Welke rol speelt 'buitenwettelijk beleid' bij herziening en/of terugvordering van uitkeringen?

Welke rol speelt 'buitenwettelijk beleid' bij herziening en/of terugvordering van uitkeringen?

Wat als je een te hoge uitkering hebt ontvangen omdat de uitkeringsinstantie wijzigingen niet op tijd heeft verwerkt, of een fout heeft gemaakt? Kunnen algemene beginselen van behoorlijk bestuur er dan aan in de weg staan dat de uitkering achteraf wordt herzien, c.q. teruggevorderd? De Centrale Raad van Beroep vroeg raadsheer advocaat-generaal De Bock om een conclusie. Dit leidde tot antwoord op de volgende vragen:
Kunnen de Beleidsregels schorsing, intrekking en herziening uitkeringen 2006 worden gezien als 'buitenwettelijk begunstigend beleid'?
Zo ja, hoe streng moet de bestuursrechter dergelijke beleidsregels dan toetsen?
Het UWV kan bij aanwezigheid van 'dringende redenen' afzien van herziening en/of terugvordering van uitkeringen. Wat wordt er precies bedoeld met het begrip 'dringende reden' en hoe moet de rechter dit toetsen?