI. Inzet SyRI onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar De rechtbank komt tot het oordeel dat de SyRI-wetgeving in haar huidige vorm de toets van artikel 8 lid 2 EVRM niet doorstaat. De rechtbank heeft de doelen van de SyRI-wetgeving, namelijk het voorkomen en bestrijden van fraude in het belang van het economisch welzijn, afgezet tegen de inbreuk op het privéleven die de wetgeving maakt. Volgens de rechtbank voldoet de wetgeving niet aan de fair balance die het EVRM vereist om te kunnen spreken over een voldoende gerechtvaardigde inbreuk op het privéleven. De wetgeving is wat betreft de inzet van SyRI onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar. De wetgeving is onrechtmatig want in strijd met hoger recht en dus onverbindend. Achtergrond Een aantal maatschappelijke organisaties, waaronder het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten, en twee burgers hebben deze procedure tegen de Staat aangespannen. De FNV heeft zich aan de zijde van eisers gevoegd. Eisers willen een halt toeroepen aan het gebruik van SyRI. Zij vinden dat de overheid met de inzet van SyRI een ontoelaatbare inbreuk maakt op mensenrechten. De Staat is het niet eens met dit standpunt. De Staat heeft naar voren gebracht dat de SyRI-wetgeving voldoende waarborgen bevat om de privacy van eenieder te beschermen. zie ook ECLI:NL:RBDHA:2020:1878.
AnnotatorW.L. Roozendaal
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2020:865
Artikel aanvragenVia Praktizijn