Bouwrecht

UitgeverWolters Kluwer
TijdschriftBouwrecht
Datum30-10-2015
Aflevering10
RubriekArtikelen
TitelDe staatssteunthematiek van markt en overheid in de toepassing van artikel 107 lid 1 VWEU: van particuliere marktdeelnemer tot publieke marktintervenieerder
CiteertitelBR 2015/90
SamenvattingDit nummer van Bouwrecht stelt de markt en overheid-thematiek centraal. Dit thema speelt meer dan tevoren een centrale rol in de toepassing van het Europese staatssteunrecht. Bij het toepassen van het materiële staatssteunrecht is de verhouding tussen de overheid en de markt de relevante graadmeter voor het vaststellen van een schending van het staatssteunverbod van artikel 107 lid 1 VWEU. Een centrale voorwaarde van artikel 107 lid 1 VWEU is dat de overheid een onderneming een voordeel verschaft dat deze onderneming niet onder normale omstandigheden zou hebben verkregen. In de jurisprudentie heeft het Hof van Justitie rekening gehouden met wijze waarop de overheid op de markt actief kan zijn. Dat kan allereerst in de hoedanigheid van een particuliere investeerder zijn, waarbij de overheid onder vergelijkbare voorwaarden moet opereren als een zogeheten “marktdeelnemer in de markteconomie” (MEO). In dat geval handelt de overheid als een marktpartij en moet zij transacties baseren op zuiver economische en financiële afwegingen. In het tweede geval heeft het Hof van Justitie de situatie aanvaard dat een overheid in de markt intervenieert om bepaalde “ publieke marktdiensten” die een algemeen belang dienen, te doen stimuleren. In het geval van zogeheten diensten van algemeen economisch belang (DAEB) hoeft een overheid niet zozeer marktconform te opereren, maar eerder marktcomplementair omdat de markt ontoereikend deze diensten voortbrengt. Wanneer een overheid een compensatie verleent voor het beheren van een DAEB is er geen sprake van een voordeel op basis van het arrest Altmark, dat nader geduid zal worden in paragraaf 4. De overheid laat namelijk aan de hand van vooraf bepaalde objectieve en transparante voorwaarden een dienst uitvoeren die anders onvoldoende naar maatschappelijk aanvaardbare voorwaarden zou worden verricht op de markt. Marktconform en marktcomplementair handelen zijn dus twee verschillende manieren van de overheid om actief te zijn op de markt. Echter, de wijze waarop de Commissie uitleg geeft aan nationale overheden over het MEO-criterium en de toepassing van de Altmark-voorwaarden laat ook overeenkomsten zien. Zo geldt voor zowel het MEO-criterium als de toepassing van de Altmark-voorwaarden dat de overheid zich in de marktsituatie moet verdiepen teneinde een voordeel en daarmee onrechtmatige staatssteun te voorkomen.
Auteur(s)M. Aalbers
Artikel aanvragenVia Praktizijn