Delikt en Delinkwent

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Delikt en Delinkwent
Datum 16-05-2023
Aflevering 4
RubriekEditorial
TitelVan Provo tot Extinction Rebellion: bevelen tot handhaving van de rechtsorde; OvJ, burgemeester, of toch ook de rechter?
CiteertitelDD 2023/19
SamenvattingHet debat over bevoegdheden tot handhaving van de rechtsorde is van alle tijden, ook de onze. In de eerste jaargang van dit tijdschrift wijdde aan het rapport van de ‘Commissie Justitieel optreden tegen in groter verband gepleegde strafbare feiten’ (naar de geest der tijd ook als ‘kommissie’ geschreven), onder leiding van A. Mulder uit 1971 naar aanleiding van de Provo-rellen.
Auteur(s)P.A.M. Mevis
LinkVolledige tekst artikel (EUR.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikel
TitelDiscriminatie als oogmerk: Een duiding van het bestanddeel oogmerk in de zoektocht naar een criterium voor discriminatiemotieven
CiteertitelDD 2023/20
SamenvattingMet het initiatiefwetsvoorstel van Ellemeet en Segers wordt beoogd discriminatie als algemene strafmaximumverhogende omstandigheid in het Wetboek van Strafrecht op te nemen. Daarmee moeten hate crimes zwaarder bestraft kunnen worden. Zij stellen voor om strafbare feiten waarbij discriminatie als motief heeft gespeeld in de wet aan te duiden met het ‘discriminatoir oogmerk’. Deze bijdrage is gericht op de vraag in hoeverre voor de betekenis van het discriminatoir oogmerk aansluiting kan worden gezocht bij het bestanddeel ‘met het oogmerk’ zoals dat thans elders door de wetgever is gehanteerd.
Auteur(s)S.V. Hellemons
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoekbespreking
TitelBoekbespreking van: R.A. Hoving, Verwerking van strafrechtelijke gegevens door het openbaar ministerie, Den Haag: Boom juridisch 2022
CiteertitelDD 2023/21
SamenvattingHet grensgebied tussen strafrecht en gegevensbescherming kan zich niet in grote populariteit verheugen. En zeker niet van de kant van de strafrechtjuristen. Alleen al daarom is het verheugend dat er in 2022 een monografie is verschenen over dit onderwerp, geschreven door een strafrechtjurist. Maar niet alleen daarom. Want het is ook een heel goed boek. De auteur is universitair docent straf- en strafprocesrecht bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen en senior wetenschappelijk medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van het Openbaar Ministerie. Dat is een ideale combinatie van functies met het oog op het schrijven van een boek over dit onderwerp. Want het onderwerp behoeft naar mijn stellige overtuiging meer aandacht van de strafrechtelijke wereld, ook op wetenschappelijk niveau. In deze boekbespreking hoop ik duidelijk te maken waarom.
Auteur(s)W.L. Borst
LinkVolledige tekst boek (RuG.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRubrieken
TitelAdvocatuur
CiteertitelDD 2023/22
SamenvattingMet onder meer aandacht voor de geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht.
Auteur(s)R. Baumgardt , T. Felix , T. Kelder
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRubrieken
TitelBestuursstrafrecht
CiteertitelDD 2023/23
SamenvattingMet onder meer aandacht voor de algemene ontwikkelingen in het bestuursstrafrecht.
Auteur(s)A.R. Hartmann , B. van der Vorm
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad 13-11-2018
CiteertitelDD 2023/24
Samenvatting Van slachtoffer naar dader in mensenhandelzaken.
Samenvatting (Bron)Medeplegen mensenhandel (meermalen gepleegd), art. 237f Sr en medeplegen gewoontewitwassen, art. 420bis jo. 420ter Sr. Non-prosecution/non-punishment beginsel t.a.v. slachtoffers van mensenhandel, art. 8 EU-Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM wegens strafvervolging in strijd met in Richtlijn neergelegd beginsel, nu verdachte als slachtoffer van mensenhandel door haar ex-vriend zou zijn gedwongen tot plegen feiten. 1. Rechtstreeks beroep op Richtlijn mogelijk? 2. Instellen vervolging in strijd met Aanwijzing mensenhandel? 3. Strafmotivering. Hof was o.g.v. 'non-prosecution/non-punishment beginsel gehouden toepassing te geven aan art. 9a Sr. 4. Omstandigheden van het geval bieden grond voor toepassing art. 9a Sr. 5. Verzoek tot stellen prejudiciële vragen. Ad 1. Hof heeft i.h.k.v. ontvankelijkheid OM in vervolging van verdachte o.m. geoordeeld dat Nederlandse nationale wetgeving met het in het WvSv neergelegde opportuniteitsbeginsel voldoet aan het vereiste in art. 8 Richtlijn, voortvloeiend uit non-prosecution/non-punishment beginsel, en dat dit beginsel tevens is opgenomen in Aanwijzing. Naar het oordeel van het Hof is daarmee Richtlijn tijdig en juist in nationale wetgeving omgezet, zodat verdachte geen rechtstreeks beroep op Richtlijn toekomt. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Ad 2. Hof heeft geoordeeld dat OM in redelijkheid het standpunt heeft kunnen innemen dat het niet evident is dat verdachte is gedwongen of bewogen tot het plegen van de aan haar tlgd. feiten, en dat OM ontvankelijk is in de vervolging nu met het instellen van de vervolging tegen verdachte niet in strijd met Aanwijzing is gehandeld. Mede gelet op inhoud Aanwijzing geeft dat oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk. Ad 3. Ingevolge art. 26 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel dient te worden voorzien in mogelijkheid dat geen straf wordt opgelegd aan slachtoffers van mensenhandel voor betrokkenheid bij onrechtmatige handelingen indien zij hiertoe gedwongen werden, terwijl art. 8 Richtlijn voorschrijft dat maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat bevoegde nationale autoriteiten gerechtigd zijn slachtoffers van mensenhandel niet te vervolgen of te bestraffen wegens gedwongen betrokkenheid bij criminele activiteiten die rechtstreeks gevolg is van jegens hen gepleegde handelingen. Daargelaten dat Nederlands strafrecht in art. 9a Sr een voorziening kent die aan deze tot de wetgever gerichte bepalingen tegemoet komt, kan aan art. 26 Verdrag en art. 8 Richtlijn niet worden ontleend dat rechter in een geval waarop die bepalingen zien, verplicht is tot daadwerkelijke toepassing van art. 9a Sr, terwijl ook overigens geen rechtsregel, waaronder begrepen die in Aanwijzing, tot die toepassing verplichtte (vgl. ECLI:NL:HR:2011:BP9394). Ad 4. Klacht gericht tegen s Hofs oordeel dat de omstandigheden van het onderhavige geval geen grond bieden voor toepassing van art. 9a Sr, faalt nu s Hofs oordeel niet onbegrijpelijk is gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat Hof niet aannemelijk heeft geacht dat verdachte door de situatie waarin zij zich bevond is gedwongen of bewogen tot de uitbuiting van een of meer van de in de bewezenverklaring genoemde slachtoffers, in welk verband Hof heeft geoordeeld dat verdachte bewezenverklaarde feiten vrijwillig heeft begaan. Ad 5. Hof heeft bij afwijzing van verzoek tot stellen prejudiciële vragen aan het HvJEU kennelijk geoordeeld dat geen grond voor twijfel bestaat over uitleg van recht van EU v.zv. relevant voor beoordeling en beslissing van onderhavige zaak. Dat oordeel is juist. HR ziet zelf evenmin aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen van uitleg aan HvJEU. Volgt verwerping.
AnnotatorM.A. Loenen , L. Medema-Baroud
UitspraakECLI:NL:HR:2018:2011
Artikel aanvragenVia Praktizijn