Bouwrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Bouwrecht
Datum 22-10-2020
Aflevering 10
RubriekRedactioneel
TitelAdieu onlosmakelijkheid en lex silencio positivo
CiteertitelBR 2020/70
SamenvattingAls de Omgevingswet per 1 januari 2022 in werking treedt, verandert het een en ander. Zo gaan bestemmingsplannen op in ťťn omgevingsplan per gemeente (art. 2.4 Omgevingswet) met regels die nodig zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (art. 4.2 Omgevingswet), wordt de inrichting vervangen door de milieubelastende activiteit (hfdst. 5 Omgevingswet) en planschade door een nieuw systeem van nadeelcompensatie (hfdst. 15 Omgevingswet). In deze bijdrage aandacht voor twee begrippen die onlangs nog actueel waren in de jurisprudentie, maar in de Omgevingswet niet terugkomen: de onlosmakelijke samenhang en de lex silencio positivo of omgevingsvergunning van rechtswege.
Auteur(s)J.H.G. van den Broek
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelDe Wet natuurbescherming, stikstof en de bouwpraktijk na de PAS-uitspraken: waar staan we?
CiteertitelBR 2020/71
SamenvattingHet is bijna anderhalf jaar geleden dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de geruchtmakende PAS-uitspraken deed. Inmiddels volgt uit de recente en gewijzigde jurisprudentie dat er verschillende mogelijkheden bestaan om ontwikkelingen met stikstofemissie door te laten gaan.
Auteur(s)A. Collignon , E.C. Berkouwer
LinkVolledige tekst artikel (Stibbeblog.nl)
UitspraakECLI:NL:RVS:2019:1603
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekKroniek
TitelKroniek Fiscaliteiten: ontwikkelingen btw en overdrachtsbelasting
CiteertitelBR 2020/72
SamenvattingDe afgelopen twaalf maanden is veel rechtspraak verschenen op het gebied van btw en overdrachtsbelasting die relevant is voor de projectontwikkeling en de bouw. In deze jaarlijkse bijdrage komen de meest belangwekkende ontwikkelingen aan bod in de periode september 2019 tot en met augustus 2020 aan de hand van een bespreking van de jurisprudentie en nieuwe regelgeving. Daarbij wordt geconcentreerd op vastgoed.
Auteur(s)J.M.H.M. AriŽs
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Ruimtelijk ordeningsrecht
TitelRaad van State 05-08-2020
CiteertitelBR 2020/73
SamenvattingWeigeringsbesluit niet overtuigend gemotiveerd
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 2 april 2019 heeft de raad van de gemeente Stichtse Vecht geweigerd het bestemmingsplan "Zogweteringlaan ong. (naast 2) en Gageldijk ter hoogte van 119" vast te stellen. Het bestemmingsplan, dat door [appellant] is aangevraagd, voorziet in de sloop van een kassencomplex met een oppervlakte van circa 6.450 m≤ op de Gageldijk ter hoogte van nr. 119 te Maarssen en anderzijds in realisering van een woning op gronden aan de Zogweteringlaan naast nr. 2 te Maarssen. Het betreft een toepassing van de ruimte-voor-ruimteregeling in de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 Provincie Utrecht (Herijking 2016), in verband met de beŽindiging van de bedrijfsactiviteiten in het kassencomplex. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 27 oktober 2017 tot 7 december 2017 ter inzage gelegen. In die periode zijn tegen het plan zienswijzen ingediend. Het college heeft het standpunt ten aanzien van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan gewijzigd.
AnnotatorJ.W. van Zundert
UitspraakECLI:NL:RVS:2020:1874
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrecht algemeen
TitelRaad van State 03-06-2020
CiteertitelBR 2020/74
SamenvattingKosten toepassing bestuursdwang voor rekening van appellant. Bewijs.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 21 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 19 juni 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten 126,00, voor rekening van [appellant] komt. Op 19 juni 2019 is een doos aangetroffen naast een inzamelvoorziening op de Kolenwagenslag te Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat het adreslabel op de doos tot hem te herleiden is. [appellant] betwist dat hij de doos naast de inzamelvoorziening heeft gezet. In de doos zat een loungeset. [appellant] heeft de desbetreffende loungeset gekocht bij een vestiging van Kwantum in winkelcentrum de Mega Stores en daar opgehaald op 15 juni 2019. Hij heeft de doos achtergelaten bij de winkel.
AnnotatorC.A.H. van de Sanden
UitspraakECLI:NL:RVS:2020:1320
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrecht algemeen
TitelRaad van State 03-06-2020
CiteertitelBR 2020/75
SamenvattingKosten toepassing bestuursdwang voor rekening van appellant. Bewijs.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 5 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 23 oktober 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten 126,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 23 oktober 2019 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van het Weteringplein 2 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot hem herleidbaar poststuk is aangetroffen. Het poststuk is een aan hem geadresseerde enveloppe. [appellant] betwist niet dat de huisvuilzak van hem afkomstig is, maar stelt dat hij hem in de ORAC heeft gedaan.
AnnotatorC.A.H. van de Sanden
UitspraakECLI:NL:RVS:2020:1321
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Bestuursrecht algemeen
TitelRaad van State 08-07-2020
CiteertitelBR 2020/76
SamenvattingExploitatievergunningen voor vaartuigen
Samenvatting (Bron)Bij besluiten van 26 april, 28 april en 1 mei 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam meerdere aanvragen van exploitatievergunningen voor vaartuigen in het segment 'Bemand groot' afgewezen. Op 16 september 2017 heeft Rederij Amsterdam B.V. het college op grond van artikel 4:17 Awb in gebreke gesteld vanwege het niet tijdig nemen van een besluit op zeven bezwaarschriften van 5 mei 2017. Op 5 november 2017 hebben [appellant A], [appellant B], De Hoge Wier B.V., Rederij Amsterdam B.V., [appellant D] en Twee Gebroeders B.V. het college in gebreke gesteld vanwege het niet tijdig nemen van een besluit op 28 bezwaarschriften van 5 mei 2017. Rederij Amsterdam B.V. heeft ook op 13 februari 2018 het college in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op 45 bezwaarschriften van 5 mei 2017, 6 mei 2017 en 6 juni 2017. Alle ingebrekestellingen zijn inhoudelijk gelijkluidend.
AnnotatorS. Elbertsen , S.G. ten Hertog
UitspraakECLI:NL:RVS:2020:1597
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Overeenkomstenrecht
TitelGerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23-06-2020
CiteertitelBR 2020/77
SamenvattingGeen wanprestatie gemeente en geen onrechtmatige daad door te besluiten niet langer mee te werken aan realisering van twee supermarkten
Samenvatting (Bron)Bevoegdhedenovereenkomst. De gemeente Aalten heeft geen wanprestatie gepleegd en geen onrechtmatige daad gepleegd door in 2015 te besluiten niet langer mee te werken aan realisering van twee supermarkten op het terrein van Aerarius c.s. in Dinxperlo nadat het bedrijf naar elders was verhuisd. In 2009 en 2012 hebben Aerarius c.s. en de gemeente afspraken gemaakt over verplaatsing van het bedrijf van Aerarius c.s. naar een andere locatie en herontwikkeling van het oude bedrijfsterrein tot een locatie voor twee supermarkten. De gemeente behield zich haar publiekrechtelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor. Aerarius c.s. en de gemeente hebben jaren samengewerkt aan de realisering van deze herontwikkeling. In 2015 heeft de gemeente besloten haar medewerking te beŽindigen. De reden daarvoor was dat er leegstand was ontstaan in het kernwinkelgebied van Dinxperlo en vestiging van de twee supermarkten op het voormalige bedrijfsterrein die situatie zou verslechteren, en dat de gemeente met de andere gemeenten in de Achterhoek had besloten de kernwinkelgebieden te verkleinen. Het hof oordeelt dat de gemeente daarmee gebruik heeft gemaakt van haar publiekrechtelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden op een manier die in overeenstemming is met de tussen partijen gesloten overeenkomsten.
AnnotatorE.W.J. de Groot , R.M.F. de Martines
LinkVolledige tekst artikel (AKD.eu)
UitspraakECLI:NL:GHARL:2020:4761
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie - Omgevingsrecht
TitelRaad van State 22-07-2020
CiteertitelBR 2020/78
SamenvattingAan omgevingsvergunning verbonden voorwaarden niet toereikend om een adequaat woon- en leefklimaat voor omwonenden te garanderen?
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 22 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder aan [vergunninghouder] voor een termijn van tien jaar een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan ten behoeve van de huisvesting van maximaal zes arbeidsmigranten in de woning op het perceel [locatie] te Ens. [appellant] woont naast de woning. Hij verzet zich tegen de verleende omgevingsvergunning omdat hij vreest voor overlast. Hij voert aan dat de aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarden niet toereikend zijn om een adequaat woon- en leefklimaat voor omwonenden te garanderen. Volgens hem wijst de praktijk uit dat er regelmatig meer dan zes personen in de woning aanwezig zijn en dat de bewoners geluidsoverlast veroorzaken tot in de late avonduren.
AnnotatorP.M.J. de Haan , Q.W.J. de Ruijter
UitspraakECLI:NL:RVS:2020:1739
Artikel aanvragenVia Praktizijn