Milieu & Recht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Milieu & Recht
Datum 14-10-2021
Aflevering 8
RubriekOpinie
TitelImmobilisaat, een gevaar voor het milieu
CiteertitelM en R 2021/94
SamenvattingImmobilisaat is een bouwstof die bestaat uit verontreinigingen (AVI-bodemassen, sterk verontreinigde grond etc.) die door een bindmiddel en andere additieven worden gebonden waardoor emissies worden beperkt. Toepassing van immobilisaat mag alleen plaatsvinden als het afkomstig is van een onderneming die beschikt over een erkende kwaliteitsverklaring (certificaat) voor het produceren daarvan.
Auteur(s)F. Warendorf
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelOmgevingsdiensten: op afstand, maar niet onafhankelijk: Naar aanleiding van het rapport van de commissie-Van Aartsen
CiteertitelM en R 2021/92
SamenvattingOp 4 maart 2021 heeft de Adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH), onder voorzitterschap van oud-politicus en -bestuurder Jozias van Aartsen, het rapport Om de leefomgeving. Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur over het VTH-stelsel uitgebracht. In deze bijdrage neemt de auteur het rapport van de commissie-Van Aartsen onder de loep, mede in het licht van de voorgeschiedenis en onderzoek dat tot de vorming van het huidige stelsel heeft geleid.
Auteur(s)A.B. Blomberg
LinkVolledige tekst rapport (rijksoverheid.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekUit de praktijk
TitelHet Schone Lucht Akkoord en grenzen aan industriŽle emissies: Verslag van een VMR-webinar op 6 juli 2021
CiteertitelM en R 2021/93
SamenvattingTijdens dit webinar is gesproken over de inhoud, achtergronden en de implementatie van het Schone Lucht Akkoord. Ter discussie stond de vraag in welke mate het gerechtvaardigd is om de emissiegrenswaarden bij bestaande en nieuwe installaties zo scherp mogelijk te stellen teneinde in 2030 50% gezondheidswinst te behalen.
Auteur(s)N. Teesing
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Midden-Nederland 26-03-2021
CiteertitelM en R 2021/94
SamenvattingIntrekking omgevingsvergunning op grond van art. 3 Wet Bibob.
Samenvatting (Bron)Het college van Gedeputeerde Staten van Utrecht (de provincie Utrecht) mag de omgevingsvergunningen voor de biogascentrale in Bunschoten intrekken. Dat heeft de rechtbank Midden-Nederland bepaald. Het gevolg van de intrekking van de vergunning is dat het bedrijf alle activiteiten moet stoppen en dus feitelijk moet sluiten. In 2017 heeft het bedrijf dat al bestaat sinds 1912 en momenteel vooral visafval verwerkt tot gas een aanvraag ingediend voor ingebruikname van een waterzuiveringsinstallatie. Hierop heeft de provincie advies gevraagd aan het Landelijk Bureau Bibob. Uit dat advies bleek dat er een ernstig gevaar bestaat dat de aangevraagde vergunning mede zal worden gebruikt om geld afkomstig van strafbare feiten te investeren, of om strafbare feiten te plegen. Het zou gaan om onder andere belastingontduiking, valsheid in geschrifte, het handelen in strijd met de Meststoffenwet en het dumpen van (gevaarlijk) afval. De provincie heeft zelf ook onderzoek gedaan en uiteindelijk besloten geen vergunning voor de installatie te verlenen. Ook heeft de provincie de huidige omgevingsvergunningen voor de biogascentrale hierom ingetrokken. Eind vorig jaar oordeelde de rechtbank dat de provincie de belangenafweging voor het intrekken en weigeren van die vergunningen onvoldoende heeft gemotiveerd. Dat gebrek is inmiddels hersteld. De rechtbank oordeelt dat de belangenafweging nu goed onderbouwd is en dat de provincie het algemeen maatschappelijk belang zwaarder mag laten wegen dan het bedrijfsbelang. Uit de motivering blijkt dat de provincie oog heeft gehad voor de vergaande consequenties van haar besluit. Immers; intrekken van de vergunningen houdt in dat het bedrijf haar activiteiten moet staken. De provincie heeft dit zorgvuldig afgewogen, inclusief de gevolgen voor de werknemers, afnemers en leveranciers van het bedrijf. Dat er nog steeds onvoldoende vertrouwen is in de leiding van het bedrijf, ondanks een recente wijziging, is een inschatting die de provincie mag maken. Bovendien is het bedrijf in 2017 al door de provincie gewaarschuwd en heeft dus ruim de tijd gehad om orde op zaken te stellen. Al met al komt de rechtbank tot de conclusie dat de provincie nu voldoende heeft gemotiveerd waarom de belangen die zijn gediend met het voorkomen van strafbare feiten zwaarder laat wegen dan het belang van (het voortbestaan van) de biogascentrale. Als gevolg van deze uitspraak zou het bedrijf eigenlijk per direct moeten stoppen met haar activiteiten. Volgens het bedrijf hebben ze maanden, zo niet een jaar, de tijd nodig om de biogasinstallatie stil te leggen. Dat dit enige tijd kost ligt voor de hand, de provincie had eerder al aangegeven het bedrijf hiervoor de tijd te willen geven. De rechtbank geeft aan dat de te geven termijn niet bedoeld is voor het volledig ontmantelen van het bedrijf, maar enkel voor het stopzetten van de activiteiten. De rechtbank acht daarvoor een termijn van zes weken redelijk.
AnnotatorM. Velthuis
UitspraakECLI:NL:RBMNE:2021:1168
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRaad van State 21-04-2021
CiteertitelM en R 2021/95
SamenvattingIn strijd met provinciale omgevingsverordening geen vergunningvoorschrift aan omgevingsvergunning verbonden voor het stellen van financiŽle zekerheid en onzorgvuldige beoordeling of een bedrijfsgebouw een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object is.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 8 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad aan Veghel Win(d)t B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van vier windturbines op de percelen, plaatselijk bekend Edisonweg ongenummerd, Grootdonkweg ongenummerd en de Knokert ongenummerd in Veghel. Zij heeft voor de ontwikkeling van dit zogeheten Windpark Veghel Win(t)d op 7 juni 2019 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteiten bouwen, het afwijken van het bestemmingsplan en het verrichten van een activiteit die van invloed kan zijn op de fysieke leefomgeving als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, c en i van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De percelen zijn gelegen aan de rand van de bedrijventerreinen "De Dubbelen" en "De Amert" in Veghel, ten oosten van de rijksweg A50.
AnnotatorE. Noordover
UitspraakECLI:NL:RVS:2021:857
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Noord-Nederland 28-05-2021
CiteertitelM en R 2021/96
SamenvattingEerder niet bekende emissies behorende bij een vergunde activiteit zijn wel vergund.
Samenvatting (Bron)-
AnnotatorA. Collignon
LinkVolledige tekst annotatie (Stibbe.com)
UitspraakECLI:NL:RBNNE:2021:2067
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Oost-Brabant 25-05-2021
CiteertitelM en R 2021/97
SamenvattingVervolg veehouderijsaga; ontoelaatbaar milieugevolg(?) Ė monitoringsverplichting Ė streefwaarde Ė geurbeheersplan.
Samenvatting (Bron)Deze uitspraak is een vervolg op de tussenuitspraak ECLI:NL:RBOBR:2020:5970. De gemeente heeft de gevolgen van de inrichting voor de omgeving in kaart gebracht. Omdat er een reŽle kans is dat de luchtwasser een hoger rendement zal halen dan is bepaald in de Rgv, is voldoende onderbouwd dat op dit moment geen sprake is van ontoelaatbare milieugevolgen. mocht in de toekomst blijken dat een goed functionerende luchtwasser niet in staat is een hoger rendement dan 45% te behalen, zal de gemeente moeten motiveren waarom hij een geurbelasting van 30 Odourunit op 2 woningen in de directe omgeving niet ontoelaatbaar vindt. De gemeente heeft de bestaande omgevingsvergunning aangevuld met een streefwaarde, een monitoringsverplichting en de verplichting om een geurbeheersplan op te stellen als de streefwaarde niet wordt gehaald. De rechtbank verbetert de voorschriften naar aanleiding van de kritiek van eisers en de vergunninghoudster.
AnnotatorB. Arentz
UitspraakECLI:NL:RBOBR:2021:2454
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelHoge Raad 04-06-2021
CiteertitelM en R 2021/98
SamenvattingSchulden die voortvloeien uit bestuursrechtelijke lasten die aan de curator zijn opgelegd wegens de niet-naleving van milieuwetgeving ten aanzien van een tot de boedel behorende inrichting, zijn aan te merken als boedelschulden.
Samenvatting (Bron)PrejudiciŽle procedure (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Zijn schulden die voortvloeien uit bestuursrechtelijke lasten die aan de curator zijn opgelegd wegens de niet-naleving van milieuwetgeving, aan te merken als boedelschulden, verifieerbare concurrente faillissementsschulden of niet-verifieerbare faillissementsschulden? Rechtspraak ABRvS; curator aangewezen als overtreder in bestuursrechtelijke zin; formele rechtskracht?
AnnotatorF.C.S. Warendorf
UitspraakECLI:NL:HR:2021:833
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Noord-Holland 07-06-2021
CiteertitelM en R 2021/99
SamenvattingDe natuurvergunning voor intern salderen kan ondanks de Logtsebaan-uitspraak overeind blijven. Deze vergunning geeft namelijk overzichtelijk de toegestane emissies en deposities weer en verlaagt bovendien waarschijnlijk de referentiesituatie.
Samenvatting (Bron)zie ook: ECLI:NL:RBNHO:4342 en ECLI:NL:RBNHO:4343 Gedeputeerde Staten mochten vergunningen verlenen voor biomassacentrale Diemen Het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland (GS) mocht aan Vattenfall een omgevingsvergunning en natuurvergunning verlenen voor de bouw en ingebruikname van een biomassacentrale (BMC) in Diemen. Dat blijkt uit een drietal uitspraken van de rechtbank van de rechtbank Noord-Holland. Achtergrond Vattenfall wil binnen de bestaande inrichting op de Overdiemerweg in Diemen een BMC bouwen en in gebruik nemen. Op het perceel staan nu twee gascentrales en een hulpwarmtecentrale. Om de BMC te kunnen bouwen en in gebruik te kunnen nemen heeft Vattenfall een omgevings- en een natuurvergunning aangevraagd. Deze vergunningen zijn op 9 september 2019 en 10 april 2020 door GS verleend. Verschillende partijen, waaronder de CoŲperatie Mobilisation for the Environment en Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten Nederland (eisers) hebben bezwaar tegen de verleende vergunningen en stellen dat GS de vergunningen dit ten onrechte heeft gedaan. Eisers maken zich zorgen om het effect van de BMC op het milieu en de leefomgeving. Zij vrezen onder andere voor een hogere uitstoot van schadelijke stoffen, waaronder stikstof. Oordeel rechtbank Volgens de rechtbank voldoet de BMC aan de daarvoor gestelde eisen en kon GS daarom de vergunningen verlenen. Anders dan de eisers stellen, oordeelt de rechtbank dat de BMC niet kan worden beschouwd als afvalverbrandingsinstallatie. De houtpallets die door de BMC als brandstof worden gebruikt worden niet aangemerkt als afvalstof, omdat het schoon hout betreft dat niet chemisch is behandeld. Een milieueffectenrapportage was daarom niet nodig. Ook oordeelt de rechtbank dat er zal met de komst van de BMC geen sprake zal zijn van een hogere uitstoot van schadelijke stoffen dan wettelijk is toegestaan. Of de BMC in de praktijk zal leiden tot een hogere uitstoot van stikstof dan de huidige centrale, is volgens de rechtbank niet relevant bij de beoordeling. Wel relevant is de vraag of de uitstoot van stikstof door de BMC zal toenemen ten opzichte van de verleende vergunning voor de huidige centrale. Maar dat is volgens de rechtbank niet het geval. Omdat geen sprake is van hogere uitstoot van schadelijke stoffen zoals stikstof en fijnstof, volgt de rechtbank eisers niet in hun stelling dat de komst van de BMC zulke risicos voor de volksgezondheid met zich meebrengt dat het woon- en leefklimaat onaanvaardbaar verslechterd. De eisers stelden dat de CO2-uitstoot door het stoken van hout gevolgen heeft voor onder meer het opwarmen van de aarde. Maar volgens de rechtbank is dit niet relevant voor de vraag of de vergunningen mochten worden verleend, omdat dit niet gaat over specifieke gevolgen op de (directe) omgeving van de BMC. Ook oordeelt de rechtbank dat de politiek-bestuurlijke keuze voor biomassa, de vraag of biomassa een geschikte transitiebrandstof is en de vraag of met de inzet van biomassa de klimaatdoelstellingen gehaald kunnen worden, geen aspecten zijn die door GS bij het verlenen van de vergunning kunnen worden betrokken. De rechtbank kan deze aspecten daarom ook niet meenemen in de beoordeling.
AnnotatorP. Mendelts
LinkVolledige tekst annotatie (rug.nl)
UitspraakECLI:NL:RBNHO:2021:4341
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Den Haag 18-06-2021
CiteertitelM en R 2021/100
SamenvattingNu sprake is van een activiteit met een relatief beperkte stikstofdepositie die Ė naar het zich laat aanzien Ė binnen afzienbare tijd kan worden gelegaliseerd en van een situatie waarin handhavend optreden voor belanghebbende grote gevolgen zou hebben, heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat handhavend optreden in dit geval onevenredig zou zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.
Samenvatting (Bron)vovo tegen afwijzing verzoek om op grond van de Wnb handhavend op te treden tegen de uitbreiding van een veehouderij met een vleesvarkensstal
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2021:6327
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRaad van State 23-06-2021
CiteertitelM en R 2021/101
SamenvattingPlattelandswoning; aanvaardbaar woon- en leefklimaat omdat onder de maximale waarde van de Wet geurhinder en veehouderij wordt gebleven.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 12 mei 2020 heeft de raad van de gemeente Peel en Maas het bestemmingsplan "Plattelandswoning [locatie 1] Beringe" vastgesteld. Het plan voorziet in het (her)bestemmen van een bestaande bedrijfswoning tot plattelandswoning (hierna: de woning) op het perceel [locatie 1] te Beringe (hierna: het perceel). Het huidige bestemmingsplan staat alleen bewoning toe als bedrijfswoning bij het ter plaatse gevestigde agrarisch bedrijf. [appellant] exploiteert een varkenshouderij op hetzelfde adres als de in geding zijnde woning. Hij verzet zich tegen het herbestemmen van de bedrijfswoning. [appellant] vreest voor belemmering in zijn bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden.
AnnotatorB. Arentz
UitspraakECLI:NL:RVS:2021:1340
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRaad van State 07-07-2021
CiteertitelM en R 2021/102
Samenvatting1.200 drains vormen geen onttrekkingsinrichting.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 13 november 2018 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier een verzoek van [appellant sub 1] en anderen om handhaving afgewezen. [appellant sub 1] en anderen zijn bloembollenkwekers in de Koegraspolder bij Julianadorp. Zij hebben op 26 september 2018 verzocht om handhavend optreden wegens het door de gemeente Den Helder zonder watervergunning aanbrengen en gebruiken van 1.200 verticale drains. Deze drains houden verband met de in opdracht van de gemeente in 2018 aangelegde weg Noorderhaaks, die ten noorden van Julianadorp door de Koegraspolder loopt. [appellant sub 1] en anderen stellen dat het zoute water dat door de verticale drains boven komt, schadelijke effecten heeft op de kwaliteit van het oppervlaktewater in de Koegraspolder en dus slecht is voor hun bollenteelt. Bij besluit van 13 november 2018 heeft het college het verzoek afgewezen.
AnnotatorP.E. Lindhout
UitspraakECLI:NL:RVS:2021:1464
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRaad van State 01-09-2021
CiteertitelM en R 2021/103
SamenvattingDe Afdeling overweegt dat de kwestie in deze zaak is of het aanvaardbaar is om in een voortoets of passende beoordeling in het kader van de interne saldering activiteiten mee te nemen in de referentiesituatie die al zijn beŽindigd voor de gehanteerde peildatum.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 2 maart 2020 heeft de raad van de gemeente Heiloo het bestemmingsplan en het exploitatieplan "Zandzoom 2019" vastgesteld. Het gebied Zandzoom ten zuiden van de kern Heiloo is een vrij open en groen ingericht gebied. Het bestaat uit lintbebouwing te midden van weilanden, wat kleinschalige bedrijvigheid en wat clusters van woningen. Het plan transformeert dit tot een nieuwe woonwijk 'Zandzoom' met 1.285 nieuwe woningen. Meerdere appellanten betogen dat het plan onvoldoende garanties biedt voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de vorm van openheid, groen, privacy en uitzicht. Deze betogen hebben betrekking op het globale karakter van het bestemmingsplan, waarbij het plan moet worden uitgewerkt in verkavelingsplannen. Het betreft een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte als bedoeld in artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Meerdere appellanten betogen dat de gevolgen van het plan voor het verkeer onvoldoende zijn onderzocht.
AnnotatorM.M. Kaajan
UitspraakECLI:NL:RVS:2021:1960
Artikel aanvragenVia Praktizijn