Delikt en Delinkwent

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Delikt en Delinkwent
Datum 29-12-2006
Aflevering 10
TitelProf. mr. Th.W. van Veen (1920-2006)
CiteertitelDD 2006, 76
SamenvattingOp 8 september 2006 stierf prof. mr. Th.W. van Veen op 86-jarige leeftijd. Hij is van uitzonderlijke betekenis geweest voor de Nederlandse strafrechtswetenschap, voor de Groningse juridische faculteit en haar vakgroep Strafrecht & Criminologie en voor zijn leerlingen. Met zijn overlijden is een van de laatsten van een nu voorbije generaties strafrechtjuristen heengegaan, strafrechtjuristen die in de tweede helft van de vorige eeuw in de kracht van hun werkzame leven waren. Van Veen moet als één van de groten van zijn generatie worden beschouwd.
Auteur(s)D.H. de Jong , G. Knigge
Pagina1071-1076
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRechtspreken in de dramademocratie - Kanttekeningen bij lekenrechtspraak en motiveringsvereisten
CiteertitelDD 2006, 77
SamenvattingDe dramademocratie is een term die de Belgische socioloog Mark Elchardus enkele jaren geleden lanceerde. Hij beschrijft daarmee de toestand van de democratie waarin enerzijds onder de bevolking gevoelens van onbehagen en onvrede bestaan, terwijl deze gevoelens anderzijds via de media worden gedramatiseerd op een manier die deze gevoelens zelf aanzwengelen en direct toegankelijk maken voor de gehele bevolking. Dat dubbele gegeven heeft verstrekkende gevolgen voor de democratie en het bestuur.
Auteur(s)Y. Buruma
Pagina1077-1088
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelDe voorwaardelijke invrijheidstelling in ere hersteld
CiteertitelDD 2006, 78
SamenvattingWetsvoorstel 30513 strekt ertoe de vervroegde invrijheidstelling om te vormen tot een voorwaardelijke invrijheidstelling. In de onderstaande bijdrage staat dit wetsvoorstel centraal. Aandacht wordt besteed aan de relatie van de voorgestelde voorwaardelijke invrijheidstelling tot het penitentiair programma en tot de gedeeltelijk voorwaardelijke vrijheidsstraf. Ook komt een categorie veroordeelden aan bod die in het wetsvoorstel node wordt gemist: de tot levenslang veroordeelden.
Auteur(s)F.W. Bleichrodt
Pagina1089-1106
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelHet recht op kennisneming van de processtukken in het Wetsvoorstel tot verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven
CiteertitelDD 2006, 79
SamenvattingHet geamendeerde Wetsvoorstel 30164 tot verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven bevat een voorziening die een vergaande en langdurige inbreuk kan bewerkstelligen op het recht op kennisneming van processtukken. In deze bijdrage wordt onderzocht hoe het wetsvoorstel zich op dit punt verhoudt tot de rechtspraak van het EHRM, wordt een amendement geanalyseerd dat strekt tot versterking van de processuele positie van de verdachte en wordt bezien welke procedurele waarborgen mogelijk zijn voor de verdachte tegen beperking van het inzagerecht.
Auteur(s)T. Kooijmans , J.B.H.M. Simmelink
Pagina1107-1126
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelEen algemene schadevergoedingsregeling in het strafprocesrecht. Haast geboden
CiteertitelDD 2006, 80
SamenvattingOp het departement van Justitie wordt hard gewerkt aan een concept-wetsvoorstel inzake een algemene wettelijke schadevergoedingsregeling in het strafprocesrecht. De politiek heeft haast, maar in rechtswetenschappelijke kringen ontmoeten de plannen de nodige scepsis. In deze bijdrage worden enkele bezwaren en punten van kritiek onder de loep genomen en wordt betoogd dat die grotendeels berusten op misverstanden en verkeerde veronderstellingen.
Auteur(s)N.J.M. Kwakman
Pagina1127-1136
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekMededelingen
TitelMededelingen
CiteertitelDD 2006, 81
Pagina1137-1137
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFiscaal strafrecht
TitelFiscaal strafrecht
CiteertitelDD 2006, 82
SamenvattingIn deze aflevering van de rubriek fiscaal strafrecht wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste wijzigingen die de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR) zal ondergaan als gevolg van de Wet OM-afdoening (Kamerstukken I 29849). Daarnaast zal een tweetal fiscaal strafrechtelijk beslissingen worden besproken.
Auteur(s)W.E.C.A. Valkenburg
Pagina1138-1143
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak EHRM
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 03-10-2006, ---
CiteertitelDD 2006, 83
SamenvattingArtikel 5 EVRM.

(McKa / het Verenigd Koninkrijk).
AnnotatorA. den Hartog
Pagina1143-1145
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak EHRM
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 11-09-2006, ---
CiteertitelDD 2006, 83
SamenvattingArtikel 6 EVRM. Ontvankelijkheidsbeslissing.

(Sapunarescu / Duitsland).
AnnotatorA. den Hartog
Pagina1145-1147
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak EHRM
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 18-09-2006, ---
CiteertitelDD 2006, 83
SamenvattingOntvankelijkheidsbeslissing.

(Dogmoch / Duitsland).
AnnotatorA. den Hartog
Pagina1147-1148
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak EHRM
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 18-07-2006, ---
CiteertitelDD 2006, 83
SamenvattingArtikel 8 EVRM.

(Keegan / het Verenigd Koninkrijk).
AnnotatorS. Berkhout
Pagina1148-1149
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak EHRM
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 29-06-2006, ---
CiteertitelDD 2006, 83
Samenvatting(Panteleyenko / de Ukraine).
AnnotatorS. Berkhout
Pagina1149-1151
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak EHRM
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 26-09-2006, ---
CiteertitelDD 2006, 83
Samenvatting(Wainwright / het Verenigd Koninkrijk).
AnnotatorS. Berkhout
Pagina1152-1154
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekBestuursstrafrecht
TitelBestuursstrafrecht
CiteertitelDD 2006, 84
SamenvattingNa in het afgelopen meinummer van Delikt en Delinkwent van start te zijn gegaan met deze rubriek, wordt in deze bijdrage een vervolg geschreven op enkele bijzondere onderwerpen inzake het zogenaamde 'bestuursstrafrecht'. Allereerst wordt melding gemaakt van het vervolg van de schijnbaar grenzenloze uitbreiding van het bestuurlijke straffen. Aansluitend worden enkele kenmerkende interferenties tussen bestuursrecht en strafrecht beschreven. Daarna wordt ingegaan op de perikelen rondom de twee wetsvoorstellen welke gemeentebesturen de bevoegdheid verleend om bestuurlijke boeten te gaan opleggen.
Auteur(s)A.R. Hartmann , P.G. Wiewel
Pagina1154-1169
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEen significante bijdrage aan openlijk geweld
CiteertitelDD 2006, 85
SamenvattingDe zaak van Anja Joos is in deze rubriek al eerder aan de orde geweest. De twee arresten die de Hoge Raad inmiddels op 20 juni 2006 (DD 85.6 en DD 85.7) in deze zaak heeft gewezen, vormen voor ons de aanleiding om nog eens nader in te gaan op de wijze waarop het in 2000 gewijzigde artikel 141 Sr (openlijke geweldpleging) in de rechtspraktijk wordt toegepast. Behalve de genoemde arresten bespreken wij daartoe ook een aantal andere uitspraken, die onder meer betrekking hebben op geweld door voetbalsupporters. Wij beginnen deze bijdrage met een terugblik op de totstandkoming van en de ontwikkelingen rond het gewijzigde artikel 141 Sr.
Auteur(s)J.M.W. Lindeman , E. Sikkema
Pagina1170-1188
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank Rotterdam, 05-09-2005, 10-691015/05
CiteertitelDD 2006, 85.1
SamenvattingBuiten het zicht van de verdachte is in de snackbar een vechtpartij ontstaan tussen enkele leden van die groep en de eigenaars.
Pagina1170-1170
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof 's-Gravenhage, 10-11-2005, 22.4294.05
CiteertitelDD 2006, 85.2
SamenvattingDe verdachte vervoerde als transportbegeleider van de Dienst Vervoer en Ondersteuning de gedetineerde I.M. naar de Rijksinrichting voor jongeren "Eikenstein" te Zeist samen met zijn collega E.R.
Pagina1170-1171
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 18-09-2006, 09/900306-06
CiteertitelDD 2006, 85.3
SamenvattingPoging zware mishandeling.
Samenvatting (Bron)Verdachte is naar Den Haag gegaan om te vechten met een rivaliserende supportersgroep. Verdachte is met de zichtbaar bewapende groep AJAX-supporters meegelopen naar het ADO-honk. Verdachte heeft zich, eenmaal bij het ADO-honk aangekomen, niet losgemaakt uit de deels bewapende groep die aldaar duidelijk de confrontatie zocht. Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank een voldoende significante bijdrage geleverd aan het openlijk in vereniging gepleegde geweld. Verdachte wordt vrijgesproken van de telastgelegde: brandstichting, het tot ontploffing brengen van de vuurwerkbom, poging tot moord, poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling, deelneming aan een criminele organisatie. Bewezenverklaarde feiten: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen; Schadevergoeding aan slachtoffers; Stadionverbod
Pagina1171-1172
UitspraakECLI:NL:RBSGR:2006:AY8446
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-09-2006, 20-011277-05
CiteertitelDD 2006, 85.4
SamenvattingDoor zich aan te sluiten bij een groep supporters - van welke supporters het door de uiterlijke verschijning van hun gedrag als vorenomschreven duidelijk was dat zij uit waren op een gewelddadige confrontatie met supporters van de andere voetbalclub - en door met deze groep mee te lopen en mee te rennen, heeft verdachte deel uitgemaakt van deze groep.
Samenvatting (Bron)Openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen en personen door voetbalsupporters. Artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht. Door zich aan te sluiten bij een groep supporters - van welke supporters het door de uiterlijke verschijning van hun gedrag duidelijk was dat zij uit waren op een gewelddadige confrontatie met supporters van een andere voetbalclub en door met deze groep mee te lopen en mee te rennen, heeft verdachte deel uitgemaakt van deze groep. Aldus heeft verdachte reeds toen de openbare orde geweld aangedaan. Verdachte heeft zich niet losgemaakt van de groep die de confrontatie zocht. Verdachte wist of had redelijkerwijs kunnen vermoeden dat hij in het handgemeen terecht zou komen en heeft zich hiervan derhalve niet tijdig gedistantieerd, ondanks dat hij zoals uit zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep blijkt voldoende mogelijkheden daartoe heeft gehad. Verdachte heeft derhalve bewust gekozen voor de groep die uit was op een gewelddadige confrontatie en heeft aldus door zijn voortgezette aanwezigheid in de groep blijk gegeven van zijn intentie die was gericht op (het uitlokken van) geweld, waarbij zijn voortgezette aanwezigheid heeft geleid tot een getalsmatige vermeerdering van de groep en daarmee tot een bijdrage aan de sfeer van ontremming, die tot het geweld doen aan de openbare orde en tot de confrontatie heeft geleid. Gelet hierop is er sprake van een voldoende significante en wezenlijke bijdrage door verdachte aan het gepleegde openlijk geweld. Daaraan doet niet af dat verdachte naar eigen zeggen is blijven staan en op korte afstand naar het handgemeen en de vernielingen, die daarop volgden, heeft staan kijken.
Pagina1172-1172
UitspraakECLI:NL:GHSHE:2006:AY7791
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 13-09-2005, 03462/04 J
CiteertitelDD 2006, 85.5
SamenvattingDe eerste klacht van het middel komt op tegen 's Hofs oordeel dat het tezamen en in vereniging met anderen geweld plegen tegen goederen innerlijk tegenstrijdig is met het gooien van één steen of één hard voorwerp.
Samenvatting (Bron)OM-cassatie. Het hof verklaarde de dagvaarding nietig omdat het oordeelde dat 1. het tezamen en in vereniging met anderen geweld plegen tegen goederen innerlijk tegenstrijdig is met het gooien van één steen of één hard voorwerp en 2. het bij wijziging tenlastelegging toegevoegde geweld is gericht tegen personen. Ad 1. Van het in vereniging plegen van geweld ex art. 141 Sr is reeds sprake indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld; deze bijdrage behoeft echter zelf niet van gewelddadige aard te zijn. Ad 2. De door het hof aangenomen innerlijke tegenstrijdigheid, veroorzaakt door de wijziging tenlastelegging, had slechts kunnen leiden tot partiële nietigverklaring van de dagvaarding, omdat de oorspronkelijke tenlastelegging voldoet aan de eisen van art. 261 Sv en de toevoeging geen essentieel onderdeel vormt van de tenlastelegging; door partiële vernietiging wordt het overblijvende deel van de tenlastelegging niet in zijn geheel onduidelijk.
Pagina1173-1173
UitspraakECLI:NL:HR:2005:AT5755
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 20-06-2006, 02463/05
CiteertitelDD 2006, 85.6
SamenvattingAnja Joos I.
Samenvatting (Bron)Zaak Anja Joos. Van het in vereniging plegen van geweld ex art. 141 Sr is sprake indien betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die in vereniging geweld pleegt (HR LJN AL6209). Het is i.c. niet de enkele omstandigheid geweest dat verdachte in de groep aanwezig was en aldus de groep getalsmatig versterkte welke het hof voldoende heeft geacht om hem te kunnen aanmerken als iemand die in vorenbedoelde zin in verenigingopenlijk geweld heeft gepleegd. s Hofs oordeel houdt tevens in dat verdachte en de anderen ieder voor zich hebben besloten de confrontatie te zoeken, hetgeen het hof daaruit heeft afgeleid dat de groep, waarvan verdachte deel uitmaakte, ook nog nadat was geconstateerd dat het slachtoffer geen diefstal had gepleegd naar haar bleef joelen en schreeuwen, dat tussen de groep en het slachtoffer vervolgens met stoelen naar elkaar is geslagen, waarbij ook verdachte een stoel heeft gehanteerd, dat de groep intussen in homogeen verband naar het slachtoffer is opgedrongen en haar heeft ingesloten, en dat door iemand uit de groep voor ieder zichtbaar tegen het slachtoffer is getrapt terwijl zij op de grond lag, een en ander zonder dat verdachte zich op enig moment van de gebeurtenissen heeft gedistantieerd. Het hof heeft daaruit kunnen afleiden dat verdachte
Pagina1173-1174
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AV7266
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 20-06-2006, 02464/05
CiteertitelDD 2006, 85.7
SamenvattingAnja Joos II.
Samenvatting (Bron)Zaak Anja Joos. Van het in vereniging plegen van geweld ex art. 141 Sr is sprake indien betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die in vereniging geweld pleegt (HR LJN AL6209). Het is i.c. niet de enkele omstandigheid geweest dat verdachte in de groep aanwezig was en aldus de groep getalsmatig versterkte welke het hof voldoende heeft geacht om hem te kunnen aanmerken als iemand die in vorenbedoelde zin in verenigingopenlijk geweld heeft gepleegd. s Hofs oordeel houdt tevens in dat verdachte en de anderen ieder voor zich hebben besloten de confrontatie te zoeken, hetgeen het hof daaruit heeft afgeleid dat de groep, waarvan verdachte deel uitmaakte, ook nog nadat was geconstateerd dat het slachtoffer geen diefstal had gepleegd naar haar bleef joelen en schreeuwen, dat tussen de groep en het slachtoffer vervolgens met stoelen naar elkaar is geslagen, dat de groep intussen in homogeen verband naar het slachtoffer is opgedrongen en haar heeft ingesloten, en dat door iemand uit de groep voor ieder zichtbaar tegen het slachtoffer is getrapt terwijl zij op de grond lag, een en ander zonder dat verdachte zich op enig moment van de gebeurtenissen heeft gedistantieerd. Het hof heeft daaruit kunnen afleiden dat verdachte aldus een voldoende significante aan het openlijk geweld heeft geleverd.
Pagina1174-1174
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AV7268
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 13-06-2006, 01554/05
CiteertitelDD 2006, 85.8
SamenvattingIn de onderhavige zaak blijkt uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen, in samenhang met de bewijsoverweging, dat verdachte en zijn kompanen, nadat hen door [slachtoffer] de toegang tot het café was ontzegd, toch naar binnen zijn gegaan.
Samenvatting (Bron)1. Openlijk ex art. 141.1 Sr. 2. Art. 359.2 Sv. Ad 1. Van openlijk geweld ex art. 141.1 Sr is sprake bij geweld dat zich door onverholen, niet-heimelijk bedreven daden heeft geopenbaard, zodat daardoor de openbare orde is aangerand, zonder dat evenwel is vereist dat ten tijde en ter plaatse van het plegen van het geweld publiek aanwezig was (HR NJ 1979, 618). Ad 2. In de bewezenverklaring ligt s hofs oordeel besloten dat openlijk geweld is gepleegd. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting gelet op de omstandigheid dat uit de bewijsmiddelen volgt dat de geweldpleging plaatsvond in het voor het publiek toegankelijk gedeelte van een café. Mede in aanmerking genomen dat in het recht geen steun is te vinden voor de aan het middel en het verweer ten grondslag liggende opvatting dat van openlijke geweldpleging ex art. 141.1 Sr geen sprake kan zijn op de grond dat er feitelijk geen vrije toegang en geen zicht op wat er binnen gebeurde bestond, behoefde 's hofs oordeel geen nadere motivering, ook niet in het licht van art. 359.2 Sv (HR LJN AU9130).
Pagina1174-1175
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AW3560
Artikel aanvragenVia Praktizijn