Milieu & Recht

UitgeverWolters Kluwer
TijdschriftMilieu & Recht
Datum09-09-2011
Aflevering7
RubriekM&R Jurisprudentie
TitelRechtbank Alkmaar, 14-04-2011, 11/805 en 10/2538 (met noot)
CiteertitelM en R 2011/7, nr. 146
SamenvattingOp het project 'Gasopslag Bergermeer' is de rijksco÷rdinatieregeling van toepassing. De ministers hebben besloten toepassing te geven aan art. 3.36 Wro waardoor zij in de plaats treden van decentrale bestuursorganen. Deze beslissing kan niet worden aangemerkt als een besluit in de zin van art. 1:3 lid 1 Awb. Het opstellen en ter inzage leggen van zeven ontwerpbesluiten zijn feitelijke handelingen en daarom niet aan te merken als een besluit in de zin van de Awb. Voor het kunnen aanwenden van de in art. 3.36 Wro aangeduide bevoegdheid is, gelet op het bepaalde in dit artikel, een daartoe strekkend besluit geen voorwaarde. De bevoegdheid vloeit immers rechtstreeks uit de wet voort. De beslissing is niet gericht op rechtsgevolg, nu deze beslissing slechts betrekking heeft op de voorbereiding van de voorgenomen besluiten, zoals is geregeld in art. 3.36 Wro.

(Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen / de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de minister van Infrastructuur en Milieu)
Samenvatting (Bron)Besluitbegrip. Verweerders hebben terecht gesteld dat hun beslissing om gebruik te gaan maken van de hen gegeven bevoegdheid in artikel 3.36 van de Wet ruimtelijke ordening niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid,van de Awb. Feitelijke handelingen die zijn verricht in voorbereiding van de te nemen besluiten kunnen niet als een besluit worden aangemerkt. Van een schriftelijke beslissing, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling is geen sprake. Er is geen schriftelijke beslissing voorhanden en voor het aanwenden van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 3:36 van de Wro is dat ook geen voorwaarde. De beslissing is niet gericht op rechtsgevolg, nu deze enkel betrekking heeft op de voorbereiding van de voorgenomen besluiten bedoeld in artikel 3.36 van de Wro. Eerst van een dergelijk besluit gaat rechtsgevolg uit. De beslissing brengt voorts geen verandering in de rechtsverhouding ter zake van de beslissingsbevoegdheid. De brief van de minister van EZ,L & I van 23 september 2010 aan de Voorzitter van de TK kan om dezelfde reden niet als een besluit worden aangemerkt. Bezwaar van eiser is derhalve terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Om die reden is voorts terecht afgezien van horen. Het beroep is ongegrond. Voor het treffen van enige voorziening bestaat geen aanleiding. Het verzoek wordt afgewezen.
Annotator Nijmeijer
Pagina477-479
Artikel aanvragenVia Praktizijn
UitspraakECLI:NL:RBALK:2011:BQ1172