Milieu & Recht

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Milieu & Recht
Datum 21-07-2023
Aflevering 6
RubriekOpinie
TitelLandschapsgrond voor natuur(herstel): geen landbouwakkoord nodig
CiteertitelM en R 2023/63
SamenvattingOp het moment van afronden van deze opinie – 15 juni 2023 – hangen de onderhandelingen om tot een landbouwakkoord te komen ‘aan een zijden draad’ (https://www.destentor.nl/video/productie/landbouwakkoord-aan-zijden-draad-kabinet-moet-bewegen-382251). Onder meer omdat een delegatie van de agrariërs (vooralsnog) niet instemt met het van overheidswege aanwijzen van zogenoemde ‘landschapsgrond’ .
Auteur(s)T. Nijmeijer
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelInsolventierecht is failliet bij milieuschade
CiteertitelM en R 2023/64
SamenvattingSchade door milieuverontreiniging is voor de omgeving zeer ingrijpend. Het duurt vaak lang voordat kan worden vastgesteld wat de schade exact is, men het aangetaste kan (proberen te) herstellen en de schade aan de gelaedeerden is vergoed. Denk voor de “soort schade” bijvoorbeeld aan de omwonenden van Tata Steel IJmuiden waar grote zorgen bestaan over de uitstoot van de fabriek, de sanering van het fabrieksterrein van Thermphos, de brand bij Chemie-Pack die schade aan het milieu en omwonenden heeft veroorzaakt, en in internationale context aan de olielekkages die plaatsvonden in Nigeria bij dochtervennootschappen van Shell welke lekkages gemeenschappen hebben ontheemd. Dit artikel gaat over een bijkomende, ernstige situatie: de rechtspersoon die de schade heeft veroorzaakt is failliet waardoor degenen die fysieke schade en/of schade in hun leefomgeving hebben ondervonden van de milieuverontreiniging zelden de schade vergoed zullen zien.
Auteur(s)R.C.M. van Moorsel , S.B. Jonasse
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekUit de praktijk
TitelDe windturbineproblematiek: van NIMBY naar win-win(d)
CiteertitelM en R 2023/65
SamenvattingVerslag van de workshop van VMR Jong van 1 juni 2023
Auteur(s)C. Guillon , R.A. Jager
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekUit de praktijk
TitelHandhaving van het milieurecht
CiteertitelM en R 2023/66
SamenvattingVerslag van de VMR-bijeenkomst van 8 juni 2023
Auteur(s)J.J. Meester , N. Tobsch
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRaad van State 21-09-2022
CiteertitelM en R 2023/67
SamenvattingEmissie van ZZS naar de lucht niet aan de orde bij de omgevingsvergunning.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 18 augustus 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan Tata Steel een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een nieuwe wandeloven en voor het veranderen van de inrichting aan de Wenckebachstraat 1 te Velsen-Noord door ingebruikname van de wandeloven en door het verhogen van de capaciteit van de warmbandwalserij van ongeveer 5 miljoen ton naar 5,5 miljoen ton warmgewalst staal. Bij uitspraak van 13 januari 2022 heeft de rechtbank het door Stichting Dorpsraad daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 18 augustus 2020 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen. Deze zaak gaat over veranderingen in de warmbandwalserij. In de warmbandwalserij worden de dikke plakken staal die in de staalfabriek zijn geproduceerd verwarmd en vervolgens uitgewalst tot dunne plakken. Er zijn vier ovens in gebruik om de plakken staal te verwarmen: twee doorschuifovens (ovens 21 en 22) en twee wandelovens (ovens 23 en 24).
AnnotatorF.C.S. Warendorf
UitspraakECLI:NL:RVS:2022:2746
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRaad van State 21-12-2022
CiteertitelM en R 2023/68
SamenvattingUit de passende beoordeling kan niet de conclusie worden getrokken dat de natuur geen schade oploopt vanwege stikstofuitstoot; bestemmingsplan dat minder dan 1% van het gemeentelijk grondgebied omvat, ziet op een klein gebied in de zin van de plan-mer-regelgeving
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 10 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vught ten behoeve van het bestemmingsplan "N65 Vught" hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. Deze uitspraak gaat over twee plannen voor een gedeelte van de bestaande weg tussen Tilburg en 's-Hertogenbosch, de N65. In de huidige situatie heeft het gedeelte van deze weg tussen Vught en Helvoirt veel gelijkvloerse kruisingen en worden erven direct op de weg ontsloten. Ook wordt het steeds drukker op de weg. Aan de plannen ligt een analyse van problemen rond de N65 ten grondslag. Uit die analyse volgt dat de N65 in de huidige situatie als een barrière functioneert, het verkeer op de weg niet goed kan doorstromen en ook de verkeersveiligheid verbeterd moet worden. Tenslotte is de conclusie dat de weg de leefbaarheid van de omgeving onder druk zet. De raad van de gemeente Vught en de raad van de gemeente Haaren hebben elk een bestemmingsplan vastgesteld om deze problemen aan te pakken.
AnnotatorM.A.A. Soppe , T. Gelo
UitspraakECLI:NL:RVS:2022:3910
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelVredegerecht Antwerpen 15-05-2023, 22A3007/5
CiteertitelM en R 2023/69
SamenvattingBurenrecht België: ‘evenwichtsherstelmaatregel’ in de vorm van een vergoeding van € 2000 toegewezen vanwege PFAS-verontreiniging.
AnnotatorB. Arentz
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Noord-Holland 25-05-2023
CiteertitelM en R 2023/70
SamenvattingVernietiging positieve weigering natuurvergunningaanvraag en weigering handhaving wegens ontbreken natuurtoestemming.
Samenvatting (Bron)Vergunningen cacaofabriek Koog aan de Zaan niet volgens regelgeving De milieu- en natuurvergunningen voor de cacaofabriek van OLAM in Koog aan de Zaan zijn niet verleend in overeenstemming met de regelgeving. Dat heeft de rechtbank in twee verschillende zaken geoordeeld. De zaken waren onder andere aangespannen door OLAM en milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB). In de fabriek worden cacaobonen bewerkt en verwerkt. Daarbij komen verschillende stoffen vrij, waaronder ammoniak en Vluchtige organische stoffen (VOS). Voor de fabriek zijn verschillende vergunningen nodig. Zonder de juiste vergunningen mag de fabriek niet worden gebruikt. De rechtbank heeft uitspraak gedaan in twee zaken. In de ene zaak draaide het om de vraag of de door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad verleende milieuvergunning in stand kan blijven. In de andere zaak draaide het om de vraag of Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland de natuurvergunning terecht heeft geweigerd omdat die niet nodig is. De milieuvergunning In 2021 heeft het college van Zaanstad aan OLAM een milieuvergunning verleend. In deze vergunning staat onder meer dat OLAM elk jaar moet meten wat de uitstoot van VOS en stikstofoxide is. OLAM moet daarover jaarlijks een rapport uitbrengen. Ook is in de vergunning opgenomen wat de maximale uitstoot van VOS mag zijn en staat in de vergunning wat de grenswaarde is voor de uitstoot van ammoniak. OLAM is het niet eens met die meetverplichting. MOB vindt dat de gemeente de toegestane waardes voor uitstoot van ammoniak en de uitstootconcentratie van VOS in de vergunning naar beneden moet bijstellen. Oordeel rechtbank De rechtbank oordeelt dat het college de meetverplichting niet mocht opleggen. Uit Europese regelgeving blijkt weliswaar dat er een meetverplichting van toepassing is op fabrieken die oliehoudende zaden verwerken en plantaardige oliën raffineren. Maar het college heeft niet goed onderbouwd dat het verwerken en bewerken van cacaobonen hieronder valt. De rechtbank oordeelt ook dat het college de waardes voor uitstoot van VOS te ruim heeft gesteld. Gebleken is namelijk dat OLAM al aan strengere en lagere waardes kan voldoen. Daarnaast heeft het college voor de uitstoot van ammoniak een hogere maximale grenswaarde opgenomen dan de wettelijke norm. Dit is alleen onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Aan die voorwaarden wordt niet voldaan. Het college was dus niet bevoegd deze ruimere en minder strenge grenswaarde in de vergunning op te nemen. De natuurvergunning In 2019 heeft OLAM een natuurvergunning aangevraagd voor de bedrijfsvoering van de hele fabriek, waaronder een nieuwe stoomketel op biomassa. Gedeputeerde Staten hebben geweigerd OLAM een natuurvergunning te verlenen voor het gebruik van de fabriek omdat die niet nodig zou zijn. Volgens gedeputeerde staten leidt de aangevraagde situatie bij de fabriek niet tot een toename van de neerslag van stikstof in het omliggende beschermde natuurgebied (Natura 2000- gebied) in vergelijking met de uitgangssituatie. De uitgangssituatie is 10 juni 1994, het moment dat het Natura 2000-gebied werd aangewezen. Volgens MOB is een natuurvergunning wel nodig. Omdat die natuurvergunning er niet is en de fabriek van OLAM toch in gebruik is, wordt door OLAM de wet overtreden, vindt MOB. MOB heeft Gedeputeerde Staten daarom ook verzocht om handhavend op te treden tegen OLAM, vanwege het overtreden van de wet. Dit verzoek is afgewezen door Gedeputeerde Staten omdat OLAM geen natuurvergunning nodig zou hebben. Het beroep van MOB richt zich tegen die afwijzing. Oordeel rechtbank Om te beoordelen of een de natuurvergunning noodzakelijk is, moet de rechtbank een vergelijking maken tussen de gevolgen van het bestaande project in de uitgangssituatie en de gevolgen van het project na wijziging of uitbreiding. Alleen als de gevolgen van het project na wijziging of uitbreiding minder nadelig zijn voor het Natura 2000-gebied dan in de toegestane situatie op de uitgangsdatum, is geen natuurvergunning nodig. De rechtbank oordeelt dat Gedeputeerde Staten niet goed hebben gemotiveerd waarom in dit geval geen natuurvergunning nodig is. De rechtbank oordeelt dat niet kan worden vastgesteld wat de toegestane situatie op 10 juni 1994 was. Daardoor kan ook niet worden gesteld dat de activiteiten waarvoor nu een vergunning wordt gevraagd minder nadelige gevolgen hebben voor het Natura 2000-gebied ten opzichte van de uitgangssituatie. De beslissing van Gedeputeerde Staten kan volgens de rechtbank niet in stand blijven. Dat geldt ook voor de beslissing van Gedeputeerde Staten om niet handhavend op te treden. Omdat deze beslissing is gebaseerd op het standpunt dat er geen natuurvergunning nodig is, kan ook deze beslissing niet in stand blijven. De rechtbank draagt Gedeputeerde Staten op om opnieuw te beoordelen of OLAM voor de bedrijfsvoering van de hele fabriek een natuurvergunning nodig heeft. En ook op het verzoek om handhavend op te treden moet Gedeputeerde Staten opnieuw beslissen.
AnnotatorJ.H.N. Ypinga
UitspraakECLI:NL:RBNHO:2023:4607
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Noord-Holland 25-05-2023
CiteertitelM en R 2023/71
SamenvattingRevisievergunning.
Samenvatting (Bron)Vergunningen cacaofabriek Koog aan de Zaan niet volgens regelgeving De milieu- en natuurvergunningen voor de cacaofabriek van OLAM in Koog aan de Zaan zijn niet verleend in overeenstemming met de regelgeving. Dat heeft de rechtbank in twee verschillende zaken geoordeeld. De zaken waren onder andere aangespannen door OLAM en milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB). In de fabriek worden cacaobonen bewerkt en verwerkt. Daarbij komen verschillende stoffen vrij, waaronder ammoniak en Vluchtige organische stoffen (VOS). Voor de fabriek zijn verschillende vergunningen nodig. Zonder de juiste vergunningen mag de fabriek niet worden gebruikt. De rechtbank heeft uitspraak gedaan in twee zaken. In de ene zaak draaide het om de vraag of de door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad verleende milieuvergunning in stand kan blijven. In de andere zaak draaide het om de vraag of Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland de natuurvergunning terecht heeft geweigerd omdat die niet nodig is. De milieuvergunning In 2021 heeft het college van Zaanstad aan OLAM een milieuvergunning verleend. In deze vergunning staat onder meer dat OLAM elk jaar moet meten wat de uitstoot van VOS en stikstofoxide is. OLAM moet daarover jaarlijks een rapport uitbrengen. Ook is in de vergunning opgenomen wat de maximale uitstoot van VOS mag zijn en staat in de vergunning wat de grenswaarde is voor de uitstoot van ammoniak. OLAM is het niet eens met die meetverplichting. MOB vindt dat de gemeente de toegestane waardes voor uitstoot van ammoniak en de uitstootconcentratie van VOS in de vergunning naar beneden moet bijstellen. Oordeel rechtbank De rechtbank oordeelt dat het college de meetverplichting niet mocht opleggen. Uit Europese regelgeving blijkt weliswaar dat er een meetverplichting van toepassing is op fabrieken die oliehoudende zaden verwerken en plantaardige oliën raffineren. Maar het college heeft niet goed onderbouwd dat het verwerken en bewerken van cacaobonen hieronder valt. De rechtbank oordeelt ook dat het college de waardes voor uitstoot van VOS te ruim heeft gesteld. Gebleken is namelijk dat OLAM al aan strengere en lagere waardes kan voldoen. Daarnaast heeft het college voor de uitstoot van ammoniak een hogere maximale grenswaarde opgenomen dan de wettelijke norm. Dit is alleen onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Aan die voorwaarden wordt niet voldaan. Het college was dus niet bevoegd deze ruimere en minder strenge grenswaarde in de vergunning op te nemen. De natuurvergunning In 2019 heeft OLAM een natuurvergunning aangevraagd voor de bedrijfsvoering van de hele fabriek, waaronder een nieuwe stoomketel op biomassa. Gedeputeerde Staten hebben geweigerd OLAM een natuurvergunning te verlenen voor het gebruik van de fabriek omdat die niet nodig zou zijn. Volgens gedeputeerde staten leidt de aangevraagde situatie bij de fabriek niet tot een toename van de neerslag van stikstof in het omliggende beschermde natuurgebied (Natura 2000- gebied) in vergelijking met de uitgangssituatie. De uitgangssituatie is 10 juni 1994, het moment dat het Natura 2000-gebied werd aangewezen. Volgens MOB is een natuurvergunning wel nodig. Omdat die natuurvergunning er niet is en de fabriek van OLAM toch in gebruik is, wordt door OLAM de wet overtreden, vindt MOB. MOB heeft Gedeputeerde Staten daarom ook verzocht om handhavend op te treden tegen OLAM, vanwege het overtreden van de wet. Dit verzoek is afgewezen door Gedeputeerde Staten omdat OLAM geen natuurvergunning nodig zou hebben. Het beroep van MOB richt zich tegen die afwijzing. Oordeel rechtbank Om te beoordelen of een de natuurvergunning noodzakelijk is, moet de rechtbank een vergelijking maken tussen de gevolgen van het bestaande project in de uitgangssituatie en de gevolgen van het project na wijziging of uitbreiding. Alleen als de gevolgen van het project na wijziging of uitbreiding minder nadelig zijn voor het Natura 2000-gebied dan in de toegestane situatie op de uitgangsdatum, is geen natuurvergunning nodig. De rechtbank oordeelt dat Gedeputeerde Staten niet goed hebben gemotiveerd waarom in dit geval geen natuurvergunning nodig is. De rechtbank oordeelt dat niet kan worden vastgesteld wat de toegestane situatie op 10 juni 1994 was. Daardoor kan ook niet worden gesteld dat de activiteiten waarvoor nu een vergunning wordt gevraagd minder nadelige gevolgen hebben voor het Natura 2000-gebied ten opzichte van de uitgangssituatie. De beslissing van Gedeputeerde Staten kan volgens de rechtbank niet in stand blijven. Dat geldt ook voor de beslissing van Gedeputeerde Staten om niet handhavend op te treden. Omdat deze beslissing is gebaseerd op het standpunt dat er geen natuurvergunning nodig is, kan ook deze beslissing niet in stand blijven. De rechtbank draagt Gedeputeerde Staten op om opnieuw te beoordelen of OLAM voor de bedrijfsvoering van de hele fabriek een natuurvergunning nodig heeft. En ook op het verzoek om handhavend op te treden moet Gedeputeerde Staten opnieuw beslissen.
AnnotatorA. Collignon , J.H.N. Ypinga
UitspraakECLI:NL:RBNHO:2023:4579
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Noord-Nederland 26-05-2023
CiteertitelM en R 2023/72
SamenvattingDe rechtbank Noord-Nederland vernietigt de natuurvergunning van Belgische garnalenvissers voor Nederlandse Natura 2000-gebieden.
Samenvatting (Bron)besluit waarbij vergunning op grond van Wet natuurbescherming aan Belgische garnalenvissers is verleend is door de rechtbank vernietigd. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is gemotiveerd dat geen sprake is van significante negatieve effecten.
AnnotatorP. Mendelts
LinkVolledige tekst annotatie (RuG.nl)
UitspraakECLI:NL:RBNNE:2023:2201
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRaad van State 31-05-2023
CiteertitelM en R 2023/73
SamenvattingMet de twee Afdelingsuitspraken van 31 mei 2023 schept de Afdeling duidelijkheid over het overtredersbegrip ex art. 5:1 lid 2 Awb en de verhouding hiervan tot het functionele daderschapsbegrip in het strafrecht.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 27 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van 20.500,00 op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016. [appellant] is eigenaar van de woning op het adres [locatie] in Amsterdam. Hij woont sinds 2012 in [land] en heeft een professioneel verhuurbedrijf ingeschakeld om de woning voor hem te verhuren. Hij was in de veronderstelling dat de woning sinds 2013 voor permanente bewoning verhuurd werd. Op 31 januari 2019 hebben toezichthouders de woning bezocht. Uit het daarvan opgemaakte rapport van bevindingen volgt dat in de woning een Russische vrouw is aangetroffen. Zij verklaarde dat zij de dag daarvoor gearriveerd was. Haar vriend zou een dag later komen. Zij wilden het centrum van Amsterdam zien om daarna door te reizen naar Parijs. Ze wist niet hoe de boeking was gegaan, dat had haar vriend geregeld. In de basisregistratie personen stond al sinds 14 juli 2014 niemand ingeschreven op het adres.
AnnotatorV.M.Y. van 't Lam , N.A. Nowotny
UitspraakECLI:NL:RVS:2023:2071
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRaad van State 31-05-2023
CiteertitelM en R 2023/74
SamenvattingMet de twee Afdelingsuitspraken van 31 mei 2023 schept de Afdeling duidelijkheid over het overtredersbegrip ex art. 5:1 lid 2 Awb en de verhouding hiervan tot het functionele daderschapsbegrip in het strafrecht.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 3 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede een last onder dwangsom opgelegd. Bij besluit van 30 januari 2020 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 3 april 2019 gehandhaafd in die zin, dat de adressering van de last is gewijzigd van "Weerselose markt t.a.v. de heer [persoon]" in "[appellante]". [appellante] exploiteert op het perceel [locatie] te Weerselo de Weerselose markt en verhuurt onder meer marktkramen aan handelaren. [appellante] stelt gratis reclameobjecten aan handelaren en bezoekers van de Weerselose markt ter beschikking. Het reclamemateriaal ligt bij de ingang van de markt en kan worden meegenomen door bezoekers en standhouders die daarin geïnteresseerd zijn. Het is vooraf niet duidelijk wie reclamemateriaal meeneemt en hoe dit wordt gebruikt.
AnnotatorN.A. Nowotny , V.M.Y. van 't Lam
LinkVolledige tekst annotatie (Stibbe.com)
UitspraakECLI:NL:RVS:2023:2067
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRaad van State 31-05-2023
CiteertitelM en R 2023/75
SamenvattingWeigering bestemmingsplan voor uitbreiding veehouderij wegens strijd met ‘Pas-op-de-plaats-beleid’ blijft overeind.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 28 januari 2021 heeft de raad van de gemeente Landerd de aanvraag van [appellant] om een bestemmingsplan vast te stellen voor de uitbreiding van zijn rundveehouderij op het perceel [locatie 1] in Schaijk, afgewezen. [appellant] wenst de intensieve rundveehouderij, die hij exploiteert op het perceel [locatie 1], uit te breiden. Het bestemmingsplan zou moeten leiden tot een vergroting en een verandering van de vorm van het bouwvlak. Dan kan een extra vleeskalverenstal worden gebouwd en kunnen verschillende sleufsilos kunnen worden verlegd of aangelegd. [appellant] wenst de intensieve rundveehouderij, die hij exploiteert op het perceel [locatie 1], uit te breiden. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 8 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1591, een eerder besluit van de raad vernietigd tot weigering van hetzelfde gevraagde bestemmingsplan vast te stellen. De Afdeling heeft de raad toen opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen.
AnnotatorB. Arentz
UitspraakECLI:NL:RVS:2023:2079
Artikel aanvragenVia Praktizijn