Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 19-08-2005
Aflevering 28
TitelWisselende machten
CiteertitelNJB 2005, afl. 28, p. 1449
SamenvattingRedctioneel afscheidsartikel van Barendrecht als NJB-redacteur.
Auteur(s)J.M. Barendrecht
Pagina1449-1449
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekArtikelen
TitelAfscheid van NJB-redacteur Maurits Barendrecht
CiteertitelNJB 2005/
SamenvattingDankwoord aan Barendrecht en welkom van nieuwe NJB-redacteur Ton Hartlief.
Auteur(s) Redactie
Pagina1450-1450
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelTerug naar het harde positivisme. Reactie op Klaas Rozemond
CiteertitelNJB 2005, afl. 28, p. 1451
SamenvattingIn het huidige publieke debat over misdaad en misdaadbestrijding is sprake van emotionele retoriek. Juist strafrechtwetenschappers zouden moeten proberen aan dat debat meer rationele diepgang te verschaffen Deze stelling poneerde Klaas Rozemond in NJB 2005/23/p. 1182 e.v. Ties Prakken en Taru Spronken ontmaskeren op haar beurt dit betoog: achter het verwerpen van retoriek zit het verwerpen van de normatieve rechtsopvatting en achter de roep om rationaliteit zit een roep om orthodox rechtspositivisme. Een tweede reactie en het antwoord van Rozemond op de kritiek is te vinden in de rubriek 'Reacties'.
Auteur(s)E. Prakken , T. Spronken
Pagina1451-1454
LinkVolledige tekst artikel (maastrichtuniversity.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelDe implementatie van het Europese bevriezingsbevel en de systematiek van rechtsbescherming en rechtseenheid
CiteertitelNJB 2005, afl. 28, p. 1455
SamenvattingTen aanzien van de bevriezingsbevelen zullen negentien rechtbanken in eerste en laatste instantie de uitvoering van die bevelen beoordelen. In een specifieke rechtseenheidvoorziening wordt niet voorzien. Vreemd genoeg, want in de Overleveringswet is gekozen voor één rechtsprekende instantie in de vorm van de overleveringskamer van de Amsterdamse rechtbank. Een oproep tot discussie over de vraag hoe de rechtseenheid in alle op wederzijdse erkenning gebaseerde regelingen kan worden gewaarborgd. De huidige ontwikkeling is zonder meer onwenselijk.
Auteur(s)M.J. Borgers
Pagina1455-1459
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOpinie
TitelHarmonisatie van kwaliteitseisen voor wet- en regelgeving
CiteertitelNJB 2005, afl. 28, p. 1460
SamenvattingIn de rubriek Wetgeving van het NJB van 6 mei 2005 (p. 969) wordt melding gemaakt van een brief van minister Donner van 14 april 2005. Met deze brief aan de Tweede Kamer wordt het eindrapport van een onderzoek van de Universiteit Maastricht toegezonden. Dit onderzoek had betrekking op de wetgevingsadvisering door de Raad van State. Het onderzoek heeft niet tot de conclusie kunnen leiden dat de Raad in deze periode zijn advisering volgens vaststaande kaders heeft ingericht.
Auteur(s)J.M. Polak
Pagina1460-1460
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekO & M
TitelHet bevel ‘persoonlijk verschijnen’ en de last ‘medebrenging’ voor het aanhoren van een uitspraak in strafzaken. Naar aanleiding van Mohammed B.
CiteertitelNJB 2005, afl. 28, p. 1461
SamenvattingDe vraag rijst of voor een bevel om persoonlijk te verschijnen c.q. een last tot medebrenging om de aanwezigheid van de verdachte bij de uitspraak te verzekeren, steun in het recht valt te vinden. Auteur betoogt dat dit niet het geval is.
Auteur(s)F. van Laanen
Pagina1461-1462
LinkVolledige tekst artikel (uvt.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekReacties
TitelRetorische strafrechtswetenschap? Reactie op het artikel van Klaas Rozemond
CiteertitelNJB 2005, afl. 28, p. 1462
SamenvattingReactie op artikel van Rozemond in NJB 2005, afl. 23, p. 1182 e.v.
Auteur(s)M. Boone
Pagina1462-1463
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekNaschrift
TitelToch weer gezwicht voor de retorische verleiding. Naschrift
CiteertitelNJB 2005, afl. 28, p. 1463
SamenvattingRozemond reageert op zijn beurt op reactie van Boone (NJB 2005, afl. 28, p. 1462) op zijn eerdere artikel.
Auteur(s)K. Rozemond
Pagina1463-1464
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 02-03-2005, 71916/01, 71917/01, 10260/02
CiteertitelNJB 2005, 411
SamenvattingArt 1 EP, 14 en 8 EVRM. Eigendom. Non-discriminatie. Voor de onteigeningen onder het regime van rechtsvoorgangers is de Bondsrepubliek Duitsland juridisch niet verantwoordelijk. Beperkte compensatieregeling door de BRD op billijkheidsgronden ingevoerd voldoet. Klagers hadden immers geen aanspraak of gerechtvaardigde verwachting m.b.t. het verkrijgen van volledige compensatie. Art. 1 EP niet van toepassing. Art. 14 en 8 EVRM evenmin toepasselijk. [...]

(Van Maltzan e.a., Von Zitzewitz e.a., Man Ferrostaal en Alfred Töpfer Stiftung
tegen
Duitsland).
Pagina1465-1465
UitspraakECLI:CE:ECHR:2005:0302JUD007191601
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHof van Justitie EG, 26-04-2005, T-110/03, T-150/03, T-405/03
CiteertitelNJB 2005, 412
SamenvattingToegang tot documenten - openbare veiligheid - internationale betrekkingen - gedeeltelijke toegang - terroristenlijst.

(Jose Maria Sison
tegen
Raad van de Eurpese Unie).
Samenvatting (Bron)Arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Tweede kamer) van 26 april 2005.#Jose Maria Sison tegen Raad van de Europese Unie.#Toegang tot documenten - Verordening (EG) nr. 1049/2001 - Documenten betreffende besluiten van Raad inzake strijd tegen terrorisme - Uitzonderingen betreffende bescherming van openbaar belang - Openbare veiligheid - Internationale betrekkingen - Gedeeltelijke toegang - Motivering - Rechten van verdediging.#Gevoegde zaken T-110/03, T-150/03 en T-405/03.
Pagina1465-1466
UitspraakECLI:EU:T:2005:143
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHof van Justitie EG, 12-05-2005, C-347/03
CiteertitelNJB 2005, 413
SamenvattingProductnaam - geografische aanduiding - eigendomsrecht.

(Regione autonoma Friuli-Venezia Giulia en Agenzia regionale per lo sviluppo rurale (ERSA)
tegen
Ministero delle Politische Agricole e Forestali, in de tegenwoordigheid van Regione Veneto).
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 12 mei 2005.#Regione autonoma Friuli-Venezia Giulia en Agenzia regionale per lo sviluppo rurale (ERSA) tegen Ministero delle Politiche Agricole e Forestali.#Verzoek om een prejudiciele beslissing: Tribunale amministrativo regionale del Lazio - Italie.#Externe betrekkingen - Overeenkomst EG/Hongarije betreffende wederzijdse bescherming van en controle op wijnbenamingen - Bescherming in Gemeenschap van benaming van bepaalde wijnen van oorsprong uit Hongarije - Geografische aanduiding "Tokaj" - Briefwisseling - Mogelijkheid om term "Tocai" te gebruiken in benaming "Tocai friulano" of "Tocai italico" voor omschrijving en aanbiedingsvorm van bepaalde Italiaanse wijnen, in het bijzonder van in bepaald gebied voortgebrachte kwaliteitswijnen ("vqprd"), gedurende overgangsperiode die afloopt op 31 maart 2007 - Uitsluiting van deze mogelijkheid na afloop van overgangsperiode - Geldigheid - Rechtsgrondslag - Artikel 133 EG - Internationale rechtsbeginselen inzake verdragen - Artikelen 22 tot en met 24 van TRIPs-Overeenkomst - Bescherming van grondrechten - Eigendomsrecht.#Zaak C-347/03.
Pagina1466-1467
UitspraakECLI:EU:C:2005:285
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHof van Justitie EG, 02-06-2005, C-136/03
CiteertitelNJB 2005, 414
SamenvattingOpenbare orde - procedure voorschriften - rechtszekerheid.

(Georg Dörr
tegen
Sicherheidsdirektion für das Bundesland Kärnten
en
Ibrahim Ünal
tegen
Sicherheidsdirektion für das Bundesland Vorarlberg).
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Derde kamer) van 2 juni 2005. # Georg Dorr tegen Sicherheitsdirektion fur das Bundesland Karnten en Ibrahim Unal tegen Sicherheitsdirektion fur das Bundesland Vorarlberg. # Verzoek om een prejudiciele beslissing: Verwaltungsgerichtshof - Oostenrijk. # Vrij verkeer van personen - Openbare orde - Richtlijn 64/221/EEG - Artikelen 8 en 9 - Verblijfsverbod en besluit tot verwijdering op grond van strafbare feiten - Beroep in rechte dat enkel betrekking heeft op rechtmatigheid van maatregel tot beeindiging van verblijf van betrokkene - Geen opschortende werking van beroep - Recht van betrokkene om doelmatigheidsoverwegingen geldend te maken voor adviesverlenende instantie - Associatieovereenkomst EEG-Turkije - Vrij verkeer van werknemers - Artikelen 6, lid 1, en 14, lid 1, van besluit nr. 1/80 van Associatieraad. # Zaak C-136/03.
Pagina1467-1468
UitspraakECLI:EU:C:2005:340
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 07-06-2005, 01670/04
CiteertitelNJB 2005, 415
SamenvattingHet cassatieberoep was door de verdachte ingesteld op 21 augustus 2000 en dus voor het in werking treden op 1 oktober 2000 van de wet van 28 oktober 1999. Dat had tot gevolg dat de verdachte, die geen middelen had doen aanvoeren of had aangevoerd, toch ontvankelijk was in zijn cassatieberoep en dat de Hoge Raad ambtshalve kon oordelen over de zaak, wat dan ook gebeurde. [...]
Samenvatting (Bron)HR ambtshalve: tussen het instellen van het cassatieberoep en de ontvangst van de stukken ter griffie van de HR zijn, door een administratief verzuim van het hof, bijna vier jaren verstreken, waardoor bij gebreke van bijzondere omstandigheden die dat tijdsverloop zouden kunnen rechtvaardigen de redelijke termijn ex art. 6.1. EVRM is overschreden, hetgeen strafvermindering tot gevolg heeft.
Pagina1468-1468
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AT3957
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 14-06-2005, 01608/04
CiteertitelNJB 2005, 416
SamenvattingDe verdachte werd in hoger beroep veroordeeld tot een geldboete van € 500 omdat hij een geheim, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij het uit hoofde van zijn ambt verplicht was te bewaren, opzettelijk had geschonden. Het betrof de indentiteit van de (toen) vermoedelijke dader van de moord op Fortuijn, welke identiteit aan de verdachte als wethouder was meegedeeld door de burgemeester, die hem ook twee keer telefonisch te verstaan had gegeven dat die informatie van strikt vertrouwelijke aard was. [...]
Samenvatting (Bron)Schending ambtsgeheim ex art. 272.1 Sr door loco-burgemeester door op de avond van de moordaanslag op Pim Fortuijn de identiteit van de vermoedelijke dader, die nog niet verder bekend was dan aan degenen die daarvan ambtshalve op de hoogte waren gesteld, telefonisch bekend te maken aan iemand van de vereniging waarbij de vermoedelijke moordenaar van Pim Fortuijn werkzaam was.
Pagina1468-1469
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AT2855
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 14-06-2005, 02520/04
CiteertitelNJB 2005, 417
SamenvattingCassatie van het OM tegen een vrijspraak, die er op gebaseerd was dat het opnemen van telecommunicatie wegens het ontbreken van de vereiste machtiging onrechtmatig was, wat moest leiden tot uitsluiting van bewijsmateriaal verkregen door middel van toepassing van dat opsporingsmiddel, terwijl ook de resultaten van de doorzoeking als rechtstreeks gevolg van de onrechtmatige tap moeten worden uitgesloten van de bewijsvoering evenals de verklaringen van de verdachte en zijn partner, waarna er niets overblijft van de bewijsvoering. [...]
Samenvatting (Bron)OM-cassatie. 1. De vaststelling dat voor het opnemen van telecommunicatie niet de vereiste machtigingen zijn verstrekt, draagt zelfstandig het oordeel omtrent de onrechtmatigheid van de toepassing van dat opsporingsmiddel. Voorzover het hof tot uitgangspunt heeft genomen dat bedoeld verzuim dient te leiden tot uitsluiting van bewijsmateriaal dat dmv de toepassing van dat opsporingsmiddel is verkregen, is dat oordeel onjuist noch onbegrijpelijk. 2. 's Hofs oordeel evenwel dat de resultaten die verkregen zijn uit de verrichte doorzoeking het rechtstreekse gevolg zijn geweest van de onrechtmatige telefoontap - waarmee het hof kennelijk heeft bedoeld dat de doorzoeking zonder de tap niet had kunnen plaatsvinden - is zonder nadere doch ontbrekende motivering niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat het hof heeft vastgesteld dat op het moment waarop de OvJ de bevelen ex art. 126m Sv gaf, het opsporingsonderzoek reeds een verdenking jegens verdachte had opgeleverd. Ook 's hofs oordeel omtrent de bruikbaarheid van de verklaringen van verdachte en zijn partner voor het bewijs is niet begrijpelijk, te minder nu verdachte in eerste aanleg en hoger beroep - telkens in bijzijn van zijn raadsman en na de cautie te hebben gekregen - een bekennende verklaring heeft afgelegd.
Pagina1469-1469
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AS8854
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 14-06-2005, 00388/05 W
CiteertitelNJB 2005, 418
SamenvattingNa verlof tot tenuitvoerlegging van een beslissing van het Landgericht Osnabrück (Duitsland) in Nederland wijzigde de rechtbank de in Duitsland opgelegde straf van drie jaar en zes maanden in een straf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een bijzondere voorwaarde en een taakstraf bestaande uit 240 uren werkstraf.
Samenvatting (Bron)De opvatting dat het Nederlandse recht geen basis biedt voor een beslissing strekkende tot het ondergaan van een therapeutische behandeling vindt in haar algemeenheid geen steun in het recht. In aanmerking genomen dat de door de rb gestelde bijzondere voorwaarde enkel inhoudt dat de veroordeelde in acht dient te nemen hetgeen in het rapport van de reclassering van 25-5-04 is geadviseerd en hetgeen o.g.v. dat rapport tussen hem en de reclassering zal worden overeengekomen, is de beslissing van de rb onjuist noch onbegrijpelijk.
Pagina1469-1470
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AT4118
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 14-06-2005, 03236/04
CiteertitelNJB 2005, 419
SamenvattingDe klacht, dat het OM niet kan worden ontvangen in zijn vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf omdat de proeftijd niet is ingegaan nu aan de verdachte niet op de voet van art. 366a Sv daarvan mededeling was gedaan, faalt omdat daarin wordt miskend dat, waar het gaat om niet-naleving van de algemene voorwaarde bedoeld in art. 14c lid 1 Sr ook een strafbaar feit begaan voor het ingaan van de proeftijd tot tenuitvoerlegging aanleiding kan geven (vgl. HR 23 juni 1992, DD 1993.009).
Samenvatting (Bron)De klacht over de tenuitvoerlegging wegens het niet ingegaan zijn van de proeftijd faalt reeds bij gebrek aan belang, omdat het miskent dat in een geval als het onderhavige waarin het gaat om niet-naleving van de algemene voorwaarde ex art. 14c.1 Sr, ook een strafbaar feit begaan vóór het ingaan van de proeftijd tot tenuitvoerlegging aanleiding kan geven (HR DD 93.009).
Pagina1470-1470
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AT5752
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 14-06-2005, 02908/04 J
CiteertitelNJB 2005, 420
SamenvattingHet middel houdt in dat het hof door aan een ten tijde van het begaan van het feit vijftienjarige jongen een schadevergoedingsmaatregel op te leggen een onjuiste rechtspovatting heeft gehanteerd omtrent het toepassingsbereik van die maatregel. De Hoge Raad is het daarmee, op de voet van de omvangrijke gegevens verstrekt door de A-G (onder 5 tot en met 13 van diens conclusie) niet eens [...].
Samenvatting (Bron)Aan verdachten die ttv het begaan van het bewezenverklaarde feit 14 jaar of ouder waren kan een schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd.
Pagina1470-1470
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AT5801
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 17-06-2005, 38960
CiteertitelNJB 2005, 421
SamenvattingHoge Raad scheldt verhoging met 20% kwijt wegens overschrijding redelijke termijn van procedure bij hof en Hoge Raad.
Samenvatting (Bron)Navorderingsaanslag met verhoging. Overschrijding redelijke termijn zowel bij Hof als bij Hoge Raad.
Pagina1470-1470
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AT7630
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHoge Raad, 17-06-2005, 40737
CiteertitelNJB 2005, 422
SamenvattingHof Arnhem leidde ten onrechte uit datum poststempel af dat beroep niet-ontvankelijk was.
Samenvatting (Bron)Art. 6:9 Awb; beroepschrift tijdig ter post bezorgd?
Pagina1470-1470
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AT7649
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelCentrale Raad van Beroep, 13-06-2005, 04/1061 NABW
CiteertitelNJB 2005, 423
SamenvattingProceskosten in bezwaar of administratief beroep. Herroepen. Fictieve weigering. De art. 7:15, lid 2 en 7:28, lid 2 Awb maken het mogelijk dat de kosten die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar of administratief beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit redelijkerwijs heeft moeten maken worden vergoed, tenzij het niet tijdig nemen van een besluit het bestuursorgaan niet kan worden verweten.
Samenvatting (Bron)Vergoeding proceskosten bezwaar tegen niet tijdig nemen besluit.
Pagina1470-1472
UitspraakECLI:NL:CRVB:2005:AT7364
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelCentrale Raad van Beroep, 13-06-2005, 04/374 NABW
CiteertitelNJB 2005, 424
SamenvattingProceskosten in bezwaar. Herroepen. Het naar aanleiding van een daartegen gemaakt bezwaar geheel of gedeeltelijk intrekken van een primair besluit wegens gebleken onrechtmatigheid moet voor de toepassing van art. 7:15, tweede lid, eerste volzin Awb op één lijn worden gesteld met het geheel of gedeeltelijk herroepen van een primair besluit wegens gebleken onrechtmatigheid.
Samenvatting (Bron)Vergoeding proceskosten bezwaar bij vervanging besluit door een gewijzigd primair besluit.
Pagina1472-1473
UitspraakECLI:NL:CRVB:2005:AT7365
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelCollege van Beroep voor het bedrijfsleven, 24-06-2005, AWB 05/55
CiteertitelNJB 2005, 425
SamenvattingVergoeding van schade na terugkomen van eerder besluit. Wettelijke rente. Proceskosten.
Samenvatting (Bron)Restitutie
Pagina1473-1473
UitspraakECLI:NL:CBB:2005:AT8939
Artikel aanvragenVia Praktizijn