AB Rechtspraak Bestuursrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift AB Rechtspraak Bestuursrecht
Datum 30-07-2021
Aflevering 29
RubriekHof van Justitie van de Europese Unie
TitelHvJ EU 06-10-2020, C-245/19
CiteertitelAB 2021/222
SamenvattingBelanghebbende. Belastingplichtige geen belanghebbende bij verstrekking van op hem betrekking hebbende informatie.
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Grote kamer) van 6 oktober 2020.#?tat luxembourgeois tegen B en ?tat luxembourgeois tegen B e.a.#Verzoeken van de Cour administrative (Luxemburg) om een prejudici?le beslissing.#Gevoegde zaken C-245/19 en C-246/19.
AnnotatorL.E.C. Neve
UitspraakECLI:EU:C:2020:795
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAfdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 26-05-2021
CiteertitelAB 2021/223
SamenvattingHet instemmingsbesluit is in strijd met art. 3:2 en 3:46 Awb, omdat de minister bij het nemen van dit besluit niet beschikte over voldoende gedetailleerde informatie over de voorgenomen hydraulische stimulatie (fracking).
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 13 juni 2019 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat ingestemd met het op 16 december 2016 door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) ingediende winningsplan Pieterzijl Oost. Het winningsplan heeft betrekking op de gaswinning uit het gasveld Pieterzijl Oost, gelegen in de gemeenten Noardeast-Fryslân en Westerkwartier. De NAM heeft het gasveld Pieterzijl Oost in 2015 ontdekt met het aanboren van de put Warfstermolen-3 (WFM-3), vanaf de mijnbouwlocatie Warfstermolen. De winning zal via deze put plaatsvinden. Daarbij is voorzien in de toepassing van hydraulische stimulatie (fracking) van de put. De minister heeft in het instemmingsbesluit met het winningsplan ingestemd. De winning mag tot 31 december 2024 plaatsvinden en in totaal maximaal 255 miljoen Nm3 gas bedragen (voorschrift 1 van het instemmingsbesluit).
AnnotatorH.E. Bröring
LinkVolledige tekst annotatie (rug.nl)
UitspraakECLI:NL:RVS:2021:1118
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAfdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 04-05-2021
CiteertitelAB 2021/224
SamenvattingPersoonsverwisseling bestuurder van auto? Heroverweging door CBR.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 18 maart 2019 heeft de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het verzoek om herziening van het in bezwaar gehandhaafde besluit van 12 september 2018, waarbij [appellant] is verplicht mee te werken aan een onderzoek naar zijn alcoholgebruik, afgewezen. Bij besluit van 12 september 2018 heeft het CBR [appellant] verplicht mee te werken aan een onderzoek naar zijn alcoholgebruik. Daaraan heeft het CBR een op ambtseed en ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van de Politie Eenheid Rotterdam van 1 juli 2018 ten grondslag gelegd. Daaruit blijkt dat [appellant] op die datum als bestuurder van een auto is aangehouden voor het rijden onder invloed van alcohol. [appellant] heeft daartegen bezwaar gemaakt. Dat bezwaar heeft het CBR bij besluit van 27 november 2018 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het buiten de bezwaartermijn was ingediend en [appellant] niet had gereageerd op het verzoek van het CBR om aan te geven wat de reden daarvoor was.
AnnotatorA.C. Hendriks
UitspraakECLI:NL:RVS:2021:961
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAfdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 19-02-2021
CiteertitelAB 2021/225
SamenvattingWrakingsverzoek. Procedure niet in overeenstemming met eisen procedurele rechtvaardigheid en nieuwe zaaksbehandeling.
Samenvatting (Bron)Tijdens de zitting op 26 januari 2021 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. C.H.M. van Altena (de voorzitter) en mr. E.J. Daalder (de rapporteur) als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaken nrs. 202003005/1/R1 en 202003006/1/R1. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat als gevolg van de gang van zaken ter zitting van 26 januari 2021 de staatsraden bij hem de indruk hebben gewekt partijdig en vooringenomen te zijn. [verzoeker] voert hierover aan dat hij zich ter zitting niet serieus genomen voelde. Uit de opmerking van de rapporteur dat het hier om een burenruzie gaat en uit het feit dat hij het college als objectief betitelde, blijkt volgens [verzoeker] dat de rapporteur het voorliggende probleem niet heeft onderkend.
AnnotatorA. Outhuijse , J.J.A. Waverijn
LinkVolledige tekst annotatie (stibbe.com)
UitspraakECLI:NL:RVS:2021:343
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCentrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 12-05-2021
CiteertitelAB 2021/226
SamenvattingEmpathisch denken als gemene onderbouw van het publiek- en privaatrecht.
Samenvatting (Bron)Verlaging uitkeringspercentage na overlijden echtgenoot. Korting in verband met inkomsten. In artikel 19 van de Wuv is uitdrukkelijk bepaald welke inkomsten op de uitkering in mindering dienen te worden gebracht. Het gaat daarbij in beginsel om alle inkomsten. Van die dwingende bepaling kan en mag verweerder niet afwijken.
AnnotatorR. Ortlep
UitspraakECLI:NL:CRVB:2021:1110
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCollege van Beroep voor het bedrijfsleven
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven 26-04-2021
CiteertitelAB 2021/227
SamenvattingCautie. Geen sprake van verhoor met het oog op oplegging bestuurlijke boete. Het College leidt uit het rapport van bevindingen niet af dat de werknemer bij het voldoen aan het verzoek de spuitbomen opnieuw in te stellen namens de werkgever heeft gehandeld. Alleen al daarom was geen sprake van een verhoor van appellante met het oog op de oplegging van een bestuurlijke boete. Dat de werknemer geen cautie is gegeven, kan verweerder dus niet worden tegengeworpen.
Samenvatting (Bron)Boete. Overtreding art 80,1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb), juncto thans artikel 3.83, lid 1 onder b, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, omdat bij het gebruik van veldspuitapparatuur de spuitdoppen te hoog zijn afgesteld. Overtreding art 20, lid 1 Wgb juncto art 28, lid 1 Verordening 1107/2009 vanwege gebruik van een niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel, zijnde Valbon. Een bestuursorgaan in beginsel mag uitgaan van de bevindingen in een toezichtrapport. Het College leidt uit het rapport van bevindingen niet af dat de werknemer namens de werkgever heeft gehandeld. Alleen al daarom was geen sprake van een verhoor van appellante met het oog op de oplegging van een bestuurlijke boete. Dat de werknemer geen cautie is gegeven, kan verweerder dus niet worden tegengeworpen. Het gebruik van het Duitse Valbon is niet toegestaan in Nederland. Dat het Duitse Valbon qua samenstelling exact zou overeenkomen met het in Nederland toegelaten Valbon doet hier niet aan af. Art 28, lid 1 Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (Verordening 1107/2009). Art 1 lid 2, art 20 lid 1 en art 80 lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) Art 3.83, lid 1 onder b, Activiteitenbesluit milieubeheer
AnnotatorC.M.M. van Mil , R.P.A. Kraaijeveld
LinkVolledige tekst annotatie (Hekkelman.nl)
UitspraakECLI:NL:CBB:2021:445
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCentrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 14-04-2021
CiteertitelAB 2021/228
SamenvattingOntslag op staande voet wegens gebruik pinpas van werkgever.
Samenvatting (Bron)Weigering ZW-uitkering toe te kennen vernietigd. Appellante was ziek toen zij ontslag op staande voet kreeg. De verzekeringsarts heeft het onwaarschijnlijk, maar niet uitgesloten, geacht dat de gedragingen van appellante (verduistering van een groot geldbedrag om koopverslaving te bekostigen) die de werkgever aanleiding hebben gegeven tot het ontslag op staande voet, voortkomen uit ziekte. Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat van een benadeling als bedoeld in artikel 45, zevende lid, van de ZW in het geval van appellante geen sprake is.
AnnotatorA.C. Hendriks
UitspraakECLI:NL:CRVB:2021:828
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCentrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 01-04-2021
CiteertitelAB 2021/229
SamenvattingGedragslijn volgen inzake doorwerken na de AOW-leeftijd. Vertrouwensbeginsel.
Samenvatting (Bron)Anders dan appellant is de Raad met de rechtbank van oordeel dat artikel 94, eerste lid aanhef en onder h, van het Barp, gelezen in samenhang met het bepaalde in het tweede lid van artikel 94 van het Barp, aan de korpschef de bevoegdheid verleent om een betrokkene ontslag te verlenen wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, niet alleen bij het bereiken van die leeftijd, maar ook op een later moment. Ter zake van het verlenen van eervol ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, van het Barp komt de korpschef een discretionaire bevoegdheid toe. In het kader van deze bevoegdheid is de gedragslijn Doorwerken na AOW-leeftijd? in de loop van 2016 op schrift gesteld en in het najaar van 2017 gepubliceerd. Uit de stukken komt verder naar voren dat bij de implementatie van de gedragslijn in het personeelssysteem is gebleken dat is verzuimd bij 80 medewerkers, waaronder appellant, hen te informeren over de gevolgen van het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd voor het dienstverband en daarover een besluit te nemen. Ten aanzien van deze medewerkers heeft de korpschef alsnog, aan de hand van de criteria in de gedragslijn, een belangenafweging gemaakt om te kijken of van een incidenteel geval als bedoeld in de gedragslijn sprake is. De Raad constateert dat de korpschef gaandeweg een strakkere en een consistentere gedragslijn is gaan hanteren ten aanzien van doorwerken na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Met het verschuiven van de ontslagdatum naar 1 maart 2018 is de korpschef in voldoende mate tegemoetgekomen aan het persoonlijk belang van appellant, die daardoor voldoende tijd had om tijdig zijn pensioen aan te vragen. Het betoog van appellant dat de korpschef een toezegging heeft gedaan waaraan hij het gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen dat hij na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd tot aan zijn 70ste levensjaar mocht blijven werken, wordt niet onderschreven. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
AnnotatorL.J.A. Damen
UitspraakECLI:NL:CRVB:2021:752
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCentrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 01-03-2021
CiteertitelAB 2021/230
SamenvattingIs de Rijksweg een voorrangsweg?
Samenvatting (Bron)Gemeente hoeft niet de zwaarste maatregel op te leggen aan bijstandsontvanger: Als een bijstandsontvanger niet meewerkt aan re-integratie naar betaald werk en een college kan kiezen uit twee verschillende soorten maatregelen, dan mag zij kiezen voor de zwaardere, maar hoeft dat niet.
AnnotatorC.W.C.A. Bruggeman
UitspraakECLI:NL:CRVB:2021:400
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekNationale ombudsman
TitelNationale Ombudsman 16-06-2021, 2021/053
CiteertitelAB 2021/231
SamenvattingDe rechtbank vergoedt alsnog advocaatkosten voor klachtenprocedure bij rechtbank. Uitzonderlijk geval. Op basis van zijn onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over de Rechtbank Amsterdam ongegrond. Redelijkheidsvereiste.
AnnotatorP.J. Stolk
LinkVolledige tekst rapport (nationaleombudsman.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn