Tijdschrift voor Agrarisch Recht

UitgeverDen Hollander
TijdschriftTijdschrift voor Agrarisch Recht
Datum30-09-2009
Aflevering9
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 12-05-2009, 104.007.968 (met noot)
CiteertitelAgr.r 2009, p. 392
SamenvattingPacht. Oud recht. Verzoek pachtverlenging. Tekortkoming. Inbreng van het gebruik van het gepachte in personenvennootschap.

(Van Nispen tot Sevenaer / Van Huet-Bles).
Samenvatting (Bron)Pachtwet (oud) 38,39 BW 7:370 Toepassing van oud recht. Volgens artikel 39 Pachtwet wijst de pachtkamer een verzoek tot verlenging af indien de bedrijfsvoering van de pachter niet geweest is zoals het een goed pachter betaamt of het optreden van de pachter jegens de verpachter in de afgelopen pachtperiode aanleiding heeft gegeven tot gegronde klachten. Niet iedere tekortkoming levert een verplichte afwijzingsgrond op als in artiklel 39 Pachtwet bedoeld, maar alleen een tekortkoming die daartoe voldoende ernstig is. In dit verband wijst het hof erop dat de parallelle bepaling in de huidige regeling van de pacht van artikel 7: 370 lid 1 onder a Burgerlijk Wetboek spreekt van het geval dat de bedrijfsvoering door de pachter niet is geweest zoals een goed pachter betaamt of de pachter anderszins ernsitg is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Inbreng door pachter van gebruik van gepachte levert in de gegeven omstandigheden niet een tekortkoming op die voldoende ernstig is om te kunnen oordelen dat de verplichte afwijzingsgrond van artikel 39 Pachtwet van toepassing is.
AnnotatorG.M.F. Snijders
Pagina392-394
Artikel aanvragenVia Praktizijn
UitspraakECLI:NL:GHARN:2009:BI4247