AB Rechtspraak Bestuursrecht

UitgeverWolters Kluwer
TijdschriftAB Rechtspraak Bestuursrecht
Datum30-08-2014
Aflevering31
TitelRechtbank Den Haag 28-05-2014 (met noot)
CiteertitelAB 2014/300
SamenvattingNiet zonder meer aannemelijk dat subsidieverlening staatssteun inhoudt.
Samenvatting (Bron)Verzoek om subsidieverlening op grond van de Subsidieregeling Landelijk Gebied Zuid-Holland (SLG) voor de verwerving van gronden gelegen binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS); staatssteun; reeds bekend toekomstig overheidsbeleid. De Commissie heeft bij beschikking van 13 juli 2011 (N 308/2010) geoordeeld dat de opvolger van de SLG, de SLG 2012, staatssteun vormt, maar heeft eveneens geoordeeld dat deze maatregel uit hoofde van artikel 106, tweede lid, VWEU, verenigbaar is met de interne markt. Gelet hierop heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer mogen aannemen dat verlening van de gevraagde subsidie aan eiseres op grond van de SLG, ook al gaat het hierbij om een eerdere regeling, ertoe leidt dat ongeoorloofde staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, VWEU wordt verleend. Gelet op de rol van de Commissie bij de handhaving van staatssteunregels en de specifieke deskundigheid waarover zij beschikt bij de beoordeling of een overheidsmaatregel als staatssteun moet worden gekwalificeerd, dient het bestuursorgaan in de omstandigheden als hier aan de orde - waarin aan het oordeel van de Commissie van 13 juli 2011 het vermoeden kan worden ontleend dat geen sprake is van strijd met de interne markt - uit oogpunt van een zorgvuldige voorbereiding van zijn besluit, in contact te treden met de Commissie en deze om advies te vragen. Voor een bestuursorgaan bestaat de mogelijkheid de Commissie om informeel advies te vragen voorafgaande aan een eventuele aanmelding, zoals beschreven in punt 10 en verder van de door de Commissie vastgestelde Gedragscode voor een goed verloop van de staatssteunprocedures (PB 2009, C136; de Gedragscode). Zoals volgt uit punt 10 van de Gedragscode kunnen dergelijke informele besprekingen ook betrekking hebben op maatregelen die zouden leiden tot een beschikking ingevolge artikel 4, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (PB 1999, L83/1), waarin wordt vastgesteld dat geen sprake is van steun. Bij de contacten met de Commissie dient bij voorkeur de ontvanger van de (mogelijke) steun te worden betrokken (punt 15 van de Gedragscode). Onder deze omstandigheden verdraagt het zich niet met artikel 3:2 van de Awb dat verweerder, alvorens op de aanvraag om subsidie te besluiten, niet in contact is getreden met de Commissie en deze niet om informeel advies heeft gevraagd. De rechtbank verwijst ter onderbouwing van dit oordeel naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 februari 2013 (ECLI:RVS:2013:BZ1245).
AnnotatorA.D.L. Knook
Artikel aanvragenVia Praktizijn
UitspraakECLI:NL:RBDHA:2014:6726