Jurisprudentie Milieurecht

UitgeverSdu
TijdschriftJurisprudentie Milieurecht
Datum28-04-2019
Aflevering4
RubriekBestuursrecht
TitelRechtbank Limburg 21-12-2018 (met noot)
CiteertitelJM 2019/46
SamenvattingPrejudiciŽle vragen, Verenigbaarheid, Belanghebbende, Onderdelentrechter, Unierecht.
Samenvatting (Bron)Eiseres (een natuurlijk persoon) (zaak AWB 17/3841) en eiseressen (rechtspersonen) (zaak AWB 17/3843) komen in beroep tegen het besluit van verweerder tot verlening van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a en e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het bouwen/uitbreiden van een varkensstal. Deze activiteit valt onder de werking van het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (Verdrag van Aarhus) en de EU-richtlijnen inzake industriŽle emissies alsmede milieu-effectbeoordeling. Eiseres is geen belanghebbende bij het bestreden besluit. Daarom zou het beroep reeds niet-ontvankelijk zijn op grond van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiseressen zijn wel als belanghebbenden in die zin aan te merken, maar hebben evenals eiseres geen zienswijzen ingediend tegen het ontwerp-besluit. De ontvankelijkheid van eiseressen dient dan beoordeeld te worden in het licht van artikel 6:13 van de Awb. De rechtbank vraagt zich in hoeverre deze (ambtshalve te boordelen) ontvankelijkheidsdrempels verenigbaar zijn met het Europese recht en in het bijzonder het Verdrag van Aarhus. In de verwijzingsuitspraak legt de rechtbank in het licht van artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie het Hof van Justitie een aantal vragen voor. Ten aanzien van eiseres gaat het dan vooral om de vraag of zij als lid van het publiek geen toegang tot de rechter zou moeten hebben (net als leden van het betrokken publiek) om op te komen tegen de gestelde schending van van voor het publiek geldende procedurele vereisten en inspraakrechten. Voor eiseressen gaat het met name om de vraag of toegang tot de rechter vereist dat ook gebruik is gemaakt van de inspraakprocedure.
AnnotatorE.J.H. Plambeck
Artikel aanvragenVia Praktizijn
UitspraakECLI:NL:RBLIM:2018:12159