Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 04-06-2020
Aflevering 22
RubriekVooraf
TitelHet nieuwe normaal
CiteertitelNJB 2020/1383
SamenvattingDe planbureaus adviseren de huidige fase als een overgangsfase te blijven beschouwen. Dat advies betekent voor de wereld van het recht dat regels die onder deze abnormale omstandigheden worden geschre≠ven, niet het nieuwe normaal funderen.
Auteur(s)Y. Buruma
LinkVolledige tekst artikel (njb.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
TitelGoogle en de extraterritoriale effecten van de AVG
CiteertitelNJB 2020/1384
SamenvattingDe AVG is als zodanig niet de wereldwijde standaard voor gegevensbescherming. Het leidt echter geen twijfel dat de Europese gegevensbeschermingsregels een grote rol spelen in de mondiale ontwikkeling van het recht op gegevensbescherming. Niet alleen als algemene inspiratiebron, maar ook doordat ondernemingen in derde landen rechtstreeks aan de regels gebonden kunnen zijn en gegevens alleen naar een derde land kunnen worden doorgegeven als aan bepaalde vereisten is voldaan. Deze laatste twee aspecten van de AVG kennen wel bepaalde grenzen als internet en de wereldwijde vrijheid van meningsuiting in het geding zijn, zoals blijkt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie over Google en het recht om vergeten te worden.
Auteur(s)H.R. Kranenborg
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFocus
TitelCrimineel of slachtoffer? De dunne scheidslijn bij cybersecurity-incidenten
CiteertitelNJB 2020/1385
SamenvattingDeze bijdrage ziet op de vraag of (benadeelde) bedrijven die hun digitale achterdeur open laten staan voor cybercriminelen in de toekomst moeten vrezen om (ook) als dader aangemerkt te worden. Minister Grapperhaus kondigde al aan dat de overheid harder gaat optreden tegen (niet-gereguleerde) bedrijven die hun internetbeveiliging niet op orde hebben. In deze bijdrage wordt ingegaan op de huidige cybersecuritywetgeving, op de vraag of de theoretische strafrechtelijke handhaving ook in de praktijk werkbaar is en wordt afgerond met enkele beschouwingen voor de toekomst.
Auteur(s)N. van der Voort , W.M. Warnaars
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelWillekeur in immateriŽle schadevergoeding? Over het onbegrip over de strafrechtspraktijk van de immateriŽle schadevordering wegens psychische schade bij het slachtoffer
CiteertitelNJB 2020/1386
SamenvattingWat is de visie van strafrechters op het vereiste geestelijk letsel en hoe passen zij dit toe in de praktijk? Om daar achter te komen is strafrechters gevraagd naar de wijze waarop zij een immateriŽle schadevordering naar aanleiding van psychische schade bij een slachtoffer van een strafbaar feit behandelen. Eerder bleek al uit jurisprudentie en informatie uit Ďhet veldí dat rechters hier niet eenduidig over oordelen. De interviews bevestigen dit. Uitbreiding van de motiveringsplicht op het punt van de vordering van de benadeelde partij zou duidelijkheid van en begrip voor het oordeel van de rechter ten goede komen en ook de kwaliteit van dat oordeel kunnen verbeteren.
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOpinie
TitelSeksuele gerichtheid in de Grondwet - Strategie en principe
CiteertitelNJB 2020/1387
SamenvattingEr is discussie over artikel 1 van de Grondwet. De aanleiding is een gewijzigd initiatiefvoorstel om de bestaande beschermingsgronden tegen discriminatie aan te vullen met handicap en seksuele gerichtheid. De olifant in de Kamer Ė pedoseksualiteit Ė wordt daarmee niet benoemd want dat zou tot zoveel commotie kunnen leiden dat het hele voorstel wordt getorpedeerd. Auteurs van deze opinie menen echter dat grondwettelijke bescherming ook voor die groep geen probleem is en zelfs principieel geboden, ongeacht of bescherming wordt gebaseerd op een nieuw op te nemen grond íseksuele gerichtheidí of Ďop welke grond dan ookí.
Auteur(s)M. van den Brink , H. Tigchelaar
LinkVolledige tekst artikel (njb.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekReacties
TitelWat is rechtswetenschap?
CiteertitelNJB 2020/1388
SamenvattingWibier schrijft in aflevering 13 (NJB 2020/814) van dit blad een stuk over de taakopvatting van rechtswetenschappers. Auteurs gaan in op de problemen die zij zien in dat betoog.
Auteur(s)N.L. Bohm , O. Ifzaren
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekNaschrift
TitelNaschrift
CiteertitelNJB 2020/1389
SamenvattingWibier gaat in dit naschrift in op het punt dat Bohm en Ifzaren het niet eens zijn met zijn betoog dat het onderzoeksobject van de rechtswetenschapper het recht is en niet allerlei maatschappelijke of andere problemen.
Auteur(s)R. Wibier
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - EHRM
TitelEHRM 11-02-2020, 62309/17
CiteertitelNJB 2020/1390
SamenvattingGeen recht tot benoeming. Grimmark vs. Steen tegen Zweden
UitspraakECLI:CE:ECHR:2020:0211DEC006230917
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelEHRM, 26-03-2020, 10090/16
CiteertitelNJB 2020/1391
SamenvattingVrijheid van meningsuiting. Centre for Democracy and the Rule of Law tegen OekraÔne
UitspraakECLI:CE:ECHR:2020:0326JUD001009016
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (strafkamer)
TitelHoge Raad 19-05-2020
CiteertitelNJB 2020/1392
SamenvattingVrijwillige terugtred in de zin dat Ďhet misdrijf niet is voltooid ten gevolge van omstandigheden van de wil van de dader afhankelijkí.
Samenvatting (Bron)Poging doodslag op destijds (bijna) 4-jarige dochter d.m.v. verwurging, art. 287 Sr. Vrijwillige terugtred a.b.i. art. 46b Sr? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2007:AZ6709, inhoudende dat antwoord op vraag of gedragingen van verdachte gevolgtrekking wettigen dat misdrijf niet is voltooid t.g.v. omstandigheden die van zijn wil afhankelijk zijn (mede gelet op aard van misdrijf) afhangt van concrete omstandigheden van het geval en dat in geval van voltooide poging voor aannemen van vrijwillige terugtred veelal zodanig optreden van verdachte is vereist dat dit naar aard en tijdstip geschikt is intreden van gevolg te beletten. Hof heeft beroep op vrijwillige terugtred bestaande uit het enkele loslaten van de hals verworpen. Hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat (i) verdachte enige tijd en waarschijnlijk gedurende ten minste 15 seconden i.h.k.v. omsnoerende en/of samendrukkende krachtsinwerking(en) op de hals van haar dochtertje de afvloed van aderlijk bloed van het hoofd heeft belemmerd, (ii) bij een kind de dood zeer snel - binnen enkele seconden - kan intreden bij samendrukkend en/of omsnoerend geweld op de hals, en (iii) verdachte geen openheid van zaken heeft willen geven over wat er is gebeurd tijdens avond en nacht waarin bewezenverklaard handelen heeft plaatsgevonden. s Hofs hierop gebaseerde oordeel dat beroep op vrijwillige terugtred moet worden verworpen omdat het enkele stoppen met uitvoeringshandelingen naar aard en tijdstip niet geschikt was om intreden van dat gevolg te beletten, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
UitspraakECLI:NL:HR:2020:903
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (strafkamer)
TitelHoge Raad 19-05-2020
CiteertitelNJB 2020/1393
SamenvattingBegrip 'uitbuiting' bij mensenhandel.
Samenvatting (Bron)Mensenhandel door medenemen van uit RoemeniŽ afkomstige vrouw vanuit Nederland naar Duitsland om daar prostitutiewerkzaamheden te verrichten, art. 273f.1.3 Sr. Is sprake van uitbuiting? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:857 inhoudende dat uitbuiting moet worden aangemerkt als impliciet bestanddeel van art. 273f.1. 3 Sr en ECLI:NL:HR:2019:1026 inhoudende dat vraag of (en zo ja, wanneer) sprake is van uitbuiting, niet in algemene termen is te beantwoorden maar sterk is verweven met omstandigheden van het geval. s Hofs op zijn (niet onbegrijpelijke) vaststellingen gebaseerde oordeel dat door verdachte medenemen van vrouw vanuit Nederland naar Duitsland is begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld, geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. Vervolg op ECLI:NL:HR:2016:2928.
UitspraakECLI:NL:HR:2020:891
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Hoge Raad (strafkamer)
TitelHoge Raad 19-05-2020
CiteertitelNJB 2020/1394
SamenvattingIn Nederland Ďdoen binnenkomení van wapens.
Samenvatting (Bron)Medeplegen van zonder consent doen binnenkomen van onderdelen voor machinepistolen vanuit Slowakije, art. 14.1 WWM. Uitleg bestanddeel doen binnenkomen. Hof heeft vastgesteld dat pakket met wapenonderdelen in Slowakije via transportbedrijf is verzonden aan bedrijf in Nederland, dat pakket is aangekomen bij vestiging van transportbedrijf en dat pakket vervolgens door onder andere verdachte in ontvangst is genomen. Opvatting dat onder doen binnenkomen a.b.i. art. 14.1 WWM slechts kan worden begrepen het doen overschrijden van de landsgrens zelf, is te beperkt en daarom onjuist. Mede gelet op de strekking van deze bepaling om illegale wapenhandel tegen te gaan moet worden aangenomen dat onder doen binnenkomen a.b.i. art. 14.1 WWM ook kan worden begrepen het vanuit het buitenland naar een bestemming in Nederland doen vervoeren. Volgt verwerping. Samenhang met 18/00547 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).
UitspraakECLI:NL:HR:2020:905
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad 19-05-2020
CiteertitelNJB 2020/1395
SamenvattingGrootschalige fraude.
Samenvatting (Bron)Medeplegen van zonder consent doen binnenkomen van onderdelen voor machinepistolen vanuit Slowakije, art. 14.1 WWM. Uitleg bestanddeel doen binnenkomen. Hof heeft vastgesteld dat pakket met wapenonderdelen in Slowakije via transportbedrijf is verzonden aan bedrijf in Nederland, dat pakket is aangekomen bij vestiging van transportbedrijf en dat pakket vervolgens door onder andere verdachte in ontvangst is genomen. Opvatting dat onder doen binnenkomen a.b.i. art. 14.1 WWM slechts kan worden begrepen het doen overschrijden van de landsgrens zelf, is te beperkt en daarom onjuist. Mede gelet op de strekking van deze bepaling om illegale wapenhandel tegen te gaan moet worden aangenomen dat onder doen binnenkomen a.b.i. art. 14.1 WWM ook kan worden begrepen het vanuit het buitenland naar een bestemming in Nederland doen vervoeren. Volgt verwerping. Samenhang met 18/00547 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).
UitspraakECLI:NL:HR:2020:905
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Raad van State
TitelRaad van State 08-04-2020
CiteertitelNJB 2020/1396
SamenvattingNemo-teneturbeginsel.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 22 december 2017 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van 72.000,00 wegens overtreding van artikel 15a van de Wet arbeid vreemdelingen. Het door een arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW op ambtseed opgemaakte boeterapport van 6 oktober 2017 houdt in dat uit onderzoek is gebleken dat drie personen anoniem waren opgenomen in de administratie van [appellante]. De drie mannen werken voor [appellante] als koerier door softdrugs te vervoeren tussen de opslag en de coffeeshop. De arbeidsinspecteurs hebben telefonisch [bestuurder] van [appellante], op basis van artikel 15a van de Wav gevorderd binnen 48 uren medewerking te verlenen bij het vaststellen van de identiteit van de drie mannen. De vordering is bij brief schriftelijk bevestigd en met medeweten van [bestuurder] aan zijn dochter overhandigd. In deze brief is aangegeven dat de termijn om aan de vordering te voldoen eindigt op 9 april 2017 om 17:00 uur.
UitspraakECLI:NL:RVS:2020:1011
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State 22-04-2020
CiteertitelNJB 2020/1397
SamenvattingTerugkeer van vreemdeling naar Hongarije.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 8 november 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
UitspraakECLI:NL:RVS:2020:1087
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State 06-05-2020
CiteertitelNJB 2020/1398
SamenvattingOmgevingsvergunning.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 20 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam [appellant sub 1] onder oplegging van bestuursdwang gelast om het bijgebouw op het perceel aan de [locatie 1] te Alphen (hierna: het perceel) te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant sub 1] is eigenaar en bewoner van de woning op het perceel. In 2015 heeft hij de houten schuur in de zuidoosthoek van het perceel vervangen door een garage en berging met een kap. De garage is aan een zijde open. [appellant sub 1] gebruikt de garage om zijn oldtimers daarin te stallen en te restaureren. [appellant sub 2] woont op het perceel [locatie 2] te Alphen dat grenst aan het perceel en heeft handhaving van het bestemmingsplan gevraagd.
UitspraakECLI:NL:RVS:2020:1185
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - Centrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 12-05-2020
CiteertitelNJB 2020/1399
SamenvattingOnderzoek naar de arbeidsmogelijkheden.
Samenvatting (Bron)Niet meewerken aan onderzoek naar arbeidsmogelijkheden in het kader van gevraagde ontheffing bekent ook schending arbeidsverplichting als bedoeld in artikel 9 lid 1 PW. Verplichting meewerken psychologisch onderzoek en resultaten daarvan ter kennis aan college brengen, brengt geen schending van het recht op privacy (8 EVRM) met zich. College heeft wettelijke taak tot arbeidsinschakeling. Verzoek om dwangsom terecht afgewezen, ingebrekestelling in verband met uitblijven beslissing op bezwaar was prematuur.
UitspraakECLI:NL:CRVB:2020:1093
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak - College van Beroep voor het bedrijfsleven
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven 19-05-2020
CiteertitelNJB 2020/1400
SamenvattingAccountantstuchtrecht.
Samenvatting (Bron)Accountantstuchtrecht. Betrokkene heeft de controle van de materiŽle post royaltys in de jaarrekeningen van de vennootschap over 2011 en 2012 met onvoldoende diepgang en onvoldoende professioneel-kritische instelling uitgevoerd. De goedkeurende verklaringen bij deze jaarrekeningen berusten op een ondeugdelijke grondslag. Als eindverantwoordelijke accountant had betrokkene de (fiscale) haken en ogen ten aanzien van het zakelijke karakter ervan en het risico van fraude moeten onderkennen die kleven aan de door de fiscalisten van zijn kantoor voor de cliŽnt opgezette truststructuur. Hij had bij de uitvoering van de controle niet op de deskundigheid van collega-fiscalisten mogen varen. Niet aannemelijk is geworden dat betrokkene de eisen heeft nageleefd die de controlestandaarden stellen aan de accountant die ten behoeve van de controle gebruik maakt van deskundigheid op een ander gebied dan financiŽle verslaggeving of controle. In plaats van op de juiste werking van de interne compliance- en kwaliteitsbeheersingsmechanismen te vertrouwen had hij de concrete uitwerking en toepassing van de truststructuur nader moeten (laten) onderzoeken. Betrokkene heeft ook niet onderkend dat de omstandigheid dat de truststructuur door zijn collega-fiscalisten was geadviseerd en geÔmplementeerd een bedreiging voor hun objectiviteit kon opleveren. Gezien ook de intern gevoerde discussie over de toelaatbaarheid van de constructie, de op het spel staande belangen en de gevoeligheid van de kwestie had hij zich niet zonder meer op de mening van zijn collegas mogen verlaten, maar moeten verifiŽren of er voldoende en toereikende werkzaamheden waren verricht om de vraag naar de toelaatbaarheid van de trustconstructie te beantwoorden. Betrokkene had meer controle-informatie moeten vergaren en vastleggen dan hij heeft gedaan. Verder heeft betrokkene geen melding ongebruikelijke transacties gedaan van de trustconstructie, zoals was vereist op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Het feit dat de controlecliŽnt gebruik maakt of wenst te maken van een of meer tussengeschakelde, buitenlandse of aangekochte rechtspersonen of vennootschappen zonder dat daarvoor legitieme fiscale, juridische of commerciŽle redenen aanwezig zijn of lijken te zijn, is al een subjectieve indicatie dat sprake is van een ongebruikelijke transactie. De door de accountantskamer opgelegde maatregel van berisping is passend en geboden. De hoger beroepen slagen niet.
UitspraakECLI:NL:CBB:2020:344
Artikel aanvragenVia Praktizijn