Tijdschrift voor Huurrecht Bedrijfsruimte

Uitgever Den Hollander
Tijdschrift Tijdschrift voor Huurrecht Bedrijfsruimte
Datum 27-06-2008
Aflevering 3
RubriekVoorwoord
TitelVoorwoord
CiteertitelTvHB 2008, nr. 3
SamenvattingInmiddels werken we bijna vijf jaar met het nieuwe huurrecht dat in augustus 2003 in werking is getreden. Op 2 maart 2006 heeft de redactie met de uitgever een congres georganiseerd en de nieuwe wetgeving geŽvalueerd. De opkomst onder de lezers van dit tijdschrift was groot en resulteerde in een zeer levendige discussie (TvHB jaargang 3 - mei/juni 2006). Er werd ook een aantal belangrijke knelpunten gesignaleerd. Reden om het bedrijfsruimterecht 2 1/2 jaar later weer aan een kritische analyse te onderwerpen. Dit gebeurt in dit nummer door T.H.G. Steenmetser (in zijn artikel 'Tijd voor herziening? Een nadere analyse van het huurrecht voor bedrijfsruimte').
Auteur(s)M. de Gaay Fortman
Pagina87-87
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelTijd voor herziening? Een nadere analyse van het huurrecht voor bedrijfsruimte
CiteertitelTvHB 2008, nr. 3
SamenvattingDeze bijdrage is bedoeld als aanzet voor het congres dat de uitgever en de redactie van dit tijdschrift in samenwerking met de Academie voor de Toegepaste Rechtswetenschappen in het najaar van 2008 organiseren. Tijdens dit congres zal het huurrecht voor bedrijfsruimte nader worden bekeken en beoordeeld. In het bijzonder zullen punten aan de orde komen die aanpassing verdienen. Dat klinkt apart voor een wettekst van nauwelijks vijf jaar oud, maar eenieder die enigszins ingewijd is, zal de kritiek die hierna aan de orde komt, tenminste op onderdelen delen.
Auteur(s)T.H.G. Steenmetser
Pagina88-94
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelEen gewezen huurder moet zich na een verwijzing naar artikel 7:308 BW in een huurbeŽindigingsuitspraak niet te snel rijk rekenen
CiteertitelTvHB 2008, nr. 3
SamenvattingVolgens artikel 7:308 BW dient de verhuurder van middenstandsbedrijfsruimte een vergoeding te betalen aan de gewezen huurder, wiens huur hij heeft opgezegd, indien de verhuurder voordeel geniet als gevolg van het feit dat het gehuurde vervolgens voor een vergelijkbaar bedrijf wordt gebruikt. Huurovereenkomsten met betrekking tot middenstandsbedrijfsruimte worden veelvuldig beŽindigd met behulp van de opzeggingsgrond 'dringend eigen gebruik'. In veel gevallen wil de verhuurder het gehuurde vervolgens voor een gelijksoortig bedrijf gaan gebruiken. In de huurbeŽindigingsprocedure wordt door de huurder soms aangevoerd dat verhuurder een vergoeding moet betalen in verband met de goodwill die de huurder bij het beŽindigen van de huurovereenkomst ter plaatse zal achterlaten.
Auteur(s)J. Winter-Bossink
Pagina95-99
Artikel aanvragenVia Praktizijn
TitelRechterlijke matiging van contractuele boete
CiteertitelTvHB 2008, nr. 3
SamenvattingIn menige huurovereenkomst komt een boetebeding voor. Als een boetebeding eenmaal is overeengekomen en wordt ingeroepen, kan de schuldenaar zich daartegen verweren. Het eerste verweer is de uitleg van het boetebeding. Valt de verweten gedraging onder het boetebeding? En als er in een overeenkomst meerdere boetebedingen zijn opgenomen met verschillende bedragen onder welke boetebeding valt dan de verweten gedraging? Als het boetebeding in de algemene voorwaarden is opgenomen kan als tweede verweer op grond van artikel 6:233 onderdeel a BW vernietiging van het boetebeding worden gevraagd.
Auteur(s)D.H. de Witte
Pagina100-105
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Utrecht, 08-04-2008, 548445 UE VERZ 07-2285
CiteertitelTvHB 2008, nr. 3
SamenvattingCarpet-Land huurt met ingang van 1 oktober 1987 voor de duur van 25 jaar 290-bedrijfsruimte van Heins, met breek-mogelijkheden per 30 september 1997, 30 september 2002, 30 september 2007 en 30 september 2012. Heins verzoekt de kantonrechter op de voet van artikel 7:304 lid 2 BW om benoeming van een deskundige die adviseert omtrent de nadere huurprijs per 1 november 2007. Met Carpet-Land is de kantonrechter echter van mening dat, gelet op het feit dat de huur is aangegaan voor een periode van 25 jaar, er geen plaats is voor huurprijswijziging tot het einde van die periode (derhalve tot 30 september 2012). Verhuurder wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Samenvatting (Bron)Verzoek ex art. 7:304 BW tot benoeming deskundige teneinde te adviseren omtrent de nadere huurprijs van bedrijfsruimte. Huur aangegaan voor de duur van 25 jaar, met een optierecht tot verlenging. Tevens mag de huurder de huur tussentijds om de 5 jaar opzeggen (de zgn. breekoptie). De huur heeft inmiddels ruim 20 jaar geduurd. Huurder betoogt dat verhuurder niet-ontvankelijk is in zijn verzoek omdat pas na 25 jaar huurprijsaanpassing kan plaatsvinden. Verhuurder betoogt met een beroep op de breekoptie dat de huurprijs ook tijdens de looptijd van 25 jaar om de 5 jaar kan worden aangepast. Verhuurder niet-ontvankelijk.
Pagina106-109
UitspraakECLI:NL:RBUTR:2008:BC9850
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 05-02-2008, 293057/HA ZA 07-2497
CiteertitelTvHB 2008, nr. 3
SamenvattingLandgoed Voorlinden, een vergader- en congrescentrum waar tevens besloten feesten worden gehouden, is geen 'middenstandsbedrijfsruimte', maar behoort tot de categorie 'overige bedrijfsruimte' in de zin van art. 7:230a BW, omdat slechts op afspraak of op uitnodiging tot deelname aan een besloten activiteit gebruik kan worden gemaakt van de accommodatie.

(Voorlinden Wassenaar B.V. / Advocatenmaastchap).
Pagina109-114
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Dordrecht, 17-04-2008, 199445 CV EXPL 07-3830
CiteertitelTvHB 2008, nr. 3
SamenvattingSpuihave wenste het door haar in 2003 gekochte complex aan de Spuiboulevard te renoveren en daar moest, vond Spuihave, restaurant De Grote Griek voor wijken. De Grote Griek huurde een bedrijfsunit van in totaal 240 m2. Spuihave had De Grote Griek in 2003 niet middels een schriftelijke kennisgeving laten weten dat zij de nieuwe eigenaar was, maar was wel huurfacturen gaan sturen en had De Grote Griek gevraagd op haar bankrekening de huur te gaan betalen.
Samenvatting (Bron)Grote renovatie ten behoeve van (nieuwe) bedrijven rechtvaardigt beŽindiging huur bedrijfsruimte na 10 jaar van een Grieks restaurant dat als te kleinschalig in dat plan wordt beschouwd. Gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad ondanks art 6:295 BW toegewezen, omdat verweer kennelijk ongegrond is.
Pagina114-118
UitspraakECLI:NL:RBDOR:2008:BC9895
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank 's-Gravenhage, 20-12-2007, 623002 CV EXPL 06-8255
CiteertitelTvHB 2008, nr. 3
SamenvattingWindhinder in nieuwe winkelcentrum vormt gebrek? Verhuurder was bekend met het probleem en had huurders moeten waarschuwen. Er is tevens sprake van een gebrek indien de huurder onvoldoende onderzoek heeft ingesteld voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst.

(Trio Bakker Sport B.V. / Rodamco Nederland Winkels B.V.).
Pagina118-123
Artikel aanvragenVia Praktizijn
RubriekActualiteiten
TitelActualiteiten
CiteertitelTvHB 2008, nr. 3
Pagina124-124
Artikel aanvragenVia Praktizijn