Milieu & Recht

UitgeverWolters Kluwer
TijdschriftMilieu & Recht
Datum18-08-2023
Aflevering7
RubriekJurisprudentie
TitelRechtbank Oost-Brabant 16-06-2023 (met noot)
CiteertitelM en R 2023/84
Samenvatting‘50%-regeling’ in Wet geurhinder en veehouderij volgens rechtbank buiten toepassing. Strijd met m.e.r.-regelgeving.
Samenvatting (Bron)Artikel 3 lid 4 Wgv SMB Nevele De zaak gaat over een vergunning waarbij twee bedrijven met ieder hun eigen omgevingsvergunning samensmelten tot één inrichting met één vergunning. De vergunning is verleend met toepassing van artikel 3, vierde lid, van de Wet geurhinder en veehouderijen (Wgv). Dit artikel maakt het mogelijk om toch uit te breiden (meer dieren te houden) in situaties met teveel geurhinder. Op basis van het artikel is het toegestaan om 50% van de milieuwinst door geurreducerende maatregelen te gebruiken om meer dieren te houden. Veel veehouderijen in Nederland hebben vergunningen waarbij gebruik is gemaakt van artikel 3, vierde lid van de Wgv. De rechtbank is van oordeel dat de wetgever een strategische milieubeoordeling had moeten verrichten voordat dit onderdeel van de wet werd aangenomen. De wetgever heeft deze beoordeling niet gemaakt en dat is in strijd met de SMB-richtlijn (2001/42/EG). Daarom had het college volgens de rechtbank artikel 3, vierde lid, van de Wgv buiten toepassing moeten laten (niet mogen gebruiken in dit geval). De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat het college op basis van artikel 7af, veertiende lid, van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (BuChw) inmiddels de bevoegdheid heeft om af te wijken van artikel 3, vierde lid, van de Wgv en in concrete gevallen dus maatwerk kan leveren na een uitgebreide beoordeling van de daarmee gepaard gaande milieugevolgen. Ook enkele andere beroepsgronden slagen.
AnnotatorM.A.A. Soppe , T. Rotscheid
Artikel aanvragenVia Praktizijn
UitspraakECLI:NL:RBOBR:2023:2931