Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 24-06-2005
Aflevering 25
RubriekVooraf
TitelPAO voor magistraten
CiteertitelNJB 2005, afl. 25, p. 1281
Auteur(s)G.J.M. Corstens
Pagina1281-1281
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelVijftig jaar College van Beroep voor het bedrijfsleven
CiteertitelNJB 2005, afl. 25, p. 1282
SamenvattingDe rechtspraak van het op 1 juli jubilerend college staat niet in het middelpunt van de juridische belangstelling. Dat komt waarschijnlijk door het ingewikkelde karakter van de zaken die slechts relevant zijn voor een beperkt aantal ondernemingen en burgers. Bestudering van de rechtspraak van het college biedt echter boeiende inzichten in zowel het sociaal-economisch recht als het algemeen bestuursrecht. Alle reden om ter gelegenheid van dit jubileum stil te staan bij de rol van het CBB.
Auteur(s)M.B.W. Biesheuvel , E.J. Daalder
Pagina1282-1288
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelAfschaffing van de actio popularis, geen fuiken meer!?
CiteertitelNJB 2005, afl. 25, p. 1289
SamenvattingOp 1 juli verdwijnt de actio popularis, het beroepsrecht voor 'een ieder', uit het Nederlandse bestuursrecht. De auteur licht toe waarom deze beperking van het beroepsrecht juist zal leiden tot een hoognodige verbetering van de rechtsbescherming. Toch is hij niet helemaal gerust.
Auteur(s)B.J.W. Walraven
Pagina1289-1292
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 15-02-2005, 68416/01
CiteertitelNJB 2005, 357
SamenvattingArt. 6 EVRM. Equality of arms. Milieugroep verspreidt smadelijke pamfletten over McDonald's. McDonald's UK en US starten smaadprocedure tegen twee leden milieugroep. Ontbreken van kosteloze rechtsbijstand in smaadzaken in strijd met equality of arms. Schending. Art. 10 EVRM. Vrijheid van meningsuiting. Grote commerciŽle bedrijven moeten meer kritiek kunnen verdragen. Algemeen economisch belang gediend door bescherming tegen reputatieschade. Geen redelijke balans tussen vrijheid van meningsuiting en bescherming reputatie. Schending.

(Steel en Morris, tegen Verenigd Koninkrijk).
Samenvatting (Bron)Violation of Art. 6-1;Violation of Art. 10;Pecuniary damage - claim dismissed;Non-pecuniary damage - financial award;Costs and expenses partial award - Convention proceedings
Pagina1297-1298
UitspraakECLI:CE:ECHR:2005:0215JUD006841601
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 17-02-2005, 42758/98 en 45558/99
CiteertitelNJB 2005, 358
SamenvattingArt. 7 en 8 EVRM. Legaliteitsbeginsel en privť-leven. Groep geeft zich over aan gewelddadige seksuele activiteiten ('SM'). Strafrechtelijke veroordeling wegens mishandeling. Hof: veroordeling was voorzienbaar. Staat moet weliswaar zeer zwaarwegende argumenten aanvoeren om een inbreuk in het seksuele domein te rechtvaardigen, maar in dit geval was geen sprake van vrijwilligheid van het slachtoffer. Geen schending.
Samenvatting (Bron)No violation of Art. 6-1;No violation of Art. 7;No violation of Art. 8
Pagina1298-1298
UitspraakECLI:CE:ECHR:2005:0217JUD004275898
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHof van Justitie EG, 12-05-2005, C-415/03
CiteertitelNJB 2005, 259
SamenvattingStaatssteun. Verplichting tot terugvordering. Volstrekte onmogelijkheid tot uitvoeren - ontbreken daarvan.

(Commissie van de Europese Gemeenschappen, tegen Helleense Republiek).
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 12 mei 2005. # Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Helleense Republiek. # Staatssteun - Verplichting tot terugvordering - Volstrekte onmogelijkheid tot uitvoering - Ontbreken daarvan. # Zaak C-415/03.
Pagina1298-1299
UitspraakECLI:EU:C:2005:287
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State, 25-05-2005, 200407359/1
CiteertitelNJB 2005, 360
SamenvattingDe doelstelling van de Gewestelijke Land- en Tuinbouworganisatie is zo algemeen geformuleerd dat geen direct verband bestaat tussen de goedkeuring van het peilbesluit en de, bovenindividuele, collectieve belangen die appellante blijkens haar statuten beoogt te behartigen. Door de wijziging van de peilen - die hoofdzakelijk van belang is voor een klein aantal agrariŽrs - wordt appellante, gelet op de omvang van haar werkgebied, niet rechtstreeks in haar belang getroffen.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 3 juli 2003 heeft het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (hierna: het algemeen bestuur) het peilbesluit voor de Polder Baambrugge Oostzijds vastgesteld.
Pagina1299-1300
UitspraakECLI:NL:RVS:2005:AT6162
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRaad van State, 01-06-2005, 200409524/1
CiteertitelNJB 2005, 361
SamenvattingHet Hof van Discipline is geen bestuursorgaan, maar een onafhankelijk bij wet ingesteld orgaan dat met rechtspraak is belast als bedoeld in art. 1:1, tweede lid, onder c, van de Awb. Ook doet zich in dit geval de in art. 1:1, derde lid van de Awb geregelde uitzondering niet voor. De rechtbank was derhalve niet bevoegd van het beroep kennis te nemen.
Samenvatting (Bron)Bij schrijven van 12 juni 2003 heeft de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten in het arrondissement Arnhem (hierna: de Raad van Toezicht) verklaard verzet te doen tegen de inschrijving van appellant als advocaat en procureur bij de rechtbank Arnhem. Het beklag dat appellant daartegen heeft gedaan is bij beslissing van 15 december 2003 door het Hof van Discipline ongegrond verklaard.
Pagina1300-1300
UitspraakECLI:NL:RVS:2005:AT6553
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 27-05-2005, R04/074HR
CiteertitelNJB 2005, 362
SamenvattingRijkswet op het Nederlanderschap; art. 4 (oud). Internationaal privaatrecht; erkenning van in buitenland gedane erkenning van een kind door een Nederlandse gehuwde man: strijd met openbare orde?; oud recht; Wet conflictenrecht afstamming.
Samenvatting (Bron)27 mei 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/074HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoeker], vertegenwoordigd door zijn vader [de vader], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. F.A.M. van Bree, t e g e n DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie), gevestigd te 's-Gravenhage, VERWEERDER in cassatie, advocaten: mrs. J. van Duijvendijk-Brand en M.M. van Asperen. 1. Het geding in feitelijke instantie...
Pagina1300-1301
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AS5109
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 27-05-2005, R04/088HR
CiteertitelNJB 2005, 363
SamenvattingVerzoek ongehuwde vader tot gezamenlijk gezag; niet-ontvankelijkheid op grond van art. 1:252 BW in strijd met art. 6 lid 1 EVRM?; uitleg art. 1:253c lid 1 en art. 1:253e BW.

Samenvatting (Bron)27 mei 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/088HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vader], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. L. van Hoppe, t e g e n [De moeder], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Pagina1301-1302
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AS7054
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 27-05-2005, C04/290HR
CiteertitelNJB 2005, 364
SamenvattingOntvankelijkheid; cassatiedagvaarding waarin als wederpartij is vermeld een vennootschap die door fusie is opgehouden te bestaan.

Samenvatting (Bron)27 mei 2005 Eerste Kamer Nr. C04/290HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. PHILIP MORRIS HOLLAND B.V., gevestigd te Bergen op Zoom, 2. AXA COLONIA VERSICHERUNGS AKTIENGESELLSCHAFT, gevestigd te Keulen, Duitsland, 3. SUN INSURANCE COMPANY OF NEW YORK, gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika, EISERESSEN tot cassatie, advocaat: mr. M.V. Polak, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer. 1. Het verloop van het geding in voorgaande instanties...
Pagina1302-1303
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AT3193
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 24-05-2005, 01900/04 J
CiteertitelNJB 2005, 365
SamenvattingWegens, onder meer, diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, werd de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot drie weken jeugddetentie voorwaardelijk.

Samenvatting (Bron)HR ambtshalve: aangezien de bewezenverklaring voorzover behelzende dat de tractor is weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening niet kan worden afgeleid uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, die inhouden dat de verdachten slechts met de tractor in de parkeergarage van Siemens hebben rondgereden, is s hofs uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
Pagina1303-1303
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AT2470
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 31-05-2005, 02047/04 B
CiteertitelNJB 2005, 366
SamenvattingDe Hoge Raad volgt de advocaat-generaal in diens met enige tegenzin genomen conclusie. Maar vervolgens gaat de Hoge Raad toch in op de aangevoerde middelen.
Samenvatting (Bron)Het verschoningsrecht ex art. 217.3 Sv strekt tot bescherming van het tussen de in dat voorschrift bedoelde partners bestaande "family life" ex art. 8 EVRM. Door dit recht wel aan gehuwde en geregistreerde partners, maar niet aan andere partners toe te kennen, ook niet als die partners, zoals betrokkene en haar partner, duurzaam samenleven, maakt de wet onderscheid tussen de hier bedoelde verschillende vormen van samenleven. Zo al kan worden gesproken van een ongelijke behandeling van gelijke gevallen, bestaat voor die ongelijke behandeling een redelijke en objectieve rechtvaardiging, in aanmerking genomen dat de toekenning van een verschoningsrecht aan gehuwde en geregistreerde partners een uitzondering is op de wettelijke plicht om getuigenis af te leggen en deze het belang van de waarheidsvinding doet wijken voor de belangen van de bedoelde relaties, terwijl met de wettelijke regeling aan de uitzondering een duidelijke en werkbare begrenzing is gegeven, waarmee de rechtszekerheid is gediend.
Pagina1303-1304
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AS2748
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 31-05-2005, 03355/04 B en 03379/04 B
CiteertitelNJB 2005, 367
SamenvattingRechtshulpverzoek, gedaan door Duitsland, strekkende, onder meer, tot in beslagneming van administratieve bescheiden betrekking hebbend op belastingen, waartoe nodig is machtiging van de minister van justitie (art. 552m, lid 3 Sv).
Samenvatting (Bron)Geen wetsbepaling houdt in aan wie de in art. 552m.3 Sv bedoelde machtiging moet worden gegeven. Daarom kan de opvatting dat aan een rechtshulpverzoek uitsluitend gevolg mag worden gegeven indien de machtiging aan de OvJ is verstrekt, niet als juist worden aanvaard.
Pagina1304-1304
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AT4421
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 31-05-2005, 02311/04
CiteertitelNJB 2005, 368
SamenvattingDe rechtbank doet in de zaak van de verdachte op 22 juli 2003 uitspraak. De secretaresse van de raadsman van verdachte informeert op die dag telefonisch bij de griffie van de rechtbank naar de uitslag van de zaak. Zij krijgt te horen dat de zaak is aangehouden, hoewel op die dag wel een einduitspraak is gedaan. Het Hof ziet hierin niet een bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheid die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doet zijn. [...]
Samenvatting (Bron)Ontvankelijkheid verdachte in appŤl. 1. De wet bepaalt in welke gevallen tegen een rechterlijke uitspraak een rechtsmiddel kan worden ingesteld en binnen welke termijn dit kan geschieden; die termijnen zijn van openbare orde. Overschrijding van de appŤltermijn door de verdachte betekent in de regel dat hij niet in het appŤl kan worden ontvangen. Dit gevolg kan daaraan uitsluitend niet worden verbonden, indien sprake is van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn. Daarbij kan bijv. worden gedacht aan vůůr het verstrijken van de beroepstermijn verstrekte informatie waardoor bij de verdachte of diens raadsman de gerechtvaardigde verwachting is gewekt dat de beroepstermijn nog niet is aangevangen dan wel op een later tijdstip aanvangt dan uit de wettelijke regeling voortvloeit (HR NJ 2004, 462). 2. I.c. informeerde de secretaresse van de raadsman op de dag van de uitspraak naar de afloop van de zaak en kreeg van een griffiemedewerker telefonisch de mededeling dat de zaak voor onbepaalde tijd zou zijn aangehouden. Mede tegen de achtergrond van art. 346 en 347 Sv is niet begrijpelijk s hofs oordeel dat de raadsman niet op voormelde mededeling mocht afgaan.
Pagina1304-1304
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AS7570
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 31-05-2005, 01674/04
CiteertitelNJB 2005, 369
SamenvattingDe verdachte doet beroep in cassatie instellen tegen een arrest van het Hof van 21 april 2004 op 16 april 2004. Een tweede akte van cassatie van 22 april 2004 is opgesteld door een ambtenaar ter griffie van het Hof 'vanwege administratieve verwerkingsproblemen'. [...]
Samenvatting (Bron)Ontvankelijkheid cassatieberoep. 1. Met de bewoordingen van art. 427 Sv en art. 432 Sv is niet verenigbaar dat een vůůr de einduitspraak ingesteld cassatieberoep ontvankelijk zou zijn (HR LJN AB3239). Voorzover namens verdachte vůůr de einduitspraak cassatieberoep is ingesteld, kan hij in dat beroep dus niet worden ontvangen. 2. Het in de na de einduitspraak door een griffiemedewerker opgemaakte akte genoemde cassatieberoep is niet ingesteld op de wijze ex art. 450.1.b Sv omdat die akte niet is opgemaakt n.a.v. een alsnog ingekomen bijzondere schriftelijke volmacht van verdachte doch vanwege administratieve verwerkingsproblemen. Verdachte kan niet in het cassatieberoep worden ontvangen.
Pagina1304-1304
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AT3561
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 13-05-2005, 39429
CiteertitelNJB 2005, 370
SamenvattingHof 's-Gravenhage geeft onbegrijpelijk oordeel dat proefspoorbanen geen onroerende zaken zijn.
Samenvatting (Bron)WOZ, tijdelijke proefbanen, brug, heipalen en hekwerk in casu aan te merken als onroerende zaken?
Pagina1305-1305
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AT5475
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 13-05-2005, 39569
CiteertitelNJB 2005, 371
SamenvattingAanslagen onroerendezaakbelastingen rechtsgeldig opgelegd ondanks dat WOZ-beschikking nog niet was bekendgemaakt.
Pagina1305-1305
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 13-05-2005, 40695
CiteertitelNJB 2005, 372
SamenvattingHof motiveerde oordeel dat slechts plaats is voor beperkte vergoeding van in bezwaar en beroep gemaakte proceskosten onvoldoende.

Samenvatting (Bron)Kostenveroordeling. Gemachtigde commissaris van belanghebbende?
Pagina1305-1305
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AT5481
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 13-05-2005, 40724
CiteertitelNJB 2005, 373
SamenvattingHof hoefde kennisgeving van verhindering voor bijwonen van zitting niet aan te merken als verzoek om uitstel.

Samenvatting (Bron)Niet verschijnen op mondelinge behandeling.
Pagina1305-1305
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AT5482
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelCentrale Raad van Beroep, 19-04-2005, 02/5831 AOW + 02/5832 AOW
CiteertitelNJB 2005, 374
SamenvattingBevoegde rechtbank. Verwijzing. Tussenuitspraak. Tussenbeslissing. Het stelsel van hoofdstuk 8 van de Awb voorziet - uitdrukkelijk - niet in de mogelijkheid zogenoemde tussenbeslissingen neer te leggen in een aan de uitspraak, bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Awb, voorafgaande afzonderlijke tussenuitspraak van de rechtbank.
Samenvatting (Bron)Herziening AOW-pensioen naar de norm voor een gehuwde op de grond dat zij een gezamenlijke huishouding voeren. Is de juiste herzieningsdatum gehanteerd? Heeft de bevoegde rechtbank uitspraak gedaan?
Pagina1306-1306
UitspraakECLI:NL:CRVB:2005:AT5072
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven, 19-04-2005, AWB 04/300
CiteertitelNJB 2005, 375
SamenvattingVerenigbaarheid beschikking 2003/199/EG met Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn. PrejudiciŽle vragen.
Samenvatting (Bron)In een procedure naar aanleiding van de toelating van bestrijdingsmiddelen op basis van de werkzame stof aldicarb voor specifieke toepassingen (ook: 'essential uses') heeft het College het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen een prejudiciŽle vraag gesteld over de verenigbaarheid van beschikking 2003/199/EG met de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn. Beschikking 2003/199/EG vormt de basis van dit besluit van het Ctb. Met deze beschikking heeft de Raad besloten dat aldicarb niet als werkzame stof op bijlage I bij de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn wordt opgenomen. De voorhanden zijnde informatie volstond namelijk niet om vast te kunnen stellen of mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die de werkzame stof aldicarb bevatten voldoen aan de in artikel 5 van de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn genoemde eisen. Indien is besloten een werkzame stof al dan niet op bijlage I van de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn te plaatsen kunnen slecht gewasbeschermingsmiddelen die actieve stoffen bevatten die op deze lijst zijn vermeld door de lidstaten worden toegelaten. Op grond van artikel 8 van de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn moeten lidstaten dan ook toelatingen van dergelijke gewasbeschermingsmiddelen intrekken indien is besloten een werkzame stof niet op bijlage I van de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn te plaatsen. De Raad heeft echter in beschikking 2003/199/EG bepaald dat lidstaten bevoegd zijn voor specifieke toepassingen toelatingen voor aldicarb bevattende gewasbeschermingsmiddelen te verstrekken. Op deze manier voorziet de beschikking in voorwaarden voor toelating die afwijken van de voorwaarden die zijn voorzien in de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn. De systematiek van de richtlijn brengt niet met zich dat enerzijds wordt besloten om een werkzame stof niet in de bijlage op te nemen en anderzijds wordt bepaald dat middelen die de werkzame stof bevatten door de lidstaten kunnen worden toegelaten. Aangezien het College van oordeel is dat de mogelijkheid van 'specifieke toepassingen' ongeldig is vanwege het ontbreken van een rechtsgrondslag in de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn, doch het College niet bevoegd is een handeling van een Gemeenschapsinstelling ongeldig te verklaren, wordt deze vraag aan het Hof van Justitie voorgelegd. Het College ziet aanleiding om het Hof te verzoeken om op de prejudiciŽle beslissing een versnelde procedure toe te passen. De geldigheid van het bestreden besluit is immers afhankelijk van de geldigheid van de beschikking. Omdat voorts op communautair niveau niet is gebleken dat gewasbeschermingsmiddelen die aldicarb bevatten geen onaanvaardbare uitwerking hebben op planten en plantaardige producten, geen onaanvaardbare nadelige uitwerking hebben op het milieu in het algemeen en in het bijzonder geen schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid van mens of dier of voor het grondwater, en het (communautaire) Permanent Comitť voor de Voedselketen negatief heeft geadviseerd over de bepaling ten aanzien van 'essential uses', en omdat in Nederland jaarlijks ongeveer 20.000 kilogram aldicarb wordt verhandeld, heeft het College het Hof verzocht de zaak met buitengewone spoed te behandelen zodat de risico's voor mens, dieren, planten en milieu zoveel mogelijk beperkt kunnen blijven. Het Hof is niet verplicht dit verzoek te honoreren.
Pagina1306-1307
UitspraakECLI:NL:CBB:2005:AT4368
Artikel aanvragenVia Praktizijn