Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 23-02-2007
Aflevering 8
RubriekVooraf
TitelDe status van de redelijkheid en billijkheid
CiteertitelNJB 2007, 421
SamenvattingNederland behoort tot de rechtsstelsels waar de redelijkheid en billijkheid hoog in het vaandel staat. We kennen de relatief vrije rol van de redelijkheid en billijkheid bij uitleg van overeenkomsten, de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid en, natuurlijk, de beperkende werking daarvan. In dat verband weten we, door een gestage stroom aan jurisprudentie van de Hoge Raad, inmiddels een heleboel.
Auteur(s)C.E. Drion
Pagina433-433
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
TitelRechterlijke bemiddeling bij Stork is ok
CiteertitelNJB 2007, 422
SamenvattingIn de media is het de afgelopen tijd breed uitgemeten: de perikelen rondom het beleid en de gang van zaken bij Stork. En ook de inmenging van de Ondernemingskamer in deze machtsstrijd. Aan de hand van de uitspraak in de Stork-zaak wordt stilgestaan bij de betekenis van deze beschikking voor het Nederlandse ondernemingsrecht.
Auteur(s)M.J. Kroeze , M.A. Verbrugh
Pagina434-441
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEssay
TitelGedragsbiologische achtergronden van het recht. Recht en biologie
CiteertitelNJB 2007, 423
SamenvattingHebben recht en biologie met elkaar te maken? Naast verklaringen van crimineel gedrag en zicht op de ontwikkeling van rechtssysteem biedt de rechtsbiologie volgens de auteur inzicht in de rechtspraak. De biologie zal echter geen harde aanbevelingen tot verbetering van het recht opleveren. Wel kan de rechtsbiologie voorkomen dat er ongewenste gevolgen van wetten optreden.
Auteur(s)H. Gommer
Pagina442-447
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekO & M
TitelDe goed wil van Ybo Buruma: One Cheer for Democracy!
CiteertitelNJB 2007, 424
SamenvattingYbo Buruma fileert in het Vooraf van NJB 2007, 2, 68, p. 73 een belangrijk probleem van de democratische rechtsstaat. Het zou zo vanzelfsprekend moeten zijn dat vertrouwen in de goede wil van anderen met het oog op de lange termijn belangrijker is dan de winst van vandaag. De praktijk is helaas vaak anders. Het betoog van Buruma sluit tegen die achtergrond naadloos aan bij de inhoud van de parlementaire conferentie 'Stoelendansen met de macht' van een klein jaar geleden.
Auteur(s)A. de Groot
Pagina448-448
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekO & M
TitelKinderen, co-moeders en het afstammingsrecht
CiteertitelNJB 2007, 425
SamenvattingOp 18 januari 2007 heeft een aantal kamerleden (Pechtold, van der Ham, Azough en Teeven) een motie ingediend (Kamerstukken II 2006/07, 30800, VI, nr 60) om daadwerkelijk afstammingsrechtelijke gelijkstelling te bewerkstelligen voor kinderen die binnen een lesbische relatie worden geboren. De motie beoogt wetsvoorstel 30551 als volgt aan te passen: kinderen die binnen een lesbisch huwelijk worden geboren, hebben van rechtswege twee moeders en kinderen die buiten huwelijk worden geboren kunnen door de vrouwelijke partner van de moeder worden erkend.
Auteur(s)M. Vonk
Pagina448-449
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 12-12-2006, 13378/05
CiteertitelNJB 2007, 426
SamenvattingArt. 34 en 35 lid 1 EVRM. Verzoek om declaration of incompatibility niet vereist in in het kader van uitputting nationale rechtsmiddelen.
Art. 14 EVRM jo. art. 1 EP. Ongelijke behandeling op grond van burgerlijke staat met betrekking tot belastingrechtelijk systeem valt binnen de aan de staat toegekende, ruime margin of appreciation.

(Burden en Burden / Verenigd Koninkrijk).
Samenvatting (Bron)No violation of Art. 14+P1-1
Pagina450-451
UitspraakECLI:CE:ECHR:2006:1212JUD001337805
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHof van Justitie EG, 18-01-2007, C-229/05 P
CiteertitelNJB 2007, 427
SamenvattingHogere voorziening - Specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op strijd tegen terrorisme - Beroep tot nietigverklaring - Ontvankelijkheid.

(Osman Ocalan e.a. / Raad van de Europese Unie e.a.).
Samenvatting (Bron)Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 18 januari 2007. # Osman Ocalan, namens de Kurdistan Workers's Party (PKK) en Serif Vanly, namens het Kurdistan National Congres (KNK) tegen Raad van de Europese Unie. # Hogere voorziening - Specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op strijd tegen terrorisme - Beroep tot nietigverklaring - Ontvankelijkheid. # Zaak C-229/05 P.
Pagina451-451
UitspraakECLI:EU:C:2007:32
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 02-02-2007, C05/223HR (1442)
CiteertitelNJB 2007, 428
SamenvattingOnteigening. Bij de beantwoording van de vraag of de onteigende vanwege de naderende onteigening heeft afgezien van een voorgenomen investering op het onteigende komt het aan op alle omstandigheden dat de onteigende de investering niet heeft gedaan op een door hem verworven vervangende locatie slechts een van de in aanmerking te nemen omstandigheden is.
Samenvatting (Bron)Onteigeningsrecht. Door Staat gevorderde vervroegde onteigening met schadeloosstelling wegens bedrijfsverplaatsing; vaststelling schadeloosstelling, aankoop van vervangende locatie, tijdelijke financieringslasten, afzien van voorgenomen investering en uitblijven daarvan op nieuwe locatie, maatstaf, motiveringseisen; vergoeding van wettelijke rente ter zake van het verschil tussen de schadeloosstelling en voorschotten, ingangsdatum; kosten deskundigen, onbegrijpelijk oordeel.
Pagina451-453
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ4603
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 02-02-2007, C05/274HR
CiteertitelNJB 2007, 429
SamenvattingInsolventierecht. Faillissementspauliana. Het hof heeft kunnen oordelen dat de bank op grond van hetgeen haar was medegedeeld heeft mogen aannemen dat de gezamenlijk herfinanciering en herschikking van activiteiten mede in het belang van CBS was.
Samenvatting (Bron)Faillissementspauliana. Door curator ingeroepen vernietiging van een financieringsovereenkomst tussen gefailleerde vennootschappen en bank die na opzegging tot verrekening was overgegaan; wetenschap van benadeling in de zin van art. 42 F.; bewijsvermoeden als bedoeld in art. 43 lid 1, aanhef en onder 1 , F.; onrechtmatige daad, door bank te betrachten zorgvuldigheid.
Pagina453-455
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ1611
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 02-02-2007, C05/302HR
CiteertitelNJB 2007, 430
SamenvattingBewijsrecht. Afbakening probandum; omkeringsregel; bewijswaardering. Uitgangspunt is dat verweerder het causaal verband heeft bestreden. Het hof heeft nader aangegeven op welk punt de bewijslevering door Juresta van belang was en daarbij het probandum verder afgebakend. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het hof in de stellingen van verweerder een zodanig voldoende betwisting gelezen van het causaal verband met betrekking tot het punt waarop het nader afgebakende probandum betrekking heeft, dat er aanleiding was de bewijslast in de zin van het bewijsrisico van Juresta daarop toe te spitsen.
Samenvatting (Bron)Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Door voormalige cliŽnt ingestelde schadevergoedingsactie wegens een beroepsfout bestaande in het niet-informeren over risicos van de tenuitvoerlegging van een vonnis dat in appel werd vernietigd; ontbrekend causaal verband tussen fout en schade; bewijslastverdeling, bewijsrisico; omkeringsregel niet toepasselijk nu informatieplicht advocaat niet ertoe strekt cliŽnt tegen aan rechtsmaatregelen verbonden risicos te beschermen.
Pagina455-456
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ4564
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 02-02-2007, C05/313HR
CiteertitelNJB 2007, 431
SamenvattingUitleg beding. In een geval waarin sprake is van een koop op een executoriale veiling, geldt als uitgangspunt bij de uitleg van een van de veilingvoorwaarden deel uitmakend beding als het onderhavige, waarmee wordt beoogd de rechtspositie van een derde, te weten de veilingkoper, te bepalen, dat een toespitsing van de Haviltex-norm op een geobjectiveerde maatstaf in de rede ligt.
Samenvatting (Bron)Verbintenissenrecht. Koop van lidmaatschapsrecht m.b.t. appartement op een openbare veiling. Geschil tussen koper en verkoper over de vraag of de gebruiker van de bij het appartement behorende zolderruimte op grond van een ten behoeve van hem in de veilingvoorwaarden opgenomen kettingbeding mag doorgaan met het verhuren aan derden van die zolderruimte; uitleg beding, maatstaf, gezichtspunten; onderzoeksplicht veilingkoper, onbegrijpelijk oordeel; cassatie, ontoelaatbaar feitelijk novum.
Pagina456-458
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ4410
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 02-02-2007, R06/128HR
CiteertitelNJB 2007, 432
SamenvattingWet BOPZ. Uitgangspunt moet zijn dat de bijzondere voorwaarde bij het verlenen van een voorwaardelijke machtiging moet voldoen aan de in art. 14a lid 7 Wet Bopz gestelde eisen en dat dit derhalve in de formulering ervan tot uitdrukking moet komen. Dit betekent niet dat slechts voorwaarden kunnen worden opgelegd die een specifieke, exacte en zonder meer door de betrokkene naleefbare regel inhouden.
Samenvatting (Bron)Bopz, voorwaardelijke machtiging; toelaatbaarheid van in beschikking overgenomen (bijzondere) voorwaarde dat de betrokkene zich houdt aan de met casemanagement gemaakte afspraken; door art. 14a lid 7 Wet Bopz aan de bijzondere voorwaarden te stellen eisen; verhouding tot algemene voorwaarde van art. 14a lid 6 en behandelingsplan.
Pagina458-459
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ1113
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 02-02-2007, C05/181HR
CiteertitelNJB 2007, 433
SamenvattingKoop. Wederpartij bij overeenkomst. Leverancier verkoopt computerproducten aan automatiseringsbedrijf of aan de moedervennootschap daarvan. Het automatiseringsbedrijf failleert. De leverancier spreekt de moedervennootschap aan, stellende dat hij met haar heeft gecontracteerd. De rechtbank acht dat niet bewezen en wijst de vordering af. Het hof bevestigt dit.
Samenvatting (Bron)Koop. Geschil tussen een leverancier van computerproducten en de holding van een gefailleerd automatiseringsbedrijf over onbetaald gelaten facturen voor hen geleverde producten (81 RO).
Pagina459-459
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ7608
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 23-01-2007, 02341/05
CiteertitelNJB 2007, 434
SamenvattingWegens opzettelijk niet voldoen aan een vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten werd de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot een geldboete van Ä 200. De curator in het faillissement van het bedrijf U te G. vroeg assistentie van de politie om zich toegang te verschaffen tot het afgesloten pand van dat bedrijf.
Samenvatting (Bron)Art. 184 Sr en verdachte die niet voldoet aan vordering politie tot openen deur bedrijfspand, waar faillissmentscurator in wil. Bewezenverklaard is dat verdachte opzettelijk niet heeft voldaan aan deze vordering, welke vordering krachtens art. 2 Politiewet 1993 en/of krachtens de art. 340-349 Sr is gedaan door de politieambtenaar, die was belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten. HR zet bevoegheden curator en politie die deze bijstaat uiteen en geeft aan wanneer sprake zou kunnen zijn van strafbaar handelen van verdachte ex art. 184.1 of 180 Sr. HR oordeelt dat aan art. 340-349 Sr geen bevoegdheid kan worden ontleend te vorderen dat deur pand wordt geopend. Bevoegdheid tot betreden pand ter aanhouding van verdachte van overtreding art. 340-349 Sr, vindt grondslag in art. 55 Sv. Art. 55 Sv houdt niet een rechtsplicht in tot verlenen medewerking aan betreden van plaats, doch verplicht dit betreden te dulden. Niet voldoen aan de i.h.k.v. een behoorlijke uitoefening van de bevoegdheid ex art. 55 Sv mogelijke vordering tot zodanige medewerking, kan niet opleveren het bij de eerste zinsnede van art. 184.1 Sr voorziene strafbare feit. Er is dan geen sprake van een wettelijk voorschrift waarop de vordering berust. Bij gebreke van enig voorschrift op grond waarvan verdachte i.c. verplicht was zijn medewerking aan het openen van de deur te verlenen, kan het niet voldoen aan die vordering niet het bewezenverklaarde strafbare feit opleveren. HR spreekt om doelmatigheidsredenen vrij.
Pagina459-461
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ3880
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 23-01-2007, 00536/06
CiteertitelNJB 2007, 435
SamenvattingWegens 1. medeplegen van computervredebreuk en 3. subsidiair medeplegen van poging tot oplichting werd de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk. In cassatie wordt namens de verdachte aangevoerd dat van (poging tot) oplichting geen sprake is omdat het kastje waarmee gewerkt werd een ondeugdelijk middel zou zijn. De klacht van het middel mist doel omdat het kastje mits juist aangesloten en ingeschakeld, wel werkte.
Samenvatting (Bron)Poging tot oplichting d.m.v. op computer in bank aangesloten kastje, niet ondeugdelijk. Kastje geen ondeugdelijk middel ook al functioneerde het in bepaalde opzichten slecht. Het hof heeft o.m. vastgesteld: (i) dat d.m.v. het kastje, indien juist aangesloten en ingeschakeld, het op het ING beeldscherm zichtbare beeld dat van de ING-computer afkomstig is op afstand kan worden geobserveerd en op afstand toetsaanslagen aan de ING-computer kunnen worden aangeboden; (ii) dat bij door verdachte gegeven demonstraties het kastje, aangesloten op de computer, werkte, dat daarbij werd getoond dat bij het intoetsen van een naam op de computer verdachte op zijn laptop kon zien welke naam werd ingetoetst en dat beelden afkomstig van het bij de bank geplaatste kastje konden worden waargenomen; en (iii) dat het kastje heeft gefunctioneerd, zij het niet optimaal. In het licht van deze vaststellingen is s hofs oordeel dat de poging tot oplichting strafbaar is omdat niet aannemelijk is dat sprake is geweest van het gebruik van een ondeugdelijk middel, onjuist noch onbegrijpelijk. Het hof heeft aldus niet de mogelijkheid opengelaten dat het kastje, hoewel in het algemeen geschikt om tot voltooiing van het misdrijf te geraken, i.c. niet geschikt was om het beoogde doel te bereiken.
Pagina461-462
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ3587
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 30-01-2007, 03170/05
CiteertitelNJB 2007, 436
SamenvattingDe verdachte werd in hoger beroep wegens, kort gezegd, opzettelijke vernieling en bedreiging, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een maand gevangenisstraf voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde onder meer dat hij zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering ook indien dit inhoudt een opname in KIB De Meren en/of een opname in De Jellinek.
Samenvatting (Bron)Bijzondere voorwaarde ex art. 14c Sr: zich gedurende proeftijd (2 jr) stellen onder toezicht Reclassering NL en zich gedragen naar dier aanwijzing zolang deze instelling dat nodig vindt, ook indien die inhoudt een opname in KIB De Meren en/of Jellinek. De beslissing of zich de noodzaak voordoet van opneming van veroordeelde in een inrichting ter verpleging en voor welke duur, is voorbehouden aan de rechter. Daarmee is onverenigbaar de door het hof opgelegde bijzondere voorwaarde, vzv. deze die beslissing in handen legt van Reclassering NL.
Pagina462-462
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ0262
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 30-01-2007, 00298/06
CiteertitelNJB 2007, 437
SamenvattingDe verdachte deed binnenkomen uit Iran 526 schuifkolven met sluitveerstang en met sluitveer. Terecht oordeelde het hof dat deze wapenonderdelen vallen aan te merken als onderdelen of hulpstukken bedoeld in art. 3 lid 1 Wet Wapens en Munitie (WWM).
Samenvatting (Bron)Art. 3.1 WWM: voor wapens bestemde onderdelen en hulpstukken van wezenlijke aard. s Hofs oordeel dat de schuifkolven met sluitveerstang en sluitveer i.c. zijn aan te merken als onderdelen en hulpstukken die specifiek bestemd zijn voor wapens van cat. III en die van wezenlijke aard zijn a.b.i art. 3.1 WWM is onjuist, noch onbegrijpelijk. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het hof als vaststaand heeft aangenomen dat genoemde onderdelen specifiek zijn bestemd voor een automatisch geweer, merk Heckler & Koch, voor o.m. model G3A4, en dat deze onontbeerlijk zijn om een vuurwapen volautomatisch en semi-automatisch te doen schieten. De WWM dwingt er niet toe slechts die onderdelen en hulpstukken te rekenen tot de onderdelen en hulpstukken van wezenlijke aard die staan opgesomd in onderdeel 3.1 Circulaire wapens en munitie 1997, terwijl (de Bijl. bij) de Richtlijn 91/477 EEG of de Europese overeenkomst inzake de controle op de verwerving en het bezit van vuurwapens door particulieren niet kunnen meebrengen dat een andere of beperktere maatstaf dient te worden aangelegd dan het hof heeft gehanteerd.
Pagina462-463
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ4087
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 30-01-2007, 02350/06 H
CiteertitelNJB 2007, 439
SamenvattingHerziening wordt gevraagd van een veroordeling wegens kinderbijslagfraude bestaande uit aanvraag van kinderbijslag voor twee kinderen van de veroordeelde, van wie de verzoekster niet aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) had gemeld dat zij in Marokko verbleven. Reden voor de aanvraag van herziening was dat de SVB alsnog het bezwaar van de verzoekster tegen het niet uitkeren van kinderbijslag gegrond had bevonden.
Samenvatting (Bron)Herzieningsaanvrage. Herroeping van besluit door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) mbt de vaststelling kinderbijslag. Aanvraagster is door pr op 16-9-04 veroordeeld omdat zij in de periode 24-4-97 t/m 12-8-02 ism met een uit de Algemene Kinderbijslagwet voortvloeiende verplichting niet aan de SVB heeft gemeld dat haar 2 kinderen in Marokko verbleven. De SVB heeft op 27-7-05 een besluit van 17-10-02 waarin was vastgesteld dat aanvraagster vanaf het 3e kwartaal van 1996 geen recht had op kinderbijslag voor haar 2 kinderen, herroepen en vastgesteld dat aanvraagster voor beide kinderen in een groot deel van de bewezenverklaarde periode wel recht had op kinderbijslag. Deze omstandigheid kan niet het ernstig vermoeden wekken a.b.i. art. 457.1.2į Sv. Het oordeel van de SVB dat de vaststelling van het recht op kinderbijslag tav aanvraagster achteraf bezien niet op de juiste wijze was geschied, is niet onverenigbaar met het oordeel van de pr dat aanvraagster niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichting tot het verstrekken van de benodigde gegevens in het kader van het recht op kinderbijslag. Opmerking verdient dat ook in de beschikking, waar aanvraagster zich op beroept, wordt overwogen dat zij haar mededelingsplicht betreffende het wonen van X en Y in Marokko heeft geschonden.
Pagina463-464
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ7272
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 30-01-2007, 00233/06
CiteertitelNJB 2007, 439
SamenvattingAan de verdachte was ten laste gelegd overtreding van art. 76 lid 1 APV 's-Gravenhage waarbij onder meer verboden werd op of aan de openbare weg de orde te verstoren. In hoger beroep werd zij daarvan vrijgesproken. De verdachte was met anderen over de buitendranghekken bij de Amerikaanse ambassade geklommen en was vervolgens op de grond gaan liggen tussen die hekken en de binnendranghekken.
Samenvatting (Bron)OM-cassatie tegen vrijspraak van verdachte die over dranghekken ambassade VS klom en op grond ging liggen. Verstoring openbare orde a.b.i. art. 76 APV Den Haag. Dit art. heeft, gelet op de titel waarin het is geplaatst, het oog op verstoring van de openbare orde, hetgeen in de tekst daarvan tot uitdrukking is gebracht met op of aan de openbare weg of in een voor een publiek toegankelijk gebouw. Nu het begrip verstoring van de (openbare) orde in dat art. niet nader is omlijnd, moet de vraag of daarvan sprake is, worden beantwoord aan de hand van het normale spraakgebruik, met inachtneming van de specifieke omstandigheden van het geval. Wil van een dergelijke verstoring kunnen worden gesproken, dan zal het moeten gaan om een verstoring - van enige betekenis - van de normale gang van zaken in of aan de desbetreffende openbare ruimte. Indien het hof heeft geoordeeld dat voor verstoring van de (openbare) orde a.b.i art. 76 APV Den Haag nodig is dat wanordelijkheden onder het publiek zijn teweeggebracht, dan heeft het aan die term een te beperkte uitleg gegeven. Indien het niet is voorbijgegaan aan de betekenis van die term, dan is zijn oordeel zonder nadere motivering niet begrijpelijk nu van algemene bekendheid is dat de stage-dranghekken dienen ter wering van het publiek van het weggedeelte waarop verdachte zich heeft begeven.
Pagina464-465
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ2104
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 15-12-2006, 41344
CiteertitelNJB 2007, 440
SamenvattingAustralische vennootschap waaraan omzetbelasting in rekening is gebracht heeft in casu recht op aftrek van voorbelasting.
Samenvatting (Bron)Artikel 15, lid 2, Wet OB 68; artikel 17, lid 3, letter c, Zesde richtlijn. Kop: Teruggaaf van voorbelasting aan niet binnen de EG gevestigde ondernemers, voorzover zij uitsluitend bancaire en financiŽle prestaties buiten de Gemeenschap verrichten.
Pagina465-465
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AU6039
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 15-12-2006, 41882
CiteertitelNJB 2007, 441
SamenvattingVerzuimboete mogelijk ten onrechte opgelegd omdat aanmaning belanghebbende wellicht niet had bereikt.
Samenvatting (Bron)Art. 9, lid 3, AWR. Niet tijdig doen van aangifte. Bewijslastverdeling ter zake van de ontvangst van de aanmaning.
Pagina466-466
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AZ4416
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 22-12-2006, 39258 bis
CiteertitelNJB 2007, 442
SamenvattingHoge Raad legt Hof van Justitie vraag voor of negatieve inkomsten uit eigen woning moeten worden beschouwd als 'Schumackerpost'.
Samenvatting (Bron)Wet IB 1964. Artikel 39 en 56. Aftrek hypotheekrente eigen woning door Nederlandse ambtenaar die in BelgiŽ woont. Is het verenigbaar met de vrijheid van werknemersverkeer en de vrijheid van kapitaalverkeer de grensambtenaar de mogelijkheid te ontzeggen de negatieve inkomsten uit zijn woning af te trekken van zijn Nederlandse inkomsten uit arbeid? PrejudiciŽle vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
Pagina466-467
UitspraakECLI:NL:HR:2006:AX6290
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 31-01-2007, 200605289/1
CiteertitelNJB 2007, 443
SamenvattingDe afwijzing van het verzoek om teruggave van kunstwerken is geen besluit in de zin van art. 1:3 Awb. De minister beschikt ter zake van de betrokken kunstwerken niet over bijzondere, in het publiekrecht geregelde, bevoegdheden. Met name valt geen bevoegdheid aan te wijzen om een besluit te nemen waardoor voor de Staat de verplichting ontstaat om de kunstvoorwerpen af te geven. Indien de Staat tot afgifte van de kunstvoorwerpen zou overgaan, zou dat niet geschieden ter nakominng van enige uit een publiekrechtelijke handeling voortvloeiende verplichting daartoe.
Samenvatting (Bron)Bij schrijven van 10 december 2003 heeft de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de staatssecretaris) het verzoek van [verzoeker] om teruggave van 34 schilderijen en 37 tekeningen afgewezen.
Pagina467-468
UitspraakECLI:NL:RVS:2007:AZ7439
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 31-01-2007, 200603725/1
CiteertitelNJB 2007, 444
SamenvattingDe rechtbank is door in de beoordeling van de gebiedsontzegging tevens de rechtmatigheid van het eerder gegeven verwijderingsbevel te betrekken, terwijl tegen dat bevel eerst ter zitting - na een vraag van de rechtbank daarover - stelling is genomen, buiten de door art. 8:69 Awb getrokken grenzen van het geschil getreden. Het beroep bood de rechtbank geen ruimte voor ambtshalve aanvulling van de rechtsgronden.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 6 januari 2005 heeft de inspecteur van de politie BE Heerlen-Centrum-Zuid, namens appellant, krachtens artikel 2.4.25, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Heerlen (hierna: de APV) [wederpartij] een verbod opgelegd om zich in het door het college van burgemeester en wethouders van Heerlen ingevolge artikel 2.4.25, eerste lid, van de APV aangewezen gebied te bevinden gedurende een periode van 14x24 uren, ingaande op 6 januari 2005 te 19.15 uur en eindigend op 20 januari 2005 te 19.15 uur.
Pagina468-469
UitspraakECLI:NL:RVS:2007:AZ7437
Artikel aanvragenVia Praktizijn