Milieu & Recht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Milieu & Recht
Datum 26-07-2022
Aflevering 4
RubriekOpinie
TitelVooruitlopen op de Omgevingswet: een tipje van de sluier
CiteertitelM en R 2022/42
SamenvattingNu de Tweede Kamer heeft ingestemd met inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023, helpt het de praktijk als de rechter alvast een tipje van de sluier zou kunnen oplichten hoe onder die wet veel voorkomende vragen gaan worden beantwoord. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft eerder iets dergelijks gedaan bij de inwerkingtreding van de Wabo over de onderdelentrechter (ECLI:NL:RVS:2011:BP7155) en belanghebbenden bij een omgevingsvergunning (ECLI:NL:RVS:2011:BQ1081). Tot mijn genoegen licht staatsraad A-G Nijmeijer een tipje van de Omgevingswet-sluier op in zijn eerste conclusie (ECLI:NL:RVS:2022:1109).
Auteur(s)J. van den Broek
UitspraakECLI:NL:RVS:2011:BP7155
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelDe kwadratuur van de cirkel: Over het opruimen van gedumpt drugsafval
CiteertitelM en R 2022/43
SamenvattingOp dit moment bestaat er geen algemene regeling van de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor het opruimen van gedumpt of geloosd drugsafval. In deze bijdrage gaat de auteur in op de vraag of een dergelijke regeling toegevoegde waarde kan hebben of Łberhaupt wenselijk is.
Auteur(s)H.E. Woldendorp
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekUit de praktijk
TitelDragen rechten voor de natuur bij aan een betere bescherming van de natuur? Verslag van een VMR-webinar op 1 maart 2022
CiteertitelM en R 2022/44
SamenvattingShould Trees Have Standing? Zo luidde de titel van het artikel waarmee Christopher Stone in 1972 het idee van Rechten voor de Natuur in de westerse wereld introduceerde. Vijftig jaar later is deze vraag actueler en relevanter dan ooit, want sindsdien is de gezondheid van de aarde er beslist niet op vooruitgegaan. Omdat de mens hiervan de belangrijkste oorzaak is, vormt de verhouding van onze rechtssystemen ten opzichte van de natuur een belangrijk discussiepunt. Het idee van Rechten voor de Natuur stelt dat de mens rechten moet toekennen aan de natuur, zodat onze antropocentrische rechtssystemen ecocentrischer worden en de natuur, of elementen daarvan, niet meer zomaar als stom object behandeld kunnen worden. Dit idee vindt wereldwijd steeds meer gehoor en was daarom op 1 maart 2022 het onderwerp in het webinar van de Vereniging voor Milieurecht. Tijdens het webinar spraken drie deskundigen op het gebied van Rechten voor de Natuur over de vraag: dragen Rechten voor de Natuur bij aan een betere bescherming van de natuur?
AnnotatorR. Claerhoudt
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Noord-Nederland 17-11-2021
CiteertitelM en R 2022/46
SamenvattingCiviele vordering om exoot (Japanse duizendknoop) te verwijderen, afgewezen.
Samenvatting (Bron)Japanse duizendknoop. Vordering afgewezen tot veroordeling van de gemeente om op duurzame en verantwoorde wijze de Japanse duizendknoop te verwijderen en verwijderd houden van het perceel van de gemeente binnen tien meter van het perceel van eiser.
AnnotatorB. Arentz
UitspraakECLI:NL:RBNNE:2021:5070
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRaad van State 15-12-2021
CiteertitelM en R 2022/47
SamenvattingMobiele machines die niet voor vervoer worden gebruikt vallen niet onder het bereik van Richtlijn 2009/28/EG. Nationale kop. Geen strijd met Unierechtelijke regels.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 26 november 2019 heeft het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit een verzoek van Catom om haar jaarverplichting als bedoeld in titel 9.7 van de Wet milieubeheer voor het kalenderjaar 2018 gewijzigd vast te stellen, afgewezen. Catom is groothandelaar in minerale oliŽn. Zij is actief op het gebied van handel, distributie en verkoop van brandstoffen. Volgens Catom wordt een zeer groot deel van de door haar geleverde brandstoffen geleverd voor verbruik in mobiele machines, landbouwtrekkers en bosbouwmachines. Catom is van mening dat leveringen anders dan voor vervoer niet onder de jaarverplichting vallen. En als dit wel zo is, is er volgens haar sprake van strijd met het Unierecht. Bovendien is Catom van mening dat de terugwerkende kracht die aan de wetswijziging van 1 juli 2018 is gegeven, tot 1 januari 2018, onrechtmatig is.
AnnotatorF.C.S. Warendorf
UitspraakECLI:NL:RVS:2021:2842
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelHvJ EU 16-12-2021, C-575/20
CiteertitelM en R 2022/48
SamenvattingWanneer valt een installatie voor het verbranden van brandstoffen onder het ETS? De aggregatieregel uitgelegd.
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Tiende kamer) van 16 december 2021.#Apollo Tyres (Hungary) Kft. tegen Innovacioert es Technologiaert Felelos Miniszter.#Verzoek van de Fovarosi Torvenyszek om een prejudiciele beslissing.#Prejudiciele verwijzing - Luchtverontreiniging - Systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten - Richtlijn 2003/87/EG - Installaties voor het verbranden van brandstoffen - Bijlage I - Totaal nominaal thermisch ingangsvermogen - Berekeningswijze - Aggregatieregel.#Zaak C-575/20.
AnnotatorI.F. Kieft
UitspraakECLI:EU:C:2021:1024
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Midden-Nederland 16-02-2022
CiteertitelM en R 2022/49
SamenvattingLandelijke vrijstelling doden vossen is onverbindend wegens ontbreken goede wettelijke grondslag Ė noodzaak ontheffing en afwezigheid van alternatieven zijn onvoldoende onderbouwd.
Samenvatting (Bron)Wet natuurbescherming, ontheffing voor nachtelijk afschot van vossen. De rechtbank verklaart de Regeling natuurbescherming onverbindend, voor zover daarin een algemene vrijstelling voor het doden van vossen is opgenomen. Een bepaling in een ministeriŽle regeling moet uitdrukkelijk berusten op een wet of een algemene maatregel van bestuur en die ontbreekt. Verder is ontoereikend gemotiveerd dat ontheffingverlening nodig is om schade aan Freilandbedrijven en weidevogels te voorkomen. Vernietiging van de beslissing op bezwaar en schorsing van de ontheffing in afwachting van een nieuw besluit.
AnnotatorP. Mendelts
LinkVolledige tekst annotatie (RuG.nl)
UitspraakECLI:NL:RBMNE:2022:552
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRaad van State 23-02-2022
CiteertitelM en R 2022/50
SamenvattingToetsingskader omgevingsvergunning voor milieu. Afdeling gaat om en geeft richting: alleen algemeen wetenschappelijk aanvaarde inzichten kunnen meewegen. Voorzorgsbeginsel niet van toepassing bij artikel 2.14 lid 3 Wabo, maar wel bij een besluit over een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (artikel 2.1 lid 1 onder i Wabo) of een planologisch besluit (artikel 3.1 Wro of artikel 2.1 lid 1 onder c jo. artikel 2.12 lid 1 Wabo).
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 4 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het uitbreiden van de bestaande melkgeitenhouderij op het perceel [locatie] in Abcoude. [appellante] exploiteert op het perceel een geitenhouderij met 1000 melkgeiten. [appellante] heeft op 10 juli 2018 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het uitbreiden van het aantal melkgeiten naar 2100 binnen de bestaande gebouwen. Bij het besluit van 4 juni 2019 heeft het college de aanvraag uit voorzorg geweigerd vanwege aanblijvende onduidelijkheid over de oorzaak van mogelijke gezondheidsrisicos van geitenhouderijen voor hun directe omgeving. Daarbij heeft het college verwezen naar de afweging van provinciale staten van Utrecht over de geitenstop.
AnnotatorA. Collignon
UitspraakECLI:NL:RVS:2022:556
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Zeeland-West-Brabant 25-02-2022
CiteertitelM en R 2022/51
SamenvattingBBT-conclusies intensieve pluimvee- en varkenshouderij (nrs. 12 en 28); geurbeheersplan mag (toch) en geurrendementsmeting hoeft niet.
Samenvatting (Bron)WABOM
AnnotatorB. Arentz
UitspraakECLI:NL:RBZWB:2022:968
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRaad van State 23-03-2022
CiteertitelM en R 2022/52
SamenvattingHandhaving. Bevoegd gezag mocht handhaven bij concreet zicht op legalisering.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 17 april 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [bedrijf] een last onder dwangsom opgelegd van 1.500,00 per constatering per vracht(wagen), tot een maximum van 150.000,00, dat voorschrift 1.1.1 van de omgevingsvergunning voor milieu van 10 februari 2014, in samenhang gelezen met artikel 2.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, in de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020 niet wordt nageleefd. Het college heeft geconstateerd dat [bedrijf] zowel in 2018 als in 2019 een hoeveelheid van meer dan 36.500 ton dierlijke mest op het perceel heeft ingenomen en verwerkt. Volgens het college is dit in strijd met voorschrift 1.1.1 van de veranderingsvergunning uit 2014. In het besluit van 17 april 2020 heeft het college een last onder dwangsom opgelegd ter voorkoming van een herhaling van de overtreding.
AnnotatorV.M.Y. van 't Lam , A.M. Schmidt
UitspraakECLI:NL:RVS:2022:800
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRaad van State 06-04-2022
CiteertitelM en R 2022/53
SamenvattingOntheffing voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de bunzing, hermelijn en wezel Ė gezien de leefwijze van deze dieren behoeft de mitigatie niet volledig te zijn gerealiseerd voordat de ingreep plaatsvindt Ė alternatieventoetsing.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 13 augustus 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant voor de uitvoering van het project Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (hierna: de GOL) een ontheffing verleend voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de bunzing, hermelijn en wezel. De ontheffing is geweigerd voor het opzettelijk doden en vangen van deze soorten. De GOL voorziet in een integrale gebiedsontwikkeling aan beide zijden van de A59 vanaf Waalwijk tot aan s-Hertogenbosch. De GOL is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving en het verbeteren van de veiligheid en bereikbaarheid van bestaande en nieuwe woon-, werk- en recreatiegebieden rondom de A59. Ook de barriŤrewerking van de A59 voor natuur en waterberging wordt aangepakt.
AnnotatorP. Mendelts
LinkVolledige tekst annotatie (RuG.nl)
UitspraakECLI:NL:RVS:2022:1006
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRaad van State 13-04-2022
CiteertitelM en R 2022/54
SamenvattingLozingen: BBT-toets onvoldoende, ook een toets nodig op de waterkwaliteitsgevolgen.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 3 april 2018 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Limburg aan RMS Venlo B.V. (hierna: RMS) een vergunning op grond van de Waterwet verleend voor het lozen van afvalwater in het oppervlaktewaterlichaam de Gekkengraaf. RMS is voornemens om aan de Horsterweg (ongenummerd) te Grubbenvorst een bioraffinage-installatie te realiseren. In de inrichting wordt mest afkomstig van veehouderijen samen met een aantal andere organische materialen (bermgras en vaste mest) vergist en verwerkt tot duurzame energie (groen gas/CO2), organische meststoffen en schoon water. RMS heeft op 23 december 2016 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het oprichten en in werking hebben van de bioraffinage-installatie.
AnnotatorJ.J.H. van Kempen
UitspraakECLI:NL:RVS:2022:1067
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Noord-Holland 22-04-2022
CiteertitelM en R 2022/55
SamenvattingSnelheidsmaatregel stikstofregistratiesysteem in strijd met art. 6 lid 3 Habitatrichtlijn.
Samenvatting (Bron)Stikstofregistratiesysteem (ssrs). Vergunning voor woningbouwproject op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming. Bronmaatregel snelheidsverlaging op snelwegen naar 100 km/u in Regeling natuurbescherming. De snelheidsmaatregel is als generieke bronmaatregel voor het gehele land in de Rnb opgenomen. De stikstofdepositieruimte die de snelheidsverlaging in grote delen van het land genereert, wordt op basis van de Rnb in zijn totaliteit ingezet ten behoeve van woningbouw- en tracťprojecten door het hele land. De locatie van de vrijgekomen stikstofdepositieruimte heeft geen relatie met de locatie van het project ten behoeve waarvan de vrijgekomen ruimte wordt ingezet. Dit brengt met zich mee dat de maatregel tot verlaging van de maximumsnelheid op rijkssnelwegen naar 100 km/uur als zodanig en ook overige (nog in te voeren) bronmaatregelen die op vergelijkbare generieke wijze in de Rnb worden opgenomen op zichzelf aan de eisen van artikel 6, derde lid, van de Habitat Richtlijn moeten voldoen. Op grond van dat artikel is vereist dat de zekerheid is verkregen dat een plan of project, zoals de snelheidsverlaging, de natuurlijke kenmerken van N2000-gebieden niet zal aantasten. Het is daarom ook niet toegestaan bronmaatregelen die zelf niet voldoen aan de Habitat Richtlijn binnen het ssrs in te zetten. Artikel 2.4, eerste lid en onder a, Rnb, waarin de snelheidsverlaging tot 100 km/uur als bronmaatregel is opgenomen, is in strijd met artikel 6, derde lid, van de Habitat Richtlijn. Uit rapporten blijkt immers dat niet is uitgesloten dat door de snelheidsmaatregel de natuurlijke kenmerken van N2000-gebieden worden aangetast. De depositieruimte die door de snelheidsverlaging wordt gecreŽerd is dan ook ten onrechte in het ssrs opgenomen. Dit betekent dat verweerder reeds hierom de depositieruimte die door de snelheidsverlaging is gecreŽerd niet heeft mogen inzetten ter vermindering van het door het project veroorzaakte stikstofdepositie en reeds daarom niet heeft kunnen concluderen dat de zekerheid bestaat dat het woningbouwproject de natuurlijke kenmerken van het N2000-gebied NHDR niet zal aantasten. Dat is gelet op artikel 2.8, derde lid, Wnb wel vereist om vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, Wnb te kunnen verlenen.
AnnotatorM.M. Kaajan
UitspraakECLI:NL:RBNHO:2022:3375
Artikel aanvragenVia Praktizijn