Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 01-12-2006
Aflevering 43
RubriekVooraf
TitelVerantwoording
CiteertitelNJB 2006, 1902
SamenvattingHet pluche plakt niet meer als voorheen. Ministers die te maken blijken te hebben met disfunctionerende of de waarheid verdoezelende ambtenaren stappen vaak uit het kabinet. Kan nu worden gezegd dat het afleggen van verantwoording daardoor is verbeterd?
Auteur(s)I.C. van der Vlies
Pagina2455-2455
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
TitelDe beoordeling van geloofwaardigheid in zedenzaken - Theorie en praktijk
CiteertitelNJB 2006, 1903
SamenvattingHoe bepalen deskundigen de geloofwaardigheid in zedenzaken? Aan de orde komen de Statement Validity Assessment en het alternatieve scenario-model. In de praktijk blijkt de werkwijze van de deskundigen bij beide methodes nogal verschillend te zijn. De achilleshiel is echter het moment waarop de deskundige wordt ingeschakeld. Het zou de voorkeur verdienen dat de officier van justitie deskundigen raadpleegt bij het nemen van de vervolgingsbeslissing.
Auteur(s)C. Brandt , P. van den Eshof , N.M. Nierop
Pagina2456-2464
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFocus
TitelTerug naar de bron
CiteertitelNJB 2006, 1904
SamenvattingDe Europese grondwet is in de politiek doodverklaard en in de verkiezingscampagne was het thema Europa volstrekt afwezig. Europa is van inspiratie, bron van irritatie geworden. Een pleidooi om terug te keren naar de bron van het Europese integratieproces: het 'acquis communautaire' en de communautaire methode.
Auteur(s)L.J. Brinkhorst , H. van Meerten
Pagina2465-2468
LinkVolledige tekst artikel (ssrn.com)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPraktijk
TitelDe rechter als 'cultuur-switcher'. Over de acceptatie van culturele argumenten via open begrippen
CiteertitelNJB 2006, 1905
SamenvattingDe rechterlijke taak in de huidige samenleving is niet veranderd, maar wel moeilijker geworden. Steeds vaker moet de rechter een cultuurswitch maken om de waarde en de geloofwaardigheid van culturele argumenten te bepalen. Zo gaf het Gerechtshof Arnhem een culturele inkleuring van noodweer. Het Hof aanvaardde een beroep op noodweer en gaf daardoor aan dat het op de hoogte is van de achtergrond van de bloedwraak.
Auteur(s)W.M. van Rossum
Pagina2469-2472
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOpinie
TitelDe NMa haalt een streep door de minimumprijzen in de modelcontracten van schrijvers en vertalers. Foei!
CiteertitelNJB 2006, 1906
SamenvattingHet nieuws dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) de Vereniging van Schrijvers en Vertalers (VS&V) - de verse koepel waarvan de Vereniging van Letterkundigen deel uitmaakt - heeft aangezegd dat de minimumtarieven die aangehangen zijn aan verschillende modelcontracten met uitgevers uit den boze zijn en moeten worden geschrapt, is ingeslagen als een bom in de republiek der letteren.
Auteur(s)H.U. Jessurun d'Oliveira
Pagina2473-2474
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekO & M
TitelZeventiende congres van de Académie Internationale de Droit Comparé
CiteertitelNJB 2006, 1907
SamenvattingVan 16-22 juli 2006 vond te Utrecht het zeventiende congres van de Académie Internationale de Droit Comparé (AIDC) plaats [...] In deze bijdrage wil ik verslag uitbrengen van de handelingen (nr 2-4), aandacht besteden aan tekortkomingen in de huidige structuur van de AIDC (nr 5-8) en enige interne zaken aan de orde stellen (nr 9-10).
Auteur(s)E. Hondius
Pagina2474-2475
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekReacties
TitelDe rechteloze supporter
CiteertitelNJB 2006, 1908
SamenvattingIn het artikel met de titel Voetbalellende valt te lezen dat mevrouw C. Prins van mening is dat de overheid nadere randvoorwaarden zou moeten stellen voor de controle op het stadionverbodenbeleid, nu zowel het hof als de KNVB nalaten het nodige te ondernemen om dit beleid te laten voldoen aan de eisen van legitimiteit en zorgvuldigheid.
Auteur(s)T.B.M. Kersten
Pagina2476-2476
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekReacties
TitelIs spreken nog zilver en zwijgen goud?
CiteertitelNJB 2006, 1909
SamenvattingIn NJB 2006/28, 1227, p. 1570 schreef prof. mr. W.R. Kastelein, advocaat en hoogleraar gezondheidsrecht, het artikel met bovenstaande titel. Het behandelt de reikwijdte van de geheimhoudingsplicht van artsen met betrekking tot hun kennis van de ziektegeschiedenis van overleden patiënten. In het artikel worden openbaar ministerie en Inspectie Gezondheidszorg over één kam geschoren, als zouden beiden (te) ver gaan in hun streven naar waarheidsvinding en daarbij 'dossiers in beslag nemen en/of artsen ondervragen alsof er geen beroepsgeheim of verschoningsrecht in het geding is'.
Auteur(s)M.A. Westerouen van Meeteren
Pagina2476-2477
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 21-09-2006, 12643/02
CiteertitelNJB 2006, 1910
SamenvattingKinderbeschermingsmaatregel. Art. 8 EVRM. Recht op eerbiediging familieleven. Procedurele eisen. Betrokkenheid van de moeder bij de procedure tot ontneming van het ouderlijk gezag. Schending art. 8 EVRM. Equality of arms. Onmogelijkheid om op rapporten te reageren. Geen openbare behandeling en geen openbare uitspraak. Driemaal schending art. 6 EVRM.

(Moser / Oostenrijk).
Samenvatting (Bron)Violation of Art. 8;No violation of Art. 14+8;Violation of Art. 6 (no opportunity to comment);Violation of Art. 6 (no public hearing);Violation of Art. 6 (no publicly pronounced judgments);Non-pecuniary damage - financial award (first applicant);Non-pecuniary damage - finding of violation of Art. 8 sufficient (second applicant);Costs and expenses partial award - domestic proceedings;Costs and expenses partial award - Convention proceedings
Pagina2478-2479
UitspraakECLI:CE:ECHR:2006:0921JUD001264302
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHof van Justitie EG, 03-10-2006, C-17/05
CiteertitelNJB 2006, 1911
SamenvattingSociale politiek - Beginsel van gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke werknemers - Anciënniteit mede bepalend voor vaststelling van beloningen - Objectieve rechtvaardiging - Bewijslast.

(B.F. Cadman / Health & Safety Executive).
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (grote kamer) van 3 oktober 2006. # B. F. Cadman tegen Health & Safety Executive. # Verzoek om een prejudiciele beslissing: Court of Appeal (England & Wales) (Civil Division) - Verenigd Koninkrijk. # Sociale politiek - Artikel 141 EG - Beginsel van gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke werknemers - Ancienniteit mede bepalend voor vaststelling van beloningen - Objectieve rechtvaardiging - Bewijslast. # Zaak C-17/05.
Pagina2479-2479
UitspraakECLI:EU:C:2006:633
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 10-11-2006, C05/133HR
CiteertitelNJB 2006, 1912
SamenvattingBesluit houdende vaststelling van een minimumjeugdloonregeling: verboden leeftijdsdiscriminatie doordat voor 13- en 14-jarigen een minimumloonregeling achterwege is gelaten?; art. 26 IVBPR; legitiem doel; proportionaliteit; objectieve en redelijke rechtvaardiging; art. 7 lid 5 ESH.
Samenvatting (Bron)Leeftijdsdiscriminatie. Geschil tussen de Staat en FNV samen met de CNV Jongerenorganisatie over de vraag of sprake is van ongerechtvaardigd onderscheid naar leeftijd doordat in het Besluit houdende vaststelling van een minimumjeugdloonregeling (Stb. 1983, 300 zoals gewijzigd in Stb. 2001, 415) onderscheid wordt gemaakt tussen 15-jarigen voor wie een minimumloonregeling geldt en 13- en 14-jarigen voor wie zon regeling achterwege is gelaten; een redelijk en objectief gerechtvaardigd onderscheid naar leeftijdscategorie dat voldoet aan de vereisten van legitimiteit, doelmatigheid en proportionaliteit?; HR doet zelf de zaak af.
Pagina2480-2483
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AY9216
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 10-11-2006, C06/070HR
CiteertitelNJB 2006, 1913
SamenvattingOnrechtmatige daad zorgverzekeraars jegens farmaceutische bedrijven door beïnvloeden voorschrijfkeuze artsen met financiële incentives?; schending Reclamebesluit geneesmiddelen en Wet tarieven gezondheidszorg?; relativiteitsvereiste; correctie Langemeijer.
Samenvatting (Bron)Mededingingsrecht. Kort geding tussen zorgverzekeraars c.s. en fabrikanten van innovatieve merkgeneesmiddelen over de vraag of het aanbieden door de zorgverzekeraars c.s. van een in medewerkersovereenkomsten met huisartsen opgenomen module rationeel voorschrijven jegens deze fabrikanten onrechtmatig is wegens strijd met het Reclamebesluit geneesmiddelen, met de Wet tarieven gezondheidszorg dan wel met de zorgvuldigheid die volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt; relativiteitsvereiste (art. 6:163 BW), toepassing van de zogeheten correctie-Langemeijer brengt niet mee dat het relativiteitsvereiste wordt opzijgezet.
Pagina2483-2486
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AY9317
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 10-11-2006, R05/015HR
CiteertitelNJB 2006, 1914
SamenvattingAlimentatie jong-meerderjarige: matiging; maatstaf; weigering contact grond voor matiging?
Samenvatting (Bron)Familierecht. Geschil tussen vader en een meerderjarig kind over de vaststelling van een bijdrage in kosten van levensonderhoud en studie; strekking van art. 1:395a BW, matigingsbevoegdheid als bedoeld in art. 1:399 BW.Inhoudsindicatie volgt.
Pagina2486-2487
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AZ0428
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 10-11-2006, R05/063HR
CiteertitelNJB 2006, 1915
SamenvattingAntilliaanse zaak. Arbitrage; geschil over besluiten vennootschap; rechten waarover partijen vrije beschikking in zin van art. 500 lid 1 (oud) RvNA hebben?
Samenvatting (Bron)Antilliaanse zaak; rechtspersonenrecht, arbitragerecht. Geschil tussen aandeelhouders samen met de vennootschap tegen een andere aandeelhouder; bevoegdheid overheidsrechter, op de voet van art. 500 (oud) RvNA hadden de aandeelhouders niet de vrije beschikking om de rechtsgeldigheid van besluiten van de AvA - tot benoeming en ontslag van bestuurders - en die van een bestuurder aan de beslissing van een scheidsman te onderwerpen; tussenkomst overheidsrechter, werking erga omnes van rechterlijke uitspraak over rechtsgeldigheid van besluit, rechtszekerheid derden.
Pagina2487-2489
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AY4033
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 10-11-2006, R05/160HR
CiteertitelNJB 2006, 1916
SamenvattingAlimentatie gewezen echtgenoten: beëindiging op voet art. I lid 2 WLA; maatstaf; strenge motiveringseisen.
Samenvatting (Bron)Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over de beëindiging van partneralimentatie op grond van art. II lid 2 Wet limitering alimentatie na echtscheiding, uitzondering; gebrekkige motivering, (passeren van) essentiële stellingen.
Pagina2489-2490
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AY0417
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 10-11-2006, R05/074HR
CiteertitelNJB 2006, 1917
SamenvattingAlimentatie gewezen echtgenoten. Beëindiging op voet regeling art. II lid 2-4 WLA; toepasselijkheid regeling: overgangsrecht; berekening termijn vijftien jaren: meetellen betaling alimentatie in kader voorlopige voorziening en scheiding tafel en bed? Vervolg op HR 14 mei 2004, NJ 2004, 395.
Samenvatting (Bron)Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over de beëindiging van partneralimentatie; vervolg op HR 14 mei, nr. R03/029, NJ 2004, 395, geding na verwijzing; doel en strekking van de Wet limitering alimentatie na echtscheiding, berekening van de termijn van vijftien jaar als bedoeld in art. II lid 2 WLA.
Pagina2490-2492
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AY9977
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 10-11-2006, R05/127HR
CiteertitelNJB 2006, 1918
SamenvattingVerzoek tot ontslag bestuurder stichting; 'belanghebbende' in zin van art. 2:298 BW; toepasselijkheid algemene regels van bewijsrecht; uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Samenvatting (Bron)Rechtspersonenrecht. Geschil tussen drie bestuurders van een stichting over het door één van hen op grond van art. 2:298 lid 1, aanhef en onder a, BW verzochte ontslag van de andere bestuurders die hij diezelfde dag als bestuurder hebben ontslagen; ontvankelijkheid verzoek, belanghebbende als bedoeld in art. 2:298 BW, maatstaf; vatbaarheid ontslagmaatregel voor uitvoerbaarverklaring bij voorraad; belang in cassatie, niet zelfstandig dragende grond, gewijzigde omstandigheden na bestreden uitspraak.
Pagina2492-2493
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AY8290
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 10-11-2006, R05/041HR
CiteertitelNJB 2006, 1919
SamenvattingInternationaal privaatrecht. Erkenning rechtsgeldigheid van in Marokko gesloten 'Toeboet Zaouija'-huwelijk; kwalificatie. Erkenning kind; (vervangende) toestemming moeder; art. 4 Wet conflictenrecht afstamming; strekking. Vereiste van verwekkerschap. Art. 8 EVRM; family life.
Samenvatting (Bron)Familierecht, internationaal privaatrecht. Verzoek van een gehuwde en hier te lande woonachtige man met Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit tot verlening van vervangende toestemming voor de erkenning van een bij hem verblijvend minderjarig kind dat is geboren uit een andere vrouw met wie hij in Marokko een Toeboet Zaouija-huwelijk heeft gesloten; Toeboet Zaouija-huwelijk in strijd met verbod van bigamie in art. 3, aanhef en onder d, Wch; het ingevolge art. 4 Wca op erkenning toepasselijk recht van toepassing op toestemming moeder.
Pagina2493-2494
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AY5698
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 31-10-2006, 02857/05 E
CiteertitelNJB 2006, 1920
SamenvattingDe bewezenverklaring van 'opzettelijk niet voldoen aan een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast' (art. 184 lid 1 Sr) bevatte de verklaring in de vorm van een procesverbaal opgemaakt door de controleambtenaar en buitengewoon opsporingsambtenaar E.A.G. Het hof bezigde deze verklaring als bewijsmiddel in de zin van art. 344 lid 1 onder 2e Sv.
Samenvatting (Bron)1. Vordering ex art. 5:17 Awb door ambtenaar Keuringsdienst van Waren. 2. Opsporingsbevoegdheid buitengewoon opsporingsambtenaar ex Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Voedsel en Warenautoriteit 2002. Ad 1. HR verwijst naar conclusie van de AG inhoudend dat niet slechts de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees bevoegd was tot toezicht op slachterijen die werken met gespecificeerd hoog risicomateriaal maar dat (ook) de Keuringsdienst voor Waren bevoegd was o.g.v. de Destructiewet. Ad 2. X was o.g.v. art. 2 van voormeld Besluit als buitengewoon opsporingsambtenaar aangewezen. s Hofs oordeel dat hij in die hoedanigheid bevoegd was p-v op te maken t.z.v. het misdrijf van art. 184 Sr is gelet op art. 3.1 van genoemd besluit (waarin de opsporingsbevoegdheid tot bepaalde strafbare feiten is beperkt) onjuist. Het p-v kan daarom niet worden aangemerkt als een p-v ex art. 344.1.2° Sv. Het heeft te gelden als een ander geschrift ex art. 344.1.5° Sv dat alleen i.v.m. de inhoud van andere bewijsmiddelen voor het bewijs mag worden gebruikt, i.c. de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte.
Pagina2495-2495
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AY7790
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 31-10-2006, 00086/06
CiteertitelNJB 2006, 1921
SamenvattingGeval waarin overschrijding van de redelijke termijn - doordat het openbaar ministerie niet de nodige voortvarendheid heeft betracht bij de betekening van een verstekmededeling - leidt tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
Samenvatting (Bron)Redelijke termijn en verstekmededeling. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2000, 721 en HR NJ 2001, 243. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de stukken van het geding niets behelzen waaruit kan volgen dat tussen 20-5-98 (datum uitspraak) en 20-12-05 (datum betekening in persoon) is getracht een verstekmededeling aan verdachte te betekenen, en dat verdachte gedurende deze periode, op ruim 14 maanden na, onafgebroken in de GBA is opgenomen geweest, moet worden geoordeeld dat in die fase van het geding de redelijke termijn a.b.i. art. 6 EVRM is overschreden. Dat leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM, waarbij de HR in aanmerking neemt: (a) dat verdachte sedert 20-5-98 op ruim 14 maanden na stond ingeschreven in een GBA; (b) dat moet worden uitgegaan van een aan het OM toe te rekenen periode van inactiviteit van meer dan 7 jaren; (c) dat de onderhavige feiten op 13-11-96 en 22-9-96 zijn begaan.
Pagina2495-2496
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AY8320
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 31-10-2006, 02450/05
CiteertitelNJB 2006, 1922
SamenvattingWegens overtreding van het bepaalde bij een artikel van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven werd de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot een geldboete van € 40 want hij had binnen een door B&W aangewezen gebied alcoholhoudende drank gedronken en/of daar een of meer blikjes met alcoholhoudende drank bij zich gehad.
Samenvatting (Bron)HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2003, 544. I.c. heeft de AG bij het hof ter terechtzitting aangegeven dat het OM niet tot een transactieaanbod is overgegaan i.v.m. recidive. Het hof heeft die beslissing van het OM naar in cassatie tot uitgangspunt moet worden genomen aangemerkt als een verzuim. Dit verzuim behoeft echter niet te leiden tot de niet-ontvankelijkverklaring van het OM in de vervolging. In hetgeen ook in HR NJ 2003, 544 is vooropgesteld wordt immers niet uitgesloten dat daarvan ook in andere gevallen dan het aldaar genoemde geval kan worden afgezien. In aanmerking genomen dat het hof verdachte een straf heeft opgelegd overeenkomstig het toepasselijke transactieaanbod, geeft zijn oordeel dat er i.c. geen grond is het OM niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het evenmin onbegrijpelijk.
Pagina2496-2496
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AY0107
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 31-10-2006, 01566/05
CiteertitelNJB 2006, 1923
SamenvattingLeidse studenten vieren het feest genaamd 'leestafel-zooien'. Daarbij proberen dertig studenten een leestafel van ongeveer 1000 kilogram naar buiten te brengen waarbij de tafel als stormram dient om een deur open te beuken, wat het bestuur van de studentenclub moet proberen te verhinderen. Een bestuurslid komt daarbij op een gegeven moment tussen tafel en deur te verkeren en raakt ernstig gewond.
Samenvatting (Bron)Minerva-zaak. 1. Schuld ex art. 308 Sr. 2. Spelexceptie. 3. Pleitnota geen wettig bewijsmiddel. Ad 1. In cassatie kan slechts worden onderzocht of de schuld aan het door het slachtoffer bekomen zwaar lichamelijk letsel - i.c. het bewezenverklaarde aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en nalatig handelen - uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Daarbij komt het aan op het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. s Hofs oordeel omtrent de bewezenverklaarde schuld is in de kern op het volgende gebaseerd: a. verdachte heeft in een relatief kleine ruimte met zon 30 personen, van wie velen alcoholhoudende drank hadden genuttigd, met een zeer grote en zware tafel tegen deuren geramd teneinde die deuren open te krijgen; b. verdachte heeft actief meegedaan in het gebeuren, dat al was voorafgegaan door het niet ongevaarlijk via een trap naar beneden brengen van deze tafel; c. verdachte was op de hoogte van het evident gevaarzettende karakter van dit handelen; d. verdachte had, gelet op het gevaarzettend gedrag, bedacht kunnen en moeten zijn op onvoorspelbaar gedrag van het slachtoffer, dat als bestuurslid geacht werd het naar buiten brengen van de tafel te verhinderen. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting aangaande het bestanddeel schuld en is ook niet onbegrijpelijk. Daarbij heeft de HR in aanmerking genomen dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat ook als het toebrengen van het letsel aan het slachtoffer voor verdachte niet (meer) vermijdbaar zou zijn geweest a.g.v. de gedragingen van slachtoffer en medeverdachten, deze omstandigheid mede door verdachte en zijn medeverdachten in het leven is geroepen. Ad 2. Vooropgesteld moet worden dat indien de letsel veroorzakende gedragingen zijn begaan in een min of meer reguliere sport- of spelsituatie, van schuld a.b.i. art. 308 Sr in de regel minder snel sprake zal zijn, dan indien diezelfde gedragingen buiten zon situatie zijn begaan. In s hofs overwegingen ligt besloten dat het heeft geoordeeld dat i.c. geen sprake was van een dergelijke spelsituatie die aan een bewezenverklaring van schuld in de weg zou staan. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat uit de bewijsmotivering volgt dat weliswaar sprake was van zeer gevaarzettend handelen, maar niet van een door duidelijke spelregels afgebakend spel. 3. Verklaringen en mededelingen van de raadsman die ter terechtzitting, al dan niet ex art. 279.1 Sv, als zodanig optreedt, kunnen niet als wettige bewijsmiddelen gelden (HR NJ 1981, 13 en HR NJ 2002, 340). Daarmee valt niet te verenigen dat een door de raadsvrouwe overgelegde pleitnota wel als zodanig zou kunnen gelden. Een dergelijke pleitnota kan dus niet worden aangemerkt als een wettig bewijsmiddel, meer i.h.b. niet als een ander geschrift a.b.i. art. 344.1.5° Sv. Dat geldt ook t.a.v. een pleitnota van een raadsman van een medeverdachte.
Pagina2496-2498
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AX9180
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 07-11-2006, 02378/05
CiteertitelNJB 2006, 1924
SamenvattingOnrechtmatige bewijsgaring (?). Een inspecteur van politie was, ten behoeve van de inbeslagneming van tonnen met hennep de woning van de verdachte binnengegaan zonder dat hem voor dat binnentreden een schriftelijke machtiging was afgegeven.
Samenvatting (Bron)Ex art. 2.1 Awbi is behoudens hier niet terzake doende uitzonderingen voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner een schriftelijke machtiging vereist. s Hofs oordeel dat i.c. een schriftelijke machtiging tot binnentreden niet was vereist nu het hier slechts een bijdrage van inspecteur X aan een (verwezenlijking van) uitlevering van voor beslag vatbare voorwerpen betreft, getuigt dan ook van een onjuiste opvatting m.b.t. de eisen van art. 2 Awbi. Na terugwijzing zal dienen te worden onderzocht of het verzuim, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, van dien aard is dat bewijsuitsluiting in aanmerking komt (HR NJ 2004, 376).
Pagina2498-2499
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AY6927
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 07-11-2006, 02389/05 A
CiteertitelNJB 2006, 1925
SamenvattingHet Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba had de verdachte ontslagen van rechtsvervolging voor wat betreft de eerste twee bewezenverklaarde feiten en hem voor twee andere feiten en hem voor twee andere feiten veroordeeld tot een geldboete van tienduizend NAF.
Samenvatting (Bron)Antilliaanse zaak. OM-cassatie. Gelet op de tekst van art. 350.1 SrNA, waarin het onderdeel zonder klaarblijkelijke bestemming om weder te worden uitgevoerd onmiskenbaar als beperking van de strafbaarheid van het invoeren is opgenomen, en in aanmerking genomen dat niets erop wijst dat de wetgever bedoelde beperking van de strafbaarheid eveneens van toepassing heeft willen laten zijn op het ten verkoop in voorraad hebben, getuigt s hofs oordeel van een onjuiste rechtsopvatting.
Pagina2499-2499
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AY7360
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 06-10-2006, 42607
CiteertitelNJB 2006, 1926
SamenvattingDoor verzekeringsmaatschappij aan ondernemer ter zake van verlies van arbeidsvermogen verstrekte schadevergoeding is onbelast.
Samenvatting (Bron)Verlies van arbeidsvermogen bij ondernemer. Schadevergoeding belast?
Pagina2499-2499
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AY9498
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 06-10-2006, 42617
CiteertitelNJB 2006, 1927
SamenvattingHof Arnhem nam ten onrechte aan dat tussen partijen geen geschil meer bestond.
Samenvatting (Bron)Compromis ter zitting?
Pagina2499-2500
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AY9499
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 01-11-2006, 200602308/1
CiteertitelNJB 2006, 1928
SamenvattingArt. 6:13 Awb, voor zover hier van belang, moet aldus worden uitgelegd dat een belanghebbende slechts beroep kan instellen tegen onderdelen van een besluit waarover hij een zienswijze naar voren heeft gebracht, tenzij hem redelijkerwijs niet kan worden verweten over dat onderdeel geen zienswijze naar voren te hebben gebracht.

(A / B&W van Noorden-Koggenland).
Pagina2500-2500
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBoeken
TitelBoeken
CiteertitelNJB 2006, 1930
Pagina2502-2502
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekTijdschriften
TitelTijdschriften
CiteertitelNJB 2006, 1931-1941
Pagina2503-2506
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetgeving
TitelNieuwe wetsvoorstellen
CiteertitelNJB 2006, 1943
Pagina2507-2507
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetgeving
TitelVervolgstukken
CiteertitelNJB 2006, 1944
Pagina2507-2509
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekNieuws
TitelLekenrechtspraak dicht de 'kloof' niet
CiteertitelNJB 2006, 1946
SamenvattingDe invoering van lekenrechtspraak is niet een middel om een bestaande legitimiteitskloof en 'punitiviteitskloof' op te lossen. Tot deze conclusie komt prof. mr. Th.A. de Roos in een advies dat hij in opdracht van de Minister van Justitie schreef. Het advies is op 20 november naar de Tweede Kamer gestuurd. De Roos deed een inventariserend onderzoek naar diverse systemen van lekenrechtspraak in vijf EU-landen.
Pagina2511-2512
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekUniversitair nieuws
TitelUniversitair nieuws
CiteertitelNJB 2006, 1956
Pagina2516-2518
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPersonalia
TitelPersonalia
CiteertitelNJB 2006, 1957
Pagina2518-2518
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekAgenda
TitelAgenda
CiteertitelNJB 2006, 1958
Pagina2519-2519
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 08-11-2006, 200602049/1
CiteertitelNJB 2006, 1929
SamenvattingDe omstandigheid dat er geen sprake is van onevenredige schade in de zin van art. 3:4 lid 2 Awb, in de zin dat de gestelde schade niet bij voorbaat in de weg staat aan het nemen van een rechtmatig besluit, betekent niet dat er evenmin aanleiding is voor schadevergoeding op grond van het algemeen rechtsbeginsel van de gelijkheid voor de openbare lasten (het égalité-beginsel).
Pagina2500-2501
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetgeving
TitelNota's, rapporten & verslagen
CiteertitelNJB 2006, 1945
Pagina2509-2510
Artikel aanvragenVia Praktizijn