Bouwrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Bouwrecht
Datum 16-09-2020
Aflevering 9
RubriekRedactioneel
TitelRegels …
SamenvattingAl jaren wordt geklaagd over onnodig belastende regels in bestemmingsplannen. Zomaar een voorbeeld is de bestemmingsomschrijving van ‘begraafplaats’: ‘deze grond mag uitsluitend worden gebruikt voor het begraven van overleden personen en doodgeboren kinderen.’ Zoals dikwijls was een incident de aanleiding tot deze specificatie. Een overledene had testamentair bedongen dat zijn hond na overlijden in hetzelfde graf zou worden begraven, hetgeen ‘men’ niet passend vond.
Auteur(s)J.W. van Zundert
UitspraakECLI:NL:RVS:2020:1815
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekKroniek
TitelKroniek Natuurbeschermingsrecht – Gebiedsbescherming (deel 2)
CiteertitelBR 2020/63
SamenvattingDeze kroniek beschrijft de ontwikkelingen in wetgeving en jurisprudentie met betrekking tot de bescherming van Natura 2000-gebieden. De periode die deze kroniek beslaat start nadat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in 2019 de passende beoordeling van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet in overeenstemming achtte met de eisen die daaraan krachtens de Habitatrichtlijn, vertaald in de Wet natuurbescherming stelt.
Auteur(s)M.M. Kaajan , F. Onrust
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrecht algemeen
TitelRaad van State 03-06-2020
CiteertitelBR 2020/64
SamenvattingAfstand tussen perceel appellant en Natura 2000-gebied, directe woon- en leefomgeving?
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 25 april 2019 heeft de raad van de gemeente Stede Broec het bestemmingsplan "Parklaan 2017" vastgesteld. Het plan voorziet in een woonzorgcomplex aan de rand van Lutjebroek direct ten zuiden van de P.J. Jongstraat en de hoek van de Parklaan. De stichting is initiatiefneemster van het woonzorgcomplex. Het woonzorgcomplex moet plaats bieden aan 12 jong volwassenen met een beperking en er komen vier appartementen voor bewoners die onder begeleiding gaan wonen. In samenhang met deze nieuwe ontwikkeling zullen de kassen van de agrarische vestiging ten westen van de planlocatie worden gesloopt. [appellant] woont aan de [locatie] te Lutjebroek, op een afstand van circa 63 m van het plangebied. Hij komt tegen de voorziene ontwikkeling op, omdat hij vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat.
AnnotatorC.A.H. van de Sanden
UitspraakECLI:NL:RVS:2020:1317
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrecht algemeen
TitelRaad van State 17-06-2020
CiteertitelBR 2020/65
SamenvattingVertrouwensbeginsel, gerechtvaardigde verwachtingen, opgewekt vertrouwen, contra legem, gebonden beschikking
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 8 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de inschrijving van [appellant] op de anciënniteitlijst van de markten Zuid-Woensdag, Zuid-Zaterdag en West-Donderdag doorgehaald. [appellant] had vaste standplaatsen op de markten Zuid-Woensdag, Zuid-Zaterdag en West-Donderdag in Rotterdam. Op 18 mei 2018 zijn die plaatsen hem toegewezen voor de branche kruiden, specerijen en maaltijdingrediënten. Op verschillende dagen hebben handhavers van de gemeente geconstateerd dat [appellant] groenten en fruit op zijn standplaatsen aan het verkopen was. Volgens het college mag hij die producten niet verkopen, omdat die niet onder de branche kruiden, specerijen en maaltijdingrediënten vallen.
AnnotatorJ.A. Mohuddy , A.J.G. Vegt
LinkVolledige tekst annotatie (akd.nl)
UitspraakECLI:NL:RVS:2020:1425
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrechtelijke schadevergoeding
TitelRaad van State 01-07-2020
CiteertitelBR 2020/66
SamenvattingPlanschade. Nieuwbouwwoning met een bedrijfsruimte leiden tot waardevermindering woning appellant.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 10 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bernheze [belanghebbende] een tegemoetkoming in planschade van 4.600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2017 tot de dag van uitbetaling, toegekend. [belanghebbende] is sinds 15 december 1983 eigenaar van de woning op het perceel [locatie] te Heesch. Hij heeft bij brief van 15 juni 2017 een aanvraag om een tegemoetkoming in planschade ingediend. Aan die aanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Hoefstraat ong. (naast []) Heesch van 31 januari 2017 het mogelijk heeft gemaakt om op het ten noordoosten van de woning gelegen plangebied een vrijstaande nieuwbouwwoning met een bedrijfsruimte op te richten en dat dit tot waardevermindering van de woning heeft geleid.
AnnotatorM.G. Nielen , L.A. Jager
UitspraakECLI:NL:RVS:2020:1535
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Overeenkomstenrecht
TitelRvA Bouw 20-05-2020, 36.866
CiteertitelBR 2020/67
SamenvattingBevoegdheidsincident. Het in artikel 17 AVA 2013 opgenomen arbitrage-beding is onredelijk bezwarend als bedoeld in artikel nu dit beding opdrachtgevers (consumenten) geen termijn van tenminste een maand gunt, een en ander als be-doeld in artikel 6:236 aanhef en onder n BWjuncto artikel 6:233, aanhef en onder a, BW. Dat feitelijk wel een termijn van een maand is gegund maakt dit niet anders. Opdrachtgevers stemmen niet in met beslechting door de Raad. Geen welbewuste keuze voor arbitrage.
AnnotatorT.B. van Dijk , N. van Deinsen
LinkVolledige tekst uitspraak (raadvanarbitrage.info)
LinkVolledige tekst annotatie (AKD.eu)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Omgevingsrecht
TitelRaad van State 13-05-2020
CiteertitelBR 2020/68
SamenvattingHandhaving luchtkwaliteitseisen in Amsterdam
Samenvatting (Bron)Bij tien afzonderlijke besluiten van 15 maart 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de verzoeken van [appellant A] en anderen om handhaving van de luchtkwaliteitseisen in Amsterdam afgewezen. [appellant A] en anderen hebben het college verzocht om maatregelen te treffen tegen de luchtverontreiniging in de straten waar zij wonen. Zij stellen dat de luchtkwaliteit in hun straten niet voldoet aan de Europese milieunorm voor stikstofdioxide (NO2) en dat titel 5.2 van de Wet milieubeheer daarom wordt overtreden.
AnnotatorC.M.M. van Mil
UitspraakECLI:NL:RVS:2020:1217
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Omgevingsrecht
TitelRaad van State 10-06-2020
CiteertitelBR 2020/69
SamenvattingOppervlakte-eis gedoogplicht Waterwet. Totale grondoppervlak van rechthebbende. Niet in geschil is dat de gedoogplicht, gelet op hetgeen hiervoor onder 3.3 is weergegeven, betrekking heeft op in totaal 3.85.07 hectare grond waarvan 3.31.86 hectare tijdelijk en 0.53.21 hectare definitief benodigd is. In ogenschouw genomen dat [appellante] in totaal ongeveer 110.00.00 hectare in eigendom heeft, heeft de rechtbank terecht geconcludeerd dat de gedoogplicht ziet op ongeveer 3,5% van het totale grondoppervlak van [appellante]. De benodigde grondoppervlakte in verhouding tot het totale grondoppervlak van [appellante] kan daarmee als gering worden beschouwd. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de gedoogplicht betrekking heeft op een definitief benodigde oppervlakte van ongeveer 0,48% en dat de tijdelijk benodigde gronden na afronding van de werkzaamheden op 31 december 2023 in oorspronkelijke landbouwkundige staat aan [appellante] worden opgeleverd, ondervindt [appellante] geen onevenredig nadelige gevolgen van de gedoogplicht. Evenmin is gebleken dat de bruikbaarheid van de rest van een perceel vermindert als gevolg van de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk op een gedeelte van dat perceel. Bovendien heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het dagelijks bestuur voor het gebruik van de benodigde gronden niet afhankelijk is van overeenstemming met [appellante] over een grondruil.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 7 mei 2019 heeft het dagelijks bestuur van het waterschap Drents Overijsselse Delta [appellante] een gedoogplicht als bedoeld in artikel 5.24, eerste lid, van de Waterwet opgelegd. [appellante] is rechthebbende van meerdere percelen in het plangebied van het bij besluit van 10 juli 2018 door het algemeen bestuur van het waterschap Drents Overijsselse Delta vastgestelde watergebiedsplan "landbouwgebied rondom Nieuwveense Landen". Het dagelijks bestuur heeft haar de verplichting opgelegd het verbreden en verdiepen van watergangen en de bouw van een gemaal en de aanleg of verwijdering van stuwen en de daarmee samenhangende werkzaamheden, zoals opgenomen in het watergebiedsplan, te gedogen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het dagelijks bestuur in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruikgemaakt om [appellante] de gedoogplicht op te leggen.
AnnotatorM.H.P. Bullens , C.M.M. van Mil
LinkVolledige tekst annotatie (Hekkelman.nl)
UitspraakECLI:NL:RVS:2020:1371
Artikel aanvragenVia Praktizijn