Milieu & Recht

UitgeverWolters Kluwer
TijdschriftMilieu & Recht
Datum02-11-2010
Aflevering8
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelHoge Raad, 06-07-2010, 09/01546 B (met noot)
CiteertitelM en R 2010/8, nr. 72
SamenvattingFeitelijk leiding geven. Overbrenging en uitvoer afval. Bezwaar tegen dagvaarding.
Samenvatting (Bron)Bezwaarschrift tegen de dagvaarding. Art. 262 Sv. Cassatie OM en verdachte. 1. Uitleg begrippen overbrenging en uitvoer i.d.z.v. de EEG-Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA). 2. Geen respons op verweer strekkende tot n.o-verklaring OM in de vervolging. Ad 1. Art. 10.60.2.a Wet Milieubeheer jo. art. 18 EVOA. In s Hofs oordeel ligt besloten dat van overbrenging dan wel uitvoer van afvalstoffen naar ACS-Staten i.d.z.v. de EVOA geen sprake meer kan zijn, zodra die afvalstoffen over de grens van een ACS-Staat zijn gebracht. Een dergelijke beperkte uitleg vloeit niet voort uit de bewoordingen van de EVOA. Zij verdraagt zich ook niet met het doel van de EVOA en past evenmin in het stelsel van de in de CAG genoemde Verordeningen, Overeenkomsten en Verdragen die het milieu in die staten eveneens beogen te beschermen. Gezien het doel van de EVOA en het stelsel van genoemde Verordeningen, Overeenkomsten en Verdragen is de uitvoer van afvalstoffen naar de ACS-Staten i.d.z.v. de EVOA eerst voltooid wanneer deze hun uiterlijke bestemming hebben bereikt. Ad 2. Geen rechtsregel belet de rechter die moet oordelen over een bezwaarschrift a.b.i. art. 262 jo. 250 Sv, om gelet op het summiere karakter van deze procedure, indien hij tot het oordeel komt dat de verdachte buiten vervolging moet worden gesteld, andere bezwaren met dezelfde beoogde uitkomst buiten bespreking te laten.
Annotator Douma
Pagina528-530
Artikel aanvragenVia Praktizijn
UitspraakECLI:NL:HR:2010:BK9263