AB Rechtspraak Bestuursrecht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift AB Rechtspraak Bestuursrecht
Datum 08-11-2022
Aflevering 41
RubriekAfdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 31-08-2022
CiteertitelAB 2022/322
SamenvattingAfdeling past toekomstige regelgeving toe op appellante.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 24 september 2019 heeft de minister voor Medische Zorg de aanvraag van [appellante] om als apotheker in het zogenoemde BlG-register te worden geregistreerd afgewezen. [appellante] heeft in Duitsland op 2 augustus 2013 haar universitair diploma "Pharmazeutische PrŁfung" behaald en zij mag sindsdien de titel "Apothekerin" voeren. Vanaf 2 augustus 2013 tot en met 31 oktober 2016 heeft [appellante] in Duitsland als "Apothekerin" gewerkt. Gedurende deze periode stond zij ingeschreven in de regionale registers, de Apothekerkammer van Hesse en de Apothekerkammer van Westfalen-Lippe. Sinds 1 november 2016 is [appellante] als "pharmacist" werkzaam bij de Nederlandse postorder-apotheek DocMorris N.V. [appellante] heeft op 14 juni 2019 een aanvraag bij de minister ingediend om haar in Duitsland behaalde diploma te erkennen en als apotheker in het BIG-register te worden geregistreerd.
AnnotatorA.C. Hendriks
UitspraakECLI:NL:RVS:2022:2526
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAfdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 20-07-2022
CiteertitelAB 2022/323
SamenvattingTussen de ontwikkelingen die een plan mogelijk maakt moet een zodanige ruimtelijke samenhang bestaan dat sprake is van ťťn ruimtelijke ontwikkeling om te kunnen spreken van interne saldering.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 21 april 2020 heeft de raad van de gemeente Steenwijkerland het bestemmingsplan "Giethoorn Loswal Kerkweg" vastgesteld.
AnnotatorR.H.W. Frins
UitspraakECLI:NL:RVS:2022:2073
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAfdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 13-07-2022
CiteertitelAB 2022/324
SamenvattingBij beoordeling belanghebbenheid concurrent is niet relevant of hij zelf in strijd met wet- en regelgeving concurrerende bedrijfsactiviteiten ontplooit.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 1 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere de verzoeken van [appellanten] om handhavend op te treden tegen het in strijd met de ter plaatse geldende bestemmingsplannen recreatief verhuren van vier woningen in Veere, afgewezen. [appellanten] hebben bij het college vier verzoeken ingediend om handhavend op te treden tegen het in strijd met de ter plaatse geldende bestemmingsplannen recreatief verhuren van de woningen aan de [locatie 1], [locatie 2], [locatie 3] en [locatie 4] te Veere. Zij stellen dat zij hun belang bij de verzoeken ontlenen aan een concurrentiebelang, omdat zij zelf woningen verhuren voor recreatief nachtverblijf aan de [locatie 5] en aan de [locatie 6] in Westkapelle. Het college heeft bij besluit van 1 oktober 2019 de verzoeken van [appellanten] om handhavend op te treden afgewezen, omdat zij volgens het college niet kunnen worden aangemerkt als belanghebbenden bij de verzoeken.
AnnotatorJ. Wieland
LinkVolledige tekst annotatie (Stijladvocaten.nl)
UitspraakECLI:NL:RVS:2022:1979
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAfdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
TitelRaad van State 09-03-2022
CiteertitelAB 2022/325
SamenvattingOp schade als gevolg van een controle op naleving aangifteplicht liquide middelen door Belastingdienst/Douane is de verzoekschriftprocedure van Titel 8.4 Awb niet van toepassing.
Samenvatting (Bron)Bij uitspraak van 28 april 2020 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep van [appellante] tegen de afhandeling van een klacht. Ook heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van [appellante]. [appellante] stelt recht te hebben op een schadevergoeding van de Belastingdienst/Douane. Zij stelt dat de Belastingdienst/Douane ten onrechte 2.750,- aan contact geld in beslag heeft genomen, waardoor zij materiŽle en immateriŽle schade heeft geleden. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft verklaard om kennis te nemen van het verzoek om de Belastingdienst/Douane te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding.
AnnotatorS.A.L. van de Sande
UitspraakECLI:NL:RVS:2022:682
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCentrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 26-08-2022
CiteertitelAB 2022/326
SamenvattingNevenbetrekkingen gerechtsauditeurs.
Samenvatting (Bron)Nevenbetrekking gerechtsauditeur CRvB. 1) De bestuursbeslissing van 16 maart 2021 is een (wetsinterpreterende) beleidsregel. Bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. 2) Toestemming voor het vervullen van nevenbetrekkingen is ten onrechte ingetrokken. Het beleid van de Raad in de bestuursbeslissing van 16 maart 2021 is onevenredig in verhouding tot de ermee te dienen doelen. Het beleid is bovendien inhoudelijk niet zorgvuldig tot stand gekomen. Het beleid is ten eerste niet geschikt om het publieke vertrouwen in de rechtspraak van de CRvB te handhaven. Bovendien is onvoldoende gemotiveerd dat juist dit beleid noodzakelijk is en dat niet met een minder vergaande regeling kon worden volstaan. Dit laatste klemt vooral omdat het beleid een verdergaande beperking betekent van het recht op vrije arbeidskeuze van gerechtsauditeurs en omdat daarmee wordt teruggekomen van de eerder verleende toestemming een nevenbetrekking bij een bezwaaradviescommissie te mogen vervullen.
AnnotatorR. Stijnen
UitspraakECLI:NL:CRVB:2022:1859
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekCentrale Raad van Beroep
TitelCentrale Raad van Beroep 04-08-2022
CiteertitelAB 2022/327
SamenvattingOnverkorte toepassing van het beleid onevenredig ten opzichte van de daarmee te dienen rechtszekerheid voor het bestuursorgaan.
Samenvatting (Bron)Kinderbijslag ten onrechte geweigerd. Schending hoorplicht. In het voorliggende geval heeft de Svb zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een bijzonder geval in de zin van het beleid. Gelet op het feit dat appellante de vaststelling van haar vreemdelingenrechtelijke positie tot in hoogste instantie heeft aangevochten en gelet op het feit dat er een opeenstapeling van overheidsbesluiten is geweest waarbij achteraf bezien foute inschattingen zijn gemaakt, ten nadele van kwetsbare mensen, komt de Raad tot de slotsom dat sprake is van zodanig bijzondere omstandigheden dat die de Svb aanleiding hadden moeten geven met toepassing van artikel 4:84 van de Awb af te wijken van zijn beleid. Het gevolg van onverkorte toepassing van het beleid is onder deze omstandigheden onevenredig ten opzichte van het hiermee te dienen doel, te weten rechtszekerheid voor het bestuursorgaan. Het feit dat de Svb geen verwijt treft, doet voor de toepassing van artikel 4:84 van de Awb niet ter zake.
AnnotatorL.J.A. Damen
UitspraakECLI:NL:CRVB:2022:1814
Artikel aanvragenVia Praktizijn