Mediaforum

UitgeverUitgeverij deLex
TijdschriftMediaforum
Datum16-02-2012
Aflevering2
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Rotterdam, 02-11-2011, AWB 10/2087, 10/3099 en 10/4036 (met noot)
CiteertitelMediaforum 2012-2, p. 54-59
SamenvattingFrequentiebesluit. Tw. Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunning 2,6 Ghz.

(T-Mobile Netherlands / Minister EL&I)
Samenvatting (Bron)Het beroep met betrekking tot het Bekendmakingsbesluit is niet-ontvankelijk op grond van art 6:6, onder a, Awb, omdat hiertegen geen beroepsgronden zijn aangevoerd. De Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 2,6GHz is een algemeen verbindend voorschrift waartegen geen bezwaar en beroep open staat. In de Ontwerpvergunningen zijn de voorschriften en beperkingen vastgesteld die aan de uit te geven 2,6GHz-vergunningen zullen worden verbonden. Er zijn geen beperkingen zijn opgenomen die voortvloeien uit artikel 2, zesde lid, van de Regeling, zodat dit artikel niet via de Ontwerpver¬gunningen exceptief getoetst kan worden. De in de Ontwerpvergunningen opgenomen ingebruiknameverplichting is niet in strijd met de wet, gelet op de ruime beoordelingsvrijheid die verweerder heeft bij de invulling van het begrip doelmatig gebruik van frequentieruimte. Bij het Toelatingsbesluit is de aanvraag van eiseres om te worden toegelaten tot deelname aan de 2,6GHz-veiling gedeeltelijk afgewezen vanwege de aan eiseres opgelegde individuele cap op grond van art 6a Fb en het daarop gebaseerde art 2, 6 Regeling. Deze artikelen houden algemeen verbindende voorschriften in waartegen geen rechtsmiddelen van de Awb openstaan. Via exceptieve toetsing beoordeelt de rechtbank deze voorschriften rechtmatig en verbindend. De delegatiegrondslag van art 6a is primair art 3.3, negende lid Tw en secundair art 18.12 Tw. Deze artikelen voorzien in ruime algemene regelende bevoegdheid inzake vergunningverlening en verdelingsprocedures en bieden voldoende rechtsbasis voor art 6a Fb. Noch uit de tekst van, noch uit de toelichting bij art 3.4a Tw volgt dat dit artikel exclusief als rechtsbasis aan het opleggen van een individuele cap ten grondslag hoort te worden gelegd. De rechtbank is van oordeel dat het opleggen van een individuele cap in het belang is van een evenwichtige verdeling van frequentieruimte en dat eiseres beschikt over vergunningen voor vergelijkbare frequenties in de 900-, 1800- en 2100MHz-band, zodat verweerder bevoegd is tot het opleggen van een individuele cap aan eiseres. Verweerder heeft in redelijkheid gebruik gemaakt van deze bevoegdheid. Hij mocht in zijn belangenafweging het algemene belang dat gebaat is bij nieuwkomers op de markt zwaarder laten wegen dan het belang van eiseres, die reeds beschikt over vergelijkbare frequentieruimte. Gelet op de gebruiksmogelijkheden zijn de in artikel 2, 7 Regeling aangewezen frequenties in de 900-, 1800- of 2100MHz-band vergelijkbaar met de frequenties in het 2,6GHz-spectrum.
AnnotatorJ. Wolswinkel
Pagina54-59
Artikel aanvragenVia Praktizijn
UitspraakECLI:NL:RBROT:2011:BU3331