Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht

UitgeverWolters Kluwer
TijdschriftNederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht
Datum29-12-2016
Aflevering10
RubriekArtikelen
TitelHet Imagine-arrest en het voorstellingsvermogen van de Hoge Raad
CiteertitelNTBR 2016/51
SamenvattingArtikel 392 lid 1 Rv koppelt de bevoegdheid van de lagere rechter om de Hoge Raad een rechtsvraag te stellen aan het vereiste dat deze rechtsvraag rechtstreeks van belang is voor een veelheid aan vorderingsrechten die gegrond zijn op dezelfde of soortgelijke feiten en uit dezelfde of soortgelijke samenhangende oorzaken voortkomen. In deze bijdrage ligt de focus op categorie rechtsvragen waarbij de Hoge Raad zich voor de taak gesteld ziet die ook rust op een wetgever: een regel formuleren die toepasbaar is op ‘talrijke’ geschillen. Daarom zal de Hoge Raad bij het formuleren van rechtsregels zich ervan moeten vergewissen welke gevallen gelijk moeten worden behandeld en welke gevallen niet. Het Imagine-arrest toont aan hoezeer bij het formuleren van rechtsregels voorzichtigheid en voorstellingsvermogen is geboden, omdat de feiten in een mogelijk ander geschil net even anders kunnen zijn, waardoor de gestelde rechtsregel een ongewenst resultaat oplevert.
Auteur(s)C.G. Breedveld-de Voogd , P.W. den Hollander
Artikel aanvragenVia Praktizijn
UitspraakECLI:NL:HR:2016:162