Nederlands Juristenblad

Uitgever Wolters Kluwer
Tijdschrift Nederlands Juristenblad
Datum 28-09-2007
Aflevering 34
RubriekVooraf
TitelDe zon, het dak en het ontslagrecht
CiteertitelNJB 2007, 1771
SamenvattingHet wachten is op een referendum over het ontslagrecht. Dit bijtbot van het arbeidsrecht heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een onderwerp met miljoenen deskundigen.
Auteur(s)P.F. van der Heijden
Pagina2115-2115
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetenschap
TitelAlimentatie betalen akkoord, maar waarom zoveel?; Over de motivering van alimentatiebeslissingen
CiteertitelNJB 2007, 1772
SamenvattingRechters verlangen van advocaten in alle zaken draagkrachtberekeningen, maar geven hun beslissingen meestal zonder die met een dergelijke berekening te onderbouwen. De gevolgen zijn dramatisch, zo blijkt uit een enquÍte onder gespecialiseerde advocaten.
Auteur(s)F. Fernhout
Pagina2116-2121
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekEssay
TitelDe Blairfenis; Constitutionele hervormingen onder Tony Blair
CiteertitelNJB 2007, 1773
SamenvattingNa tien jaar vertrok Tony Blair uit 10 Downing Street. Als Prime Minister heeft hij ongekende staatsrechtelijke hervormingen teweeggebracht in het Verenigd Koninkrijk. Naast devolution, House of Lords, Lord Chancellor, Supreme Court en grondrechten, komt ook de druk op 'parliamentary sovereignty' aan bod en het spanningsveld dat daardoor tussen de drie staatsmachten is ontstaan.
Auteur(s)G. ter Kuile
Pagina2122-2127
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekPraktijk
TitelTaskforce Uruzgan en the rule of law
CiteertitelNJB 2007, 1774
SamenvattingMet een lijst van ruim 250 projecten komt de rule of law in het stof van Uruzgan niet van de grond. Dat zag oud-advocaat C.G. Scholtens, die als functioneel specialist legal affairs gedurende honderd dagen deel uitmaakte van Taskforce Uruzgan, meteen al in. Telkens moest hij uitzoeken welke knelpunten op eenvoudige wijze konden worden opgelost. Zoals het verstrekken van rollen prikkeldraad aan de officier van justitie om zijn kantoor te beveiligen. Of een muur laten bouwen rondom de rechtbank. Maar het urgentste probleem op dit moment is wel de inadequate salariŽring van het justitiŽle apparaat.
Auteur(s)C.G. Scholtens
Pagina2128-2135
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekOpinie
TitelEen nieuw gilde van procesvoerders
CiteertitelNJB 2007, 1775
SamenvattingJarenlang hebben rechtshulpverleners elkaar benijd en bestreden om de gelden van hun afnemers. Rechtsbijstandverzekeraars, gerechts-(jawel!)deurwaarders, makelaars, notarissen, de ANWB en de Consumentenbond: allemaal verdrongen ze zich om de ruif vol hulpeloze, nou ja rechtzoekende burgers en het is eigenlijk nog een wonder dat daar geen rechters en gerechtssecretarissen aangetroffen worden.
Auteur(s)G. Vrieze
Pagina2136-2137
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelEuropees Hof voor de Rechten van de Mens, 12-07-2007, 74613/01
CiteertitelNJB 2007, 1776
SamenvattingVaststelling jurisdictie nationale rechter bij verdenking van genocide. Ius cogenskarakter genocideverbod. Definitie van genocide. Voorzienbaarheid van nationale rechterlijke interpretatie genocideverbod.

(Jorgic / Duitsland).
Samenvatting (Bron)Remainder inadmissible;No violation of Art. 6-1 or 5-1;No violation of Art. 7
Pagina2138-2139
UitspraakECLI:CE:ECHR:2007:0712JUD007461301
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 07-09-2007, C06/052HR
CiteertitelNJB 2007, 1777
SamenvattingOnteigening. 1. Waardering onteigende. De huurder had een groter deel van het onteigende in gebruik dan in de huurovereenkomst was voorzien.
Samenvatting (Bron)Onteigeningszaak; reconstructie rijksweg (A59). Vervroegde onteigening met schadeloosstelling wegens bedrijfsverplaatsing, maatstaf; waardebepaling (gehuurd) bedrijfsterrein; onbegrijpelijk oordeel, verwijzingsinstructie.
Pagina2139-2141
UitspraakECLI:NL:HR:2007:BA3521
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 07-09-2007, C06/054HR
CiteertitelNJB 2007, 1778
SamenvattingUitleg van conclusies van een octrooischrift. In HR 13 januari 1995, NJ 1995, 391 (Ciba Geigy/Otť) is tot uitdrukking gebracht dat 'hetgeen voor de uitvinding waarvan de bescherming wordt ingeroepen, wezenlijk is', onderscheidenlijk 'de achter de woorden van die conclusie liggende uitvindingsgedachte' niet langer als uitgangspunt dient, doch als gezichtspunt, tegenover de letterlijke tekst van de conclusies.
Samenvatting (Bron)Octrooirecht. Beschermingsomvang Europees octrooi; uitlegmaatstaf, handhaving rechtspraak sinds HR 13 januari 1995, nr. 15564, NJ 1995, 391 (Ciba Geigy/Otť).
Pagina2141-2143
UitspraakECLI:NL:HR:2007:BA3522
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 07-09-2007, C06/055HR
CiteertitelNJB 2007, 1779
SamenvattingVordering tot schadevergoeding op de grond dat de verkoper van een bedrijf is tekortgekomen in zijn contractuele verplichting jegens de koper om melding te maken van ontwikkelingen die een aanmerkelijk negatieve invloed hebben op de winstgevendheid van het bedrijf.
Samenvatting (Bron)Ondernemingsrecht. Uitleg van zgh. Material Adverse Change-beding in een overnamecontract; schending mededelingsplicht door verkoper i.v.m. na closing verslechterde bedrijfsresultaten?; aan middel te stellen eisen.
Pagina2143-2145
UitspraakECLI:NL:HR:2007:BA2014
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 07-09-2007, C06/312HR
CiteertitelNJB 2007, 1780
SamenvattingOntslag van instantie. Het hof heeft ontslag van instantie verleend wegens faillissement van eiser. In cassatie tegen dat oordeel vordert de wederpartij opnieuw ontslag van instantie.
Samenvatting (Bron)Faillissementszaak. Procesrecht; afwijzing van incidentele vordering in cassatie tot ontslag van instantie op de voet van art. 27 lid 2 (in verbinding met 313) F.; belangenafweging; belang bij een beslissing in de hoofdzaak.
Pagina2145-2146
UitspraakECLI:NL:HR:2007:BA5197
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 07-09-2007, R07/005HR
CiteertitelNJB 2007, 1781
SamenvattingMaatstaf bij verlenging van ondertoezichtstelling en van machtiging tot uithuisplaatsing. Een bijna vijfjarig meisje is al kort na haar geboorte onder toezicht gesteld en in een pleeggezin geplaatst.
Samenvatting (Bron)Familierecht; ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing (verslavingsproblematiek bij de moeder); verlenging, maatstaf. Niet-ontvankelijk cassatieberoep wegens gebrek aan belang in cassatie na verstrijken termijn machtiging; obiter dictum.
Pagina2146-2146
UitspraakECLI:NL:HR:2007:BA3034
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 07-09-2007, C06/095HR
CiteertitelNJB 2007, 1782
SamenvattingOpzegging lidmaatschap vereniging. Leden van een vereniging van eigenaren van zomerhuizen op afzonderlijk gekochte kavels op Texel (dus geen vereniging van appartementseigenaren in de zin van art. 5:124 BW) zeggen het lidmaatschap op omdat zij de bijdrage te hoog vinden, nu zijn geen gebruik maken van een door de vereniging aangetrokken huurbemiddelaar, maar hun zomerhuizen zelf verhuren.
Samenvatting (Bron)Verenigingsrecht. Geschil tussen (gewone) vereniging van eigenaars van zomerhuisjes en leden over rechtmatigheid van de opzegging van hun lidmaatschap; vrijheid van vereniging (81 RO).
Pagina2146-2147
UitspraakECLI:NL:HR:2007:BA9708
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 07-09-2007, R06/107HR
CiteertitelNJB 2007, 1783
SamenvattingAntilliaanse zaak. Eiser vordert dat zijn broer wordt veroordeeld de vernielingen te herstellen die diens zoon heeft aangebracht op het perceel van eiser.
Samenvatting (Bron)Antilliaanse zaak. Geschil tussen broers over herstel van vernielingen door een zoon (81 RO).
Pagina2147-2147
UitspraakECLI:NL:HR:2007:BA7634
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 28-08-2007, 02114/06 P
CiteertitelNJB 2007, 1784
SamenvattingOntnemingszaak (Ä 200 000). Hoewel het hof in zijn arrest niet heeft opgenomen de bewijsmiddelen waaraan zijn schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend en het arrest daarom niet voldoet aan de eis gesteld bij art. 511g lid 2 Sv behoeft dit verzuim van het hof niet tot cassatie te leiden wegens de hierna onder (a) en (b) genoemde omstandigheden.
Samenvatting (Bron)Ontneming. Ingevolge art. 511g.2 Sv jo. art. 415 Sv en art. 359.3 Sv dient de uitspraak van de rechter op een vordering a.b.i. art. 36e Sr op straffe van nietigheid de inhoud te bevatten van de bewijsmiddelen waaraan zijn schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend. De bestreden uitspraak voldoet niet aan dit vereiste. Het Hof heeft weliswaar verwezen naar het arrest in de hoofdzaak, maar dit arrest bevat geen bewijsmiddel waaruit de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan volgen. In aanmerking genomen evenwel dat het bestreden arrest mede is gewezen n.a.v. het onderzoek in eerste aanleg, en het p-v van de terechtzitting van de Rb inhoudt (a) als door de Rb tot bewijs gebezigde verklaring van betrokkene dat er ongeveer 10 reizen zijn geweest waarbij ongeveer 30 kg cocaÔne naar NL is gebracht, en (b) als mededeling van de raadsman dat het Hof in de hoofdzaak 30 kg cocaÔne als uitgangspunt heeft genomen, behoeft s Hofs verzuim niet tot cassatie te leiden.
Pagina2147-2147
UitspraakECLI:NL:HR:2007:BA5629
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 07-09-2007, R06/170HR
CiteertitelNJB 2007, 1785
SamenvattingWijziging kinderalimentatie. Het hof heeft de behoefte van het kind opnieuw vastgesteld en in aanmerking genomen dat de vader geen bijdrage meer behoeft te betalen voor het andere kind in het eenoudergezin van de moeder, en op grond daarvan de kinderalimentatie gewijzigd.
Samenvatting (Bron)Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging kinderalimentatie(81 RO).
Pagina2147-2147
UitspraakECLI:NL:HR:2007:BA9706
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 28-08-2007, 01750/06 J
CiteertitelNJB 2007, 1786
SamenvattingDe verdachte, geboren op 14 december 1989, werd in hoger beroep wegens medeplegen van het in het openbaar bij geschrift en afbeelding aanzetten tot discriminatie van mensen, te weten groepen personen van buitenlandse afkomst, wegens hun ras, strafbaar verklaard met bepaling dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Samenvatting (Bron)De Kinderrechter heeft in zijn vonnis volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen a.b.i. de 2e volzin van art. 359.3 Sv. Aangezien bij de behandeling van de zaak in hoger beroep door verdachte is opgegeven dat zij door de Kinderrechter ten onrechte is veroordeeld en door haar raadsman vrijspraak is bepleit, had het Hof het vonnis van de Kinderrechter aangenomen dat dit zich leende voor bevestiging niet mogen bevestigen dan onder de in art. 423.1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, te weten de weergave van de inhoud van bewijsmiddelen a.b.i. de 1e volzin van art. 359.3 Sv.
Pagina2148-2148
UitspraakECLI:NL:HR:2007:BA5618
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 28-08-2007, 03684/05 U
CiteertitelNJB 2007, 1787
SamenvattingUitlevering ter tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf verzocht door de Federale Republiek van BosniŽ en Herzegovina, verder ook te noemen de republiek. De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank te Assen waarbij de uitlevering toelaatbaar werd verklaard en beval de oproeping van de opgeŽiste persoon om te verschijnen ter zitting van de Hoge Raad.
Samenvatting (Bron)Uitlevering. Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk ServiŽ van 11 maart 1896 tot regeling der wederzijdsche uitlevering van misdadigers (hierna: Ovk.). 1. Uitlevering deels ontoelaatbaar. 2. Ontkennen van schuld. 3. Nog te ondergane straf en al ondergane detentie. 4. Gezondheidstoestand en te vrezen martelingen. 5. Onderdaan. Ad 1. In aanmerking genomen dat art. 1 Ovk. niets inhoudt omtrent de uitlevering ter zake dood door schuld of een daarmee op ťťn lijn te stellen delict, moet worden geoordeeld dat het verzoek tot uitlevering wat betreft het delict dat de opgeŽiste persoon een ander mens door schuld van het leven heeft beroofd niet voldoet aan de vereisten van art. 1 Ovk. De uitlevering zal dus in zoverre ontoelaatbaar moeten worden verklaard. Ad 2. De bewering van de o.p. dat hij niet schuldig is aan de feiten waarvoor zijn uitlevering wordt verzocht, kan niet leiden tot de ontoelaatbaarverklaring van de verzochte uitlevering nu (a) het hier gaat om een verzoek ter tul van een straf t.z.v. feiten waaraan de o.p. bij een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak is schuldig verklaard, en (b) door of namens de o.p. niet is aangevoerd dat het verzoek tot uitlevering op een kennelijke misslag berust (vgl. HR LJN AC0605; HR LJN ZC8849; HR DD 92.324). Ad 3. De rechter die moet beslissen omtrent de toelaatbaarheid van een uitlevering ter tul van een straf die is opgelegd t.z.v. feiten waarvoor ingevolge het van toepassing zijnde verdrag de uitlevering deels wel, deels niet toelaatbaar is, is buiten staat te beoordelen welk gedeelte van de straf geacht moet worden te zijn opgelegd t.z.v. het feit of de feiten waarvoor de uitlevering volgens dat verdrag toelaatbaar is. Dit oordeel komt uitsluitend de autoriteiten van de verzoekende Staat toe (vgl. HR LJN AC9243). Ook het oordeel omtrent de vraag of en zo ja in hoeverre de in de verzoekende Staat reeds ondergane detentie in mindering behoort te worden gebracht op de ten uitvoer te leggen vrijheidsstraf, komt toe aan de verzoekende Staat, zodat de omstandigheid dat de veronderstellenderwijs aangenomen duur van de op de door een verzoekende Staat ten uitvoer te leggen vrijheidsstraf in mindering te brengen detentie gelijk is aan die van die vrijheidsstraf niet kan leiden tot ontoelaatbaarverklaring van de gevraagde uitlevering door de rechter (vgl. HR LJN AC9080). Ad 4. Blijkens de tekst en geschiedenis van art. 10.2 UW is het de MvJ die in de gevallen waarin het toepasselijk verdrag of een door NL bij toetreding gemaakt voorbehoud daartoe ruimte bieden heeft te beslissen of zich het geval voordoet dat de gevolgen van de uitlevering voor de o.p. van bijzondere hardheid zouden zijn i.v.m. diens slechte gezondheidstoestand (vgl. HR LJN AC9078). Wat betreft het beroep op martelingen die de o.p. na zijn uitlevering aan de verzoekende Staat aldaar zou hebben te vrezen, is het aangevoerde op generlei wijze onderbouwd, zodat daaraan reeds om die reden moet worden voorbijgegaan. Opmerking verdient overigens dat de beantwoording van de vraag of er ernstige redenen zijn om te vermoeden dat de o.p., zou hij worden uitgeleverd, gevaar zou lopen te worden gefolterd of heeft te vrezen voor zijn leven niet toekomt aan de rechter die heeft te oordelen omtrent de toelaatbaarheid van de gevraagde uitlevering doch aan de MvJ (vgl. HR LJN ZD0602). 5. Vooropgesteld moet worden dat art. 1 Ovk. inhoudt dat de verdragsluitende partijen hun onderdanen niet uitleveren, maar dat in de Ovk. generlei bepaling voorkomt waaraan de verdragsluitende partijen de bevoegdheid zouden kunnen ontlenen om in gevallen waarin de gevraagde uitlevering voor het overige toelaatbaar zou moeten worden geacht, ook anderen dan hun onderdanen niet uit te leveren dan wel het begrip onderdanen ruimer op te vatten dan geacht kan worden te stroken met de bedoeling van de verdragsluitende partijen (vgl. HR LJN AC1492). Aangezien niet is gesteld dat de o.p. Nederlands onderdaan is i.d.z.v. genoemde verdragsbepaling en zulks ook niet volgt uit de door of namens hem aangevoerde omstandigheden, kan het beroep op de omstandigheid dat de o.p. reeds 8 jaar in NL verblijft en dat diens verblijfsvergunning onlangs voor onbepaalde tijd is verlengd, de o.p. niet baten.
Pagina2148-2150
UitspraakECLI:NL:HR:2007:BA6580
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 28-08-2007, 00777/07 U
CiteertitelNJB 2007, 1788
SamenvattingIn deze zaak waarin de uitlevering wordt verzocht van de betrokken persoon aan het Koninkrijk Noorwegen, zijn door de rechtbank drie zittingen gehouden.
Samenvatting (Bron)Uitlevering. Gewijzigde samenstelling Rb t.t.v. zowel 2e als 3e zitting. Blijkens het daarvan opgemaakte p-v is het onderzoek van de 2e zitting opnieuw aangevangen en is het vervolgens, zonder dat de zaak inhoudelijk is behandeld, geschorst om de toen niet aanwezige opgeŽiste persoon in de gelegenheid te stellen de behandeling bij te wonen. Vervolgens is de zaak inhoudelijk behandeld op de 3e zitting. Blijkens het p-v van die zitting was de Rb anders samengesteld dan op de 2e zitting. Nu de zaak op de 2e zitting niet inhoudelijk was behandeld, bestond voor de Rb niet de noodzaak om het onderzoek wegens gewijzigde samenstelling opnieuw aan te vangen (vgl. HR LJN ZD1970 en HR LJN AA9480).
Pagina2150-2150
UitspraakECLI:NL:HR:2007:BA6306
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 28-08-2007, 00823/07 U
CiteertitelNJB 2007, 1789
SamenvattingHet (eerste) middel houdt in dat er sprake is van een schending van het ne bis in idem beginsel ter zake van de invoer op 19 oktober 2003, nu de opgeŽiste persoon voor dat feit reeds in BelgiŽ is vervolgd en vrijgesproken.
Samenvatting (Bron)Uitlevering. 1. Ne bis in idem-verweer. 2. Ambtshalve onderzoek. Ad 1. Het oordeel van de Rb dat niet is gebleken dat het Belgische vonnis waarop namens de opgeŽiste persoon een beroep is gedaan, onherroepelijk is, is feitelijk. In aanmerking genomen hetgeen blijkens de daarvan opgemaakte p-vs bij de behandeling van het uitleveringsverzoek dienaangaande door en namens de o.p. is aangevoerd en gelet op de inhoud van de op de zittingen van de Rb overgelegde stukken, is dat oordeel niet onbegrijpelijk. Ad 2. De opvatting dat ingeval door of namens de o.p. ter staving van het i.c. kennelijk op art. 2 van het Aanvullend Protocol bij het EUV steunende verweer dat hij in een derde Staat reeds is berecht voor een feit waarvoor de uitlevering is verzocht, de Rb ambtshalve dient te onderzoeken of is voldaan aan de (aanvullende) eis dat de desbetreffende rechterlijke uitspraak jegens hem onherroepelijk is geworden, vindt geen steun in het recht.
Pagina2150-2151
UitspraakECLI:NL:HR:2007:BA6308
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelHoge Raad, 28-08-2007, 02594/06
CiteertitelNJB 2007, 1790
SamenvattingWegens fiscale delicten en daarmee samenhangende valsheid in geschrift werd de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf waarvan zeven maanden voorwaardelijk.
Samenvatting (Bron)Grondslag van de tll. Het middel berust op de stelling dat het Hof t.a.v. drie bewezenverklaarde feiten plegen en doen plegen naast elkaar bewezen heeft verklaard. Het Hof heeft, aldus het middel, ten onrechte niet gekozen uit die telkens primair en subsidiair tenlastegelegde varianten en heeft daarmee de grondslag van de tll verlaten. HR: Blijkens de door het Hof aan de bewezenverklaarde feiten gegeven kwalificaties is het uitgegaan van bewezenverklaringen die inhouden dat verdachte die feiten heeft gepleegd en niet (ook) dat hij deze heeft doen plegen. Gelet daarop heeft het Hof de tll kennelijk aldus verstaan dat, vzv. zij telkens het verwijt inhoudt dat verdachte bepaalde handelingen heeft doen verrichten, met die formulering slechts een feitelijke beschrijving wordt gegeven van de wijze waarop verdachte de feiten heeft gepleegd. Die uitleg van de tll is met haar bewoordingen niet onverenigbaar en moet daarom in cassatie worden geŽerbiedigd. Van grondslagverlating is daarom geen sprake.
Pagina2150-2151
UitspraakECLI:NL:HR:2007:BA5659
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 05-09-2007, 200608727/1
CiteertitelNJB 2007, 1791
SamenvattingDe Afdeling is thans van oordeel dat in een geval als het onderhavige het belang van de vreemdeling ten behoeve van wie een tewerkstellingsvergunning is aangevraagd op ťťn lijn is te stellen met dat van de aanvragende werkgever, zodat ook die vreemdeling als belanghebbende bij het op een zodanige aanvraag te nemen besluit dient te worden aangemerkt.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 21 augustus 2006 heeft de Raad van Bestuur van de Centrale organisatie werk en inkomen (hierna: de CWI) een aanvraag van de Groninger-Harense Hockey Club "Groningen" (hierna: de werkgever) om verlening van een tewerkstellingsvergunning (hierna: twv) krachtens de Wet arbeid vreemdelingen (hierna: de Wav) ten behoeve van het verrichten van arbeid als trainer-coach door appellant afgewezen.
Pagina2151-2152
UitspraakECLI:NL:RVS:2007:BB2906
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelCentrale Raad van Beroep, 07-08-2007, 05/5590 WWB + 06/524 WWB
CiteertitelNJB 2007, 1792
SamenvattingHet Dagelijks Bestuur was niet bevoegd het besluit van 5 augustus 2005 te nemen. Gelet daarop en mede gelet op art. 58 WWB, berust de desbetreffende bevoegdheid (nog) bij het College.
Samenvatting (Bron)Terugvordering teveel betaalde bijstand. Nader besluit. Bevoegdheid. Beleid.
Pagina2152-2153
UitspraakECLI:NL:CRVB:2007:BB1469
Artikel aanvragenVia Praktizijn