Tijdschrift voor Agrarisch Recht

UitgeverDen Hollander
TijdschriftTijdschrift voor Agrarisch Recht
Datum30-09-2009
Aflevering9
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 12-05-2009, 200.013.633 (met noot)
CiteertitelAgr.r 2009, p. 390
SamenvattingIndeplaatsstelling. Bedrijfsmatige exploitatie.

(Boetzelaar / Weenink).
Samenvatting (Bron)BW 7:312, 7:363. Indeplaatsstelling. Bedrijfsmatige exploitatie. Indien aannemelijk is dat de voorgestelde pachter het gepachte het gepachte bedrijfsmatig zal gebruiken, dient de vordering tot indeplaatsstelling als bedoeld in artikel 7:363 Burgerlijk Wetboek te worden afgewezen. Voor de vraag wat valt te beschouwen als behoorlijke bedrijfsvoering in de zin van het vijfde lid van dat artikel zijn immers mede van betekenis de artikelen 7:312 en 7: 376 lid 1 sub a Burgerlijk Wetboek, volgens welke bepalingen pacht een bedrijfsmatige exploitatie van het gepachte veronderstelt en een niet-bedrijfsmatige exploitatie een grond voor ontbinding van de pachtovereenkomst oplevert. mede tegen de achtergrond van de wetsgeschiedenis van artikel 7:312 Burgerlijk Wetboek veronderstelt een bedrijfsmatige exploitatie van het gepachte dat sprake is van een complex van economische activiteiten, gericht op winst door uitoefening van de landbouw. Voor de vraag of daarvan sprake is, acht het hof de navolgende gezichtspunten in het bijzonder van belang: a. de omvang van het bedrijf en de onderlinge samenhang tussen de diverse bedrijfsactiviteiten; b. de vraag of de voor toekomstige winstkansen noodzakelijke investeringen plaatsvinden; c. het redelijkerwijs te verwachten ondernemingsrendement; d. de vraag of de gebruiker een hoofdfuncite buiten de landbouw heeft; een en ander in onderlinge samenhang te beschouwen en met inachtneming van de overige omstandigheden van het geval.
AnnotatorG.M.F. Snijders
Pagina390-392
Artikel aanvragenVia Praktizijn
UitspraakECLI:NL:GHARN:2009:BI4361