Praktisch Bestuursrecht

UitgeverSdu
TijdschriftPraktisch Bestuursrecht
Datum10-02-2011
Aflevering1
TitelRaad van State, 23-11-2010, 201010192/1/H1 en 201010192/2/H1 (met noot)
CiteertitelPB 2011/1, 19
SamenvattingMandaat.
Samenvatting (Bron)Besluit tot ontheffingverlening ex art. 3.23 Wro is onbevoegd genomen nu het is genomen op grond van de Mandaatregeling 2008 die wel in de mandaterinjg voorziet van de vrijstellingsbevoegdheid ex art. 19.3 WRO, maar niet in mandatering van deze nieuwe bevoegdheid. Dat deze bevoegdheid materieel niet verschilt van de bevoegdheid vrijstelling te verlenen als bedoeld in art.19.3 WRO maakt dit niet anders. De Welstandscommissie toetst het bouwplan aan de hand van de criteria in de welstandsnota aan redelijke eisen van welstand en heeft zich daarbij in beginsel te richten naar de bouwmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt, dan wel, indien het bouwplan daarvan afwijkt, die waaraan het college planologische medewerking wenst te verlenen. Instandlating rechtsgevolgen. Verlenen ontheffing en bouwvergunning voor het vergroten van een bestaande woning.Het besluit is namens het college genomen door het hoofd van de afdeling Openbare Ruimte i.o. X. Bij besluit van 15 april 2009, gelezen in verbinding met de Mandaatregeling 2008 van de gemeente Zundert, is aan X o.m. de bevoegdheid van het college tot het verlenen van vrijstelling als bedoeld in art. 19.3 WRO en de bevoegdheid van het college tot het verlenen van bouwvergunningen gemandateerd. Het college heeft voor het bouwplan met toepassing van art. 3.23 Wro ontheffing verleend van het bestemmingsplan. Art.3.23 Wro behelst een nieuwe bevoegdheid van het college. Dat deze bevoegdheid materieel niet verschilt van de bevoegdheid vrijstelling te verlenen als bedoeld in art.19.3 WRO maakt dit niet anders. Nu het besluit is genomen op grond van de Mandaatregeling 2008, die niet in mandatering van deze nieuwe bevoegdheid voorziet, is het onbevoegd genomen. De voorzieningrechter heeft dit niet onderkend. Het betoog slaagt in zoverre. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rb. zou behoren te doen zal de voorzitter het beroep tegen het besluit van 15 februari 2010 alsnog gegrond verklaren. Dat besluit komt wegens strijd met art.10:2 Awb voor vernietiging in aanmerking. Blijkens een aan het college gerichte adviesnota van 2 februari 2010 is het college geadviseerd aan het bouwplan medewerking te verlenen en blijkens de ondertekening van deze adviesnota heeft het college zich akkoord verklaard met besluitvorming conform dit advies. Nu het college hierdoor geacht kan worden het besluit van 15 februari 2010 voor zijn rekening te hebben willen nemen, acht de voorzitter het bevoegdheidsgebrek geheeld. Daar komt bij dat op grond van het sedert 1 mei 2010 van kracht zijnde Register behorende bij het Algemeen Mandaat-, Volmacht- en Machtigingsbesluit gemeente Zundert 2010 de bevoegdheid van het college tot het besluiten inzake het starten van een procedure op grond van art.3.23 Wro en het besluiten tot het verlenen van ontheffing is gemandateerd aan het hoofd van de Afdeling Beheer Openbare Ruimte. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. De Welstandscommissie toetst het bouwplan aan de hand van de criteria in de welstandsnota aan redelijke eisen van welstand en heeft zich daarbij in beginsel te richten naar de bouwmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt, dan wel, indien het bouwplan daarvan afwijkt, die waaraan het college planologische medewerking wenst te verlenen. Gelet op de bereidheid van het college om ontheffing te verlenen voor de gekozen maatvoering van het bouwplan, dient deze maatvoering bij de welstandstoets te worden gerespecteerd en kan daarin geen grond zijn gelegen voor een negatief welstandsoordeel.
AnnotatorR.R. Jacobs
Pagina19-19
Artikel aanvragenVia Praktizijn
UitspraakECLI:NL:RVS:2010:BO5285