Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 09-03-2007
Aflevering 10
RubriekVooraf
TitelTwee paspoorten
CiteertitelNJB 2007, 529
SamenvattingHet hebben van twee paspoorten zou een indicatie vormen voor een gebrek aan loyaliteit. Bovendien zou van een bewindspersoon de hoogst mogelijke loyaliteit moeten worden gevraagd. De combinatie van beide stellingen zou ertoe leiden dat deze niet over twee nationaliteiten zou mogen beschikken. Deze opvatting lijkt grote steun onder de Nederlandse bevolking te vinden, daargelaten de waardering voor de beide bewindslieden met twee nationaliteiten. Vaststaat dat er bij hun aantreden niet in strijd met wet of Grondwet is gehandeld.
Auteur(s)I.C. van der Vlies
Pagina541-541
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
TitelVan Dieteren naar Delden
CiteertitelNJB 2007, 530
SamenvattingRechters zijn soms ontevreden over de uitspraken die zij zelf doen en de meeste rechters wijken zelden of nooit af van inhoudelijke en procedureafspraken. In dat opzicht zijn rechters veel gevoeliger gebleken voor gezag en productiedruk dan bij de totstandkoming van de nieuwe wetgeving werd voorspeld. In verband met de onafhankelijkheid en autonomie van de rechterlijke organisatie is rechtseenheid een doelstelling die van onderaf moet worden gerealiseerd. Op dit moment gebeurt dat ook, maar de mogelijkheid van de raad en de gerechtsbesturen om te sturen op categorieŽn van zaken ten behoeve van de kwaliteit en eenheid van rechtspraak moet om die reden worden geschrapt.
Auteur(s)M. Boone , P.M. Langbroek
Pagina542-549
LinkVolledige tekst artikel (UU.nl)
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFocus
TitelReguleren doe je samen. Pleidooi voor een nieuw kabinetsstandpunt over de hervorming van de advocatuur na drie gemiste kansen
CiteertitelNJB 2007, 531
SamenvattingOproep aan het kabinet om een Autoriteit Juridische Markten (AJM) op te richten. Daarmee worden de beste mogelijkheden geschapen voor een advocatuur die marktconform opereert en tegelijkertijd een aantal vitale publieke functies blijft vervullen.
Auteur(s)R. van den Bergh , N. Huls , M. Loth
Pagina550-556
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekFocus
TitelRegels bij het verhoor van kinderen
CiteertitelNJB 2007, 532
SamenvattingNaar aanleiding van het rapport Posthumus is er discussie ontstaan over de rol van de externe gedragsdeskundige. Het rapport leverde kritiek op het optreden van de pedagoog Ruud Bullens bij het verhoor van de elfjarige Maikel in 2000. Bullens heeft zich verweerd met de stelling dat er geen regels zouden zijn voor het optreden van de externe deskundige behalve ťťn, namelijk dat deze niet zou mogen ingrijpen. Deze stelling is echter onjuist. Dit artikel zet de verschillende regels bij het kinderverhoor op een rij en laat zien dat op de gedragsdeskundige de plicht rust in te grijpen als de verhoorders te ver gaan.
Auteur(s)J. Junger-Tas , I. Weijers
Pagina557-562
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOpinie
TitelRechter-plaatsvervangers
CiteertitelNJB 2007, 533
SamenvattingDe laatste jaren wordt onder leiding van de Raad voor de Rechtspraak de inzet van rechter-plaatsvervangers bij de rechtbanken steeds verder teruggedrongen. De aanleiding daartoe vormt de discussie die sinds de jaren negentig van de vorige eeuw is gevoerd over de schijn van partijdigheid die kan ontstaan bij de inzet van met name praktiserende advocaten als rechterplaatsvervanger. De gedachte binnen de Raad voor de rechtspraak lijkt te zijn dat op den duur, geen plaatsvervangers meer zouden moeten worden ingezet.
Auteur(s)A. van Sonsbeeck
Pagina563-563
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekReacties
TitelEuropees 'zacht recht' is ook nodig
CiteertitelNJB 2007, 534
SamenvattingIn NJB 2006/43, 1904, p. 2465, hielden Brinkhorst en Van Meerten een vurig pleidooi voor een terugkeer naar de bron van het Europese integratieproces, waarmee ze doelden op het in ere houden van de communautaire methode als zijnde dť integratiemethode. De auteurs hielden hun pleidooi tegen de achtergrond van hoe er in het huidige Nederlandse politieke en juridische debat tegen Europa wordt aangekeken, waarbij zij stelden dat dat vooral vanuit een negatieve grondhouding gebeurt.
Auteur(s)L. Senden
Pagina564-564
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekReacties
TitelNaschrift
CiteertitelNJB 2007, 535
SamenvattingAls we prof. Senden's bijdrage goed verstaan, zijn wij het meer met elkaar eens dan op het eerste gezicht uit haar commentaar ('eenzijdig en gedateerd' en 'krampachtig') blijkt. Haar beide voorbeelden vormen eerder een ondersteuning dan een afwijzing van hetgeen wij stelden, namelijk dat het harde Europees recht in zijn toepassing niet te 'soft' mag worden en dat 'zacht' recht geen alternatief voor de communautaire methode vormt.
Auteur(s)L.J. Brinkhorst , H. van Meerten
Pagina564-564
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekNieuws
TitelDe verwachtingen van de Awb-wetgever kwamen niet uit
CiteertitelNJB 2007, 570
SamenvattingDe wetgever ging ervan uit dat de bestuursrechter actief op zoek zou gaan naar de feiten, maar de bestuursrechters nemen op dit punt een lijdelijker houding aan. Op zichzelf hoeft dat geen bezwaar te zijn, als alle deelnemers aan het proces daar maar voldoende over worden voorgelicht, zodat zij de gelegenheid hebben om hierop tijdig in te spelen. Dat laatste blijkt echter nog vaak niet het geval te zijn. Dat staat in het rapport 'Toepassing en effecten van de Algemene wet bestuursrecht 2002-2006' dat de ministers Hirsch Ballin van Justitie en Ter Horst van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar de Tweede Kamer hebben gestuurd.
Pagina592-592
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 14-12-2006, 1398/03
CiteertitelNJB 2007, 536
SamenvattingArt. 6 EVRM. Recht op toegang tot een rechter in samenhang met Art. 1 EVRM, verplichting tot eerbiediging van de rechten van de mens.

(Markovic e.a. / ItaliŽ).
Samenvatting (Bron)Violation of Article 6 - Right to a fair trial (Article 6 - Civil proceedings;Article 6-1 - Access to court)
Pagina565-566
UitspraakECLI:CE:ECHR:2006:1214JUD000139803
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 16-02-2007, C05/160HR
CiteertitelNJB 2007, 537
SamenvattingRechterlijke beoordeling 'ex tunc' of 'ex nunc'. Het antwoord op de vraag of de rechter bij de beoordeling van een vordering die betrekking heeft op onrechtmatig handelen niet alleen de omstandigheden zoals die zich voordeden ten tijde van het gewraakte handelen, maar ook die ten tijde van zijn uitspraak in aanmerking dient te nemen, hangt in de eerste plaats af van de aard van het geschil en hetgeen de aanlegger tot inzet van het geding heeft gemaakt.
Samenvatting (Bron)Merkenzaak. Geschil tussen Adidas en H&M/Vendex over beschermingsomvang van het bekend beeldmerk in de Benelux gevormd door het drie-strepenmotief op sport- en vrijetijdskleding; onrechtmatige daad, inbreuk op een subjectief recht, taak (appel)rechter: beoordeling ex tunc of ex nunc?, verhouding kort geding en bodemprocedure; verklaring voor recht van niet-inbreuk, reikwijdte voor de toekomst; beschikbaarheid van niet-onderscheidend maar als (bekend) merk ingeburgerd en ingeschreven teken, freihaltebedŁrfnis, prejudiciŽle vragen aan HvJEG omtrent uitleg van art. 3 lid 1 onder b en c Merkenrichtlijn.
Pagina566-568
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AY9707
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 16-02-2007, C05/173HR
CiteertitelNJB 2007, 538
SamenvattingBeroepsaansprakelijkheid advocaat. Hoge Raad herhaalt overwegingen uit HR 24 oktober 1997, NJ 1998, 257 (Baijlings / mr H.).
Aansprakelijkheid vennootschapsbestuurder jegens aandeelhouder. De in HR 2 december 1994, NJ 1995, 288 (Poot / ABP) gegeven regel over afgeleide schade van een aandeelhouder is eveneens van toepassing in gevallen waarin de bestuurder van een vennootschap is tekortgeschoten in de nakoming van de uit zijn aanstelling/ opdracht voortvloeiende verplichtingen tegenover die vennootschap.
Samenvatting (Bron)Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Door voormalige cliŽnte ingestelde schadevergoedingsactie wegens een beroepsfout van de advocaat bestaande in het laten verstrijken van een appeltermijn; maatstaf ter vaststelling van door cliŽnte geleden schade; bestuurdersaansprakelijkheid voor door aandeelhouder van de vennootschap geleden (afgeleide) schade, specifieke zorgvuldigheidsnorm (art. 2:8 lid 1 BW); toepasselijkheid HR 2 december 1994, nr. 15.511, NJ 1995, 288 (Poot/ABP); overeenkomst van opdracht, onrechtmatigheid tekortschieten (interim)bestuurder jegens derde.
Pagina568-570
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ0419
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 16-02-2007, C05/325HR
CiteertitelNJB 2007, 539
SamenvattingFeitelijk novum. Met een omstandigheid die niet eerder door een van de partijen is gesteld en evenmin door de feitenrechter is vastgesteld kan in cassatie geen rekening worden gehouden. Invordering. Aan art. 122 Rv en art. 66 lid 1 Rv ligt ten grondslag het beginsel dat indien een exploot lijdt aan een gebrek dat tot nietigheid dat daarvan leidt, dit rechtsgevolg slechts op zijn plaats is indien en voor zover dat gewenst is in verband met de bescherming van de belangen waarop de geschonden norm betrekking heeft.
Samenvatting (Bron)Invorderingszaak. Verzet ex art. 17 Iw 1990 door belastingschuldige tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel; exploot van betekening met formele gebreken, relatieve nietigheid, toepassing van art. 94 lid 1 (oud) Rv.; feitelijke grondslag in cassatie, ontoelaatbaar feitelijk novum.
Pagina570-571
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ2593
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 16-02-2007, R05/090HR
CiteertitelNJB 2007, 540
SamenvattingHuwelijksvermogensrecht. Uitleg periodiek verrekenbeding.
Samenvatting (Bron)Huwelijksvermogensrecht. Afwikkeling van een huwelijk op grond van huwelijkse voorwaarden houdende niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding, rentebetalingen en aflossing van geldlening voor goodwill vanaf een gemeenschappelijke bankrekening; uitleg voorwaarden.
Pagina571-572
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ2723
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 26-01-2007, R06/071HR
CiteertitelNJB 2007, 541
SamenvattingVervolg op HR 26 januari 2007, LJN AZ6097. WTBZ. Bevelschrift van tenuitvoerlegging. Declaratiegeschil tussen cassatieadvocaat en cliŽnt, vaststelling.
Samenvatting (Bron)WTBZ. Bevelschrift van tenuitvoerlegging. Declaratiegeschil tussen cassatieadvocaat en cliŽnt; deelbeschikking; gelegenheid tot reactie op verweer cliŽnt na afzien van schriftelijke toelichting.
Pagina572-572
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ6097
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 16-02-2007, C05/320HR
CiteertitelNJB 2007, 542
SamenvattingVervolg op HR 7 maart 2003, NJ 2003, 244. Medehuur. Na overlijden van de huurster van een woning is de dochter van de huurster in de woning blijven wonen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank waarbij ontruiming van de woning is bevolen, waar de dochter van de huurster na het overlijden van de huurster is blijven wonen.
Samenvatting (Bron)Medehuur. Ontruiming woning waar derde na overlijden van huurder is blijven wonen; vervolg op HR 7 maart 2003, nr. C02/030, NJ 2003, 244 (81 RO).
Pagina572-572
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ4066
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 16-02-2007, R06/097HR
CiteertitelNJB 2007, 543
SamenvattingWSNP. Afgewezen verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 288 lid 2 aanhef en onder b Fw wegens het niet te goeder trouw laten ontstaan van schulden.
Samenvatting (Bron)WSNP, afgewezen verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 288 lid 2, aanhef en onder b, F. wegens het niet te goeder trouw laten ontstaan van schulden (81 RO).
Pagina572-572
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ6534
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 16-02-2007, R06/105HR
CiteertitelNJB 2007, 544
SamenvattingWSNP. Afgewezen verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 288 lid 2 aanhef en onder b Fw wegens het niet te goeder trouw laten ontstaan van schulden.
Samenvatting (Bron)WSNP, afgewezen verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 288 lid 2, aanhef en onder b, F. wegens het niet te goeder trouw laten ontstaan van schulden (81 RO).
Pagina572-572
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ6535
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 06-02-2007, 03335/05
CiteertitelNJB 2007, 545
SamenvattingWegens schuldheling van een schilderij werd de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot 34 dagen gevangenisstraf.
Samenvatting (Bron)Indien het gaat om feiten of omstandigheden die door de rechter redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, dient de rechter die zich aldus - al dan niet in reactie op een bewijsverweer - beroept op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging (a) die feiten of omstandigheden aan te duiden, en (b) het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend. Daarnaast geldt dat ingeval het feiten of omstandigheden betreft die zijn vervat in pvs, verslagen van deskundigen of andere schriftelijke bescheiden, die stukken ter terechtzitting dienen te zijn voorgelezen of daarvan aldaar de korte inhoud moet zijn medegedeeld (HR NJ 2004, 165). Het hof heeft verzuimd in zijn bewijsoverweging met voldoende mate van nauwkeurigheid het bewijsmiddel aan te geven waaraan het heeft ontleend dat het i.c. gaat om een olieverfschilderij.
Pagina572-573
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ4752
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 06-02-2007, 00315/06
CiteertitelNJB 2007, 546
SamenvattingAfwijzing door het hof van een verzoek van de verdediging om getuigen te horen omdat van de noodzaak daarvan niet is gebleken. Het hof heeft het juiste criterium gehanteerd maar de motivering daarvan: 'Het verzoek is te laat ingediend en tevens niet onderbouwd', is ondeugdelijk.
Samenvatting (Bron)Maatstaf beoordeling getuigenverzoek na schorsing onderzoek ter terechtzitting. Sinds de inwerkingtreding op 1 januari 2005 van de Wet van 10 november 2004, Stb. 579, waarbij art. 321 Sv is vervallen, dient als de behandeling ter terechtzitting is aangevangen, een nieuw of herhaald verzoek tot het horen van getuigen slechts te honoreren als de noodzakelijkheid van dat horen blijkt. Het verzoek i.c. om A en de verbalisanten B, C, D en E ter terechtzitting als getuigen te horen is gedaan na de aanvang van de terechtzitting in appel, zodat zich niet een geval voordoet ex art. 414 Sv. Daarom moet hier op grond van art. 315.1 Sv, welke bepaling ook in appel van toepassing is, het criterium worden toegepast of de noodzaak van het verzochte is gebleken. Het hof heeft dus de juiste maatstaf aangelegd bij de beoordeling van het verzoek. s Hofs oordeel dat het verzoek te laat ingediend is, is evenwel hetzij onjuist hetzij bij gebreke van een nadere motivering onbegrijpelijk. Gelet op hetgeen de raadsman onder verwijzing naar de brief van mr. Bommer heeft aangevoerd, is ook s hofs oordeel dat het verzoek niet onderbouwd is, zonder nadere doch ontbrekende motivering, onbegrijpelijk.
Pagina573-574
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ4713
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 06-02-2007, 00733/06 U
CiteertitelNJB 2007, 547
SamenvattingHet verzoek tot uitlevering van B.A. is afkomstig van de republiek Suriname. Een dactyloscopisch signaal wees uit dat deze B.A. dezelfde is als M.A. al zijn namen, geboortedatum en -land verschillend.
Pagina574-574
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 13-02-2007, 01392/06 A
CiteertitelNJB 2007, 548
SamenvattingWegens onder meer een ander trachten te bewegen om hem bij het plegen van, kort gezegd, uitvoer en vervoer van cocaine behulpzaam te zijn, bestaande uit het voorstel tot het geven aan die ander, een politieambtenaar, van Ä 20.000 in ruil voor het ongehinderd doorlaten van een vijftal drugskoeriers op een luchthaven, werd de verdachte door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba in hoger beroep door bevestiging van het vonnis van het Gerecht van Eerste Aanleg, veroordeeld tot zes jaren gevangenisstraf.
Samenvatting (Bron)Antilliaanse zaak. 1. Trachten te bewegen a.b.i. art. 11a Opiumlandsverordening 1960. De opvatting dat voor bewezenverklaring van trachten te bewegen a.b.i. art. 11a Opiumlandsverordening 1960 in dit opzicht gelijkluidend aan art. 10a.1.1į Opiumwet is vereist dat bij de persoon die de dader tracht te bewegen de gedachte aan het beoogde misdrijf niet is opgekomen voordat de dader hem tot dat misdrijf trachtte te brengen, is onjuist. Een vooraf bij die persoon opgekomen gedachte aan het beoogde misdrijf of een vooraf aanwezige geneigdheid of bereidheid bij die persoon om een dergelijk misdrijf te begaan, sluit niet uit dat de dader zodanige invloed heeft uitgeoefend op die persoon om het beoogde misdrijf te plegen, mede te plegen, te doen plegen, uit te lokken dan wel om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen, dat hij deze persoon daartoe heeft getracht te bewegen idzv genoemd artikel. 2. HR verbetert kwalificatie ambtshalve cfm conclusie AG.
Pagina574-575
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ5500
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 13-02-2007, 00416/06
CiteertitelNJB 2007, 549
SamenvattingDe A-G concludeerde dat de Hoge Raad ambtshalve de bestreden uitspraak zou vernietigen omdat twee raadsheren die het eindarrest wezen niet hadden meegewerkt aan het tussenarrest wat ingevolge art. 350 Sv tot nietigheid moest leiden. Dit eindarrest was alleen nodig omdat het dossier met een gedingstuk moest worden gecompleteerd.
Samenvatting (Bron)Onmiddelijkheidsbeginsel. Samenstelling gerecht. Na inhoudelijke behandeling wordt in een tussenarrest bepaald dat het dossier moet worden gecomplementeerd met de door de rb toegestane wijziging tenlastelegging. Dit stuk wordt op een nadere terechtzitting overgelegd, waarna het hof arrest wijst. In cassatie is niet geklaagd dat in s hofs eindarrest al dan niet bij vergissing is vermeld dat het mede is gewezen door raadsheren die niet hebben deelgenomen aan het onderzoek ter terechtzitting waar de zaak inhoudelijk is behandeld. HR casseert niet ambtshalve, in afwijking van conclusie AG.
Pagina575-575
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AZ3281
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 05-01-2007, 37689
CiteertitelNJB 2007, 550
SamenvattingDe voorbelasting ter zake van een vakantiebungalow mag, ondanks voorgenomen gedeeltelijk privťgebruik, in zijn geheel worden afgetrokken, aldus de Hoge Raad.
Samenvatting (Bron)Artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968. Artikelen 6, lid 2 en 17 leden 2 en 6, van de Zesde richtlijn. Recht op aftrek van voorbelasting die drukt op een investeringsgoed dat gedeeltelijk voor privť-doeleinden wordt gebruikt. Nederlandse wettelijke regeling in strijd met Zesde richtlijn.
Pagina575-576
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AY5944
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 05-01-2007, 39530
CiteertitelNJB 2007, 551
SamenvattingDe Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van een teruggaafregeling bij uitvoer niet meebrengt dat de heffing van BPM strijdig is met EG-recht.
Samenvatting (Bron)Ontbreken teruggaafregeling in Wet BPM 1992 niet onverenigbaar met 90 en 29 EG.
Pagina576-577
UitspraakECLI:NL:HR:2007:AV0830
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 14-02-2007, 200606141/1
CiteertitelNJB 2007, 552
SamenvattingHet besluit tot subsidieverlening is in dit geval rechtstreeks gericht op het met de bedrijfsactiviteiten van appellante concurrerend aanbod op de mosselzaadmarkt. Aannemelijk is dat zij als gevolg daarvan omzetverlies zal ondervinden. Derhalve is het belang van appellante rechtstreeks bij het besluit tot subsidieverlening betrokken.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 30 november 2004 heeft de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: de minister) op grond van de Subsidieregeling capaciteitsvermindering IJsselmeervisserij en innovatie aquacultuur een subsidie ten bedrage van maximaal 508.821,00 verleend aan [vergunninghoudster] voor het project "Alternatieve winning Mosselzaad" (hierna: het project).
Pagina577-578
UitspraakECLI:NL:RVS:2007:AZ8484
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 21-02-2007, 200606331/1
CiteertitelNJB 2007, 553
SamenvattingAfgedankt tankschip 'Otapan'. De rechtspersoon naar Mexicaans recht 'Basilisk' is als houder van de afvalstoffenkennisgever in de zin van de betrokken verordening. De verwerkingswijze van de afvalstoffen is ten onrechte aangemerkt als een handeling van nuttige toepassing als bedoeld in de bij de betrokken richtlijn behorende bijlage.

(Greenpeace Nederland / Staatssecretaris van VROM).
Pagina578-579
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 10-01-2007, 06/3666 WWB + 06/3667 WWB
CiteertitelNJB 2007, 554
SamenvattingBevoegdheid CRvB. Weigering subsidie loonkosten. Redelijke termijn. Schadevergoeding. Betreft verlening en vaststelling van loonkostensubsidie over 2003 op grond van het Besluit in- en doorstroombanen, waarbij de subsidie ten opzichte van voorafgaande jaren is verminderd. De Raad stelt voorop dat hij, gelet op art. 4 van de Invoeringswet Wet Werk en Bijstand, bevoegd is kennis te nemen van het onderhavige hoger beroep.
Samenvatting (Bron)Redelijke termijn bij afbouw subsidie.
Pagina580-581
UitspraakECLI:NL:CRVB:2007:AZ6630
Artikel aanvragenVia Praktizijn