Tijdschrift voor Agrarisch Recht

UitgeverDen Hollander
TijdschriftTijdschrift voor Agrarisch Recht
Datum12-08-2013
Aflevering7/8
RubriekRechtspraak
TitelGerechtshof Arnhem, 22-05-2012, 200.083.740 (met noot)
CiteertitelAgr.r 2013, p. 258
SamenvattingMelkquotum. Ontbinding. Verjaring.
Samenvatting (Bron)BW 3:322, 6:80 Verpachtster vordert ontbinding van pachtovereenkomst en schadevergoeding in verband met verkoop door pachtster van melkquotum. Uit de regel van het eerste lid van artikel 3:322 Burgerlijk Wetboek, inhoudende dat de rechter niet ambtshalve het middel van verjaring mag toepassen, volgt dat de partij die zich op verjaring beroept, voldoende duidelijk moet aangeven op welke verjaring zij doelt. Ten overvloede overweegt het hof nog als volgt. Indien een pachtovereenkomst wordt beŽindigd, ontstaat volgens vaste rechtspraak van deze kamer op het moment van die beŽindiging een aanspraak van de verpachter op oplevering van een evenredig gedeelte van het met het oorspronkelijk gepachte samenhangende quotum, waartegenover de pachter aanspraak kan maken op vergoeding van in beginsel de helft van de waarde van dat gedeelte. De tussen partijen bestaande pachtovereenkomst is nog niet geŽindigd, zodat de bedoelde verbintenis nog niet opeisbaar is. Tegen die achtergrond kan noch sprake zijn van verjaring van de rechtsvordering van de Gemeente tot ontbinding, noch van verjaring van haar rechtsvordering tot schadevergoeding. In de stellingen van verpachtster ligt besloten dat zij zich erop beroept dat de gevolgen van niet-nakoming op de voet van art. 6:80 BW vůůr opeisbaarheid intreden. Bewijsopdracht in verband met beroep van pachtster op afstand van recht en rechtsverwerking.
AnnotatorG.M.F. Snijders
Pagina258-263
Artikel aanvragenVia Praktizijn
UitspraakECLI:NL:GHARN:2012:BX3529