Tijdschrift voor Agrarisch Recht

UitgeverDen Hollander
TijdschriftTijdschrift voor Agrarisch Recht
Datum30-09-2009
Aflevering9
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 12-05-2009, 104.004.567 (met noot)
CiteertitelAgr.r 2009, p. 395
SamenvattingPacht. Vordering indeplaatsstelling. Tekortkoming. Inbreng van het gebruik van het gepachte in personenvennootschap.

(Van Nispen tot Sevenaer / Van Huet-Bles).
Samenvatting (Bron)BW 7:363 Op de vordring tot indeplaatsstelling beslist de pachtrechter volgens het derde lid van artikel 7:363 Burgerlijk Wetboek naar billijkheid. In dat verband zijn alle omstandigheden van het geval van belang, waaronder ook eventuele tekortkomingen van de zittende pachter(s). Voor zover de voorgestelde pachter mede verwijt treft van zulke tekortkomingen, kan die omstandigheid mede van belang zijn wat betreft de vraag of de voorgestelde pachter onvoldoende waarborgen voor een behoorlijke bedrijfsvoering biedt als bedoeld in het vijfde lid van genoemd artikel. Inbreng door pachter van gebruik van gepachte is hier tekortkoming, maar in de gegeven omstandigheden onvoldoende ernstig om naar billijkheid aan indeplaatsstelling in de weg te staan. In het verlengde daarvan is ook de omstandigheid dat de voorgestelde pachter van die tekortkoming op de hoogte was, althans had moeten zijn, niet van een zodanig gewicht dat daaruit volgt dat hij niet voldoende waarborgen biedt voor een behoorlijke bedrijfsvoering.
AnnotatorG.M.F. Snijders
Pagina395-398
Artikel aanvragenVia Praktizijn
UitspraakECLI:NL:GHARN:2009:BI4266