Tijdschrift voor Agrarisch Recht

Uitgever Den Hollander
Tijdschrift Tijdschrift voor Agrarisch Recht
Datum 26-02-2008
Aflevering 2
RubriekArtikelen
TitelHet einde van de pachtovereenkomst
CiteertitelAgr.r 2008, p. 43
SamenvattingEen pachtovereenkomst kan op verschillende wijzen tot een einde komen. De pacht eindigt door vermenging in het geval de pachter eigenaar wordt, door het verstrijken van de termijn waarvoor de pachtovereenkomst is aangegaan, door het opheffen van een pachtverhouding in het kader van de Wet inrichting landelijk gebied, door onteigening, door beëindiging bij overeenkomst, door opzegging gevolgd door beëindiging en door ontbinding. Per 1 september 2007 is de Pachtwet vervallen en titel 7.5 van het Burgerlijk Wetboek in werking getreden. Daarbij is in het pachtrecht een aantal wijzigingen aangebracht. [...] De wijzigingen, die het gevolg zijn van de algehele technische herziening waarmee werd beoogd het pachtrecht beter te doen aansluiten bij het huurrecht, worden in dit artikel besproken. Welke effecten hebben de wijzigingen op het einde van de pachtovereenkomst?
Auteur(s)B. Nijman
Pagina43-50
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelWetsvoorstel personenvennootschappen
CiteertitelAgr.r 2008, p. 51
SamenvattingIn de loop van 2008 zal een nieuwe regeling voor de personenvennootschappen van kracht worden. Het desbetreffende wetsvoorstel is van ingrijpende betekenis voor de praktijk in de agrarische sector. In deze sector bestaan veel maatschappen. Voor de maatschap zijn de gevolgen van het wetsvoorstel het grootst, met name door de introductie van de hoofdelijke aansprakelijkheid. In deze bijdrage zal op hoofdlijnen worden ingegaan op de voornaamste wijzigingen. Daarbij zal eveneens aandacht besteed worden aan de hiermee verband houdende wijzigingen in de Handelsregisterwet. Het ligt voor de hand dat de komende tijd meer diepgaand aandacht wordt besteed aan de personenvennootschappen in de landbouw.
Auteur(s)M.A. Noordam , B. Snijder-Kuipers
Pagina51-56
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelBewijslastverdeling 'verborgen gebreken' bij verkoop van dieren
CiteertitelAgr.r 2008, p. 57
SamenvattingWat tot 1 januari 1992 'de verborgen gebreken-regeling' heette is per genoemde datum met de invoering van het huidig burgerlijk wetboek verwoord in de artikelen 17 t/m 25 van boek 7 BW. Kern van de huidige verborgen gebreken regeling staat in art. 7:17 lid 1 BW: 'De afgeleverde zaak moet aan de overeenkomst beantwoorden.' In plaats van 'de verborgen gebreken-regeling' is het onder het huidig BW daarom beter te spreken over de 'conformiteitsregeling'.
Auteur(s)H.M. van Eerten
Pagina57-60
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekWetgeving en literatuur
TitelWetgeving en literatuur
CiteertitelAgr.r 2008, p. 61
SamenvattingAlgemeen - Pacht - Ruimtelijke Ordening - Beheer landelijk gebied - Landbouwstructuurbeleid - Landbouwmarktbeleid - Landbouwkwaliteitsbeleid - Agrarisch milieubeleid - Fiscaal recht - Buitenlands agrarisch recht - Europees agrarisch recht.
Auteur(s)D.W. Bruil
Pagina61-64
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRecente rechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 08-01-2008, 2007/571
CiteertitelAgr.r 2008, p. 65
Samenvatting(Conjarts / Von Marchant und Ansembourg).
Samenvatting (Bron)Overgangsrecht; eigen gebruik; gegronde klachten. art. 36 e.v. Pachtwet; art. 7:368 e.v. BW; art. 74 Overgangswet Nieuw BW De rechtbank heeft in eerste aanleg het verzoek van appellant tot verlenging van de pachtovereenkomst afgewezen, op de grond dat de bedrijfsvoering van appellant niet is geweest zoals het een goed pachter betaamt, dan wel het optreden van appellant jegens geïntimeerde in de afgelopen pachtperiode aanleiding heeft gegeven tot gegronde klachten. De pachtkamer in eerste aanleg heeft bepalend geacht de inhoud van een door haar op dezelfde dag tussen partijen gewezen vonnis ten aanzien van de gevorderde ontbinding van de pachtovereenkomst wegens verkoop door appellant van het met het gepachte samenhangende melkquotum. Het hof laat in het midden de vraag of sprake is van de verplichte afwijzingsgrond van artikel 39 Pachtwet. Indien de grieven slagen zal in het kader van de devolutieve werking van het hoger beroep alsnog moeten worden beslist op de door geïntimeerde in eerste aanleg aangevoerde stelling dat hij het verpachte persoonlijk voor een tot de landbouw betrekkelijk doel in gebruik wil nemen. Die vraag kan het hof reeds nu beoordelen. Conclusie is dat het verlengingsverzoek dient te worden afgewezen nu vaststaat dat geïntimeerde het verpachte persoonlijk voor een tot de landbouw betrekkelijk doel in gebruik heeft genomen en dat het verlies van het gepachte er niet toe leidt dat de grondslag van het maatschappelijk bestaan van appellant ernstig wordt aangetast. Beslissing ten gunste van verpachter.
Pagina65-65
UitspraakECLI:NL:GHARN:2008:BC2653
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRecente rechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 08-01-2008, 2007/906t
CiteertitelAgr.r 2008, p. 65
Samenvatting(Middelburg-Heitlager / Van Schaik).
Samenvatting (Bron)Verlengingsprocedure; overgangsrecht. Pw 36 e.v.; BW 7:370 e.v.; Overgangswet Nieuw BW 74. Opschorting door pachtster op grond van beweerdelijke ontoegankelijkheid van het gepachte i.v.m. toestand van een draaibrug. Naar aanleiding van plaatsopneming oordeelt het hof het beroep van pachtster op haar opschortingsrecht ten onrechte. Geen verplichte afwijzingsgrond. Belangenafweging. Hof gunt pachtster termijn om alsnog aan haar verplichtingen te voldoen.
Pagina65-65
UitspraakECLI:NL:GHARN:2008:BC2708
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRecente rechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 22-01-2008, 2007/542
CiteertitelAgr.r 2008, p. 65
Samenvatting(Groothuis / Stichting Twickel).
Samenvatting (Bron)De erfverpachter kan aanspraak maken op een evenredig deel van melkquotum dat door de erfpachter (destijds pachter) is verkregen in het kader van de Beschikking Superheffing Bedrijfsopvolgingssituaties onderbezetting (BOSO). Uit de toelichting bij de Beschikking Superheffing Bedrijfsopvolgingssituaties (BOSO) blijkt dat de regeling is gebaseerd op artikel 3 lid 2 van Verordening (EEG) 857/84 (de voorloper van de thans geldende Verordening (EG) 1788/2003). Uit de aanhef en de leden van dat artikel kan worden afgeleid dat de achterliggende gedachte van de Verordening was om bij het vaststellen van de reguliere referentiehoeveelheid rekening te houden met een bijzondere situatie, zoals de situatie van een ontwikkelingsplan, een jonge landbouwer of een natuurramp. De op grond van de bijzondere situatie toegekende specifieke referentiehoeveelheid dient dus te worden beschouwd als een bijzondere invulling van de reguliere hoeveelheid. De Verordening waaraan de beschikking is ontleend, geeft dus geen aanleiding om de op grond van de BOSO toegekende referentiehoeveelheid anders te behandelen dan de “reguliere” hoeveelheid. De toekenning van de specifieke referentiehoeveelheid berust op het aantal standplaatsen en daarmee in wezen – maar administratief vereenvoudigd – op de productiecapaciteit van het bedrijf. De specifieke referentiehoeveelheid onderscheidt zich daarmee niet principieel van de reguliere referentiehoeveelheid. De productiecapaciteit, waarop toekenning van de referentiehoeveelheden berust, is niet alleen te danken aan de gedane investeringen. Ook de grond draagt bij aan de productiecapaciteit van het bedrijf en heeft aldus (mede) als grondslag gediend voor de toewijzing van de referentiehoeveelheden. Voor het antwoord op de vraag met welke in erfpacht gegeven grond referentiehoeveelheden samenhangen is doorslaggevend of de melkproductie waarop de toekenning van de referentiehoeveelheden is gebaseerd heeft plaatsgevonden met gebruikmaking van de verpachte (en nu in erfpacht uitgegeven) grond in het jaar dat als uitgangspunt voor die toekenning geldt. Het referentiejaar voor de BOSO-referentiehoeveelheid is niet 1983. Als ijkmoment geldt 1 april 1986, zoals blijkt uit artikel 7 lid 2 van de beschikking in combinatie met het gegeven dat de referentiehoeveelheid wordt toegekend op basis van het aantal standplaatsen.
Pagina65-65
UitspraakECLI:NL:GHARN:2008:BC2755
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 26-06-2007, 2005/753
CiteertitelAgr.r 2008, p. 66
SamenvattingOnderbouwd gebouw. Varkensrecht. Schadevergoeding.
Samenvatting (Bron)Het hof verwijst in dit verband naar zijn arrest van 4 november 2003, Agr.r. 2006, 5315, inzake [-/-]. De beslissing in bedoeld arrest ziet op het geval dat de pachter tenminste vanaf 1984 varkens heeft gehouden in de hem door de verpachter ter beschikking gestelde varkensschuur. Tegen de achtergrond van de continuïteit die bestaat tussen de diverse opvolgende regelingen van de voor het houden van varkens benodigde productierechten, heeft het hof geoordeeld dat partijen beide aan het ontstaan van het varkensrecht hebben bijgedragen, de pachter door de varkens te houden die hij voor de meitelling van 1984 heeft opgegeven, en de verpachter door de varkensschuur ter beschikking te stellen. Het hof heeft daaruit afgeleid dat de pachter, in verband met het tweede lid van artikel 25 Pachtwet, ter gelegenheid van het einde van de pachtovereenkomst gehouden is tot overdracht aan de verpachter van het tot exploitatie van het gepachte dienende varkensrecht, waartegenover hij aanspraak kan maken op een gedeelte van de waarde van dat recht, welk gedeelte in het algemeen – naar redelijkheid en billijkheid, en rekening houdende met alle omstandigheden van het geval – dient te worden bepaald op 50% van de waarde ten tijde van de overdracht. [..] [geïntimeerde] heeft voorts nog betoogd dat een gedeelte van het varkensrecht niet verhandelbaar is, omdat dit grondgebonden is. [geïntimeerde] heeft hierbij klaarblijkelijk het oog op het tweede lid van artikel 16 Wet herstructurering varkenshouderij, dat inderdaad bepaalde dat het grondgebonden deel van het varkensrecht niet naar een ander bedrijf kan overgaan, maar ziet er ten onrechte aan voorbij dat die bepaling bij de Wet van 10 december 2003 (Stb. 2003, 542), in werking getreden per 6 februari 2004 (Stb. 2004, 38) en dus vóór het einde van de onderhavige pachtovereenkomst per 10 juni 2004, is geschrapt en dat daarmee de overgang van het grondgebonden deel van het varkensrecht mogelijk werd gemaakt. Het hof verwijst naar artikel 16 Wet herstructurering veehouderij en naar het vijfde lid van artikel 18 van die wet, zoals beide bepalingen golden vanaf 6 februari 2004 tot het moment dat de Wet herstucturering veehouderij is ingetrokken, namelijk per 1 januari 2006 (artikel II wet van 15 september 2005, Stb. 2005, 480; inwerkingtreding volgens Stb 2005, 562). Ook in zoverre is het standpunt van [geïntimeerde] derhalve onjuist.
Pagina66-72
UitspraakECLI:NL:GHARN:2007:BA9543
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 03-07-2007, 2006/020 P
CiteertitelAgr.r 2008, p. 73
SamenvattingMelkquotum. Structureel verleasen.

(G.M.W. de Vaan / gemeente Heusden).
Pagina73-77
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 07-08-2007, 2006/798 P
CiteertitelAgr.r 2008, p. 77
SamenvattingMelkquotum. Beëindigingsregeling. Verjaring.

(gemeente Bernheze / G.M. Zomers).
Pagina77-79
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekRechtspraak
TitelRaad van State, 07-11-2007, 200702345/1
CiteertitelAgr.r 2008, p. 80
SamenvattingAanwijzing kwestbare gebieden. Ecologische hoofdstructuur.
Samenvatting (Bron)Bij besluit van 20 juni 2006 heeft verweerder krachtens artikel 2, tweede lid, van de Wet ammoniak en veehouderij (hierna: de Wet ammoniak) beoogd vast te stellen welke gebieden in de provincie Fryslân deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur (hierna: de EHS) in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wet ammoniak. Dit besluit is op 30 oktober 2006 ter inzage gelegd.
Pagina80-82
UitspraakECLI:NL:RVS:2007:BB7292
Artikel aanvragenVia Praktizijn