Proefschriften en oraties

Steeds meer juridisch materiaal is vrij toegankelijk. Op deze pagina treft u een overzicht aan van (350+) publiek toegankelijke juridische proefschriften en oraties. Gebruik Ctrl+F om te zoeken. Uw proefschrift of oratie toevoegen? Mail de redactie.

Proefschrift: Aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken

Het gebruik van medische hulpzaken bij de behandeling van patiënten kan met risico's gepaard gaan. De vraag is in hoeverre het risico dat voortvloeit uit het gebruik van een ongeschikte medische hulpzaak voor rekening van de hulpverlener dient te komen.
Deze vraag wordt gerechtvaardigd door het bestaan van artikel 6:77 BW. Krachtens dit artikel behoort de schade die het gevolg is van het gebruik van een ongeschikte hulpzaak bij de uitvoering van een verbintenis in beginsel tot de risicosfeer van de schuldenaar, tenzij toerekening aan de schuldenaar onredelijk zou zijn. Hoewel dit artikel buiten de medische context op consequente wijze wordt toegepast en van onredelijkheid van toerekening zelden sprake is, bestaat discussie in de literatuur en onenigheid in de rechtspraak over de vraag of toerekening van een tekortkoming ontstaan door het gebruik van een hulpzaak aan de hulpverlener onredelijk is.
De auteur concludeert, o.a. met behulp van rechtsvergelijking met Duits, Frans en Engels recht, dat het risico dat voortvloeit uit het gebruik van een ongeschikte medische hulpzaak in beginsel voor rekening van de hulpverlener dient te komen.

Proefschrift: EU employment governance

Overheden worden geconfronteerd met drie vraagstukken op het gebied van arbeidswetgeving: niet-reguliere banen, ongelijkheid en werkloosheid. In dit proefschrift staat de aanpak van de EU van deze vraagstukken centraal. Besproken wordt welke mogelijkheden de EU heeft voor governance op het gebied van werkgelegenheid. Daarnaast wordt besproken welke rol de EU kan en moet spelen bij het beschermen en bevorderen van werknemersrechten bij globalisering van de markt en structurele werkloosheid.

Proefschrift: Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie

Een uitputtend overzicht van de rechtspraak over de aansprakelijkheid van de overheid voor het verstrekken van onjuiste informatie. De nadruk ligt hierbij op informatie over de inhoud en betekenis van het bestuursrecht in specifieke situaties, bijvoorbeeld de vraag of een bepaald gebruik van een perceel is toegestaan op grond van het bestemmingsplan. Daarnaast leest u welke rechter benaderd moet worden om aanspraak te kunnen maken op vergoeding van schade als gevolg van onrechtmatige informatieverstrekking.

Proefschrift: De geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat

In dit proefschrift wordt de Nederlandse regeling van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat vanuit een rechtsvergelijkend perspectief beschreven en geëvalueerd. Ook wordt de regeling getoetst aan de hoofdregels en minimumwaarborgen die voortvloeien uit de relevante Europese jurisprudentie.
Welke informatie wordt beschermd door het beginsel van vertrouwelijkheid? Kan of moet het belang van vertrouwelijkheid soms wijken voor andere maatschappelijke belangen? In hoeverre zijn beperkingen en uitzonderingen toelaatbaar? Voor mogelijke verbeterpunten wordt inspiratie geput uit de regeling van het secret professionnel in Frankrijk en het legal professional privilege in Engeland.

Proefschrift: Consumentenbescherming complexe financiële producten middels financiële bijsluiters

Financiële bijsluiters bij ingewikkelde financiële producten schieten hun doel voorbij. Deze documenten zijn ongeschikt om consumenten te beschermen en de overheid verwacht er te veel van.

Proefschrift: Ontwikkeling en reikwijdte van het advocatentuchtrecht

Eén van de belangrijkste vragen die bij het tuchtrecht kunnen worden gesteld is welke belangen erdoor worden gediend. Gaat het louter om de handhaving van de orde en discipline binnen een bepaalde groep? Is het tuchtrecht een middel van kwaliteitsbewaking? Of biedt het degenen die een klacht indienen de mogelijkheid om voor hun particuliere belangen op te komen?
Deze studie gaat in op de verhouding tussen die verschillende bij het advocatentuchtrecht betrokken belangen aan de hand van de tuchtnorm, de tuchtsancties, de toegang tot de tuchtprocedure en de rechtsbescherming die binnen die procedure wordt geboden.

Proefschrift: Regulering van reclame voor receptgeneesmiddelen

In dit proefschrift is onderzocht op welke wijze de voorschriften van de EU-richtlijn inzake reclame voor receptgeneesmiddelen in Nederland zijn geïmplementeerd en welke rol daarbij is toebedeeld aan de zelfregulering van de stichting Gedragscode geneesmiddelenreclame (CGR). Tevens is geanalyseerd hoe Europese en nationale rechterlijke instanties en toezichthouders deze voorschriften interpreteren.

Proefschrift: Loyaliteit van mkb-cliënten in de advocatuur

In de advocatuur is het investeren in bestaande cliënten een gangbare wijze van business development. Aangezien de concurrentie is toegenomen, vooral in het mkb, is het behouden van cliënten een prangende zaak. Hoe kunnen advocaten loyaliteit van mkb-cliënten bevorderen?

Proefschrift: Tuchtnormen voor accountants, advocaten en artsen

Een dissertatie over overeenkomsten en verschillen tussen verschillende soorten tuchtrecht. Accountants, advocaten en artsen hebben vertrouwensberoepen met een wettelijk geregeld tuchtrecht. De beoordelingskaders van tuchtrechters leveren inzicht op in wat het betekent om een vertrouwensberoep uit te oefenen. Herregodts stelt dat er vijf gemeenschappelijke normen zijn voor accountants, advocaten en artsen: professionele autonomie en professionele oordeelsvorming; zorgvuldige omgang met de belangen van de cliënt; vaktechnische kwaliteit; zorgvuldige omgang met vertrouwelijke informatie, en professioneel gedrag. Daarnaast levert het onderzoek een bijdrage aan de discussie over de toekomst van tuchtrecht, onder meer op het punt van de positie van de cliënt.

Proefschrift: De rechtsverhouding tussen leerling, ouders en school

De precieze aard van de rechtsverhouding tussen leerling, ouders en school in het primair en voortgezet onderwijs is geen uitgemaakte zaak. De wet zwijgt hierover en de rechtspraak biedt geen uitsluitsel. De literatuur ziet verschillende mogelijkheden van civielrechtelijke, bestuursrechtelijke of gemengde aard, met referte aan onder meer het onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs en publiekrechtelijke normering van het onderwijs.
Dit proefschrift neemt als uitgangspunt dat de rechtsverhouding tussen leerling, ouders en school gekwalificeerd kan worden als overeenkomst. Wat brengt toepassing van het contractenrecht in de onderwijsverhouding mee? Wat heeft het contractenrecht de onderwijsverhouding te bieden? Fundamentele leerstukken van het contractenrecht op het gebied van de totstandkoming, de inhoud en de remedies worden toegepast in de context van het onderwijs, telkens met inachtneming van publiekrechtelijke normen.

Proefschrift: The implementation of international law in the national legal order

States enjoy a wide margin of freedom in the choice of means and methods to fulfil their obligations under international law. However, implementation sometimes requires the involvement of the state body entrusted with the task of adopting legislation: the national legislature. This study explores its role in the implementation of international law at home and analyses the regulation of national implementing legislation under international law.

Proefschrift: Samenloop tussen revindicatie en vordering uit onverschuldigde betaling

Naar huidig Nederlands recht kan zich samenloop voordoen tussen de revindicatie en de vordering uit onverschuldigde betaling. Dat is opmerkelijk. In het Romeinse recht waren beide acties namelijk aan elkaar tegengesteld. Samenloop tussen de rei vindicatio en de condictio, de voorloper van de huidige vordering uit onverschuldigde betaling, was daarom principieel uitgesloten. Waar de rei vindicatio was gebaseerd op het eigendomsrecht van de eiser, was de condictio gebaseerd op de verplichting van de gedaagde om een zaak aan de eiser in eigendom over te dragen.
In dit boek staat de vraag centraal hoe de condictio zich heeft ontwikkeld tot een vordering die met de rei vindicatio kan samenlopen. Bij deze ontwikkeling heeft de eis dat aan eigendomsoverdracht een geldige titel ten grondslag dient te liggen, een belangrijke rol gespeeld.

Proefschrift: Data subject rights

The objective of the EU's General Data Protection Regulation (Algemene Verordening Gegevensbescherming) was to strengthen data protection and adapt it to the changed circumstances in the globalised and interconnected world. Amendments during the legislative process introduced some substantial improvements in the section on data subject rights. However, in the light of the fast-changing economic and technological environment, Helena Uršič noticed a gap between data subject rights when understood as law in the books and when applied in practice. By using the analysis of legal sources and academic literature, her thesis explores whether the data subject rights under the GDPR are effective in the data-driven economy, and if not, what are possible solutions to overcome the shortcomings.

Proefschrift: Collective redress actions against violations of EU Competition Law

In 2016, the European Union adopted the Directive on damages actions. Its main objective is to ensure that any victim who has suffered harm caused by antitrust infringement can effectively exercise the right to claim and obtain full compensation. With regard to mass harm situations, it is worth noting that the Directive does not include provisions on collective redress actions, which may have significant impact on the achievement of full compensation. Instead, the non-binding Recommendation on collective redress was adopted, which has brought hardly any development in antitrust collective litigation in the EU.
The aim of this dissertation is to assist in the development of an approach of antitrust collective redress for better achievement of full compensation. For this purpose, two antitrust enforcement models are compared.

Proefschrift: De toepassing van internationaal recht in het Nederlands privaatrecht

Door middel van case studies in verschillende rechtsgebieden worden de werking, de interpretatie en toepassing van internationale regels in het nationale recht bekeken. Nederlandse rechters blijken nu eens wel en dan weer geen gebruik te maken van internationale interpretatieregels. En rechters laten zich (onterecht) leiden door het EU-recht bij het interpreteren van internationale verdragen. De bevindingen zijn samengebracht in een stroomschema waarmee het juiste recht op de juiste wijze toegepast kan worden.

Proefschrift: De benadering van rechters bij het reguleren van ouder-kindrelaties

In dit proefschrift wordt onderzocht wat de benadering van rechters is bij het reguleren van ouder-kindrelaties (gezag en omgang) in zowel het familie- als het migratierecht en in verschillende jurisdicties (Nederland, de EU en de Raad van Europa). Het onderzoek laat een grote discrepantie zien in het beoordelen van de belangen van het kind in enerzijds familie en anderzijds migratiezaken.

Proefschrift: Narrowing the impunity gap

States hosting asylum seekers could make a crucial contribution to the aim of narrowing the impunity gap that exists for international crimes, by promoting the criminal prosecution of asylum seekers who are believed to be guilty of such crimes.
To what extent are these states willing to bring people residing on their territory who allegedly have 'blood on their hands' to justice, and what can and do they actually do to promote accountability for these alleged perpetrators?

Proefschrift: De inzet van medisch deskundigen in arbeidsongeschiktheidsgeschillen

Bestuursrechters kunnen bij arbeidsongeschiktheidsgeschillen advies inwinnen van een onafhankelijke medisch deskundige. Vrijwel altijd volgt de rechter in zijn beslissing het deskundigenadvies. Het is daarom van belang dat dit proces zorgvuldig en transparant verloopt. In de praktijk blijkt daar het een en ander op af te dingen.
Op basis waarvan besluit de rechter een deskundige in te schakelen? Is dat afhankelijk van de kwaliteit van de rapporten van de verzekeringsartsen van het UWV? Kan de rechter die verzekeringsgeneeskundige rapporten en vervolgens het rapport van de medisch deskundige wel op waarde schatten? Hoe kijkt de bestuursrechter naar een medisch rapport en hoe zit dat met de medische gegevens die de rechtzoekende zelf inbrengt in de procedure?

Proefschrift: Wendbaar wetgeven

Uitvoeringsorganisaties van de Rijksoverheid zetten op grote schaal ICT in voor een effectieve en efficiënte uitvoering van wetgeving. De vertaling van wettelijke regels die zij moeten uitvoeren naar specificaties voor ICT-systemen is een ingewikkeld en vaak moeizaam proces, omdat juristen en ICT-ontwerpers elkaars taal niet delen.
In dit boek wordt een aanpak beschreven om de vertaling van wetgeving naar ICT te ondersteunen. Het bestaat uit een taalmodel, een wetgevingsvocabulaire en toepassing van de techniek van linked data om de betekenis van wetgeving te duiden.

Proefschrift: Beschuldigingen van kindermisbruik tijdens echtscheidingen

In dit onderzoek is de afhandeling van beschuldigingen van seksueel kindermisbruik bestudeerd, geuit door een van de ouders tegen de andere ouder in het kader van een (echt)scheidingsprocedure, of in een andere civiele procedure over de kinderen in de nasleep van een (echt)scheiding. Aan bod komen het besluitvormend proces van civiele rechters bij dit soort zaken, de rol van raadsadviezen daarbij en eventuele samenloop van een strafrechtelijk en het civielrechtelijk traject.

Proefschrift: The Internet of Things & the Right to Privacy

In dit proefschrift wordt aangetoond dat de Europese Commissie exclusief gebruikmaakt van gegevensbeschermingsrecht in het beleid en reguleren rond verplichte Internet van Dingen-systemen (IvD-systemen), zoals installatie van 'slimme energiemeters'. Het gegevensbeschermingsrecht kent beginselen die uitkomst kunnen bieden bij het vaststellen van waarborgen en beperkingen aan deze systemen. Toetsing aan principes zoals doelbinding en dataminimalisering stellen de EU wetgever in staat te voorkomen dat IvD-systemen worden uitgerust met onnodige surveillancefuncties. Gegevensbeschermingsrecht ziet echter niet op functies die derdepartijen in staat stellen om van een afstand een systeem uit te schakelen, of het aanzetten van een sensor voor een ander doel dan waarvoor deze is geïnstalleerd. Het gegevensbeschermingsrecht ziet typisch op transparante relaties die normaal gesproken vrijwillig worden aangegaan. Daarom is het de vraag hoe geschikt dit recht is om te worden toegepast op ICT-systemen die gedwongen in de privé-omgeving van burgers worden geïnstalleerd.

Proefschrift: Rechtsfiguren die aansprakelijkstelling voor meer dan één strafbaar feit normeren

Het komt regelmatig voor dat een verdachte in één of meer strafprocedures voor meerdere strafbare feiten wordt veroordeeld. Hij is dan meervoudig aansprakelijk gesteld. Er zijn verschillende rechtsfiguren die verband houden met dergelijke gevallen van meervoudige aansprakelijkstelling. Voorbeelden zijn de regels over samenloop van strafbare feiten en recidive als grond voor strafverhoging. Andere rechtsfiguren, zoals het ne bis in idem-beginsel en bepaalde kwalificatie-uitsluitingsgronden, bieden juist bescherming tegen meervoudige aansprakelijkstelling.
In dit boek worden alle rechtsfiguren die verband houden met meervoudige aansprakelijkstelling in kaart gebracht en de verhoudingen tussen die rechtsfiguren worden onderzocht. Tevens worden suggesties gedaan om een meer consistent geheel van rechtsfiguren rondom meervoudige aansprakelijkstelling te bewerkstelligen.

Proefschrift: Rechterlijke toetsing in het asielrecht

De intensiteit van de rechterlijke toetsing in asielzaken is sinds de invoering van de Vreemdelingenwet 2000 onderwerp van kritische discussie. De bestuursrechter toetst het bestuurlijk oordeel over de geloofwaardigheid van een asielrelaas terughoudend, zij het dat deze toetsing sinds de implementatie van de herziene Procedurerichtlijn in 2015 minder terughoudend is dan voorheen. In dit proefschrift geeft de auteur de achtergrond weer van de terughoudende rechterlijke toetsing in asielzaken en zij biedt aan de hand van jurisprudentieonderzoek inzicht in de intensiteit van de rechterlijke toetsing in asielzaken.

Proefschrift: Transparante en eerlijke verdeling van schaarse besluiten

Als een bestuursorgaan een maximum stelt aan het aantal vergunningen, ontheffingen of concessies dat verleend kan worden of het beschikbare subsidiebedrag beperkt, is sprake van een schaars besluit. Door een dergelijk plafond kan de situatie ontstaan dat er meer aanvragers zijn dan beschikbare besluiten. Hoe moeten deze besluiten in dat geval worden verdeeld?
Centraal in dit onderzoek staat één van de rechtsnormen die bij de verdeling van schaarse besluiten in acht moet worden genomen: de transparantieverplichting. Door transparantievereisten in acht te nemen, stellen bestuursorganen alle potentieel geïnteresseerde partijen in staat om een aanvraag voor een schaars besluit in te dienen. De transparantieverplichting draagt hiermee bij aan de gelijke behandeling van de aanvragers.

Proefschrift: Verlofstelsels in strafzaken

Ieder jaar stellen duizenden mensen hoger beroep of cassatie in tegen uitspraken van de strafrechter. De mogelijkheid tot hoger beroep of cassatie kan echter sinds enkele jaren door een hogere rechter worden geweigerd op basis van zogenoemde verlofstelsels. In dit boek wordt de werking van deze stelsels—en de problemen die daarbij kunnen ontstaan—grondig onder de loep genomen. Want zijn deze verlofstelsels niet in strijd met het mensenrecht op beroep en het mensenrecht op een eerlijk proces? Geconcludeerd wordt dat vrije verlofstelsels in hoger beroep ontoelaatbaar zijn. Inhoudelijke verlofstelsels kunnen aanvaardbaar zijn, mits met voldoende waarborgen omkleed. Verlofstelsels in cassatie zijn daarentegen vrijwel altijd toelaatbaar.

Proefschrift: Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht

In dit onderzoek worden de zeer beperkt beschreven procedures van artikel 287 leden 4 287a en 287b Faillissementswet onderzocht. Op grond van deze bepalingen kan de insolventierechter in het schuldsaneringsrecht voorlopige voorzieningen treffen en een dwangregeling aan schuldeisers opleggen. Allereerst wordt een procedureel kader geschetst waarbinnen de drie procedures onderzocht en beschreven dienen te worden. Voorts is tot uitgangspunt genomen dat de verzoekschriftprocedure (titel 3) van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van (overeenkomstige) toepassing is op de drie onderzochte wetsartikelen. Tot slot wordt de toepassing van de artikelen in de praktijk onderzocht.

Proefschrift: Onzekerheid in fiscale rechtsvinding

Belastingplichtigen willen graag zekerheid over de fiscale gevolgen van (voorgenomen) handelingen. Zekerheid kan echter niet altijd worden gegeven. Vaak heeft een rechtsvindingsvraagstuk meerdere mogelijke oplossingen. Als in een specifiek geval niet op voorhand kan worden aangegeven wat het fiscale rechtsgevolg is, maar moet worden geconcludeerd dat er meerdere mogelijke rechtsgevolgen zijn, kan dan in ieder geval worden aangegeven wat de waarschijnlijkheid is van elk van de mogelijke rechtsgevolgen?
Vooral als door een belastingplichtige een beslissing moet worden genomen waarbij de fiscale consequenties een (al dan niet doorslaggevende) rol spelen, zal duidelijkheid omtrent de mogelijke uitkomsten en de waarschijnlijkheid daarvan gewenst zijn. Ook bij de waardering van een onzekere belastingpositie in een jaarrekening kan de waarschijnlijkheid van de mogelijke uitkomsten een belangrijke rol spelen.

Proefschrift: Het EVRM en het materiële omgevingsrecht

Dit boek analyseert welke rechten voor burgers en welke (negatieve en positieve) verplichtingen voor de verdragsstaten voortvloeien uit artikel 2 EVRM (het recht op leven), artikel 8 EVRM (het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer) en artikel 1 EP (het recht op eigendom) in omgevingsgerelateerde situaties.
Daarbij komt onder meer de vraag aan bod of de verdragsstaten verplicht zijn omgevingsrechtelijke regelgeving uit te vaardigen en of zij (ook) gehouden zijn meer concrete maatregelen te treffen ter bescherming van de door die artikelen beschermde belangen, zoals het houden van toezicht op en handhaven van omgevingsrechtelijke regelgeving. Ook wordt bekeken in hoeverre de verdragsstaten op grond van artikel 1 EP verplicht zijn schadevergoeding aan te bieden voor aantastingen van het eigendomsrecht in situaties die door het omgevingsrecht worden beheerst.

Proefschrift: Aandeelhoudersverantwoordelijkheid

Dit proefschrift gaat in op de positie, rol en verantwoordelijkheid van de individuele aandeelhouder en de aandeelhoudersvergadering. Na een uiteenzetting van de historische ontwikkeling van het karakter van de kapitaalvennootschap en de rechtseconomische theorieën betreffende aandeelhouderszeggenschap, leest u over de belangen die mogen en—onder omstandigheden—moeten worden behartigd door de aandeelhouder en de aandeelhoudersvergadering. Daarbij besteedt de auteur ook aandacht aan de correctiemogelijkheden die openstaan voor belanghebbenden, wanneer ontoelaatbaar gedrag zich voordoet.

Proefschrift: De intrekking van beschikkingen

Of een beschikking kan worden ingetrokken (en onder welke voorwaarden), staat meestal vermeld in de bijzondere wetgeving. Of een omgevingsvergunning om te bouwen kan worden ingetrokken, staat bijvoorbeeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Op het gebied van intrekking lopen deze bijzondere wetten echter vaak uiteen. Daarnaast spelen het ongeschreven bestuursrecht en het Europese recht een belangrijke rol. Dat maakt de intrekking van beschikkingen een complex onderwerp.

Oratie: De derde staatsmacht - Over kracht en kwetsbaarheid van rechtspraak

Op rechters wordt een steeds groter beroep gedaan om het recht te ontwikkelen. Rechters moeten met name steeds vaker invulling geven aan verdragsnormen. De Urgenda-zaak over het terugbrengen van de broeikasgassen is daar een voorbeeld van. Dat leidt soms tot kritiek van de politieke machten: de regering en het parlement. Rechters mengen zich, zo wordt wel gesteld, in politieke vraagstukken die vragen om politieke besluitvorming. Daarmee staat de plaats van de rechter in de scheiding der machten ter discussie.

Proefschrift: Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker

De wetsartikelen over de bedrijfsmatige gebruiker (artikel 6:181 BW), gebrekkige roerende zaken (artikel 6:173 BW) en opstallen (artikel 6:174 BW), gevaarlijke stoffen (artikel 6:175 BW) en dieren (artikel 6:179 BW) bieden uit zichzelf onvoldoende duidelijkheid over de belangrijke 'wie-vraag' binnen het aansprakelijkheidsrecht: wie loopt het aansprakelijkheidsrisico en bij wie kunnen getroffenen voor schadevergoeding terecht?
Dit proefschrift biedt houvast bij het vraagstuk wie op welk moment een kwalitatieve aansprakelijkheid draagt. Aan de hand van artikel 6:181 BW neemt het de lezer mee in een grondige analyse van het hedendaagse aansprakelijkheidsrecht. De vele praktische voorbeelden werken verhelderend voor iedere professional die te maken heeft met het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht.

Proefschrift: Billijkheidsuitzonderingen

Wanneer kan de rechter besluiten af te wijken van de wettelijke voorschriften? Soms is een individuele situatie immers zo uniek, dat de toepassing van het geldende recht onbillijk zou zijn. Floor Bakker verkent hoe billijkheidsuitzonderingen worden gemaakt in het civiele recht, het strafrecht en het bestuursrecht. Vaak gebeurt dit onder verschillende noemers, waardoor het ontbreekt aan een algemeen leerstuk in literatuur en jurisprudentie. Dat leidt ertoe dat rechters geregeld billijkheidsuitzonderingen voor specifieke gevallen over het hoofd zien. Verhelderende praktijkvoorbeelden leggen terugkerende factoren bloot die een rol spelen bij billijkheidsbeslissingen.

Proefschrift: De notaris en private rechtspraak

Een minder bekende rol van de notaris is het vastleggen van zijn waarnemingen in een proces-verbaalakte, bijvoorbeeld bij een veiling. Dit proefschrift onderzoekt een mogelijke nieuwe rol van het notariaat binnen de geïnstitutionaliseerde private rechtspraak. De grosse van een notariële akte is een executoriale titel en kan, net zoals een vonnis van de publieke rechter, ten uitvoer worden gelegd. Het nieuwe idee is om de proces-verbaalakte te hanteren als instrument om een arbitraal vonnis of een bindend advies afdwingbaar te maken.

Proefschrift: Invordering van geldschulden uit herstelsancties door de overheid

Hoe worden geldschulden die voortvloeien uit bestuurlijke geldelijke herstelsancties ingevorderd? Het invorderingsproces wordt onderzocht vanaf het besluit om in te vorderen tot en met de executie van het dwangbevel, zodat dit proefschrift een geïntegreerd beeld geeft van de invordering. Onder de loep wordt genomen:
- de invordering van dwangsommen;
- het kostenverhaal bij bestuursdwang;
- de terugvordering van uitkeringen bij wijze van sanctie;
- de terugvordering van subsidies bij wijze van sanctie;
- de invordering van een bestuurlijke boete.
Alle (ruim 8.000) rechterlijke uitspraken rond herstelsancties van de afgelopen 10 jaar werden bekeken. In slechts 15 gevallen werd de burger bevrijd van zijn geldschuld.

Proefschrift: Arbeidsrecht en insolventie

In deze dissertatie wordt in kaart gebracht wat de gevolgen zijn van het faillissement van een werkgever—en waar relevant ook van een verleende surseance—op de volgende deelonderwerpen:
- het loon;
- het einde van de arbeidsovereenkomst;
- het concurrentiebeding;
- de doorstart, en
- de medezeggenschap.
Separate aandacht is er voor de vraag in hoeverre een werkgever misbruik van faillissement maakt als hij het faillissement aanvraagt met het oog op omzeiling van de rechten van de werknemer.

Proefschrift: Resilient Partnership

Bij grote infrastructuurprojecten in Nederland gaat de samenwerking vaak verkeerd, met vertraging en grote kostenoverschrijdingen tot gevolg. Het grootste infrastructuurproject van Nederland is het wegenprogramma Schiphol-Amsterdam-Almere (SAA). Hans Ruijter onderzocht de samenwerking tussen publieke en private partijen binnen SAA met de focus hoe wederzijds vertrouwen en adaptief vermogen in een samenwerkingsrelatie opgebouwd kan worden.
Vaak bestaan in dit soort samenwerkingen een grijs gebied, want nooit elk vlak is in grote contracten helemaal afgedekt. Ruijter onderzocht het spanningsgebied dat bestaat tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer: over de dilemma's die daarbij optreden, welke afwegingen en keuzes daarbij zijn gemaakt en wat de consequenties van die keuzes zijn geweest voor het vertrouwen en adaptief vermogen in de samenwerkingsrelatie.
Een centrale rol in Ruijters onderzoek is voor de verhalen op de werkvloer en de veranderingen die daar in de loop van de tijd ontstaan. Daarbij keek hij naar beide kanten en de tegenstrijdige geluiden die daaruit voortkomen. Juist dankzij deze meervoudige kijk geeft Ruijter een beeld van en betekenis aan samenwerking binnen een groot infrastructuurprogramma als SAA.

Proefschrift: ProducentenOrganisaties als erkend kartel in de landbouw

Landbouwproducenten mogen op basis van de Europese Gemeenschappelijke Markt Ordening (GMO)-verordening samenwerken in een ProducentenOrganisatie (PO). Maar de GMO-verordening verwijst ook naar de regels van het kartelverbod. In de verordening is de onderlinge verhouding tussen de PO-regels en het kartelverbod helaas niet duidelijk aangegeven. Deze onduidelijkheid leidt in de praktijk tot onzekerheid en verkeerde toepassing van de regels.

Proefschrift: Het functioneren van vastgoedmarkten

In deze dissertatie is onderzocht welke gevolgen nationale planologische beleidsvoering heeft gehad voor het functioneren van de Nederlandse kantorenmarkt en markt voor winkelvastgoed tussen 1960 en 2016. Beide vastgoeddeelmarkten hebben vergelijkbare structuren en eenzelfde dynamiek. In de kantorenmarkt is een structureel overaanbod ontstaan, terwijl de markt voor winkelvastgoed zich evenwichtiger ontwikkelde. Dit hangt samen met verschillen in nationale planologische beleidsvoering.

Proefschrift: Conversie en aandelen

Aandelenconversie is aan de orde van de dag. Hierbij transformeert een aandeel in aandelen van een andere soort of aanduiding, of met een andere nominale waarde. Ook reserves en schuld worden in de praktijk veelvuldig omgezet in aandelen. Paul Quist beschrijft alle relevante vennootschapsrechtelijke, goederenrechtelijke en verbintenisrechtelijke aspecten van aandelenconversie in zijn dissertatie, dat geldt als handboek rond dit onderwerp. De uitgave biedt een overzicht van drie terreinen waarin aandelenconversie zich veelvuldig voordoet:
- conversie van aandelen in andere aandelen;
- conversie van reserves in aandelen; en
- conversie van schuld in aandelen.

Proefschrift: De ernstigverwijtmaatstaf bij bestuurdersaansprakelijkheid

Een veelomvattend rechtstheoretisch en rechtshistorisch onderzoek naar het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht, waarbij de zogenoemde ernstigverwijtmaatstaf centraal staat. Het is twintig jaar geleden dat de Hoge Raad de maatstaf voor de beoordeling van interne bestuurdersaansprakelijkheid (ex artikel 2:9 BW) heeft overgenomen en elf jaar geleden dat deze ook bij de beoordeling van externe bestuurdersaansprakelijkheid (ex artikel 6:162 BW) een hoofdrol is gaan spelen. Maar wat betekent de term 'ernstig verwijt' eigenlijk? En wat bedoelt de Hoge Raad als hij de ernstigverwijtmaatstaf een 'hoge drempel voor aansprakelijkheid' noemt? Hoog ten opzichte van wat? Kortom, is de rechtsontwikkeling wel zo vanzelfsprekend als het lijkt en is de ernstigverwijtmaatstaf wel te rechtvaardigen?

Proefschrift: Financial instruments in the OECD model tax convention

Hoe worden grensoverschrijdende financiële producten belast? Dit is onderhevig aan ongeveer 3.000 dubbelbelastingverdragen tussen staten wereldwijd, waarvan de meeste zijn gebaseerd op het internationale standaardformulier van de OESO. Vanuit dit oogpunt is het OESO-modelverdrag inzake belastingen op een andere manier geïnterpreteerd. Een belangrijk resultaat van dit onderzoek is een doorslaggevende test waarmee dividenden, rente en vermogenswinsten kunnen worden afgebakend.

Proefschrift: Duidelijkheid van fiscale wetgeving

De eis van duidelijkheid die voortvloeit uit het rechtszekerheidsbeginsel, is een essentieel vereiste voor wetgeving. Deze eis houdt in dat wetgeving zodanig gestructureerd en geformuleerd moet worden dat burgers de wetgeving kunnen begrijpen en juist kunnen toepassen. Het doel van dit onderzoek is om in kaart te brengen hoe de eis van duidelijkheid in de rechtsliteratuur en de (internationale) jurisprudentie is ingevuld voor wat betreft fiscale wetgeving.

Proefschrift: Informationele zelfbeschikking in de zorg

Het concept van 'informationele zelfbeschikking' in de zorg krijgt door de opmars van persoonlijke gezondheidsomgevingen een 'actieve' lading, doordat personen zelf (lijken te) kunnen te beslissen over wat er met hun gezondheidsgegevens gebeurt en deze ook zelf lijken te kunnen (laten) beheren. Het gebruik van big-dataprofilering met behulp van kunstmatige intelligentie leidt evenwel tot een disbalans tussen de (data)macht van bedrijven en overheden en die van particulieren.

Proefschrift: Preferente aandelen ter bescherming van beursvennootschappen

Robrecht Timmermans zet in zijn onderzoek uiteen hoe beursgenoteerde vennootschappen met statutaire zetel in Nederland zich kunnen beschermen door middel van uitgifte van preferente beschermingsaandelen. Hij geeft inzicht in het proces vanaf het moment van implementatie van preferente beschermingsaandelen tot aan de dag waarop zij, na te zijn uitgegeven, worden ingetrokken. Timmermans concludeert dat de uitgifte van preferente aandelen een ideaal middel is om vennootschappen te beschermen tegen een breed scala van ongewenste externe invloeden. Het onderzoek geeft een gedetailleerd overzicht van dit beschermingsinstrument en biedt daarmee een handvat voor de praktijk.

Proefschrift: Eigendomsvoorbehoud

Het eigendomsvoorbehoud is een belangrijke figuur in het handelsverkeer. Aan de ene kant kan een verkoper met het eigendomsvoorbehoud voorkomen dat hij zijn eigendomsrecht verliest, voordat de koper betaalt. Aan de andere kant zorgt het eigendomsvoorbehoud er ook voor dat de koper de zaak reeds voor betaling kan gebruiken en dat hij ook zonder meer eigenaar wordt, als hij de koopprijs betaalt.
In de doctrine bestaan echter de nodige onduidelijkheden: is het eigendomsvoorbehoud eigenlijk niet een soort zekerheidsrecht, omdat het de verkoper zekerheid biedt voor de betaling van de koopprijs? Waarom moeten partijen dan niet de eisen naleven die gelden voor de vestiging van een zekerheidsrecht en waarom gelden de regels die voor zekerheidsrechten gelden niet voor het eigendomsvoorbehoud?
Verheul betoogt (cum laude) dat het eigendomsvoorbehoud géén zekerheidsrecht is: de verkoper stelt simpelweg zijn verplichtingen (gedeeltelijk) uit, om zo te waarborgen dat hij zijn eigendomsrecht niet kwijt is in het geval dat de koopovereenkomst niet wordt nagekomen.

Proefschrift: Netwerkaansprakelijkheid voor gebrekkige samenhangende zorg

Dit onderzoek gaat over de aansluiting van het civiele medische aansprakelijkheidsrecht op situaties waarin gebrekkige samenhangende zorg wordt verleend aan één patiënt door meerdere zorginstellingen. De toepassing van het huidige aansprakelijkheidsrecht in dergelijke gevallen kent een aantal belemmeringen.
Allereerst kan worden gedacht aan de situatie dat meerdere zorgaanbieders bij de patiënt betrokken zijn en de schade een optelsom is van 'kleinere fouten' die afzonderlijk niet in strijd zijn met een civielrechtelijke norm voor aansprakelijkheid. Daarnaast zijn er in het huidige recht slechts beperkte mogelijkheden ook andere partijen in het netwerk dan de zorgaanbieder met wie de patiënt een behandelingsovereenkomst heeft met succes aan te spreken.
Bestaande grondslagen/rechtsfiguren die onder omstandigheden de reikwijdte van het aansprakelijkheidsrecht verruimen, kunnen deze belemmeringen niet wegnemen.

Proefschrift: Het onderzoek in de enquêteprocedure

Er heerst onvrede over de wijze waarop onderzoeken in de enquêteprocedure momenteel worden uitgevoerd. Dit onderzoek zet uiteen aan welke eisen een behoorlijk onderzoek moet voldoen en behandelt het fenomeen hindsight bias. Hermans schetst hoe hindsight bias tot stand komt en biedt concrete richtlijnen om te voorkomen dat het oordeel van onderzoekers en rechters hierdoor wordt beïnvloed.
Zowel elementen van het onderzoek als de wijze waarop de Ondernemingskamer het onderzoek aanstuurt worden belicht; van de formulering van de onderzoeksopdracht, de benoeming en bevoegdheden van de onderzoekers en toezicht door de raadsheer-commissaris, tot het opstellen van het onderzoeksverslag.

Proefschrift: Online gambling in the EU

The gambling industry should establish practices for the processing of gamblers’ personal data, in order to implement a responsible gambling approach. By codifying such practices, de lege ferenda, the processing of data for multiple purposes could be legitimized, which would influence the formation of both practice and custom regarding data processing in the context of online gambling and gambler protection.

Proefschrift: Procedurele rechtvaardigheid in de zittingszaal

Op de vraag wat een eerlijk proces behelst, geven sociaal psychologen een ander antwoord dan juristen. Wat moeten rechters doen om ervoor te zorgen dat een proces als eerlijk wordt ervaren door betrokkenen? En hoe komt vertrouwen in de rechtspraak tot stand?

Proefschrift: Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht

Bij het bepalen van de hoogte van een bestuurlijke boete gaat de inspecteur uit van een standaardbedrag of -percentage, om vervolgens de boete ‘op maat te maken’. Deze laatste fase van individuele straftoemeting staat centraal in dit onderzoek. Ivo Krukkert bespreekt onder meer het geldende recht aan de hand van het onpartijdigheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het proportionaliteitsbeginsel en het motiveringsbeginsel.

Proefschrift: Procedurele waarborgen in materiële EVRM-rechten

In het EVRM vinden we expliciete procedurele rechten, zoals het recht op een eerlijk proces en het recht op een effectief rechtsmiddel. Steeds vaker ontleent het EHRM echter ook procedurele waarborgen aan de verdragsrechten die op het eerste gezicht materieel van aard zijn.
In dit proefschrift worden de procedurele positieve verplichtingen in kaart gebracht volgend uit het recht op leven (artikel 2), het folterverbod (artikel 3), het recht op privé- en familieleven (artikel 8) en het eigendomsrecht (artikel 1 EP). De nadruk ligt op de verplichtingen voor het (bijzonder) bestuursrecht.

Proefschrift: Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang

Een onderzoek naar de mogelijke inbedding van synthetische belangen in het vennootschapsrecht. Wat is het gevolg van synthetische belangen? Oftewel: wat gebeurt er wanneer iemand een economisch belang heeft zonder aandeel—of aandeelhouder is zonder economisch belang, bijvoorbeeld onder een derivatencontract? Oosterhoff concludeert onder meer dat aan de houders van bepaalde synthetische (economische) belangen ook enquêterecht toekomt—en dat een aandeelhouder zonder economisch belang soms geen stemrecht moet kunnen uitoefenen. Het vennootschapsrecht kan op die manier oplossingen bieden bij het beteugelen van controversieel gebruik van dergelijke belangen.

Proefschrift: De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure

Floor Eikelboom bespreekt in zijn proefschrift de (onmiddellijke) voorzieningen die de Ondernemingskamer kan treffen in het kader van de enquêteprocedure. Hij staat stil bij de context waarin (onmiddellijke) voorzieningen ingrijpen: de binnen de rechtspersoon geldende regels, de internationale regelgeving waarin deze is ingebed en de binnen de rechtspersoon geldende belangen. Aan de hand daarvan wordt geanalyseerd welke rechtsgevolgen (onmiddellijke) voorzieningen kunnen hebben en hoe kan worden bepaald welke voorzieningen opportuun zijn.

Proefschrift: Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid

Artikel 2:11 BW bepaalt dat de aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon tevens hoofdelijk rust op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is. De afgelopen jaren heeft de Hoge Raad de toepassing van dit artikel in een aantal arresten geconcretiseerd; onder meer in het veelbesproken arrest Kampschöer/Le Roux. Het proefschrift van Hanegraaf bevat een uitvoerige en complete analyse van wet, wetsgeschiedenis, rechtspraak en literatuur rond dit onderwerp.

Proefschrift: Het omgevingsrecht van de compacte stad

Dit boek vormt de weerslag van een onderzoek naar de vraag in hoeverre het omgevingsrechtelijke instrumentarium toereikend is om een compacte stedelijke ontwikkeling te verwezenlijken. Onderzocht wordt welke knelpunten in het omgevingsrechtelijk instrumentarium zich voordoen bij de realisering van de idee van de compacte stad en er worden uitgangspunten geformuleerd voor oplossingsrichtingen die deze knelpunten wegnemen.

Proefschrift: Overstromingsrisicobeheer en het recht

Door een steeds groter wordende kans op overstromingen zijn ook steeds meer maatregelen nodig die overstromingen dienen te voorkomen. Deze maatregelen kunnen leiden tot lasten (inbreuk op rechten), zoals waardedaling van woningen of inkomensderving, die ongelijk over de samenleving zijn verdeeld. Dit is wat bedoeld wordt met 'verdelende effecten' van het overstromingsrisicobeheer.

Proefschrift: Sanctionering van informatieplichten uit de Richtlijn consumentenrechten

Ondernemers zijn verplicht om informatie aan consumenten te verstrekken bij de sluiting van een overeenkomst. Deze informatieplichten beogen de consument te beschermen door diens wilsvorming bij het aangaan van de overeenkomst te beïnvloeden, hem de mogelijkheid te bieden om de informatie te bewaren en de uitoefening van zijn rechten te vergemakkelijken. Hoe worden schendingen van informatieplichten uit de Richtlijn consumentenrechten in Duitsland, Engeland en Nederland gesanctioneerd?

Proefschrift: Concurrentie tussen civiele justitiële systemen in de EU

Deze studie richt zich op de concurrentie tussen rechtssystemen in civiele zaken in de EU (civil justice system competition). Dit is een vorm van concurrentie op het gebied van regelgeving, waarin lidstaten partijen proberen aan te trekken om te procederen in hun jurisdicties.
De studie laat zien dat bepaalde jurisdicties in de EU concurreren om procederende partijen aan te trekken. Advocaten zijn daarbij de overheersende partij aan de vraagzijde en overheden gedragen zich als aanbieders. De resultaten van het onderzoek naar voorkeuren in forumkeuze geven aan dat advocaten bepaalde jurisdicties prefereren, maar hun keuze is vaak gebaseerd op factoren die niet strikt objectief zijn.

Proefschrift: Industry Codes of Conduct in a Multi-Layered Dutch Private Law

Gedragscodes spelen internationaal, Europees en nationaal op steeds meer privaatrechtelijke terreinen een regulerende rol. Binnen het Nederlandse privaatrecht was er echter weinig aandacht voor de (juridische) rol en betekenis van gedragscodes (en andere vormen van private regelgeving).
Aan de hand van een empirisch onderzoek naar de functies van gedragscodes en een analyse van de wijze waarop de Europese en Nederlandse wetgever en rechter omgaan met gedragscodes concludeert Marie-Claire Menting dat gedragscodes juridische relevantie hebben als reguleringsinstrument, als beleidsinstrument én als argument voor rechters bij het beslissen van privaatrechtelijke geschillen.

Proefschrift: Intentieverklaring bij internationaal contracteren

De letter of intent heeft sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw op veel aandacht vanuit de literatuur kunnen rekenen. Vooral één type blijkt echter moeilijk te beoordelen aan de hand van de bestaande leerstukken: de letter of intent waarbij partijen het onderhandelingsproces contractueel vormgeven. Dit onderzoek beschrijft de benaderingen ten aanzien van het contractueel vormgeven van onderhandelingen in vier rechtstelsels: Nederland, Frankrijk, Engeland en de VS.

Proefschrift: Sleutels voor personenvennootschapsrecht

Dit onderzoek naar verbetering van het personenvennootschapsrecht is verricht vanuit een drietal sleutels, die dan ook uitgebreid aan de orde komen: het algemene vermogensrecht, het bestaande Nederlandse personenvennootschapsrecht en een rechtsvergelijking (Frankrijk, Duitsland en Engeland). Er worden 36 concrete aanbevelingen gedaan aan de wetgever. Zo wordt bij alle personenvennootschappen het onderscheid tussen beroep en bedrijf opgeheven. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen een stille en een openbare maatschap. De maatschap is in dit voorstel geen rechtssubject, de aansprakelijkheid van de vennoten van een maatschap volgt het commune aansprakelijkheidsrecht.
Bij juridische fusie en splitsing wordt de schuldeisersverzetsperiode van één maand voorafgaand aan de transactie vervangen door een termijn van zes maanden na transactie. De mogelijkheid wordt geopend om een juridische fusie of splitsing aan te tasten met behulp van de actio pauliana. Bij juridische splitsing wordt aan de betrokken entiteiten een keuze gelaten tussen kruisaansprakelijkheid (artikel 2:334t BW) dan wel schuldeisersverzetsprocedure.

Proefschrift: Avoiding a full criminal trial

In modern societies, full criminal trials are avoided on many occasions. This book is concerned with mechanisms that either divert from or speed up the proceedings. Koen Vriend argues that the fair trial rights as established by the European Court of Human Rights under Article 6 ECHR provide a normative framework that does not only apply in a full criminal trial, but that it can also be used for diverted and shortened proceedings. He shows that the concept of fairness—as derived from ECtHR case law—is a fundamental principle that underlies all criminal law enforcement. It provides for the appropriate framework to assess whether diverted or shortened proceedings are fair and legitimate.

Proefschrift: De optimale rechtsvorm voor samenwerking in beroepen

Wat is de optimale rechtsvorm voor de samenwerking tussen beroepsbeoefenaren? De aanleiding voor dit onderzoek is tweeledig. Enerzijds wordt zij gevormd door de ontwikkelingen rond titel 7.13 BW en anderzijds door de discussie over de bruikbaarheid van de maatschap als rechtsvorm voor samenwerkende beroepsbeoefenaren.

Proefschrift: Toerekening van kennis aan rechtspersonen

De toerekening van kennis aan rechtspersonen gaat elke jurist aan die ondernemingen op zijn pad vindt. Veel regels in het burgerlijk recht verbinden een rechtsgevolg aan de aanwezigheid van kennis bij (een van de) partijen. Maar een rechtspersoon heeft geen hersens. De vraag wat een rechtspersoon weet, is bij uitstek een juridische vraag. Die doet zich in de praktijk vaak voor, maar is in de rechtsliteratuur tot op heden grotendeels onbeantwoord gebleven.

Proefschrift: Contractsoverneming

Bij veel grote transacties is van contractsoverneming sprake. Contractsoverneming betreft een rechtsverhouding tussen meer dan twee partijen en bevindt zich op het snijvlak van het goederen- en verbintenissenrecht. Aan deze voor de rechtspraktijk belangrijke en wetenschappelijk intrigerende rechtsfiguur is in de literatuur betrekkelijk weinig aandacht besteed. Over een aantal aspecten bestond tot nu toe geen duidelijkheid.

Proefschrift: Privaatrechtelijke gevolgen van schending van het mededingingsrecht

Dit proefschrift biedt een beschouwing over een onderwerp dat centraal staat in het Unierecht en in het nationale recht. Het brengt op bondige wijze de privaatrechtelijke gevolgen van een schending van het Unierechtelijke mededingingsrecht in kaart. In aansluiting daarop wordt onderzocht welke regels en procedures gelden als de rechten die voortvloeien uit een schending van het Europese mededingingsrecht met behulp van het privaatrecht, worden afgedwongen.

Proefschrift: Natrekking door onroerende zaken

Natrekking is een vorm van eigendomsverkrijging en eigendomsverlies. Wordt een zaak bestanddeel van een andere zaak (de hoofdzaak), dan gaat de eigendom ervan teniet. De zaak verliest haar zelfstandigheid; zij houdt op te bestaan. Eventuele beperkte rechten waarmee de zaak was bezwaard, gaan eveneens teniet. Daar staat tegenover dat de eigenaar van de hoofdzaak door natrekking tevens eigenaar wordt van het bestanddeel. De eigendom van de hoofdzaak strekt zich door natrekking mede uit tot het bestanddeel dat in de hoofdzaak is opgegaan. Natrekking heeft aldus belangrijke goederenrechtelijke gevolgen.

Proefschrift: Bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen

Een onderzoek naar de (de hoogte en structuur van) bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen. De ondernemingsrechtelijke thema's die daarbij aan de orde komen, zijn: (i) de openbaarmaking van bestuurdersbeloningen, (ii) vaststelling van de bezoldiging, (iii) het aanpassen en terugvorderen van beloningen en (iv) de rol van de rechter.

Proefschrift: De rechtsplicht van de overheid tot verwerkelijking van grondrechten

Grondrechten dragen in steeds belangrijker mate bij aan de individuele rechtsbescherming en de staatkundige ordening van het moderne leven door de wijze waarop zij de relaties tussen overheidsambten en burgers reguleren. Er blijkt zich een hecht en complex grondrechtensysteem te hebben ontwikkeld waarin vele actoren vanuit verschillende taken en bevoegdheden bijdragen aan de nakoming van de rechtsplicht van de overheid tot de realisering van grondrechten.

Proefschrift: Voorlopige hechtenis in het jeugdstrafrecht

Dit onderzoek analyseert de functie, de juridische inbedding en de toepassingspraktijk van de voorlopige hechtenis in het jeugdstrafrecht. De afgelopen jaren zijn door verschillende instanties, waaronder het Kinderrechtencomité van de VN, zorgen geuit over de toepassing van voorlopige hechtenis van minderjarige verdachten in Nederland. Hoe verhoudt de voorlopige hechtenispraktijk in ons jeugdstrafrecht zich tot de fundamentele rechten van minderjarige verdachten, zoals die zijn erkend in kinder- en mensenrechtenverdragen?

Proefschrift: De vijf basisbegrippen in het vermogensrecht en hun onderlinge verhoudingen

De structuur van het huidige vermogensrecht is het product van een historische ontwikkeling, waaraan geen overkoepelend ordeningsprincipe ten grondslag heeft gelegen. De regelgever heeft haar gaandeweg geschapen door ad hoc antwoord te geven op kwesties die zich voordeden. Rogier Raaijmakers presenteert in zijn dissertatie een alternatieve, logische structuur van het vermogensrecht.

Proefschrift: Concurrentie tussen civiele justitiële systemen in de EU

Deze studie richt zich op de concurrentie tussen rechtssystemen in civiele zaken in de EU. Dit is een vorm van concurrentie op het gebied van regelgeving, waarin lidstaten partijen proberen aan te trekken om te procederen in hun jurisdicties. Onder meer wordt een overzicht gegeven van de competitie die er op het gebied van regelgeving bestaat, het wettelijke kader waarbinnen lidstaten opereren en een analyse van de elementen van systemen van civielrechtelijke geschillenbeslechting.

Proefschrift: De psychische stoornis in het Nederlandse strafrecht

Deze studie richt zich op de betekenis van psychische stoornissen voor het Nederlandse strafrecht. Wat is de relevantie van stoornissen voor het toerekeningsconcept en als factor bij de toepassing van strafrechtelijke maatregelen? En hoe verhoudt zich het stoornisbegrip van artikel 39 Sr tot de psychische overmacht en het noodweerexces?

Proefschrift: De kwetsbare psychisch gestoorde verdachte in het strafproces

Op welke momenten en op welke wijze wordt er in het strafproces tegemoetgekomen aan de kwetsbaarheid van de psychisch gestoorde verdachte? Er wordt bekeken of regelgeving en de praktische uitvoering daarvan consistent en adequaat zijn in het licht van Europese standaarden.

Proefschrift: De preventieve en de repressieve toetsing aan bouwtechnische voorschriften

In deze dissertatie wordt de rol van het Bouwbesluit 2012 en het Besluit bouwwerken leefomgeving bij de vergunningverlening en de handhaving uitgelegd. Niet alleen komt die rol voor de (technische) bouwactiviteit aan de orde in het geldende stelsel, maar ook in het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en in de Omgevingswet.

Proefschrift: Geautomatiseerde ketenbesluiten & rechtsbescherming

De overheid gebruikt computers voor het nemen van besluiten. Vaak gaat het daarbij om geld, zoals het verlenen van kinderbijslag, de AOW, toeslagen, het opleggen van motorrijtuigenbelasting of de aanslag inkomstenbelasting. Maar hoe die besluiten precies genomen worden, is niet duidelijk. Bovendien leunen overheden ook op elkaars computerbesluiten. De burger is daardoor onvoldoende juridisch beschermd, blijkt uit dit promotie-onderzoek.

Proefschrift: De bescherming van concurrentiebelangen in het bestuursrecht

Steeds vaker treffen concurrenten elkaar bij de bestuursrechter. Dat is niet zo vreemd. Besluiten van de overheid kunnen immers grote gevolgen hebben voor de concurrentiepositie van ondernemers. In dit proefschrift staat de vraag centraal hoe in het bestuursrecht, dat van oudsher is gericht op de bescherming van burgers tegen de overheid, wordt omgegaan met de gevolgen van besluiten voor concurrentieverhoudingen. Het onderzoek behelst een diepgravende studie naar de bescherming van concurrentiebelangen in het bestuursrecht en is gericht op het identificeren van mogelijke knelpunten die zich daarbij voordoen.

Proefschrift: De dagelijkse praktijk van politierechters

In veel onderzoek van het strafrecht blijft de alledaagse juridische praktijk onderbelicht, terwijl juist daar belangrijke lessen te leren zijn. Dat stelt sociologe Irene van Oorschot in haar dissertatie. Zij onderzocht de manier waarop de politierechter 'zaken maakt' en vindt dat de praktijken van politierechters, met name de rol van de verdachte en het dossier, serieuzer genomen moeten worden.

Proefschrift: Proceskostenveroordeling en toegang tot de rechter in IE-zaken

Centraal in het proefschrift staat de vraag in hoeverre de Nederlandse implementatie, uitleg en toepassing van artikel 14 Handhavingsrichtlijn verenigbaar zijn met EU-recht. Om de conformiteit met het EU-recht te kunnen beoordelen is in de eerste plaats het beoordelingskader geschetst waaraan nationale regelingen over proceskosten moeten voldoen.
Op basis van uitgebreid literatuur- en jurisprudentieonderzoek is vervolgens onderzocht hoe de proceskostenregeling van artikel 1019h Rv wordt uitgelegd en toegepast in de Nederlandse IE-praktijk. Tevens zijn de (mogelijke) effecten van artikel 1019h Rv op het procedeer- en schikkingsgedrag van partijen in IE-geschillen belicht.

Proefschrift: De onschuldpresumptie

Vanuit vier perspectieven (historisch, theoretisch, verdragsrechtelijk en strafprocesrechtelijk) gaat Joeri Bemelmans in zijn dissertatie na wat de precieze inhoud van en grenzen aan de onschuldpresumptie zijn—en of deze in het strafproces goed functioneren. Twee afzonderlijk van elkaar opererende aspecten, een bewijsdimensie en een behandelingsdimensie, blijken te moeten worden onderscheiden. Voor beide geldt dat het internationale mensenrecht op de onschuldpresumptie ze slechts ten dele beschermt.

Oratie: Intergenerationele overdracht van geweld in gezinnen

In haar inaugurele rede gaat Marjone Steketee in op de oorzaken waarom we kindermishandeling als probleem niet goed kunnen herkennen en soms niet willen erkennen. Hoe verbeteren we dat? Hoe kunnen we deze kinderen beschermen en voorkomen dat zij later dit patroon herhalen? Ze laat zien dat het een probleem is dat met regelgeving en beleidsvoornemens niet ‘weg geregeld’ kan worden.

Proefschrift: Sturingsinstrumenten van Rijk en provincies in het ruimtelijk bestuursrecht

De spanning tussen centralisatie en decentralisatie in de ruimtelijke ordening is een bekend thema in het bestuursrecht. Constantijn Hageman inventariseert welke nationale en provinciale bestuursbevoegdheden (naar huidig recht en onder de nieuwe Omgevingswet) als ruimtelijk sturingsinstrument kunnen fungeren.

Proefschrift: The Legal Position of Terminal Operators in Hinterland Networks

The legal position of the terminal operator changes by the integration of the carriage of goods between the sea port and the hinterland into his service profile. The terminal operator performs a wide variety of obligations, including loading and discharging, stacking, warehousing, measuring, weighing and carrying goods within and beyond the terminal’s premises. These obligations fall into different categories of contracts for which the law provides specific rules, i.e. a contract of carriage, a contract of deposit and a service contract. Some of these obligations might be subject to mandatory provisions derived from applicable national legal systems or uniform private law conventions. This book examines how to determine the applicable rules to the terminal operator’s mixed contracts. This serves a practical purpose as one of the main differences between the applicable legal regimes is the terminal operator’s liabilities towards third parties such as cargo owners or ship owners who do not have a contractual relation with the terminal operator.

Proefschrift: Het pre-insolventieakkoord

Voor het voornemen van de Europese en Nederlandse wetgevers om een procedure in te voeren om noodlijdende ondernemingen te redden voordat dat deze insolvent zijn, bestaat geen rechtvaardiging. Dat concludeert promovendus Nico Tollenaar. Volgens hem zou het doel van de nieuwe generatie procedures niet moeten zijn om ondernemingen te redden, maar om crediteuren een beter en flexibeler instrument te geven om hun rechten te effectueren.

Lectorale rede: De (R)evolutie van Digitaal Bewijs

In deze lectorale rede beschrijft Hans Henseler de evolutie van digitaal bewijs in het forensisch onderzoek. Een evolutie die zijns inziens op het punt staat om een revolutionaire ontwikkeling door te maken. Om dat te kunnen begrijpen staat Henseler stil bij het fenomeen digitaal bewijs en op welke wijze digitaal bewijs in het forensisch onderzoek en in de opsporing wordt gebruikt.

Proefschrift: Officieren van Justitie in de 21e eeuw

Voor zijn onderzoek volgde Joep Lindeman officieren van Justitie een jaar lang bij de behandeling van gewone, veelvoorkomende strafzaken. Zijn bevinding: het werken binnen een grote, ambtelijke organisatie, de grote hoeveelheid zaken en de in rap tempo doorgevoerde veranderingen in werkprocessen zijn van invloed op de wijze waarop de OvJ zijn werk doet. De individuele, magistratelijke rol van de officier van Justitie dreigt daarbij in de knel te komen.

Proefschrift: Levering van roerende zaken

De handel in roerende zaken neemt in het rechtsverkeer een belangrijke plaats in. Deze dissertatie gaat over de levering ervan. Centraal in het onderzoek staat de vraag of de zakelijke overeenkomst onderdeel uitmaakt van de levering van roerende zaken, en zo ja, welke functie de zakelijke overeenkomst bij levering van deze zaken vervult.

Proefschrift: De forumkeuze in het zeevervoer

In het proefschrift staan forumkeuzen centraal die worden gesloten in verband met zeevervoerovereenkomsten. Er wordt aandacht besteed aan de vraag of in verschillende in het zeevervoer veelvoorkomende situaties een forumkeuze tot stand komt. Vertrekpunt voor de beoordeling is regelmatig een bepaalde praktijksituatie. Omdat bij vervoerovereenkomsten, anders dan bij de meeste overeenkomsten, in de regel een derde (bijvoorbeeld een derde-cognossementhouder) op een later moment op een of andere manier partij wordt bij de vervoerovereenkomst, wordt ook ingegaan op de vraag in hoeverre deze derde uiteindelijk gebonden is aan de forumkeuze. De meeste aandacht gaat uit naar de forumkeuze in de zin van art. 23 EEX-Vo/art. 25 EEX-Vo (nieuw). Bij de bespreking van dit artikel wordt ook gekeken naar andere bepalingen van de gewijzigde EEX-Vo, zoals art. 31 lid 2 en 3 EEX-Vo (nieuw). Verder komt de vraag aan de orde hoe de Nederlandse rechter een derogerende forumkeuze, die niet valt binnen het toepassingsgebied van art. 23 EEX-Vo/art. 25 EEX-Vo (nieuw), moet beoordelen. De meest belangrijke bepalingen in dat verband zijn artikel 8 en 629 Rv.

Lectorale rede: De jurist digi(ver)taler

In verschillende domeinen binnen het recht wordt technologie ingezet ter ondersteuning van het juridische werk. Zo worden beslisbomen ontwikkeld om ontslagprocedures te ondersteunen, zijn er online tools beschikbaar om geschillen te beslechten – bijvoorbeeld om echtscheidingszaken sneller af te wikkelen – en zijn ‘smart contracts’ in opkomst. Hierbij gaat het om stukjes programmacode waarmee veilig allerlei overeenkomsten automatisch geëffectueerd kunnen worden.

Oratie: De reconstructie van strafbare feiten

Door technologische ontwikkelingen kunnen de sporen die achterblijven na een misdrijf steeds beter worden waargenomen, en steeds sneller en nauwkeuriger worden geanalyseerd. Denk bijvoorbeeld aan de nieuwe mogelijkheden om biologisch celmateriaal te typeren. We kunnen daar niet alleen DNA uit afleiden, we kunnen ook bepalen wat voor type cellen het spoor bevat. Ook kunnen we steeds beter bepalen hoe lang het spoor er al ligt. Die informatie is heel belangrijk als je wil reconstrueren wat de relatie is tussen een spoor en een misdrijf.

Proefschrift: Aansprakelijkheid in het luchtvervoer

Het doel van dit onderzoek is om uit de kluwen van (internationale) regelingen de op het internationale goederenvervoer toepasselijke aansprakelijkheidsregeling te destilleren, te analyseren en te beoordelen. Centraal in dit proefschrift staat het onderzoek naar de aard, grondslag en rechtsgevolgen van de aansprakelijkheid van de luchtvervoerder onder het Verdrag van Montreal en het Verdrag van Warschau. Daarbij wordt als uitgangspunt het Verdrag van Montreal genomen. Steeds zal worden onderzocht of, en zo ja, in welke opzichten de regeling verschilt met het Verdrag van Warschau. In die gevallen waarin het Verdrag van Montreal voortbouwt op het Warschau regime zal deze regeling geanalyseerd worden aan de hand van de daarbij behorende ontstaansgeschiedenis, jurisprudentie en doctrine. Daar waar het Verdrag van Montreal een nieuwe regeling introduceert, beperkt de analyse zich noodzakelijkerwijs tot de ontstaansgeschiedenis en de rechtsliteratuur over de nieuwe regeling omdat jurisprudentie op dit moment nog geheel ontbreekt.

Proefschrift: De positie van aandeelhouders in beursvennootschappen

In de periode tussen 1999 en 2004 is de positie van aandeelhouders in Nederlandse beursvennootschappen aanzienlijk versterkt. Dit proefschrift beschrijft de herkomst van deze ontwikkelingen en analyseert de gevolgen ervan. Aan het slot wordt stilgestaan bij de vraag welke lessen uit deze episode getrokken kunnen worden voor de verdere rechtsontwikkeling in het ondernemingsrecht voor beursvennootschappen.

Proefschrift: Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht

Hoe moet het goederenrecht omgaan met een samenstel, een complex, van goederen? Het Nederlandse recht heeft als uitgangspunt dat een goederenrechtelijk recht slechts één goed als object heeft. Dit uitgangspunt wordt in deze dissertatie 'het uniciteitsbeginsel' genoemd. Zou het wenselijk zijn om hiervan af te wijken? Er wordt wel gesuggereerd dat dit voordelen zou hebben, zoals het vergemakkelijken van het rechtsverkeer, of het als goederenrechtelijk gerechtigde de hand kunnen leggen op de goodwill van een onderneming.

Proefschrift: Levering en verpanding van toekomstige goederen

De levering en verpanding bij voorbaat van toekomstige goederen is een belangrijk onderwerp voor de praktijk en de wetenschap. In het huidige kredietverkeer kan de rechtsfiguur moeilijk worden gemist. Besproken worden niet alleen de levering en verpanding van toekomstige roerende zaken en vorderingen, maar ook die van aandelen, girale effecten en enkele rechten van intellectuele eigendom. Het proefschrift leest als een juridisch handboek.

Proefschrift: De eenzijdige rechtshandeling

Charlotte Spierings betoogt dat een eenzijdige rechtshandeling een bron van verbintenissen is. Niet alleen met een contract, maar ook met een eenzijdige wilsverklaring kunnen vrijwillige verbintenissen in het leven worden geroepen. Ook bespreekt ze welk verband bestaat tussen de verschillende voorbeelden van eenzijdige rechtshandelingen in het privaatrecht.

Proefschrift: Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief

Zekerheidsrechten met een 'generaal' of 'allesomvattend' karakter zijn van alle tijden. Romeinse schuldenaars konden reeds vrijwel al hun (bestaande en zelfs toekomstige) goederen verpanden. De huidige bancaire praktijk vormt hierop geen uitzondering. Aan de hand van de historische ontwikkeling van generale zekerheidsrechten wordt de wijze blootgelegd waarop wetgevers en rechters belanghebbenden tegen generale zekerheidsrechten beschermen.

Proefschrift: Het schuldige geheugen?

Een relatief onbekende opsporingsmethode is (neuro)geheugendetectie. Daarbij wordt het geheugen van de verdachte onderzocht op de aanwezigheid van daderkennis. Wat is voor politie en Justitie mooier dan de hersenen, het geheugen van de verdachte, te kunnen onderzoeken? Dave van Toor onderzocht hoe mensenrechten zich verhouden tot een (mogelijk) verplicht hersenonderzoek in strafzaken en hij komt tot de conclusie dat (neuro)geheugendetectie ontoelaatbaar is.

Oratie: Alles heeft zijn tijd

Economen gebruiken vaak neutrale (logische) tijd in hun modellen, maar de werkelijke tijd is historisch. Daarin is elk moment anders en veranderen kansverdelingen met de tijd. Door naar de kwaliteit van de tijd te kijken, wordt duidelijker welke ontwikkelingen de overlevingskansen van pensioenfondsen en financiële instellingen bedreigen en hoe de evolutionaire selectie kan worden overleefd dankzij tijdige innovaties. Dit zegt Fieke van der Lecq in haar oratie.
De wetenschap kan helpen om duidelijker te maken welke ontwikkelingen de overlevingskansen van pensioenfondsen en financiële instellingen bedreigen en hoe de evolutionaire selectie kan worden overleefd dankzij tijdige innovaties, door ook vanuit historische tijd te werken. Dat vergroot de kans op bruikbare innovaties. In de historische tijd zijn kansen tijdgebonden, dus ook de tijdigheid van de structurele veranderingen is belangrijk. De noodzaak tot hervormingen van het Nederlandse pensioenstelsel neemt toe. Het vertrouwen in pensioenen en financiële diensten is afgenomen en informatietechnologie wordt belangrijker, maar concurreren op de kwaliteit (en ethiek) van de dienstverleningsrelatie wint daardoor aan betekenis.

Proefschrift: De macht over het strafproces

In dit onderzoek staat de machtsstrijd tussen de strafrechter en de bestuurder over het strafproces centraal. Die machtsstrijd gaat in hoofdzaak over de strafvorderlijke belangen van voortvarendheid en voorzienbaarheid.
Hoe verloopt de machtsstrijd tussen strafrechter en bestuurder over het strafproces? Brengt bestuurlijk handelen de strafrechter tot onaanvaardbaar strafvorderlijk handelen? Zijn de regels niet te streng en zijn ze wel nodig als borging van de rechterlijke onafhankelijkheid?

Proefschrift: Evaluatie van ouderschapsplan en professionele bemiddeling bij scheiding

Simon de Bruijn heeft onderzocht hoe het verplichte ouderschapsplan in de praktijk werkt. Hij is nagegaan óf ouderschapsplannen wel worden opgesteld, welke ouders dat doen, wat erin wordt opgenomen, en of het verplichte ouderschapsplan het effect heeft dat de Nederlandse overheid beoogde. Daarnaast is ook de rol van professionele bemiddeling bij (echt)scheiding onderzocht; een andere benadering die de mogelijke negatieve effecten van echtscheiding zou kunnen verzachten.

Oratie: Transnationale rechtshandhaving – Over fundamentele rechten in de Europese strafrechtelijke samenwerking

In zijn rede gaat Michiel Luchtman in op de meerwaarde van de Europese strafrechtelijke samenwerking. Hij betoogt dat nieuwe Europese vormen van samenwerking de procedures voor samenwerking aanmerkelijk hebben versneld en de kans op straffeloosheid verkleinen. Daardoor dragen ze bij aan het terugdringen van een handhavingstekort. Hij signaleert ook dat die nieuwe vormen van samenwerking buiten de EU niet goed denkbaar zijn. Luchtman breekt een lans voor een bredere aanpak. Juist vanwege de wens tot bescherming van hun soevereiniteit, doen de lidstaten de belangen van burgers, maar ook die van de politie- en justitiediensten, nog vaak te kort.

Proefschrift: De rollen van cliënt, hulpverlener en overheid in de jeugdhulp

In 2015 heeft de Jeugdwet het stelsel van de jeugdhulp ingrijpend veranderd. Dit proefschrift behandelt de positie van de cliënt in de jeugdhulp. Staat de cliënt centraal, dat wil zeggen heeft hij keuzen in de aangeboden hulp en is deze van goede kwaliteit? Daartoe worden de relaties tussen cliënt, hulpverlener en overheid onderzocht.

Proefschrift: De gevolgen van het vuistloze en stille karakter van het pandrecht

Levert het huidige pandrecht problemen op, en zo ja, op welke wijze zou de regeling moeten worden herzien? Ter afbakening van het onderwerp beperkt de auteur zich tot het vuistloze en stille karakter van het pandrecht op roerende zaken, respectievelijk vorderingen op naam. Dit karakter leidt ertoe dat de verpanding niet kenbaar is voor derden. Toch heeft het pandrecht absolute werking: het werkt jegens eenieder, inclusief de curator van de pandgever. Alleen dan bereikt het pandrecht zijn doel: de zekerheid dat de gesecureerde vordering, indien nodig, voldaan kan worden door verhaal bij voorrang.

Proefschrift: Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht

Het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte vormt een feit dat zowel beboetbaar als strafbaar is. Omdat hetzelfde feit echter maar een keer mag worden bestraft, moet er op grond van de wet een keuze worden gemaakt tussen bestuurlijke afdoening of strafrechtelijke vervolging. Het zou voor de strafwaardigheid van een onjuiste aangifte vervolgens niet mogen uitmaken of een zaak door de belastingrechter (bij bestuurlijke afdoening) of door de strafrechter (bij strafrechtelijke vervolging) wordt beoordeeld. Toch leidt, als een aangifte onjuist is als gevolg van een onjuist maar pleitbaar standpunt, de keuze tussen de ene en de andere weg tot een verschil. Volgens de belastingkamer van de Hoge Raad leidt het pleitbare standpunt namelijk steeds tot het ontbreken van opzet en daarmee tot straffeloosheid. De strafkamer van de Hoge Raad heeft in de tot nu toe beoordeelde zaken daarentegen geen rol voor het pleitbare standpunt gezien. In dit boek wordt op zoek gegaan naar een verklaring voor dit onderscheid. Daarbij wordt niet alleen de pleitbaar standpunt jurisprudentie behandeld, maar wordt ook, zowel voor het fiscale boete- als voor het fiscale strafrecht, uitgebreid op de invulling van het opzetbegrip ingegaan. Vervolgens wordt een voorstel voor een benadering van het pleitbaar standpunt verweer geformuleerd die zowel door de belastingkamer als door de strafkamer van de Hoge Raad zou kunnen worden toegepast.

Proefschrift: De bestuurder in het onderwijs

In dit proefschrift gaat Martijn Nolen in op de positie van de bestuurder in het onderwijs. Hij bespreekt de voor bestuurders relevante onderwijsrechtelijke kernbegrippen, het publiekrechtelijk toezicht, het privaatrecht als toetsingskader, het thema samenwerking in het onderwijs en de benoeming, de beloning en het ontslag van individuele bestuurders. Op basis hiervan analyseert hij de juridische positie van de bestuurder en de verplichtingen van onderwijsorganisaties.

Proefschrift: De positie van de vennootschap onder firma

Dient de positie van de rechtsvorm van de vennootschap onder firma (vof) versterkt te worden en zo ja, op welke wijze? Deze vraag wordt in dit onderzoek beantwoord. Daarbij wordt gekeken naar de positie van de vof en haar vennoten in het privaatrecht, het vennootschapsrecht, het publiekrecht en het Europese recht. Knelpunten worden gesignaleerd. In hoeverre kunnen de vennoten deze zelf oplossen in een vennootschapscontract en in hoeverre moet de wetgever oplossingen bieden middels herziening van de personenvennootschapswetgeving?

Proefschrift: Strafrechtelijke aanpak van organisatiecriminaliteit

Er is relatief weinig bekend over de strafrechtelijke aanpak van organisatiecriminaliteit. Welke gedragingen en welke organisaties worden bijvoorbeeld strafrechtelijk opgepakt? Hoe worden deze gedragingen vervolgens afgedaan? En welke omstandigheden en overwegingen liggen hieraan ten grondslag?

Proefschrift: Het beperkt zakelijk recht en enkele belastingen

Binnen ons wettelijk systeem bestaat de mogelijkheid om beperkt zakelijke rechten te vestigen zoals een recht van erfpacht, een recht van opstal en een erfdienstbaarheid. De omvang van de rechten en verplichtingen die toekomen aan de beperkt zakelijk gerechtigde, wordt vastgelegd in de akte waarbij het recht wordt gevestigd. Naarmate de omvang van het recht toeneemt en deze de volle eigendom van de onroerende zaak benadert, ligt het voor de hand om deze beperkt zakelijke rechten op gelijke wijze als de onroerende zaak zelf in de heffing van belastingen te betrekken. Ook indien het beperkt zakelijk recht qua omvang de volle eigendom niet benadert, zou dit recht als belastingobject kunnen dienen. Martijn Albers is voor zijn promotieonderzoek nagegaan op welke wijze beperkt zakelijke rechten in de heffing van omzetbelasting, overdrachtsbelasting en (in beperkte mate) inkomstenbelasting worden betrokken. Hierbij heeft hij onderzocht of bij de heffing van omzetbelasting, overdrachtsbelasting en (beperkte mate) inkomstenbelasting door de wetgever voldoende rekenschap is gegeven van de eigenaardigheden van en de onderlinge verschillen tussen de verschillende beperkt zakelijke rechten, wat de eventuele gevolgen zijn van een onvoldoende afstemming en welke maatregelen eventueel getroffen kunnen worden om te komen tot een meer evenwichtige heffing. Een en ander heeft Albers, voor zover relevant, vergeleken met de heffing van deze belastingen bij de onroerende zaak zelf. Albers concludeert dat de wet op een aantal punten aangepast zal moeten worden om tot een meer evenwichtige belastingheffing te komen bij beperkt zakelijke rechten, zijnde het recht van erfpacht, het recht van opstal en de erfdienstbaarheid.

Proefschrift: Omstandigheden die de werking van de redelijkheid en billijkheid beïnvloeden

De redelijkheid en billijkheid speelt een grote rol in het privaatrecht. De werking ervan is afhankelijk van alle relevante omstandigheden van het geval. Dit proefschrift geeft een overzicht van de verschillende relevante omstandigheden en beschrijft hoe deze de werking van de redelijkheid en billijkheid beïnvloeden. Daarnaast vergelijkt deze systematische studie de verschillende omstandigheden met elkaar.

Proefschrift: De invloed van ILO-conventie 181 en regelgeving omtrent uitzendarbeid

Hoe valt ILO-Conventie 181 in het licht van de 'vermensenrechtelijking' van arbeidsverhoudingen te waarderen? Vast valt te stellen dat Conventie 181 ziet op vele mensen- en arbeidsrechten, die ook in de mensenrechtenverdragen te vinden zijn. Die verdragen zijn echter breder van opzet. De hierbij behorende internationale normatieve frameworks betreffen soft law. Conventie 181 brengt echter ten aanzien van uitzendarbeid meer verplichtingen met zich mee.

Proefschrift: Algemene voorwaarden in het arbeidsrecht

- Wat zijn de redenen geweest om het arbeidsrecht uit te sluiten van de wettelijke regeling rond algemene voorwaarden?
- Is het arbeidsrecht desondanks beïnvloed door de algemene voorwaarden?
- Wat zou toepasselijkheid van de regeling van algemene voorwaarden kunnen meebrengen voor het individuele en voor het collectieve arbeidsrecht?
- En is het wenselijk de regeling van algemene voorwaarden alsnog van toepassing te verklaren op ons arbeidsrecht?

Proefschrift: De juridische positie van burgers in opsporing van strafbare feiten

In dit onderzoek staat de juridische positie van de burger in de opsporing van strafbare feiten centraal. Als gevolg van handhavingstekorten, nieuwe technologische mogelijkheden en een toegenomen verantwoordelijkheidsgevoel voor de veiligheid is de burger steeds meer een zichtbare rol gaan spelen in de opsporing. In het Wetboek van Strafvordering staat echter de overheidstaak tot opsporing centraal. Stilgestaan wordt bij de rol die burgers binnen en buiten de kaders van het Wetboek van Strafvordering vervullen. Onder meer burgerinformanten, burgerinfiltranten, onderzoeksjournalisten en particuliere rechercheurs passeren de revue.

Proefschrift: Naar een relationeel bestuursrecht

Het Nederlandse bestuursrecht is sterk geënt op de noties van een ondeelbaar algemeen belang en verticale publiekrechtelijke verhoudingen. Maar hoe zou een 'responsief' model van bestuursrechtelijke rechtsbescherming vorm kunnen krijgen, dat tegemoet komt aan de 'gehorizontaliseerd' en 'gefragmenteerde' hedendaagse sociale werkelijkheid?
Dit proefschrift biedt een analyse van de ideeënhistorische en rechtstheoretische grondslagen van het bestuursrecht. Vervolgens gaat het in op actuele discussies over het besluitbegrip, het relativiteitsvereiste en het evenredigheidsbeginsel. Uiteindelijk beoogt het mede vorm te geven aan een nieuw model van 'rechtsstatelijk bestuursrecht'.

Proefschrift: Rechtsbescherming bij verdeling van schaarse publieke rechten

Schaarse publieke rechten zijn vergunningen, subsidies en andere publiekrechtelijke rechten waarvan de beschikbaarheid wordt beperkt door middel van een 'plafond' en waarnaar de vraag groter is dan het aanbod, zoals frequentievergunningen, kansspelvergunningen of concessies voor openbaar vervoer. Is het bestuursprocesrecht voldoende toegesneden op de verdeling van schaarse publieke rechten? In dit proefschrift worden vijf knelpunten gesignaleerd.

Proefschrift: Alternative Enforcement of Competition Law

Competition authorities are known for imposing fines on companies that have infringed the law. Alternative enforcement—by contrast—can be characterised as informal, horizontal, compliance-based, restorative or preventative. This research analyses and compares the use of alternative enforcement instruments (negotiated procedures, individual guidance and compliance programmes) by the Dutch ACM, the UK Competition Authority and the French Autorité de la Concurrence.

Proefschrift: Intellectuele-eigendomsrechten als verhaalsobject

Dit boek gaat over het vestigen van zekerheidsrechten en het leggen van verhaalsbeslag op IE-rechten. Als gevolg van de bijzondere kenmerken van IE-rechten bevat het zekerhedenrecht en het beslagrecht in Nederland lacunes, waardoor IE-rechten minder vaak als verhaalsobject worden benut dan mag worden verwacht. Een schuldeiser die, na bijvoorbeeld een pandrecht op IE-rechten te hebben gevestigd of daarop verhaalsbeslag te hebben gelegd, zijn vordering wil verhalen door uitwinning van die rechten, stuit op problemen. De auteur doet aanbevelingen om die problemen (geheel of gedeeltelijk) weg te nemen.

Proefschrift: De deelgeschilprocedure

De afhandeling van letsel- en overlijdensschade na een ongeval kan moeizaam en traag verlopen. Ter facilitering daarvan is in 2010 de deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade geïntroduceerd. Deze procedure biedt partijen de mogelijkheid al tijdens de buitengerechtelijke onderhandelingen een deel van hun geschil ter beoordeling aan de rechter voor te leggen. Na de procedure worden zij geacht de onderhandelingen zelf voort te zetten en minnelijk af te ronden. De vraag is of deze gerechtelijke procedure de buitengerechtelijke onderhandelingen daadwerkelijk verbetert. Welke factoren bemoeilijken of vertragen de afhandeling?

Proefschrift: De relativiteit van wettelijke normen

Geen verplichting tot schadevergoeding bestaat, wanneer de geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden (artikel 6:163 BW). Maar hoe zou de rechter de relativiteit van een wettelijke norm moeten vaststellen? Dit proefschrift is een poging een samenhangende visie te ontwikkelen op de definitie en ratio van het relativiteitsvereiste en de toets aan dit vereiste bij wettelijke normen. Sluitstuk van deze visie is een model voor deze toets.

Proefschrift: Meester(s) over bronnen

Het toegankelijke proefschrift van Marnix Snel vormt een eerste, voorzichtige aanzet tot het ontwikkelen van een methodologie van juridisch-dogmatisch onderzoek. Snel interviewde 34 professoren om te weten te komen welke eisen de juridische gemeenschap stelt aan het verzamelen en verwerken van bronnen in tijdschriftartikelen en proefschriften. Daaruit blijkt dat het brongebruik eerst en vooral controleerbaar moet zijn: een onderzoeker behoort precieze bronvermeldingen op te nemen waar hij iets aan een zekere bron ontleent. Die bronnen moeten, in de tweede plaats, nauwgezet aansluiten bij de vraag die de onderzoeker wenst te beantwoorden. Ze moeten in de derde plaats gebalanceerd zijn, dat wil zeggen een juiste afspiegeling vormen van het bestaande materiaal. In de vierde plaats hechten de ondervraagde hoogleraren aan geloofwaardig brongebruik: de onderzoeker moet bronnen steeds getrouw interpreteren. (Bron: Ars Aequi)

Proefschrift: A Comparative Study of Cybercrime in Criminal Law: China, US, England, Singapore and the Council of Europe

This research intends to unveil problems in the criminal law when dealing with cybercrime and explore possible solutions through comparative study of China, US, England, Singapore and the Council of Europe. Criminals have abused the convenience brought by information technology. When facing with this unwelcome change, jurisdictions and international institutions have developed different measures in the criminal law field. However, the amount of cybercrime has kept increasing, and cybercrime continues to present challenges to criminal law. In this background, this research focuses on how to adapt criminal law to combat cybercrime.
This central question contains four aspects in this research:
1. Do we need a cyber-specific legislation to regulate cybercrime?
2. If this specific legislation is necessary, what the adequate and systematic approaches can this legislation take to determine and regulate cybercrime?
3. What principles are sufficient and appropriate to determine jurisdiction over cybercrime?
4. What is the function and influence of the Convention on Cybercrime in shaping appropriate legislation and fostering international cooperation against cybercrime?

Proefschrift: Het recht als digitale dienstverlening

Computer says ‘no’ staat centraal in dit onderzoek naar de invloed van informatie- en communicatietechnologie op het recht. Er worden drie mogelijkheden bekeken om de overheidsdienstverlening te verbeteren. Het onderzoek toont aan dat ICT kan helpen om mensen minder snel in de rechtszaal te doen belanden. Het toont ook aan dat een slecht ontwerp tot een Kafkaiaanse vervreemding kan leiden en dat juristen zich meer met de ontwerpfase van ICT-oplossingen moeten bezighouden.

Proefschrift: Commissies van beroep in het bijzondere onderwijs

In dit proefschrift is onderzoek verricht naar commissies van beroep in het bijzonder onderwijs. Werknemers in het bijzonder onderwijs kunnen sinds jaar en dag beroep instellen tegen verschillende (nader geregelde) besluiten van de werkgever die betrekking hebben op hun arbeidsrechtelijke rechtspositie. In deze studie is op basis van een analyse van ruim 2.600 uitspraken op verschillende onderdelen het functioneren van de commissies van beroep in Nederland onderzocht.
Daarnaast is de Wet Werk en Zekerheid (Wwz), die per 1 juli 2015 heeft geleid tot een ingrijpende wijziging van het Nederlandse ontslagrecht en de wettelijke regeling van de commissies van beroep, in dit onderzoek betrokken. Wat betekent de Wwz voor de commissies van beroep? Welke rollen zijn er voor de commissies van beroep nog weggelegd na de invoering van de Wwz, mede gelet op de analyse van de uitspraken uit het verleden? Op basis van de onderzoeksresultaten wordt een aantal aanbevelingen gedaan.

Proefschrift: Aansprakelijkheidsrechtelijke normstelling voor onzekere risico's

Mede vanwege een (vermeend) gebrek aan publiekrechtelijke normen voor de omgang met onzekere risico's in het aansprakelijkheidsrecht, staat de rol van het ongeschreven onrechtmatigedaadsrecht (lees: maatschappelijke zorgvuldigheidsnormen) bij het bepalen van de vereiste omgang met onzekere risico's in de aandacht.
Via het aansprakelijkheidsrecht kan op (grosso modo) twee manieren worden bepaald wat de rechtens vereiste omgang is met een onzeker risico: via gebods- en verbodsacties en (na de materialisatie van een risico) via schadevergoedingsclaims.

Oratie: Als de waarheid eraan moet geloven

De auteur bespreekt hoe efficiëntiestreven en productiedruk in het strafproces ervoor zorgen dat rechters formeel weliswaar beslissen volgens de regels, maar minder tijd en moeite kunnen steken in het achterhalen van de waarheid. Tegen die achtergrond bespreekt hij de rolopvatting van beslissers over bewijs, de rolopvatting en het werk van deskundigen, de publieke opinie over bewijs, en de rol van risicotaxatie in het strafproces.

Proefschrift: Effectiviteit aan de horizon. Een studie rond onderzoek naar resultaat op het gebied van de justitiële kinderbescherming

Marieke Dekker deed wetenschapshistorisch onderzoek naar in hoeverre en op welke manier er aandacht bestond voor, en onderzoek werd gedaan naar, resultaten van interventies die plaatsvonden bij de justitiële kinderbescherming in Nederland tussen 1945 en 2005. Het blijkt dat in de gehele door Dekker onderzochte periode er binnen de kinderbescherming aandacht was voor de vraag wat interventies in het kader van justitiële maatregelen opleverden. De manier waarop resultaten van interventies onderzocht werden veranderde wel door de tijd heen. Door de wens om zoveel mogelijk objectief resultaten vast te stellen verdwenen vanaf het einde van de jaren zestig de interviews met oud-pupillen naar de achtergrond. Dekker pleit ervoor om de ervaringen van de direct betrokkenen weer centraal te gaan stellen.

Proefschrift: Grensoverschrijdende overgang van onderneming

In dit proefschrift wordt de grensoverschrijdende overgang van onderneming bezien vanuit rechtsvergelijkend en conflictenrechtelijk perspectief. Met de Europese richtlijn overgang van onderneming als uitgangspunt wordt geïnventariseerd hoe deze is geïmplementeerd in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Welke verschillen zijn er tussen voornoemde nationale wetgevingen en welke problemen zouden daardoor kunnen ontstaan bij een grensoverschrijdende overgang van onderneming?

Proefschrift: De toepassing van het Haags Kinderontvoeringsverdrag in Nederland en het belang van het kind

Het onderwerp internationale kinderontvoering komt regelmatig in het nieuws. Vaak zijn het verhalen van moeders die vechten voor de terugkeer van hun kind dat door de vader naar het buitenland is ontvoerd. Óf verhalen van moeders die wanhopig zijn, omdat de Nederlandse rechter heeft bepaald dat hun kind moet terugkeren naar de vader in het buitenland. In beide gevallen wordt kritiek geuit. De overheid doet hetin de publieke opinie altijd verkeerd. Enerzijds doet ‘de overheid’ te weinig om kinderen terug te halen naar Nederland. Anderzijds zou ‘de overheid’ kinderen op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag te gemakkelijk, haast klakkeloos, vanuit Nederland naar het buitenland terugsturen. Moeders die kinderen meenemen naar Nederland kunnen dikwijls rekenen op begrip. De toepassing van het Haags Kinderontvoeringsverdrag in die situatie, stuit vaak op onbegrip. Met moeders van kinderen die naar het buitenland zijn ontvoerd wordt aan de ene kant meegeleefd, maar aan de andere kant wordt vaak gezegd dat het ‘hun eigen schuld is’, ‘dat ze dan maar niet met een buitenlander hadden moeten trouwen’ en ‘dat ze toch hadden kunnen weten dat islamitische vaders, als een relatie verbroken is, vroeg of laat de kinderen ontvoeren.’ Aan de verhalen van vaders, of zij nu de ontvoerende of de achtergebleven ouder zijn, wordt in de media doorgaans weinig aandacht besteed. Het kind zelf, waar het uiteindelijk allemaal om draait, komt bijna nooit aan het woord. Wat in zijn belang is, blijft vaak onbesproken. Vanuit dit perspectief, vanuit het belang van het kind, is dit onderzoek verricht. Centraal in het onderzoek staat het belang van het kind in relatie tot de toepassing van het Haags Kinderontvoeringsverdrag in voornamelijk Nederland.

Proefschrift: Discretion in the context of EU decision-making, national transposition and legitimacy regarding EU directives

This dissertation looks into the role of discretion granted by EU directives in EU legislative decision-making and national transposition processes. It applies a qualitative single country-study, focusing on the transposition of six directives in the Netherlands, from the policy areas of consumer protection, environment and justice and home affairs (migration). In the theoretical part the concept of discretion is explored, using insights from both the legal and political sciences. The empirical analysis then presents both EU and national processes regarding the six directives, addressed individually as well as in a comparative manner. This study contributes to clarifying the reasons and circumstances regarding the granting of different margins of discretion to Member States and the effects of discretion on EU negotiations and national transposition. It confirms that discretion can have facilitating and impeding effects on transposition, explains why, and identifies other factors affecting transposition by interacting with discretion. Additionally, a more fine-grained approach to measuring discretion is proposed than hitherto. Finally, but addressed separately from the empirical analysis, the link between discretion and legitimacy is elaborated. It is argued that discretion in national transposition processes can be used to enhance the directives’ input, throughput and output legitimacy within national law.

Proefschrift: Het legaliteitsbeginsel en de doorwerking van Europees recht in het Nederlandse materiële strafrecht

Het recht van de Europese Unie beïnvloedt direct en indirect de reikwijdte van strafrechtelijke aansprakelijkheid in Nederland. Die beïnvloeding heeft betekenis voor het materieelrechtelijk legaliteitsbeginsel. In dit boek wordt onderzocht hoe het legaliteitsbeginsel invulling krijgt in de context van het meerlagige Europees strafrecht en wat de implicaties van die invulling zijn voor het waarborgen van rechtszekerheid en machtsverdeling. Het boek bevat daartoe een analyse van de jurisprudentie van het Hof van Justitie over de deelnormen van het legaliteitsbeginsel en van de verplichtingen voor de Europese en Nederlandse wetgever en rechter die het Hof van Justitie afleidt uit die deelnormen. In het licht daarvan wordt onderzocht op welke wijze de Nederlandse wetgever en rechter invulling geven aan het legaliteitsbeginsel in het Europees strafrecht.

Proefschrift: Klantbelang, belangenconflict en zorgplicht

Deze studie gaat over de begrippen klantbelang, belangenconflict en zorgplicht in het financieel toezichtrecht, in het bijzonder met betrekking tot banken. Hoewel deze begrippen een centrale plaats innemen in het financieel toezichtrecht, lijkt er geen (volledige) duidelijkheid over hun juridische betekenis te bestaan. Dit gebrek aan duidelijkheid leidt niet alleen tot inefficiënte maatschappelijke en politieke debatten over noodzakelijke hervormingen in de financiële sector, maar heeft ook tot gevolg dat beleidsmakers, regelgevers, toezichthouders en degenen die onder toezicht staan, worstelen met het opstellen, interpreteren en toepassen van regels die de begrippen (nader) normeren. Om hierin verandering te brengen is het belangrijk de betekenissen van de begrippen nader te duiden en in kaart te brengen.

Proefschrift: Het recht om te demonstreren

Niet zelden levert de uitoefening van het recht om te demonstreren spanningen op met andere rechten, vrijheden en belangen—zeker nu er de laatste jaren sprake is van een toename van betogingen in aantal en in verschijningsvormen. In dit spanningsveld signaleert de onderzoeker een tiental knelpunten. Die hangen onder meer samen met het naar inhoud beperken (of geheel verbieden) van demonstraties en de wijze van omgaan met demonstratievormen die de samenleving meer belasten (zoals kampementen).

Proefschrift: Benoeming, beloning en ontslag van de vennootschapsbestuurder

Bestuurders met een arbeids- of opdrachtovereenkomst hebben een dubbele rechtsverhouding met hun vennootschap. Enerzijds is sprake van een contractuele rechtsrelatie (Boek 7 BW), anderzijds bestaat een vennootschapsrechtelijke band (Boek 2 BW). Deze dissertatie is de neerslag van een onderzoek naar die dubbele binding op het gebied van benoeming, beloning en ontslag.

Proefschrift: Activering en privatisering in de Nederlandse ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregeling in grensoverschrijdende situaties

De Nederlandse overheid schuift de verantwoordelijkheid voor inkomensvoorziening en re-integratie bij ziekte (privatisering van sociale zekerheid) steeds meer door naar werkgevers en werknemers. Zo moet de werkgever het loon aan de zieke werknemer maximaal twee jaar doorbetalen. In die ziekteperiode moeten werknemer en werkgever er alles aan doen om de werknemer in het arbeidsproces te houden of terug te laten keren. En zelfs als de werknemer langer dan twee jaar ziek blijft en een arbeidsongeschiktheidsuitkering van het UWV krijgt, zijn re-integratie en activering door de werkgever van belang. Wanneer de werknemer in het buitenland woont, blijken deze Nederlandse regels echter niet eenvoudig toepasbaar. Werknemers die in Nederland werken en ziek worden, vallen onder de Nederlandse regelingen; ook als ze in het buitenland wonen. De Europese coördinatieverordeningen die dan van toepassing zijn bieden ook niet veel hulp, omdat ze nog weinig rekening houden met re-integratie van werknemers en privatisering van sociale zekerheid. Bijgevolg kunnen de zieke en arbeidsongeschikte werknemer en zijn werkgever rechtsonzekerheid ervaren en komen ze lacunes in de wet en een onjuiste of gebrekkige uitvoering van de Nederlandse regels tegen. In haar proefschrift heeft Saskia Montebovi deze problemen uitgebreid geanalyseerd en uitgelegd. Het onderzoek levert een zinvolle bijdrage aan de modernisering van de sociale zekerheid én aan de bevordering van het vrije verkeer van werknemers.

Proefschrift: Privacyschending overheid op grond van nationale veiligheid

De inbreuk die de overheid soms maakt op onze privacy is niet altijd rechtmatig en rechtvaardig. Met name geheime diensten gaan regelmatig over het randje. Rob van den Hoven van Genderen pleit in zijn proefschrift voor een actievere en meer controlerende rol van het parlement. Daarnaast zou er een onafhankelijke autoriteit moeten komen die de uitvoering van privacybeperkende maatregelen controleert.

Proefschrift: De Dienstenrichtlijn in Nederland

Zowel in de wetenschap als in de rechtspraktijk roept de toepassing van de Europese Dienstenrichtlijn vragen op. Dit proefschrift maakt duidelijk welke juridische grenzen de richtlijn stelt aan de bevoegdheden van nationale wet- en regelgevers en hoe de richtlijn in de Nederlandse rechtsorde moet worden uitgelegd in het licht van de algemene Europeesrechtelijke leerstukken.

Proefschrift: Vrijheid van godsdienst in een democratische samenleving

De wijze waarop onze constitutionele orde de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging waarborgt, is dynamisch en complex. De individuele persoon oefent dit recht uit in een spanningsveld van rechten en vrijheden. Men kan dit recht op vrijheid niet zelf claimen zonder dat men dit recht aanvaardt van de ander. Daarin ligt de spanning die onze rechtsorde moet oplossen. Het onderzoek van Henk Post laat zien dat uitingen van religie niet een speelbal mogen zijn van de politiek, de publieke opinie of bepaalde antigodsdienstige sentimenten—in het bijzonder omdat een grondrecht in het geding is.

Proefschrift: Stoornis en strafuitsluiting

In deze dissertatie worden de rechter handvatten aangereikt voor de beoordeling van de vraag of sprake is van ontoerekenbaarheid wegens een psychische stoornis. Ontwikkelingen in de forensische gedragswetenschappen maken dat de rechter meer op zijn eigen oordeel daarover zal zijn aangewezen. Tevens kunnen rechtseenheid en rechtsbescherming worden verbeterd.

Proefschrift: Geschillen in de jaarrekening

In dit proefschrift is onderzocht hoe in de jaarrekening wordt omgegaan met onzekere risico’s in verband met claims, juridische geschillen en rechtsgedingen als voorbeeld van contingencies. Deze geschillen vragen van de aangesproken vennootschap voortdurende schatting van de proceskans en van de mogelijke financiële gevolgen. Het is afhankelijk van deze schattingen of een voorziening in de jaarrekening moet worden verwerkt

Proefschrift: Getuigenbescherming in Nederland

Een veilige 'herstart' en onafhankelijkheid in sociale en financiële zin is het uitgangspunt van getuigenbescherming. Maar wat mag in dit verband van de overheid worden verwacht? Het gebrek aan duidelijke richtlijnen heeft geleid tot dit onderzoek. Er dient een wettelijke mogelijkheid te worden gecreëerd die de rechter-commissaris in staat stelt de afspraken die worden gemaakt met getuigen voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting te toetsen.

Proefschrift: Vrijheid van meningsuiting vs. blasfemie en haatuitingen

Het proefschrift Faith in Public Debate is de rechtsvergelijkende studie over vrijheid van meningsuiting, blasfemie en haatuitingen in Frankrijk, Nederland en onder internationaal en Europees recht. Het benadrukt het verschil in de Franse en de Nederlandse benadering, bespreekt de jurisprudentie van het EHRM en formuleert voorstellen voor het stellen van grenzen binnen het publieke debat.

Proefschrift: Consultatie bij fiscale wetgeving

The key objective of this research is to design a consultation model for the legislative process in fiscal matters. When tax laws are being drafted, such a model can be used as a tool to select the best possible consultation variant and the suitable stakeholders. I have analyzed six consultation methods with the aim of providing a framework for selecting the most effective one(s). I have described the structure and possible variants of each of these six methods and I have explained their strengths and weaknesses. Of fiscal stakeholder groups that may be consulted there are seven: taxpayers; tax consultants and their professional organizations; interest groups; academics; judges and the National Ombudsman; foreign authorities; and internal stakeholders. I have identified the consultation purposes to which the various stakeholder groups can usefully contribute as well as the considerations underlying the choice whether or not to consult a particular stakeholder group. As the manner in which a consultation procedure is executed can be a decisive success factor, the key stages of a sound consultation procedure and the considerations underlying them are also an integral part of this research.

Proefschrift: The European Union as a constitutional guardian of internet privacy and data protection

In a developing information data flow in an unprecedented way, enabling mass surveillance by governments and private companies. It is no longer evident that the rights to privacy and data protection are guaranteed. However, these rights remain essential in our democratic societies under the rule of law. The EU Treaties have provided the European Union a specific mandate to ensure protection, in Article 16 of the Treaty on the Functioning of the European Union. This mandate is the subject of this thesis. The thesis discusses the roles of different actors: the Court of Justice, the EU legislator, the national data protection authorities and their cooperation mechanism. A chapter is dedicated to the strategies of the Union itself in the global context. The thesis underlines that the exercise of the mandate should be legitimate, in the sense that some democratic control is needed, and effective, meaning that individuals must benefit from the protection in practice. If the European Union manages to fulfil these two conditions, it shows its capability to properly deal with big societal issues, which is also important in a timeframe of widespread euroskeptics.

Proefschrift: Grensoverschrijdende splitsing van kapitaalvennootschappen

In dit proefschrift staan centraal de vragen of grensoverschrijdende juridische splitsing nut heeft ten opzichte van andere vormen van grensoverschrijdende herstructurering, of grensoverschrijdende juridische splitsing toelaatbaar is en welke (conflict)regels moeten worden toegepast bij de effectuering van een grensoverschrijdende juridische splitsing.

Proefschrift: Appèlgedrag van burgers in bestuursrechtelijke zaken

Burgers die hun geschil met een overheidsinstantie aan de bestuursrechter hebben voorgelegd, gaan opvallend vaak in hoger beroep als ze hun zaak verliezen. Appèlpercentages zijn significant hoger dan in civiele zaken en strafzaken. Wat is daarvan de reden?

Proefschrift: De Wet Bibob

In dit proefschrift wordt de Wet Bibob onderzocht vanuit twee invalshoeken: een juridische en een empirische. Het juridische deel geeft een analyse van de toepassing van de Wet Bibob in de bestuurspraktijk en vanuit de context van het strafrecht. Het empirische onderzoek richt zich op de vraag in hoeverre de wet wordt toegepast in overeenstemming met de beginselen van legaliteit, proportionaliteit en subsidiariteit. Om deze vraag te beantwoorden zijn Bibob-adviezen en de hierop gebaseerde besluitvorming geanalyseerd.

Proefschrift: Causaliteit, relativiteit en toerekening bij onrechtmatige overheidsdaad

In dit promotieonderzoek staat de bijzondere positie van de overheid in het onrechtmatigedaadsrecht centraal. De aanleiding voor het onderzoek is de onvoorspelbaarheid van het antwoord op de vraag wanneer de overheid succesvol aangesproken kan worden wegens onrechtmatige daad. Deze onzekerheid komt in belangrijke mate voort uit de tweeslachtigheid van het leerstuk van de onrechtmatige overheidsdaad: enerzijds gelden dezelfde vereisten als voor aansprakelijkheid van private partijen, anderzijds is het handelen van de overheid meestal ook publiekrechtelijk van aard.

Proefschrift: Privacy protection & behavioural targeting

This PhD thesis discusses how European law could improve privacy protection in the area of behavioural targeting. Behavioural targeting, also referred to as online profiling, involves monitoring people's online behaviour. To protect privacy, the EU lawmaker mainly relies on the e-Privacy Directive, as well as on general data protection law. The thesis is a legal study, but it incorporates insights from disciplines such as computer science, behavioural economics, and media studies.

Proefschrift: De verhoudingen tussen de centrale en decentrale overheden sinds 1848

Dit onderzoek heeft de verhoudingen tussen de centrale en decentrale overheden in Nederland als onderwerp. De grondwetsherziening van 1848 legde de basis voor de huidige hoofdstructuur van het openbaar bestuur, die gevormd wordt door de drie niveaus van algemeen bestuur: Rijk, provincies en gemeenten.
Onderzocht wordt hoe de verdeling van bevoegdheden zich heeft ontwikkeld sinds 1848. De focus ligt daarbij op de motieven die ten grondslag liggen aan het veranderen van de bevoegdheidsverdeling.

Proefschrift: Het fideicommis in de notariële praktijk

Dit proefschrift geeft een veelomvattend overzicht van de juridische aspecten van het fideicommis, dat in de praktijk ook wel de tweetrapsmaking wordt genoemd. Met een fideicommis kan iemand zijn vermogen niet één keer, maar vaker laten vererven. De persoon die het vermogen als eerste erft, is de bezwaarde. De persoon die het vermogen als tweede erft, wordt verwachter genoemd. De wet regelt de verhouding tussen de bezwaarde en de verwachter. Omdat die verhouding lijkt op die van een vruchtgebruiker en blote eigenaar, zijn de wettelijke vruchtgebruikbepalingen grotendeels van toepassing. Gekeken wordt onder meer naar complicaties in de verhouding tussen de bezwaarde en de verwachter.

Proefschrift: Rechtsbescherming van ondernemers in aanbestedingsprocedures

Dit proefschrift bevat een analyse van het Nederlandse stelsel van rechtsbescherming van ondernemers bij Europese, nationale en particuliere aanbestedingen. In hoeverre is het recht dat van toepassing is op handhaving van de Europese aanbestedingsregels door ondernemers inpasbaar in ons nationale recht? En welke verschillen zijn er tussen de rechtsbescherming bij Europese aanbestedingen en de rechtsbescherming bij nationale (en particuliere) aanbestedingen?

Proefschrift: Cross-border patent infringement litigation in the EU

Dit proefschrift bevat een analyse van tekortkomingen in de Brussel Ibis-Verordening aangaande octrooi-inbreukprocedures. Deze Verordening voorziet in regels voor grensoverschrijdende octrooi-inbreukprocedures. Die regels vertonen echter aanzienlijke manco's waar het gaat om de vraag in welke mate een adequate octrooibescherming en -handhaving kan worden gewaarborgd.

Proefschrift: Detained Abroad – Assisting Dutch Nationals in Foreign Detention

This study provides insight into consular assistance as received by Dutch FNPs. This support is provided by the Ministry of Foreign Affairs in cooperation with the International Office of the Dutch Probation Service and the religious organisation Epafras. For the past three decades Dutch FNPs have been visited by representatives of these two organisations on a voluntary basis. This practice is unique in the world and has never been evaluated. This study measures the impact of the assistance given by the Netherlands on the detention experience of Dutch FNPs, their special needs and resettlement. The research is based on questionnaires received from 584 prisoners detained in 54 countries and over 140 interviews with prisoners, former prisoners, relatives, consular staff and staff and volunteers of the International Office of the Dutch Probation Service and Epafras.

Proefschrift: Privacy Tradeoffs in Information Technology Law

Technological changes, particularly in the context of big data, have made surveillance by public and private parties easier than ever before: they have reduced the costs of gathering, storing and disseminating information. This has been coupled with a decentralization in internet content creation. Together, these changes modify the interactions involving privacy and personal information exchanges and, to that extent, they force us to reconsider the scope of protection that we grant them. This reconsideration has been done from the perspective of human rights, while the economic incentives involved remain underexplored.

Proefschrift: The Contours of International Prosecutions; As Defined by Facts, Charges, and Jurisdiction

Hoe kan een strafrechtelijke aanklacht inzake internationale misdrijven fatsoenlijk worden afgebakend? Dat is een relevante en urgente vraag waarmee rechterlijke autoriteiten van de internationale straftribunalen en het Internationaal Strafhof (ICC) geworsteld hebben en nog steeds worstelen.

Proefschrift: De voorwaarde in het vermogensrecht

Dit onderzoek naar ontbindende en opschortende voorwaarden in het algemene vermogensrecht is met name gericht op de onderliggende systematiek van de figuur van de voorwaarde. Daarvoor is onderzoek gedaan naar de voorwaarde in het huidige Nederlandse recht, het recht onder het oud BW alsmede het Duitse en Zwitserse recht.

Oratie: Van bestuursrechtelijke detailhandel naar maakindustrie

In deze oratie zal auteur eerst kort het huidige stelsel van bestuursprocesrecht duiden, zij dat kenschetst als detailhandel. Daarna zal zij aan de hand van drie rechtszaken uit het afgelopen jaar laten zien dat het werkelijke geschil, het toegepaste procesrecht en de rechterlijke beoordeling niet past binnen het plaatje van individuele geschilbeslechting. Vervolgens analyseert auteur bestuursrechtelijke proefprocedures en beziet zij hoe partijen de maakindustrie beogen te beïnvloeden. Daarna volgt een probleemanalyse van de detailhandel in een globaliserende wereld, waarin zij knelpunten van het huidige rechtssysteem benoemt en ontwikkelingen aanwijst die dat systeem nader onder druk zullen zetten, maar ook een begin van een oplossing aanreiken.

Proefschrift: De effectiviteit van horizontaal belastingtoezicht

Horizontaal toezicht. Niet eerder kende het Nederlandse belastingrecht een toezichtvorm waarbij wederzijds vertrouwen, begrip en transparantie het uitgangspunt vormen en de houding en het fiscale gedrag van belastingplichtigen in grote mate bepalend is voor hoe zij behandeld worden, zonder dat het tot materiële verschillen in de uiteindelijk vast te stellen belastingaanslag leidt. Maar hoe effectief is deze relatief nieuwe vorm van belastingtoezicht?

Proefschrift: Het schuldbeginsel in het Nederlandse strafrecht

In dit onderzoek staat de vraag centraal of er aanleiding is om de Nederlandse benadering van het schuldbeginsel, mede in het licht van de jurisprudentie van het EHRM, te heroverwegen. Daartoe wordt de historische oorsprong van de Nederlandse benadering van het schuldbeginsel onderzocht. Vervolgens wordt o.a. relevante rechtspraak van het EHRM besproken.

Oratie: Officier van justitie: magistraat in een bestuursorgaan

In het samenspel tussen de zittende magistratuur, de advocatuur, de politie en het Openbaar Ministerie zou men op elkaar moeten kunnen vertrouwen, waarbij de basis voor vertrouwen in het doen en laten van het Openbaar Ministerie berust op zijn oriëntatie op wet en recht. Kwaliteit van werk en organisatie en de rechtstatelijke oriëntatie zijn de komende drie kwartier regelmatig terugkerende thema´s. De laatste jaren is er vanuit verschillende richtingen kritiek geleverd op het werk en het functioneren van het Openbaar Ministerie. In grote lijnen en wat vrij weergegeven is de slotsom van deze kritiek dat het Openbaar Ministerie een zwakke schakel zou zijn in een weinig geloofwaardige strafrechtspleging.

Proefschrift: Ambtshalve toetsing

Volgens de wetgever bepalen partijen over welke geschilpunten de bestuursrechter zich dient uit te laten. Ambtshalve toetsing door de bestuursrechter is uitzonderlijk en komt uitsluitend voor in het geval van voorschriften van openbare orde. Dit brengt mee dat de bestuursrechter niet gehouden is om besluiten ambtshalve te toetsen aan regels van materieel bestuursrecht.
Vanwege het overwegend dwingende rechtskarakter van het materiële bestuursrecht is dit echter niet vanzelfsprekend. In dit proefschrift wordt onderzocht of (en zo ja: in hoeverre) het huidige overwegende verbod van ambtshalve toetsing gerechtvaardigd is.

Proefschrift: Het legaat, de wisselwerking tussen civiel en fiscaal recht

In het erfrecht is het legaat een belangrijke en veel gemaakte uiterste wilsbeschikking. Veelal dient het legaat een zuiver civielrechtelijk doel: het doen toekomen van een bepaald goed of een geldbedrag aan een bepaalde persoon. Het legaat leent zich echter bij uitstek ook voor het creëren van allerlei fiscaal ingegeven structuren. Dit onderzoek richt zich op het legaat en de wisselwerking tussen het civiele en het fiscale recht. Beoogd wordt om de kracht van het onderzoek te laten schuilen in de synthese van de civielrechtelijke en de successierechtelijke benadering van vragen rondom het legaat.
Een van de centrale onderzoeksvragen is wat onder het regime van de per 1 januari 2010 vernieuwde Successiewet 1956 nog de betekenis is van allerlei in de fiscaal-notariële praktijk gehanteerde structuren waarbij het legaat een rol speelt. Hieraan wordt de vraag gekoppeld of deze toepassingen wenselijk zijn, en – zo neen – op welke wijze de wetgever hiertegen kan optreden of reeds is opgetreden. Tevens is onderzocht of de wetgever in de Successiewet met het bestrijden van (in zijn ogen) onwenselijke structuren niet is doorgeschoten en zijn er aanbevelingen aan de wetgever gedaan.

Proefschrift: Digitale watermerken als juridisch bewijsmiddel

Om de onrechtmatige verspreiding van digitale content, zoals e-boeken en films, op internet te beperken worden onder meer onwaarneembare watermerken ingezet. Deze watermerken dienen ertoe de licentienemer te kunnen traceren wanneer hij de door hem aangeschafte content onrechtmatig zou verspreiden. In dit onderzoek is de vraag centraal gesteld of een dergelijk watermerk een effectief bewijsmiddel kan vormen voor de handhaving van auteursrechten op digitale werken.

Proefschrift: Arbeidsrecht in insolventie

In deze dissertatie wordt, mede aan de hand van rechtsvergelijking met Duitsland en België, onderzocht wat de verhouding is tussen het arbeidsrecht en het insolventierecht in Nederland.
Het spanningsveld tussen beide rechtsgebieden is opgedeeld in verschillende onderdelen: het individuele arbeidsrecht wanneer een werkgever in een insolventieprocedure terechtkomt, het collectieve arbeidsrecht wanneer de werkgever in een insolventieprocedure terechtkomt en de positie van de werknemers bij een reorganisatie wanneer de werkgever zich in een insolventieprocedure bevindt.

Proefschrift: De bestuurlijke boete in de praktijk van het financieel toezicht

De financiële toezichthouders AFM en DNB gebruiken de bestuurlijke boete voor zwaardere overtredingen dan bedoeld. De boete heeft zich daardoor ontwikkeld tot een gelijkwaardig alternatief voor het strafrecht, maar dat stelt hogere eisen aan het gebruik ervan. Dat stelt Arnt Mein in zijn proefschrift. Hij reconstrueerde de motieven achter en de kritiek op de bestuurlijke boete en zette de boetepraktijk daar tegen af.

Oratie: Door meten tot weten - Over rechtswetenschap als kruispunt

‘Door meten tot weten.’ Dat was de lijfspreuk van Heike Kamerlingh Onnes, de Leidse natuurkundige die in zijn oratie zijn collega’s aanspoorde om te bewegen van de theoretische naar de proefondervindelijke natuurkunde.1 Zijn borstbeeld met lijfspreuk staat voor het Kamerlingh Onnes-gebouw, de plek waar het absolute nulpunt werd bereikt en die lange tijd de koudste plek ter aarde werd genoemd. Inmiddels is er de Leidse rechtenfaculteit gevestigd. Nee, ik zal geen flauwe toespelingen maken op de vraag of op onze rechtenfaculteit nog dagelijks het absolute nulpunt wordt bereikt. Wel wil ik verkennen hoe de lijfspreuk ‘door meten tot weten’ zich verhoudt tot het werk dat wordt verricht op rechtenfaculteiten. Want het is geen evidentie dat een rechtenfaculteit zich afficheert als bolwerk van exactheid. Juristen houden zich immers vooral bezig met taal, tekst, systematisering, logische argumentatie, overtuiging en een betere wereld. Zij postuleren normen, debiteren soms tegeltjeswijsheden, argumenteren met verwijzing naar rechtssysteem, wet, rechtspraak, literatuur; maar zelden zie je ze meten of verwijzen naar systematische waarneming. Dus wat nemen we waar als als we op rechtenfaculteiten gaan meten?

Proefschrift: The presumption of non-conformity in European consumer sales law

This book analyses the allocation of the burden of proof in consumer sale cases. Particularly, it investigates the application of the presumption of non-conformity designed to simplify the consumer’s duty to supply evidence. It includes the description of general topics of the burden of proof in Poland, Germany, England and Wales, and the Netherlands. It provides detailed information on the notion of non-conformity as found in the Consumer Sales Directive and implemented in the mentioned Member States. Finally, it presents the comprehensive analyses of the presumption of non-conformity. It investigates the conditions for the application of the presumption, the existence of non-conformity within six months from the time of delivery of goods. It continues with the seller’s options to rebut the presumption. Finally, it discusses the exclusion criteria of the presumption. This book offer answers on whether the presumption of non-conformity constitutes an appropriate tool simplifying the burden of proof lying with the consumer and whether it provides for a high level of consumer protection necessary for the better functioning of the Internal Market.

Proefschrift: Het verplichte ouderschapsplan: regeling en werking

Dit boek presenteert de resultaten van een onderzoek naar de regeling van het verplichte ouderschapsplan. De auteur evalueert de regeling op basis van dit onderzoek en geeft een aantal suggesties voor verbetering van de wetgeving. Daarbij zijn de juridische aspecten van de regeling onderzocht. Daarnaast is empirisch onderzoek verricht naar de effectiviteit van het verplichte ouderschapsplan en is door middel van een rechtsvergelijkend onderzoek een analyse gemaakt van bestaande regelingen in het buitenland die hetzelfde doel en dezelfde kenmerken hebben als het Nederlandse ouderschapsplan. In het laatste deel van het boek wordt een aantal voorstellen gedaan voor een alternatieve regeling.

Proefschrift: Opsporing, tegenspraak en veranderende frames

Dit onderzoek gaat over één van de getroffen maatregelen om fouten in de opsporing bij de politie te voorkomen of te herstellen, te weten tegenspraak. Centraal staan de vragen hoe tegenspraak in de opsporingspraktijk binnen de Nederlandse politie plaatsvindt, welke bijdrage het levert aan het opsporingsproces en welke factoren daarbij een rol spelen.

Proefschrift: Europese regelgeving omtrent betalingsachterstanden en het betaalgedrag van Nederlandse gemeenten in 2009 en 2010

Deze studie stelt een van de vele risico’s van het ondernemerschap centraal: de mogelijkheid dat het geldbedrag dat een ondernemer aan een debiteur factureert, niet, niet geheel of niet binnen de gestelde termijn zal worden voldaan. Met name dat laatste aspect - het niet in acht nemen van de afgesproken betalingstermijn - kreeg in Europees verband in 1992 voor het eerst de aandacht. Het heeft echter tot het jaar 2000 geduurd alvorens Europese regelgeving tot stand kwam, specifiek gericht op het tegengaan van betalingsachterstanden. Dit proefschrift beschrijft onder meer de totstandkoming van Richtlijn 2000/35/EG van 29 juni 2000 en Richtlijn 2011/7/EU van 16 februari 2011 aangaande het terugdringen van betalingsachterstanden bij handelstransacties. Daarnaast wordt, mede in relatie tot de genoemde Europese regelgeving, het betalingsgedrag van Nederlandse gemeenten in de jaren 2009 en 2010 in kaart gebracht.

Proefschrift: Het voorlopig getuigenverhoor

Het middel van het voorlopig getuigenverhoor geeft partijen de mogelijkheid om voorafgaand aan het moment van bewijslevering in een hoofdzaak getuigen te doen horen door de rechter. Hierna wordt eerst het doel van het voorlopig getuigenverhoor behandeld, waarbij tevens aandacht wordt geschonken aan het historisch en rechtsvergelijkend perspectief. Aangezien een aan de wettelijke vereisten voldoend verzoek tot het doen houden van een voorlopig getuigenverhoor in beginsel door de rechter moet worden toegewezen, komen vervolgens de bevoegdheid van de Nederlandse civiele rechter en de procedurele kant van het voorlopig getuigenverhoor aan de orde. Op de regel dat de rechter een aan de wettelijke vereisten voldoend verzoek moet toewijzen, bestaat een uitzondering als de verzoeker onvoldoende belang bij zijn verzoek heeft, misbruik maakt van het voorlopig getuigenverhoor of als het verzoek strijdig is met de goede procesorde, dan wel moet afstuiten op een ander, door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar.

Proefschrift: De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap

Werknemers gebruiken hun invloed op de vennootschap grotendeels om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren. Dat is kortzichtig, stelt Marnix Holtzer in zijn proefschrift. Ze zouden beter kunnen meedenken over de strategie van het bedrijf. Dan kunnen ze ook sturen op langetermijnstrategieën die van grotere sociale en maatschappelijke betekenis kunnen zijn dan alleen de hoogte van hun eigen loon en dat van hun collega's. Ook het bestuur en de raad van commissarissen hebben er belang bij deze invloed van werknemers te ondersteunen.

Oratie: De prejudiciële procedure: oude problemen of nieuwe uitdagingen?

Prof.mr.dr. Jurian Langer concentreert zich in zijn oratie op de prejudiciële procedure van artikel 267 van het Werkingsverdrag, een cruciale schakel in de doorwerking van Europees recht in de nationale rechtsorde. Artikel 267 is misschien het meest succesvolle artikel van de Europese verdragen. Zo zijn veel belangrijke Europeesrechtelijke concepten ontwikkeld naar aanleiding van prejudiciële verzoeken. Welke factoren bepalen het succes van de prejudiciële procedure, en hoe kan ervoor gezorgd worden dat het een succesnummer blijft?
De procedure van artikel 267 geeft elke nationale rechter de bevoegdheid – en sommige rechters zelfs de plicht – om aan het Luxemburgse Hof van Justitie vragen stellen over de uitleg van Europees recht en geldigheid van handelingen van de EU. Het Hof geeft vervolgens antwoord, en de nationale rechter zal met behulp ervan het nationale geschil beslechten. Nationale rechters weten steeds beter de weg naar Luxemburg: al jaren stijgt het aantal prejudiciële verzoeken gestaag.

Proefschrift 'Stille getuigen: Het recht belastende getuigen in strafzaken te ondervragen'

Getuigenverklaringen worden niet altijd naar waarheid afgelegd. Het kan voor verdachten daarom belangrijk zijn om een gelegenheid te krijgen om getuigen te ondervragen die belastende verklaringen hebben afgelegd. Artikel 6 lid 3 sub d EVRM geeft hen daartoe het recht. Onderzocht is of het Nederlandse recht ten aanzien van het recht belastende getuigen in strafzaken te ondervragen in overeenstemming is met het EVRM-recht.

Oratie: Banken in een macro-juridische context: over recht, risico, resolutie en financiële stabiliteit

In zijn rede bespreekt Bierens de samenhang tussen het recht, financiële stabiliteit en internationaal bankieren. Op welke wijze levert het recht een bijdrage aan de stabiliteit van banken? De zoektocht naar een antwoord op deze vraag voert langs de belangrijkste werkplaatsen van het financieel recht. Sinds 2008, toen de financiële crisis uitbrak, zijn belangrijke stappen gezet door de mondiale coördinatie van stabiliteitsbevorderende normen, inclusief kapitaaleisen en nieuwe regels voor de afwikkeling van banken, de harmonisatie van regulering en een intensivering en verdieping van het bankentoezicht. Tegelijk kent het recht ook beperkingen en kan het zelfs de bron zijn van nieuwe risico’s. De toegenomen hoeveelheid aan soft law en hard law leidt tot een afnemende hanteerbaarheid en voorspelbaarheid van het recht. Ook draagt wetgeving door haar territoriale begrenzing bij aan de fragmentatie van de mondiale kapitaalmarkt. Kortom, een verkenning van de mogelijkheden en begrenzingen van een even interessant als actueel rechtsgebied.

Proefschrift: Facts Matter: A Study into the Casuistry of Substantive International Criminal Law

Hoe passen internationale strafhoven internationale misdrijven en aansprakelijkheidstheorieën toe op de feiten van individuele gevallen? Marjolein Cupido onderzocht de ontwikkeling van het internationaal strafrecht door internationale strafhoven, zoals het Joegoslavië Tribunaal, het Rwanda Tribunaal en het Internationaal Strafhof.

Proefschrift: Het medisch beoordelingstraject bij letselschade

Dit proefschrift gaat over het medisch beoordelingstraject in juridisch perspectief in letselschadezaken en bevat een wetenschappelijk verslag van het onderzoek naar mogelijkheden ter verbetering van dit medisch beoordelingstraject.

Proefschrift: Vergoeding van immateriële schade wegens aantasting in de persoon

Dit onderzoek richt zich uitsluitend op de vergoeding van immateriële schade. Centraal staat de vraag in welke gevallen naar Nederlands recht smartengeld dient te worden toegekend. Deze vraag wordt uiteraard niet in een vacuüm gesteld en beantwoord, er is een juridisch kader. Dit bestaat voornamelijk uit twee bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek: art. 6:95 en art. 6:106. Art. 6:95 BW stelt:
"De schade die op grond van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding moet worden vergoed, bestaat in vermogensschade en ander nadeel, dit laatste voor zover de wet op vergoeding hiervan recht geeft."

Proefschrift: Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II

In sommige gevallen vraagt de Nederlandse rechter zich af of hij op goede gronden bevoegd is in een internationaal geschil. In zijn promotieonderzoek heeft Jochem Vlek aangetoond dat er behoefte bestaat aan een algemeen correctiemechanisme onder de EEX-Verordening II.
De EEX-Verordening II is de Europese verordening die gaat over bevoegdheid van de rechters in EU-lidstaten op het gebied van internationale burgerlijke en handelszaken. Als er bijvoorbeeld een geschil ontstaat tussen een Nederlands en een Duits bedrijf bepalen deze regels welke rechter bevoegd is het geschil te beslechten: de Nederlandse of de Duitse.
De bepalingen van deze Europese verordening zijn niet waterdicht. In de praktijk kan er dan ook misbruik van worden gemaakt. Vleks onderzoek legt de verschillende mogelijkheden tot misbruik van de EEX-Verordening II bloot. Hij onderzocht bovendien op welke manieren misbruik van het recht in deze context kan worden bestreden.
Het onderzoek toont aan dat behoefte bestaat aan een algemeen correctiemechanisme onder de EEX-Verordening II. “De toepassing van deze verordening stuit op bezwaren zodra ofwel rechtsmacht kunstmatig wordt gecreëerd, ofwel procedures in bepaalde lidstaten worden ingesteld met als enige doel de procedure te vertragen,” aldus Vlek. “De grote vraag daarbij is hoe een dergelijke misbruik-exceptie kan worden 'ingepast' in het bestaande juridische systeem.”
Vlek concludeert: gevallen van misbruik van recht onder de EEX-Verordening II kunnen worden bestreden door 'leentjebuur' te spelen bij het Europese recht. Het Europese recht bevat namelijk een algemene exceptie die luidt dat geen beroep op Europees recht kan worden gedaan indien daarvan misbruik wordt gemaakt. Deze exceptie kan ook worden toegepast op gevallen onder de EEX-Verordening II.
Als er bijvoorbeeld een vordering wordt ingesteld voor de Nederlandse rechter met het enkele doel een buitenlandse procedure te frustreren, dan kan de rechter met behulp van deze exceptie beoordelen of het instellen van deze vordering als misbruik moet worden bestempeld. Op deze manier kan de Europeesrechtelijke anti-misbruikfiguur gezichtspunten bieden die relevant zijn voor het beoordelen van misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II.

Proefschrift: Betrouwbaar getuigenbewijs

Men streeft in het strafproces naar een deugdelijke vaststelling van de feiten. Met name vanuit de rechtspsychologie is er al geruime tijd kritiek op de wijze waarop het onderzoek wordt vormgegeven met het oog op de strafrechtelijke waarheidsvinding. Eén van de kritiekpunten betreft de omgang met verklaringen van getuigen, in het bijzonder de totstandkoming en waardering van die verklaringen in het licht van de Nederlandse schriftelijke procescultuur.
Dit proefschrift gaat over de wijze waarop verklaringen van getuigen in het Nederlandse strafproces worden verkregen en verwerkt, waarbij wordt gekeken of het bestaande kader van strafvordering aanpassing behoeft.

Proefschrift: Bijzonder ontslagprocesrecht

Het onderzoek brengt in kaart op welke punten het ontslagprocesrecht afwijkt van het ‘normale’ civiele- en bestuursprocesrecht, wat de ratio is voor deze afwijkingen en of deze afwijkingen geoorloofd zijn, onder meer in het licht van de hogere internationale norm van art. 6 EVRM. Daarnaast wordt in de studie rechtsvergelijkend onderzoek gedaan naar het Duitse en Italiaanse ontslagstelsel. Bieden deze stelsels bruikbare alternatieven voor de procesrechtelijke bijzonderheden in het Nederlandse stelsel? Ten slotte wordt ingegaan op de Wet werk en zekerheid en het nieuwe ontslagprocesrecht dat daardoor per 1 juli 2015 in werking zal treden. Wat betekent deze wet voor de huidige procesrechtelijke bijzonderheden in het ontslagrecht? Daarnaast wordt dat nieuwe ontslagprocesrecht kritisch bezien mede in het licht van de rechtsvergelijkende bevindingen in de studie.

Proefschrift: Grondwet en eerlijk proces

In dit onderzoek staat de vraag centraal naar de meerwaarde van het opnemen van het recht op een eerlijk proces in de Nederlandse Grondwet. Primair wordt gekeken of de problemen die spelen bij het garanderen van een eerlijk proces op nationaal niveau en het toepassen van artikel 6 EVRM in de Nederlandse strafrechtsorde kunnen worden weggenomen of verminderd, wanneer er een nationale grondwettelijke bepaling over het eerlijk proces zou zijn.

Proefschrift: ‘Sharing the Pie’: Taxing multinationals in a global market

The current international corporate tax regime for taxing the business proceeds of firms operates arbitrarily. The aggregates of the nation states’ international corporate tax systems seem to distort a global efficient allocation of resources. The current model of corporate taxation finds its origins in the 1920s. It well suited the economic realities of the early days of international trade and commerce; the times when international business primarily revolved around bulk trade and bricks-and-mortar industries. But those days are long gone. Globalization, European integration, the rise of multinational enterprises, e-commerce, and intangible assets have changed the world considerably. These developments have caused the model to operate inconsistently with the economic reality of today. Corporate taxation and economic reality are no longer aligned. The model is ill-suited to current market realities. As a result multinational business decisions are distorted by tax considerations. The arbitrage may work to the benefit or detriment of nationally and internationally active firms. It also seems to put pressure on nation state corporate tax revenue levels. This may lead to spill-over effects and welfare losses at the end of the day. Matters seem to worsen in today’s increasingly globalizing economy. The question arises as to whether a proper alternative for taxing multinationals can be modeled. How should business proceeds of multinationals be taxed? Can we create something that suits the nature of a global marketplace somewhat better? What would such an alternative tax system look like? How would it operate? This study seeks to set forth an alternative to the corporate taxation framework currently found in international taxation. The aim is to develop some building blocks for an optimal approach towards taxing the business proceeds of multinationals, i.e., a ‘corporate tax 2.0’. As a starting point the authority of currently applicable national, international, and European tax law are not necessarily accepted. Accordingly, applicable tax law serves illustrative rather than argumentative purposes in this research. The study discovers the following components for a ‘Corporate Tax 2.0’: Tax Payable by ‘Firm A’ in Country X = Tax Rate * ‘Firm A’s’ Worldwide Rents * (Domestic Sales / Worldwide Sales).

Proefschrift: Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders

In dit proefschrift worden de grenzen aan de financieringsvrijheid van de aandeelhouder onderzocht. Na een economische analyse van de wijze waarop aandeelhouders kosten kunnen afwentelen op de overige bij de vennootschap betrokken partijen, wordt aan de hand van een viertal leerstukken uiteengezet waar die grenzen liggen—waarbij een brug wordt geslagen tussen economische noties en juridische normen. Daarbij komen fundamentele ondernemingsrechtelijke en insolventierechtelijke thema's aan bod.

Proefschrift: A rights-based analysis of EU health law & policy

Vanwege het onlosmakelijke verband tussen gezondheidsbeleid en fundamentele rechten is in dit proefschrift gekozen om deze rechten in te zetten als maatstaf om de legitimiteit van Europees gezondheidsbeleid te analyseren. Wat zijn de implicaties van Europees gezondheidsbeleid in het licht van fundamentele rechten?

Proefschrift: Punitive Damages: The civil Remedy in American Law, Lessons and Caveats for Continental Europe

Conventional wisdom tells us that what happens in the United States will not stay there and that American trends can also predict our future. The United States is considered to be a forerunner in several fields, and there is a certain tendency in Europe and other parts of the world to copy American traditions. Although, as with all conventional wisdom, it would be unwise to hold this one as a universal truth, we can learn something from it nevertheless. Perhaps most importantly, this wisdom teaches us not to close our eyes to what happens on the other side of the Atlantic Ocean. Information regarding the American approach to certain situations and (legal) problems might one day come in handy. This idea also forms the thread of this book on punitive damages, a civil remedy that is already widely discussed in American law and receives growing attention in Europe. Does this civil remedy have a future in continental Europe? Or should we, by definition, reject it, for example due to the often heard fear of the development of a so-called compensation culture or of exorbitant civil damages awards resulting from an excessive use of civil litigation?

Proefschrift: Re-integratie van de zieke werknemer

Op het gebied van de loondoorbetalingsplicht en op het gebied van de verzuimvoorschriften schiet het Nederlandse reintegratierecht voor werknemers tekort. Het biedt aan zieke werknemers geen betrouwbare en flexibele contractspositie, bevordert hun optimale inzet niet en er bestaat geen balans tussen de rechten en plichten van alle betrokkenen, concludeert Mark Diebels in zijn proefschrift. Hij onderzocht of Nederland op het gebied van arbeidsverzuim voldoet aan de wet- en regelgeving van de Europese Unie. Diebels doet 26 aanbevelingen om het re-integratierecht zo vorm te geven dat de balans in rechten en plichten in Nederland wordt hersteld.

Proefschrift: Particuliere recherche door werkgevers

Wetgeving en rechtspraak over recherchegedrag door werkgevers vormen een lappendeken met her en der gaten. Er zijn wel regels en er is jurisprudentie, maar alles bij elkaar schiet het Nederlands recht tekort en zijn werknemers onvoldoende beschermd tegen schendingen van hun privéleven. Dat concludeert Heleen Pool in haar proefschrift.

Proefschrift: De rol van werknemers(vertegenwoordigers) bij grensoverschrijdende fusies

Centraal in dit proefschrift staat de rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij grensoverschrijdende fusies. De praktijk leert dat er nog weinig grensoverschrijdende juridische fusies plaatsvinden waarbij werknemers zijn betrokken. De complexe regeling met betrekking tot de rol van werknemers is daaraan zeker debet. Deze studie biedt een fundamentele analyse van de wettelijke regeling en maakt inzichtelijk hoe de regels moeten worden toegepast.

Proefschrift: Borgtocht

In dit onderzoek staat de enige vorm van persoonlijke zekerheid centraal die is voorzien van een uitgebreide wettelijke regeling, te weten de overeenkomst van borgtocht. Deze overeenkomst, die een lange traditie kent, teruggaand tot de Klassieke oudheid,1 is ook in de moderne tijd een belangrijke vorm van zekerheid in het handelsverkeer. Zo treft men de borgtocht aan bij de directeur-grootaandeelhouder die borg staat voor de verplichtingen van zijn vennootschap of bij ouders die zich als borg verbinden voor de lening van hun kind. Het voorbeeld van de overeenkomst van borgtocht dat misschien wel de meeste bekendheid geniet, is de Nationale Hypotheek Garantie (NHG).

Proefschrift: Semipublieke instellingen

In dit onderzoek staat de vraag centraal wat de juridische positie is van semipublieke instellingen in het Nederlandse rechtssysteem. Met de beantwoording van deze vraag wordt beoogd een bijdrage te leveren aan het zoveel mogelijk wegnemen van onduidelijkheden en onzekerheden die daaromtrent bestaan. Semipublieke instellingen zijn in dit onderzoek ten eerste gedefinieerd als privaatrechtelijke rechtspersonen die institutioneel verbonden zijn met traditionele overheidsinstellingen (de staat, gemeenten, provincies), bijvoorbeeld vanwege de financiering, aandeelhouderschap, benoemingsrecht van bestuurders, aanwijzings- en goedkeuringsbevoegdheden. In de tweede plaats zijn het private rechtspersonen die maatschappelijke of publieke belangen behartigen. Zij bevinden zich daarmee op het snijvlak van overheid en samenleving en op het grensvlak van publiek- en privaatrecht.

Proefschrift: Startinformatie in het strafproces

Startinformatie is de informatie die politie en/of het Openbaar Ministerie (OM) aanleiding geven een strafrechtelijk onderzoek te starten. Op basis van startinformatie kunnen dwangmiddelen worden ingezet en startinformatie kan in sommige gevallen zelfs voor het bewijs worden gebruikt. Het ontbreken van sluitende regelgeving ten aanzien van startinformatie heeft tenminste twee gevolgen.

Proefschrift: De verdeling van schaarse publiekrechtelijke rechten

Onder publiekrechtelijke rechten worden rechten verstaan die een bestuursorgaan verleent op grond van een publiekrechtelijke bevoegdheid, zoals vergunningen of subsidies. Dergelijke rechten zijn schaars als het aantal aanvragers of de som van de aanvragen groter is dan het aantal rechten dat hoogstens kan worden verleend. De verdeling van schaarse publiekrechtelijke rechten veronderstelt dat het aantal voor verlening beschikbare rechten is beperkt tot een bepaald maximum. Zowel in regelgeving als in jurisprudentie zijn meerdere parallelle bewegingen zichtbaar.

Oratie: Milieuaansprakelijkheid en zorgplichten in de Omgevingswet

De Omgevingswet is een wetsvoorstel dat op 17 juni 2014 aan de Tweede Kamer is aangeboden om in 2018 in werking te treden. Het voorstel bevat een zeer ingrijpende en verregaand integrale stelselherziening van het omgevingsrecht. De Omgevingswet zal in belangrijke mate de agenda van het milieurecht voor de komende jaren bepalen.
Het nu ingediende eerste gedeelte van het wetsvoorstel zal grotere eenheid van het milieurecht brengen. Het is echter de vraag in hoeverre de wet in vergelijking met het huidige milieurecht tot een eenvoudiger systeem van bevoegdheden en bestuurlijke bevoegdhedenverdeling zal leiden.
Daarom is een nadere beschouwing van bevoegdheden en bevoegdhedenverdeling nodig. Aan het thans geldende milieurecht ontleent de Omgevingswet onder meer de rechtsfiguren van zorgplichten, regelingen voor ongewone voorvallen en op een later moment ook milieuaansprakelijkheid. De Omgevingswet heeft zorgplichten en de regelingen voor ongewone voorvallen in licht gewijzigde vorm uit het geldende recht overgenomen. Dat levert een aantal aandachtspunten op. Bepleit wordt om die figuren nog eens goed tegen het licht te houden en de reikwijdte daarvan te heroverwegen, in het bijzonder bij samenlopende bevoegdheden van verschillende overheden.
Milieuaansprakelijkheid zal op een later moment een plaats in de Omgevingswet krijgen. In het huidige milieurecht is milieuaansprakelijkheid in belangrijke mate publiekrecht. Bepleit wordt, om in aanvulling op het huidige publiekrechtelijke instrumentarium een aanvullende voorziening te treffen voor kostenverhaal bij calamiteiten. Het risico is thans groot, dat overheden met kosten achterblijven, die zij niet kunnen verhalen. Tegelijkertijd kunnen derden gebaat zijn door overheidsingrijpen. Een aanvullende verhaalsmogelijkheid zou meer evenwicht in kosten en baten kunnen brengen.

Proefschrift: Werkzekerheid in het arbeidsrecht

Hoe verhoudt werkzekerheid zich als doelstelling tot het arbeidsrechtelijke kader en welke rol kan de cao als juridisch instrument spelen in de realisatie van werkzekerheid? In juridisch perspectief is relevant of cao-partijen werkzekerheidsafspraken kunnen maken en in hoeverre zij dit al (lijken te) doen, en tevens wat het rechtskarakter en de rechtswerking is van de cao-bepalingen die als werkzekerheidsbepalingen gekarakteriseerd kunnen worden.

Oratie: Werk en zekerheid: ontslagrecht doen in tijden van hard and fast rules

Kent u het Koningslied nog? “Daar sta je dan, de dag die je wist dat zou komen is eindelijk hier.” Ons arbeidsrechtjuristen staat op 1 juli 2015 een nog veel bijzonderder dag te wachten. Voor ons geldt dan: “Daar sta je dan, de dag die je wist dat niet zou komen is eindelijk hier”. Een hele vreemde dag.

Oratie: De Hoge Raad in dialoog; over rechtsvorming in een gelaagde rechtsorde

In 2013 oordeelde de Hoge Raad over een zaak waarin de vraag aan de orde was of het op de markt brengen van de eetkamerstoel “Beat” inbreuk maakt op de auteursrechten op de fauteuil “Charly” en de eetkamerstoel “Chaplin”. De Advocaat-Generaal opende zijn conclusie met de constatering dat het antwoord afhankelijk is van de wisselwerking tussen vier rechtsordes: de auteursrechtelijke Unie geschapen door de Berner Conventie, de Europese Unie, de BeneluxUnie en het nationale auteursrecht. De zaak resulteerde in een prejudiciële verwijzing naar het Benelux gerechtshof, dat mogelijkerwijs op zijn beurt vragen zal stellen aan het HvJEU. Deze zaak is tekenend voor het soort zaken dat aan de Hoge Raad wordt voorgelegd en voor de veranderingen in het juridische landschap waarin hij zijn werk doet.

Proefschrift: Juridische consequenties van vormverzuimen in strafzaken

Vormfouten horen al tijden tot de selectie van strafrechtelijke onderwerpen die in het maatschappelijk debat licht ontvlambaar zijn en die een onevenredige invloed hebben op het imago van de Nederlandse rechtspraak. Samen met ‘te lage straffen’ hoort het onderwerp tot de twee belangrijkste punten die het vertrouwen in de rechtspraak negatief beïnvloeden. Elke zaak waarin een vormfout tot bewijsuitsluiting en vrijspraak leidt of waarin het OM niet ontvankelijk wordt verklaard, kan hierbij als brandstof dienen. Ook strafvermindering als reactie op een vormfout, zoals onlangs nog toegepast in wat bekend werd als de Kopschopperszaak, kan tot beroering leiden.

Proefschrift: Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland

Beslag leggen is eenvoudig, maar een beslag opgeheven krijgen is vaak niet makkelijk. Inmiddels zijn de voorwaarden voor het leggen van conservatoir beslag aangescherpt in de Beslagsyllabus. Het conservatoir beslag is daarmee uit een mettertijd ontstane vanzelfsprekendheidsroutine gehaald.
De ontwikkeling naar een evenwichtiger conservatoir beslagregeling is echter nog niet afgerond: ook het opheffingskortgeding en de regeling inzake aansprakelijkheid bij onrechtmatig beslag zijn aan een herziening toe. Ditzelfde geldt voor het voorstel Europees bankbeslag.

Proefschrift: Gezichtspunten in het privaatrecht, in het bijzonder het arbeidsrecht

Het hangt af van alle omstandigheden van het geval. Eenieder die regelmatig kennisneemt van (civielrechtelijke) rechtspraak zal deze woorden bekend voorkomen. De Hoge Raad heeft de afgelopen halve eeuw verschillende methoden ontwikkeld om nadere invulling te geven aan het—op zichzelf weinigzeggende—criterium dat moet worden gekeken naar alle omstandigheden van het geval.
Eén daarvan betreft het formuleren van wat in dit proefschrift gezichtspuntencatalogi genoemd worden. Een gezichtspuntencatalogus geeft aan welke feiten relevant zijn en welke niet, en geeft bovendien maatstaven om de relevante feiten juridisch te beoordelen. De Hoge Raad heeft in de loop der tijd vele van dergelijke lijsten met gezichtspunten, ofwel relevante factoren, geformuleerd, op tal van civielrechtelijke deelgebieden, niet in de laatste plaats het arbeidsrecht.

Proefschrift: Het zelfrealisatierecht. Ruimtelijk instrumentarium in verhouding tot het eigendomsrecht

Op 14 juni 2014 promoveerde Lisanne Groen aan de Vrije Universiteit Amsterdam op de omvang en de ontwikkeling van het zelfrealisatierecht gedurende de afgelopen anderhalve eeuw. Haar proefschrift werd recent besproken in het Nederlands Juristenblad. Ze heeft het schrijven als “een buitengewoon leuke bezigheid ervaren”. De term ‘zelfrealisatierecht’ komt volgens de auteur in wetgeving niet voor en heeft in Kamerstukken en jurisprudentie niet altijd dezelfde betekenis. Eén ding is echter zeker: het zijn van eigenaar is een noodzakelijke voorwaarde en er is steeds sprake van een ontwikkelrecht dat gekoppeld is aan het eigendomsrecht. De ontwikkeling van de omvang van het zelfrealisatierecht is in dit proefschrift bepaald door (de ontwikkeling van) het ruimtelijk instrumentarium in verhouding tot het eigendomsrecht te onderzoeken.

Proefschrift: Compliance at Banks

Maakt het recht voldoende duidelijk dat het voldoen aan de regels bij banken een kerntaak van het bestuur is? Die vraag staat centraal in dit proefschrift. Het is bij de huidige stand van het Nederlands recht, dat wil zeggen bij gebrek aan sancties, niet verwonderlijk dat banken het voldoen aan de spelregels afdoen aan een afdeling compliance. Schending van een compliance reglement wijst desondanks op onbehoorlijke taakvervulling van het bestuur en zou dientengevolge geregeld moeten worden binnen het ondernemingsrecht.

Proefschrift: Ruimtelijk instrumentarium in verhouding tot het eigendomsrecht

Het eigendomsrecht brengt met zich dat een grondeigenaar in beginsel het recht heeft om op eigen grond een bouwwerk op te richten. Wanneer een zelfrealisatierecht betrekking heeft op het realiseren van een bouwplan door een eigenaar op eigen grond, wil dat zeggen dat het recht een bepaalde vorm van gebruik door de eigenaar mogelijk maakt. Het zelfrealisatierecht is daarom te beschouwen als een verbijzondering van de uit het eigendomsrecht voortvloeiende gebruiksbevoegdheid van de eigenaar.

Oratie: Achter de schermen van het telecommunicatierecht

De telecommunicatiemarkt wordt sterk beheerst door regulering. Deze regulering is (zoveel mogelijk) techniekneutraal en bij voorkeur ook sectorneutraal zodat technologische ontwikkelingen en de convergentie van ICT, telecommunicatie en omroep niet gehinderd worden door deze regulering. Technologische ontwikkelingen laten zich evenwel niet vanzelfsprekend sturen door regulering. De wetgever wordt keer op keer gedwongen om te beslissen over het wel of niet reguleren van de markt. Belangrijk is het uitgangspunt in het economisch recht om tot coördinatie te komen van de verschillende ingrepen op de markt.

Oratie: Achter de schermen van het telecommunicatierecht

Telecommunicatie is voor velen onlosmakelijk verbonden met het dagelijkse leven. In Nederland was in december 2013 ongeveer 95% van de inwoners aangesloten op het internet. Daarmee neemt Nederland een koploperpositie in Europa in. Maar wellicht ook juist vanwege deze hoge participatie ervaren we de afhankelijkheid daarvan. We willen altijd bereikbaar zijn - althans op de door ons gekozen momenten - en kunnen in onze Westerse wereld niet meer zonder onze mobiele telefoon en internet en een goede verbinding of bereik. Op internetfora maar ook in de Tweede Kamer is gediscussieerd over de vraag of mobiele telefoon en internet als een eerste levensbehoefte moeten worden gezien. Kan men worden afgesloten van deze communicatiemiddelen, of anders gezegd: bestaat er een recht om altijd bereikbaar zijn?

Proefschrift: De juridische infrastructuur van de maatschappelijke onderneming

In 2009 werd een wetsvoorstel gedaan voor een speciale rechtsvorm voor maatschappelijke ondernemingen: privaatrechtelijke organisaties die actief zijn in het algemeen belang, zoals onderwijs, zorg en sociale woningbouw. De beoogde rechtsvorm zou een modaliteit zijn van de vereniging of de stichting. Het wetsvoorstel werd echter ingetrokken.
In deze dissertatie wordt de anatomie van de maatschappelijke onderneming ontleed, waarbij gezocht wordt naar de kenmerken die deze rechtsvorm onderscheiden van andere rechtsvormen. Het onderzoek biedt inzicht in de achtergronden van de maatschappelijke onderneming en governance codes die voor dit type onderneming relevant kunnen zijn. Daarnaast worden enkele buitenlandse rechtsvormen geanalyseerd.

Oratie: IPR en EPR. Over wisselwerking, eenheid en verscheidenheid

De wereld wordt steeds internationaler, het internationale rechtsverkeer neemt toe: steeds meer internationale overeenkomsten, meer internationale huwelijken. Die vaststelling is niet erg grensverleggend. Tegelijkertijd zijn de grenzen niet verlegd: we leven nog steeds in een wereld van soevereine staten, met ieder zijn eigen (privaat)recht. Hoe moet, gegeven die twee vaststellingen, dat steeds toenemende inter-nationale rechtsverkeer worden geregeld?

Proefschrift: Re-integratie bij letselschade

Marieke Opdam maakt inzichtelijk dat het sociaal recht voldoende mogelijkheden biedt om bij de re-integratie van een letselschadeslachtoffer de slachtoffervriendelijke uitgangspunten uit het aansprakelijkheidsrecht in acht te nemen, zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van succesvolle re-integratie. Zo kan voor de benadeelde een ‘slachtoffervriendelijk’ re-integratietraject worden gerealiseerd, waarin meer dan standaard rekening wordt gehouden met zijn wensen en behoeften.
De resultaten van dit onderzoek zijn van belang voor letselschadeslachtoffers en anderen die bedrijfsmatig betrokken zijn bij de re-integratie. Op dit moment bestaat in de praktijk onvoldoende aandacht voor de wisselwerking tussen de inhoudelijk verschillende verplichtingen. Dit onderzoek biedt waardevolle handvatten om bij de re-integratie van letselschadeslachtoffers rekening te houden met zowel het aansprakelijkheidsrecht als het arbeids- en socialezekerheidsrecht.

Oratie: Telecommunicatierecht in het digitale tijdperk 3.0

De Telecommunicatiewet hanteert het begrip interoperabiliteit als verzamelnaam voor alle maatregelen die eindgebruikers van verschillende netwerken of diensten in staat stellen over en weer te communiceren en diensten af te nemen van andere aanbieders dan de eigen netwerkaanbieder. De Tw verenigt deze verschillende vormen van interoperabiliteit onder één noemer: ‘interoperabiliteit van diensten’. Toch is er onderscheid tussen netwerk- en diensteninteroperabiliteit.

Proefschrift: The Fragility of Rightness. Adjudication and the Primacy of Practice

Als rechters de wet op onpartijdige wijze toepassen, leidt dat niet automatisch tot waarborging van de kwaliteit van rechtspraak. Rechtspraak is veel breekbaarder dan algemeen wordt aangenomen, betoogt rechtsfilosoof Iris van Domselaar. Zij benoemt in haar promotieonderzoek een reeks aan professionele kwaliteiten die rechters nodig hebben om tot een goed oordeel te komen.

Proefschrift: Op en in het web

Bestaat er een plicht tot publicatie en strekt die zich uit tot alle rechterlijke uitspraken? Welke eisen worden gesteld aan selectiecriteria, anonimisering, hergebruik en de toegankelijkheid van jurisprudentiedatabanken? Eenduidige nummering van rechterlijke uitspraken, software die helpt relevante uitspraken te vinden en een computermodel dat uitspraken kan classificeren naar juridisch belang: dat zijn de instrumenten die uitspraken makkelijker vindbaar maken, zo stelt Marc van Opijnen in zijn proefschrift.

Oratie: How to Make the Draft EU Regulation on Data Protection Future Proof

Het voorstel voor de nieuwe privacyverordening in de Europese Unie biedt consumenten meer recht op informatie en toestemming ter bescherming van hun privacy, zodat ze betere keuzes kunnen maken. Volgens hoogleraar Lokke Moerel zullen deze rechten echter niet tot meer bescherming leiden. Het voorstel belemmert bovendien innovaties met big data, terwijl deze van groot maatschappelijk nut kunnen zijn. Moerel pleit voor een meer Amerikaanse harm-based benadering.

Proefschrift: De WW en nieuwe sociale risico's

Dit proefschrift onderzoekt de vernieuwing van de sociale zekerheid versus de grenzen die hieraan gesteld worden door internationale sociale verdragen. Hoe kan de sociale zekerheid worden gemoderniseerd? Hoe verhouden keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid zich tot de in de internationale verdragen vastgelegde principes als inkomensbescherming, solidariteit en gelijke behandeling? En welke rol spelen private instrumenten als spaarregelingen en een loondoorbetalingverplichting hierbij?

Proefschrift: Ontvoeringen & Gijzelingen

Dit onderzoek heeft tot doel te komen tot een criminologische beschrijving, analyse en theoretische duiding van (trends en patronen in) ontvoeringen en gijzelingen. Meer specifiek wordt ingezoomd op de periode 1999-2008 in Nederland. Centraal staan de volgende onderzoeksvragen: (1) Welke ontwikkelingen in (typen) vrijheidsberovingen doen zich voor, in het bijzonder in Nederland, in de periode 1999-2008? (2) Welke typen vrijheidsberovers kunnen in Nederland onderscheiden worden? (3) In hoeverre en op welke wijze draagt de rationele keuzebenadering bij tot het verklaren van vrijheidsberovingen en het gedrag van (typen) vrijheidsberovers? (4) In hoeverre en hoe wordt de wijze waarop vrijheidsberovingen worden georganiseerd beïnvloed door misdaadbestrijding? Zijn hierbij verschillen tussen typen vrijheidsberovers? Vrijheidsberoving is in Nederland strafbaar gesteld in artikel 282 en het verzwarende artikel 282a van het Wetboek van Strafrecht. In deze studie hanteren we dit begrip, maar onderscheiden daarbinnen gijzelingen en ontvoeringen – ook al staat deze laatste term niet in het Wetboek van Strafrecht. Met deze tweedeling wordt aangesloten bij de in de politiepraktijk – en uit andere (wetenschappelijke) onderzoeken af te leiden – terminologie. Van een gijzeling is sprake als iemand tegen zijn of haar wil van zijn vrijheid wordt beroofd op een bekende locatie. Is de locatie onbekend, dan spreken we in dit onderzoek van een ontvoering.

Proefschrift: Wetgeving en beleid voor flexibele arbeid

Een aspect van de veranderingen in de wetgeving gericht op flexibele arbeid is dat de beschermingsfunctie van die wetgeving onder druk is komen te staan en dat in bepaalde delen van de arbeidswetgeving het beschermingsniveau is gedaald. Tussen het streven naar vergroting van de mogelijkheden tot het gebruik van die flexibele arbeid enerzijds en naar werknemersbescherming anderzijds, bestaat dus spanning. Het doel van het onderzoek is daarom de wijzigingen van de arbeidswetgeving kritisch te onderzoeken. Het belangrijkste gezichtspunt daarbij is de vraag in hoeverre de door de wetgever beoogde werknemersbescherming, ook waar deze minder ver strekt dan voorheen, door de desbetreffende wetgeving wordt gerealiseerd. Als bron om vast te stellen welke de beschermingsdoeleinden van de wetgever zijn, opdat de realisatie ervan kritisch is te analyseren, zijn niet alleen de (letterlijke) uitingen van de wetgever bij de totstandkoming van de wetswijzigingen belangrijk. Deze wettelijke beschermingsdoelen moeten in hun context worden beoordeeld. Om die reden vormt een belangrijk subdoel van het onderzoek de kritische reconstructie van de overwegingen en aannames waarop het wetgevingsbeleid en de wetswijzigingen gericht op flexibele arbeid zijn gebaseerd.

Proefschrift: Bundeling van omgevingsrecht

Het Nederlandse omgevingsrecht bestaat uit vele tientallen wetten in formele zin, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen op het gebied van milieu, ruimtelijke ordening, water en natuur. De afgelopen decennia is het aantal wettelijke regelingen herhaaldelijk verminderd door bundeling. De aanleiding voor dit onderzoek vormt de vraag onder welke voorwaarden bundeling van omgevingsrecht al dan niet verantwoord is.

Proefschrift: Mens, maatschappij en mediation in het belastingrecht

Dit proefschrift gaat over de menselijke kant van het recht waarbij de auteur onder andere de cohesie tussen mens, maatschappij en recht heb willen aantonen. De rechtswetenschap is in mijn visie geen platte kennisleer maar een wetenschap die vanuit drie dimensies moet worden onderzocht, geanalyseerd en doorgrond.

Proefschrift: Werknemerscompensatie en preventie van arbeidsongevallen en beroepsziekten

Slachtoffers van arbeidsongevallen en beroepsziekten krijgen meestal geen compensatie voor financiële schade. Bovendien worden ze vaak onheus bejegend. Dit proefschrift doet verslag van een theoretisch en empirisch onderzoek naar de preventieve werking van verschillende systemen van werknemerscompensatie. De huidige compensatiepraktijk werkt niet, is de conclusie: van de 25.000 slachtoffers per jaar die financiële schade oplopen, komen er slechts 4.000 in aanmerking voor enige schadevergoeding.

Proefschrift: Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen

Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen is stellig een intrigerend onderwerp te noemen. Zij zou gezien kunnen worden als “een van de belangrijkste momenten in het zakelijke leven van de ondernemer”, omdat hij op dat moment de vruchten kan plukken van zijn jarenlange arbeid en de door hem genomen risico’s, zo is in de literatuur naar voren gebracht. De wetgever faciliteert dit moment op bepaald niet geringe schaal. Dat gebeurt zowel in de sfeer van de inkomstenbelasting als in die van de schenk- en erfbelasting. Daarbij heeft de wetgever niet alleen oog voor de dynamiek van het ondernemerschap, maar ook voor de continuïteit van de objectieve onderneming (als eenheid). Ondanks het feit dat het aantal ondernemingen dat wordt overgedragen klein is in vergelijking met het aantal dat wordt ontmanteld (en geliquideerd), bestaat er desalniettemin, en dat kan verbazingwekkend worden genoemd, een scala aan bedrijfsopvolgingsfaciliteiten, zo meldt Tigelaar-Klootwijk in de inleiding van haar boek over fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten (p. 3). Het onderzoek dat de auteur naar deze faciliteiten heeft verricht, is in een proefschrift neergelegd: Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen.

Proefschrift: 'Het Bestuursverbod bij de Commanditaire Vennootschap'

In dit proefschrift wordt onderzocht of de wettelijke regel die de commanditaire vennoot verbiedt deel te nemen aan het bestuur van de vennootschap, nog altijd bestaansrecht heeft. Daartoe wordt allereerst uitvoerig ingegaan op de reikwijdte van dit bestuursverbod in het Wetboek van Koophandel en de gevolgen van overtreding ervan. Daarna wordt de regeling van dit verbod in een rechtsvergelijkend en rechtshistorisch perspectief geplaatst.

Proefschrift: Toegang tot het recht bij ziekte en arbeidsongeschiktheid

Bram Rijpkema’s proefschrift behandelt de toegang tot het recht bij geschillen rondom ziekte en arbeidsongeschiktheid. Het beeld dat uit zijn onderzoek naar voren komt is dat het stelsel in zijn huidige vorm op verschillende punten tekort schiet. Naar Rijpkema’s oordeel kan de toegang tot het recht worden vergroot door het stelsel te verfijnen, waarbij de wetgever blijft reguleren, faciliteren en coördineren en de betrokken partijen zo veel mogelijk de normen inhoudelijk uitwerken. De knelpunten die zijn blootgelegd betreffen de aspecten transparantie, consistentie en finaliteit. Rijpkema doet aanbevelingen om deze onvolkomenheden aan te pakken.
De sociale zekerheid op het terrein van ziekte en arbeidsongeschiktheid is de afgelopen jaren veranderd. De verantwoordelijkheid van de werkgever is vergroot met de loondoorbetalingsplicht bij ziekte van 104 weken op grond van het BW en figuren als premiedifferentiatie en eigenrisicodragerschap in de Wet WIA. Dit hangt samen met de nadruk die is komen te liggen op re-integratie. Tegelijkertijd is de overheid meer op afstand gaan staan als kaderschepper en toezichthouder. Opmerkelijke instrumenten hierbij zijn het deskundigenoordeel van het UWV bij geschillen tussen werkgever en werknemer en de loonsanctie waarmee de loondoorbetalingsperiode door het UWV met ten hoogste 52 weken wordt verlengd. Met deze verantwoordelijkheidsverdeling tussen overheid, werkgever en werknemer voldoet het huidige stelsel aan de omschrijving van een ‘regulatory welfare state’.
De veranderingen in het recht werken door in de rechtsbescherming. Civielrechtelijke loonvorderingsprocedures zijn bijvoorbeeld in de plaats gekomen van bestuursrechtelijke procedures over ziekengeld. Ook kan de eigenrisicodragende werkgever tegenover zijn werknemer als bestuursorgaan worden aangemerkt met alle procedurele gevolgen van dien. Rijpkema heeft gekeken of en in hoeverre bij dit soort veranderingen in de procedures de toegang tot het recht van werkgever en werknemer in het geding komt. Is het voor een rechtzoekende bijvoorbeeld nog mogelijk om vooraf in te schatten wat zijn rechten zijn en hoe hij deze kan effectueren? Is het stelsel met zijn bijzondere procedures te doorgronden? En draagt de vormgeving van het stelsel er aan bij dat een geschil volledig en definitief wordt opgelost?

Proefschrift: De gerechtsdeurwaarder: ambtenaar en ondernemer

In dit onderzoek betoogt de auteur dat de gerechtsdeurwaarder zich als ambtenaar en als ondernemer moeilijk staande houdt. Daarbij beantwoordt zij de vraag of dat een gevolg is van de toegelaten marktwerking of dat er meer factoren zijn die daarbij een rol spelen. Is er sprake van veranderde beroepsethiek? Wat wordt verwacht van zijn kennis, zijn vaardigheden en hoe moet zijn houding zijn gezien de ontwikkelingen?

Proefschrift: Medezeggenschap en de spanning tussen WOR en ondernemingsrecht

Van Mierlo onderzocht de spanning tussen het medezeggenschapsrecht in de Wet op de ondernemingsraden en het ondernemingsrecht in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet financieel toezicht. Na een bespreking van het algemene begrippenkader, gaat hij in op de vraag wanneer men kan spreken van een besluit in voorbereiding, en wanneer het de ondernemer is die een besluit in voorbereiding heeft. Daarbij besteedt hij ook aandacht aan de spanning tussen verplichtingen uit hoofde van art. 24 WOR en de Wft. Aan de hand van uitspraken van de OK en de HR volgt dan een heldere analyse van toerekening, vereenzelviging en medeondernemerschap. Tenslotte bespreekt hij concrete besluiten: de overdracht van de zeggenschap in de ondernemer, een belangrijke wijziging van de verdeling van de bevoegdheden binnen de ondernemer, en de benoeming van een bestuurder van de vennootschap. Van Mierlo maakt inzichtelijk dat twee uiteenlopende rechtsgebieden moeilijk te combineren zijn.

Proefschrift: Handhaving van EVRM-rechten via het aansprakelijkheidsrecht

In deze dissertatie staat de vraag centraal op welke wijze het Nederlandse aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht kan bijdragen aan de handhaving van EVRM-rechten, waarbij als uitgangspunt is aangenomen dat constitutionalisering van het aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht wenselijk is. Hoe kan de handhaving van EVRM-rechten via het privaatrecht concreet vorm krijgen?

Proefschrift: Het wetgevingsbevel

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State vindt het geen probleem om een gemeenteraad te bevelen planregels aan te passen. De Raad geeft daarmee formele wetgevingsbevelen. De Hoge Raad weigert echter stellig de wetgever te bevelen. Het initiatief tot wetgeving is politiek van aard, volgens de Hoge Raad, en moet dat blijven, ook als de wetgever zijn verplichtingen niet nakomt.
Tegelijkertijd ziet diezelfde Hoge Raad er geen been in om op andere manieren zoveel mogelijk druk op de wetgever te zetten de wet te wijzigen. Geerten Boogaard stelt in zijn proefschrift voor om die 'andere manieren' om de wetgever tot regelgeving te bewegen, te vatten onder het begrip materieel wetgevingsbevel.

Proefschrift: Grensoverschrijdende erfopvolging

Centraal in dit proefschrift staat de nieuwe EU-Verordening betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring. De Europese regels worden in het licht van nationale stelsels, in het bijzonder van Nederland, Frankrijk en Zweden, geëvalueerd.

Proefschrift: De flexibiliteit van het recht van erfpacht

Until a few decades ago, the right of leasehold was a popular tool among various governments. That has changed. Of all the municipalities that were accustomed to use this figure, only Amsterdam is now referred to as a ‘real’ leasehold municipality. Nowadays, in particular others have discovered the potential of this right. Investors for example use leasehold as a vehicle for a (tax) attractive form of sale and lease back. Housing companies make use of the right of leasehold in order to enable their target group to acquire a home at a relatively low price. Nature conservation organisations are able to retain influence over the sustainable use of land and to ensure themselves from a more or less constant flow of funds. Governments use the right of leasehold merely in special cases, such as in areas where short term development is needed. In each case, the leasehold conditions are specifically tailored to the function that the legal concept fulfils in the situation concerned. Leasehold is therefore a user right that is established with differing objectives and under widely differing conditions. However, the legal possibilities to regulate the use of land and its financing through leasehold are not unlimited. This thesis maps these boundaries.

Proefschrift: Het beperkte recht

Het beperkte recht moet niet worden voorgesteld als een afsplitsing van een deel van de eigendom. Het beperkte recht moet veeleer als een last worden beschouwd die de eigenaar op de eigendom legt en voor de beperkte gerechtigde een nieuw, eigensoortig recht schept dat daarvoor nog niet bestond. Deze conclusie wordt getrokken op grond van een zoektocht in de rechtsgeschiedenis en een (nieuwe) analyse van het systeem van het vermogensrecht. Deze opvatting van het beperkte recht zorgt ervoor dat de mogelijke inhoud van dat recht veel minder dogmatische beperkingen kent dan veelal wordt aangenomen. Verplichtingen tot een doen zijn niet langer uit den boze.

Proefschrift: Kick back van muziekuitgevers

Dit proefschrift is een longitudinale studie die een periode van honderd jaar omvat. Muziekuitgevers verwerven een deel van het auteursrecht van een liedje, indien de componist muziek wenst uit te geven. Door deze wijze komt de uitgever voor de componist op zodat ze beide inkomen uit het intellectueel eigendom vergaren als of het liedje op plaat verschijnt of live ten gehore wordt gebracht. Muziekuitgevers wensen mede ten behoeve van de componist, inkomen te vergaren. Waar ook maar muziek geconsumeerd wordt eisen zij het recht van gebruik op. Dit kan zijn bij live entertainment, televisie, internet, games etc.… Het bijzondere is dat door de digitalisering na honderd jaar dynamiek de uitgevers weer in belang toenemen, doordat de handel in de fysieke geluidsdragers van de platenmaatschappijen tanende is. De muziekindustrie neigt naar een ‘rights industry” waarin qua werkwijze de uitgevers al eeuwen in gespecialiseerd zijn. De huidige uitgevers kenmerken zich dan ook als ondernemers die weer dichter tegen de componist aankruipen en zich op deze wijze dynamisch profileren in de nieuwe tijd.

Proefschrift: De zorgplicht van scholen

Paijmans geeft in haar proefschrift systematisch antwoord op de vraag naar de grondslag en de reikwijdte van de civielrechtelijke zorgplicht van onderwijsinstellingen jegens hun leerlingen, ten aanzien van ongevallen, bewegingsonderwijs, pesten, misbruik en geweld, en de kwaliteit van onderwijs. Met de door Paijmans aangereikte do’s and don’ts kunnen scholen preventief hun beleid aanpassen en kan in de praktijk meer rechtszekerheid worden bereikt.

Oratie: Burgerschap onder gedeeld gezag

Deze rede gaat over de nesteling van het burgerschap in de schoot van de Europese integratie. Ik zal u eerst iets laten zien van de oorsprong van de idee van Europees burgerschap en u meenemen naar de beginjaren van de Europese Gemeenschappen. Daarna maak ik een sprongetje naar de jaren tachtig, toen ik als Unieburger avant la lettre in België mijn studie afrondde, terwijl in Europa tien lidstaten onderhandelden over de eerste grote inhoudelijke wijziging van het EEG Verdrag uit 1957. Vervolgens laat ik u wat belevenissen uit het twintigjarige bestaan van de Europese burger zien, want dat hoort toch als je een lustrum viert. Het zal dan ook duidelijk worden dat het Unieburgerschap mede vorm geeft aan veranderingen in de aard van Europese integratie.

Proefschrift: Minderjarigen en (de zorg voor hun) vermogen

The subject minors and (the care for) their assets deserves attention. In seven distinct papers (referred to herein as: chapters) diverse aspects of this topic are discussed from different perspectives. The first chapter seeks in an experimental way to identify factors that may justify restrictions to the minors legal capacity and the parental administration of the minor’s property. The second chapter deals with the question how much freedom a minor has as an independent individual to shape his/her legal relationships with his/her statutory representative and third parties. The crucial question of the third chapter is how the provision of parental usufruct can be justified. The fourth chapter deals with testamentary fiduciary administration. Examined is what the relation is between the provisions in Book 1 on the one hand and the provisions in Book 4 on the other and how two different kinds of administration should be applied in practice. The fifth chapter concerns the lump sum in terms of art. 4:35 BW. This provision entitles the bequeather’s child aged 20 or younger to a lump sum if, and to the extent that, the funds are required for the bringing-up maintenance and education of the child. Different issues are addressed. The sixth chapter deals with the application of periods of prescription to minors. The seventh and last chapter concerns empirical research into supervision over the administration of certain assets acquired by the minor under the law of succession.

Oratie: Het burgerlijk procesrecht is de pathologie van het recht

In de diësrede van 1952, getiteld 'De betrekkelijke waarde der wet', geeft Marcel Henri Bregstein een typering van het burgerlijk procesrecht. Deze typering van het burgerlijk procesrecht als de pathologie van het recht bevat een wijsheid over het doel van het burgerlijk proces die destijds vanzelfsprekend was, niet alleen voor Bregstein, maar voor bijna iedere jurist uit zijn tijd.

Proefschrift: De weigeringsgronden bij uitlevering en overlevering

Vincent Glerum onderzocht op welke wijze de overgang van het klassieke uitleveringssysteem naar het moderne overleveringsstelsel verloopt. De referentiepunten daarvoor zijn het verdragsrecht, het kaderbesluit Europees Arrestatiebevel, de relevante Europeesrechtelijke principes (met name het beginsel van wederzijdse erkenning) en de Nederlandse Uitleverings- en Overleveringswet.

Proefschrift: Rechtsrelativering

Al langer spreken juristen het vermoeden uit dat de overheid zich weinig aantrekt van het recht. Peter van Lochem concludeert in zijn proefschrift dat er inderdaad sprake is van dergelijke rechtsrelativering. Ministers nemen regelmatig afstand van de rechtsnormen die besluiten in de weg staan. Dat er sprake is van rechtsrelativering bij de overheid blijkt onder andere uit de opvatting van wetgevingsjuristen dat negatieve adviezen van de Raad van State niet per definitie als beletsel hoeven te gelden.

Proefschrift: Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm

Algemeen wordt aangenomen dat met de in 1992 gerealiseerde vervanging1 van de (objectieve) goede trouw door de eisen van redelijkheid en billijkheid geen materiële wijziging van het recht is beoogd. Niettemin zijn de eisen van redelijkheid en billijkheid sinds hun introductie in het nieuwe Burgerlijk Wetboek van 1992 geen erg rustig bezit te noemen. Gezegd kan worden dat de meningenstrijd over deze norm (pas goed) is ontbrand bij de verschijning in datzelfde jaar van het proefschrift van J.M. Barendrecht.3 Barendrecht ziet in dit proefschrift over vage en scherpe normen de redelijkheid en billijkheid niet alleen als een “geheel vage” norm, maar betwist voorts dat deze norm überhaupt in staat is het gedrag van de justitiabelen te beïnvloeden. Het debat over de redelijkheid en billijkheid wordt sindsdien gekenmerkt door een hardnekkige dissensus over de betekenis en reikwijdte van deze norm in het privaatrecht. Die dissensus komt mede tot uitdrukking in de bonte verscheidenheid aan epitheta die in de loop der tijd aan de redelijkheid en billijkheid zijn toegekend. Voor sommigen zijn redelijkheid en billijkheid bijvoorbeeld niet minder dan de “grondnorm” van het verbintenissenrecht, voor anderen daarentegen niets meer of anders dan een “schaamlap” voor rechterlijke rechtsvorming. De één spreekt van een “alomvattende, alles overstijgende Superregel”, de ander weer van “geen norm” of zelfs in het geheel “niets”. Deze onderlinge disharmonie tussen de kwalificaties voor de redelijkheid en billijkheid blijkt in de meeste gevallen te herleiden tot één en hetzelfde dogmatische twistpunt, te weten de vraag of redelijkheid en billijkheid primair op te vatten zijn als een vage of open rechterlijke beslissingsnorm dan wel als een partijen bindende gedragsnorm.

Proefschrift: Gerechtvaardigdheid van interventies ter beïnvloeding van leefstijl

De invoering van het wettelijk rookverbod in de Nederlandse horeca is niet goed verlopen. Dat schrijft Michiel Wesseling in zijn proefschrift. Hij heeft een beoordelingsmodel ontwikkeld aan de hand waarvan de gerechtvaardigdheid van leefstijlinterventies kan worden beoordeeld.

Proefschrift: Schadevergoeding voor derden in personenschadezaken

Als iemand letsel oploopt of overlijdt ten gevolge van een auto-ongeval of medische fout, bestaat er een potentieel aan schadelijders. Niet alleen de direct gekwetste kan zijn benadeeld, maar ook derden zoals naasten. Wie kunnen een schadevergoeding vorderen? Gaat het dan uitsluitend over de vergoeding van materiële schade of ook over vergoeding voor immateriële schade? Deze vragen kunnen beantwoord worden aan de hand van de bijzondere wettelijke regeling voor vergoeding van schade van derden in personenschadezaken (artikelen 6:107 en 6:108 BW). Over de inhoud, kenmerken en uitleg van deze regeling gaat dit proefschrift.

Proefschrift: Mens rea and defences in European criminal law

Mens rea encompasses the subjective elements of crimes, like intention, as well as the doctrines that govern its application. Defences, distinguished in justifications and excuses, refer to those situations where the defendant should not be held liable, even though he formally committed an offence. The central question of this research is what mens rea and defences should look like in a criminal law for the European Union.

Proefschrift: De invloed van belangenwijzigingen op verliesverrekening

Dit onderzoek richt zich op het ingrijpen in de verliescompensatie in de Wet VPB 1969 bij wijzigingen van het belang in een belastingplichtige. Meer specifiek gaat het om de toepassing van art. 20a Wet VPB 1969, de bepaling tegen de handel in verlieslichamen. Het doel van dit onderzoek is dan ook te komen tot een aanbeveling voor een (meer) effectieve, efficiënte en evenredige maatregel die ongewenst gebruik respectievelijk misbruik van verliezen tegengaat.

Proefschrift: Pluraliteit van werkgeverschap

De rode draad in deze studie vormt de wijze waarop in wetgeving en rechtspraak rekening wordt gehouden met pluraliteit van werkgeverschap. In dat kader wordt onderzocht in welke situaties sprake is van pluraliteit van werkgeverschap, welke partij in die situaties als werkgever kan worden gekwalificeerd en wanneer en op welke wijze een ander dan de werkgever jegens de werknemer gehouden is tot nakoming van verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst. De onderliggende vraag is daarbij of in wetgeving en rechtspraak voldoende wordt tegemoetgekomen aan de belangen van werknemer en werkgever wanneer aan werkgeverskant tegelijkertijd of achtereenvolgens verschillende partijen zijn betrokken bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

Proefschrift: Bezit te kwader trouw, verkrijgende en bevrijdende verjaring

Artikel 3:105 BW verheft een bezitter van rechtmatig of onrechtmatig verkregen eigendom na twintig jaar en een dag tot eigenaar. Een dief kan zo dus eigenaar van zijn buit worden. De wetgever doet er volgens promovendus Jelle Jansen goed aan om 3:105 BW aan te passen voor zowel erfdienstbaarheden als roerende zaken. Het huidige artikel ontneemt de eigenaar immers zijn recht, ook wanneer hij dit niet kon voorkomen.

Proefschrift: Bestuursrecht, e-mail en internet

In dit proefschrift worden de juridische implicaties van het gebruik van elektronische middelen in de communicatie tussen overheid en de burger onderzocht. In steeds meer wetten worden verplichtingen opgenomen om elektronisch te communiceren. De bestuursrechtelijke normen die van toepassing zijn op overheidscommunicatie staan in afdeling 2.3 Awb en in een aantal bijzondere wetten. Deze komen aan de orde.

Proefschrift: Foreign direct liability claims

Multinationals worden steeds vaker geconfronteerd met grensoverschrijdende aansprakelijkheidsclaims wegens eventuele nadelige gevolgen voor mens en milieu van activiteiten in ontwikkelingslanden. Deze foreign direct liability claims bieden lokale slachtoffers de gelegenheid om schade middels civiele procedures in de Westerse thuislanden van multinationals aan de kaak te stellen en vergoed te krijgen. Centraal in deze studie staat de haalbaarheid van dit soort claims in de EU — en in het bijzonder in Nederland.

Proefschrift: Bindend advies

Bindend advies is een vorm van alternatieve geschillenbeslechting die in het geheel door het overeenkomstenrecht wordt beheerst. Bindend advies kent, anders dan overheidsrechtspraak en arbitrage, geen formele regeling in het Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering. Om de rol van bindend advies te bepalen, is in dit proefschrift aan de hand van een interne vergelijking van bindend advies met overheidsrechtspraak onderzocht of de wezenlijke regels uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (in het bijzonder de beginselen van behoorlijk procesrecht en het bewijsrecht) ook gelden in een bindend-adviesprocedure alsmede welke voetangels en klemmen aan het bindend advies verbonden zijn.

Proefschrift: De overeenkomst in het insolventierecht

Binnen moderne ondernemingen nemen overeenkomsten een steeds belangrijkere plaats in. De waarde van de onderneming zit niet zelden voor een significant deel opgesloten in het netwerk van contracten waarbij zij partij is. In dit kader kan worden gedacht aan contracten met leveranciers, afnemers, financiers en werknemers, huur- en leasecontracten en licenties. De lotgevallen van deze contracten tijdens de insolventieprocedure zijn veelal in belangrijke mate bepalend voor de vraag of nog waarde kan worden gerealiseerd en of de onderneming kan worden gecontinueerd. Welke factoren bepalen of de curator een overeenkomst gestand doet? Wat is de positie van de wederpartij indien de curator besluit te willen nakomen? Kan zij aan het verrichten van prestaties de voorwaarde verbinden dat eerst openstaande facturen worden betaald? Wat indien de wederpartij voor het verkrijgen van nakoming niet op de curator is aangewezen? Kan bijvoorbeeld de huurder van de failliete verhuurder door de curator van diens huurrecht worden beroofd? Wat is de positie van de wederpartij indien de curator níet tot nakoming bereid is? Kan alles wat de partijen zijn overeengekomen aan de gezamenlijke schuldeisers worden tegengeworpen? Kan de curator bestaande kredietruimte benutten? In hoeverre is hij gebonden aan overeenkomsten waaruit géén verbintenissen voortvloeien? Deze en vele andere voor de praktijk van belang zijnde vragen met betrekking tot de overeenkomst in het insolventierecht vormen het onderwerp van Van Zantens onderzoek.

Proefschrift: Non bis in idem

De regel non bis in idem verbiedt iemand tweemaal te vervolgen of te berechten voor hetzelfde feit. Dit verbod geldt zowel na een definitieve veroordeling als na een definitieve vrijspraak. Een achteraf onjuist gebleken veroordeling wordt vernietigd, maar hoe zit het met de aantasting van een onherroepelijke vrijspraak indien het vermoeden rijst dat deze op dwaling berust? Mag de vrijgesprokene opnieuw worden vervolgd? Hoe kunnen zowel zijn vrijheid als de veiligheid van de gemeenschap worden gegarandeerd? Deze vragen hebben door de eeuwen heen menig strafjurist beziggehouden.

Proefschrift: TBS

De discussiepunten over de TBS-regeling zoals die in de laatste twee decennia uit wetgeving, beleid en media naar voren zijn gekomen, vloeien voort uit de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis van het systeem. De meeste daarvan zijn terug te voeren op de met opzet open formulering van de regeling uit 1928, die nodig was om verschillende politieke, strafrechtelijke en gedragskundige perspectieven achter één doel te verenigen.

Proefschrift: De identiteitsgebonden werkgever in het arbeidsrecht

Godsdienstige en levensbeschouwelijke instellingen laveren vaak in een spanningsveld tussen verschillende grondrechten, vooral wat betreft de verhouding tussen de vrijheid van godsdienst en het recht op gelijke behandeling. Welke mogelijkheden en begrenzingen zijn er voor de godsdienstige of levensbeschouwelijke werkgever bij het vormgeven van de arbeidsorganisatie? In dit proefschrift wordt het rechtskader besproken.

Proefschrift: De witwasmeldplicht

Juridische en fiscale dienstverleners hebben sinds 2003 een meldplicht wanneer zij vermoeden dat een cliënt betrokken is bij witwassen. Deze plicht berust op de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Maaike Stouten stelt in haar proefschrift dat de Wwft-meldplicht voor juridische en fiscale dienstverleners en de handhaving ervan niet voldoet aan het beginsel van rechtszekerheid en het beginsel van vertrouwelijkheid tussen advocaat en cliënt.

Oratie: Effectiviteit van privaatrechtelijke regulering: is dat meetbaar?

Is effectiviteit van private regulering meetbaar? Het antwoord op deze vraag is typisch juridisch: het hangt er van af hoe je kijkt. Effectiviteit van private regulering is niet meetbaar in de zin dat deze wiskundig kan worden bewezen. Wel kan worden gezocht naar indicatoren die iets zeggen over effectiviteit. Het is daarbij nuttig te kijken naar andere disciplines dan het recht.

Proefschrift: Europeanisering van het vertrouwensbeginsel

Het Europese recht is niet meer weg te denken uit het nationale bestuursrecht. Dit geldt ook voor de Europese algemene rechtsbeginselen. In deze dissertatie staat de Europeanisering van het vertrouwensbeginsel centraal. Bestuursoverheden wekken regelmatig al dan niet gerechtvaardigde verwachtingen bij de burgers door bestuursregelgeving, beschikkingen, toezeggingen, inlichtingen, beleidsregels, vaste praktijk of gedoogbeleid. Gerechtvaardigde verwachtingen moeten onder bepaalde voorwaarden worden gehonoreerd.

Proefschrift: Het recht van kinderen op levensonderhoud

Elk kind heeft recht op levensonderhoud. Terwijl ouders primair verantwoordelijk zijn om in het levensonderhoud van kinderen te voorzien, ligt bij de Staat een secundaire verantwoordelijkheid om dit recht te waarborgen. Onderzoek heeft uitgewezen dat het kinderalimentatiestelsel in Nederland niet goed functioneert. Hoewel de regering al herhaaldelijk pogingen ondernam om het huidige kinderalimentatiestelsel in Nederland te herzien, heeft dit tot op heden niet tot een verandering geleid.

Proefschrift: het fundamentele recht op gelijke toegang tot gezondheidszorg

The right to equal access to health care is a fundamental principle that is part of the human right to health care. It consists of a right to equal treatment in accessing health care and responds to the special needs of vulnerable and disadvantaged people. As discrimination violates the principle of equality, the prohibition of discrimination seeks to ensure that all persons can enjoy and exercise their right to equal access to health care.

Proefschrift: De executoriale verkoop van onroerende zaken door de hypotheekhouder

De wetgeving aangaande executieveilingen kan beter. Dat stelt promovenda Irene Visser. Uit diverse mediaberichten en onderzoeken blijkt dat de opbrengst bij de executoriale verkoop van woningen te laag is. Ook bestaat behoefte aan het gebruik van moderne communicatiemiddelen en een toekomstbestendige executoriale verkoopprocedure. Bovendien neemt het de laatste jaren toe: waar het aantal executieveilingen tot 2003 onder de 1000 lag, is dat in 2012 opgelopen naar 2488 per jaar. Deze ontwikkelingen rechtvaardigen de vraag of de huidige wetgeving de juiste juridische kaders bevat voor een optimale executoriale verkoopprocedure die leidt tot een zo hoog mogelijke netto-opbrengst. Deze ontwikkelingen vormen de aanleiding voor Vissers onderzoek. Visser onderzocht voor het eerst de gehele wettelijke executoriale verkoopprocedure van onroerende zaken door de hypotheekhouder vanuit juridisch perspectief, in het bijzonder ten aanzien van woningen. Uit het onderzoek komen diverse knelpunten in het streven naar een zo hoog mogelijke netto-opbrengst naar voren. Zo is de regeling onvoldoende flexibel, waardoor nieuwe technologische ontwikkelingen moeilijk kunnen worden ingepast én de procedure onvoldoende kan worden toegespitst op het ter verkoop aangeboden goed. Voorts dient, ten behoeve van het bereiken van particulieren, de alternatieve procedure voor de openbare veiling (onderhandse verkoop) grondig te worden aangepast. Ook moet de positie van een aantal gerechtigden, zoals de huurder, meer in lijn worden gebracht met de algemene vermogensrechtelijke uitgangspunten. Het door de minister van Veiligheid en Justitie ingediende wetsvoorstel dat aanpassingen in de executoriale verkoopprocedure bevat, is in het onderzoek meegenomen.

Proefschrift: Recht Doen aan Privacyverklaringen: een Juridische Analyse van Privacyverklaringen op Internet

In Nederland zijn de regels met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens in het bijzonder vastgelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Een belangrijke bepaling in de Wbp is die betreffende de informatieplicht die de verantwoordelijke in acht dient te nemen indien er sprake is van verwerking van persoonsgegevens. In de praktijk blijkt de online privacyverklaring een populair instrument voor de verantwoordelijke om via zijn website te trachten te voldoen aan de informatieplicht uit de Wbp. Het gebruik van dit instrument roept diverse vragen op. In dit boek worden deze vragen zoveel als mogelijk worden beantwoord. Daar waar niet tot een (eenduidige) beantwoording gekomen kan worden, worden suggesties aangedragen met betrekking tot de richting waarin het gebruik van privacyverklaringen zich op dat punt zou kunnen ontwikkelen.

Proefchrift: Transparantie, icoon van een dolende overheid

Transparantie is in de politiek een veel voorkomend en populair begrip. In maar liefst 10.099 Kamerstukken (1995-2010) komt het woord ‘transparant’ voor, zo meldt Erna Scholtes in haar proefschrift ‘Transparantie, icoon van een dolende overheid’. Uit ditzelfde promotieonderzoek,met als hoofdvraag ‘Wat is de strekking van transparantie en wat is de veronderstelde impact die politici ermee voor ogen hebben?’, blijkt dat transparantie geen eenduidig begrip is. De veelzijdigheid van het begrip transparantie zorgt ervoor dat het minder makkelijk te begrijpen en te doorgronden is. Tegelijkertijd zorgt de veelzijdigheid voor populariteit van het begrip bij politici. Het is makkelijk te gebruiken en bovendien heeft het een positieve associatie. Wie is niet tegen transparantie?

Proefschrift: Informatieplichten. Over kennis en verantwoordelijkheid in contractenrecht en buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht

Bij de juridische beoordeling van het gedrag van mensen is hun kennis van fundamenteel belang. De rechtelijke verantwoordelijkheid van justitiabelen wordt in belangrijke mate bepaald door hetgeen zij omtrent hun gedrag hebben geweten of behoren te weten: kennis en verantwoordelijkheid staan rechtens met elkaar in onverbrekelijk verband.

Proefschrift: Search engine freedom: on the implications of the right to freedom of expression for the legal governance of Web search engines

Dit proefschrift conceptualiseert de rol van zoekmachines in de publieke informatievoorziening. Het onderzoekt de betekenis van het fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting voor de rechtspositie van zoekmachines.

Proefschrift: De Nederlandse asbestregulering

De Nederlandse overheid is nalatig geweest bij het waarborgen van de gezondheid van burgers in de omgang met asbest. In Nederland zijn nu al ongeveer 10.000 mensen overleden door asbest-gerelateerde kanker. Er zullen er nog 10.000 volgen en dat is de schuld van de overheid. Dat stelt letselschade-advocaat en Eerste-Kamerlid Robert Ruers in zijn proefschrift. Hij pleit onder andere voor een terugwerkende kracht van de Wet Verjaring personenschade.

Proefschrift: Cessie

In dit boek worden de goederenrechtelijke aspecten van de cessie besproken al worden waar nodig uitstapjes gemaakt naar andere aanpalende rechtsgebieden zoals het faillissementsrecht. Na een inleidend hoofdstuk wordt een aantal kernproblemen van de overdracht van vorderingen op naam besproken: het mededelingsvereiste, toekomstige vorderingen, de fiducaire cessie, het bepaaldheidsvereiste en het beding van niet-overdraagbaarheid. De daarop volgende hoofdstukken zijn gewijd aan: partitiële cessie, overgang van het recht op ontbinding en overgang van bank- en kredietzekerheden.

Proefschrift: Partijautonomie in het relatievermogensrecht

In dit onderzoek zet ik eerst uiteen wat naar mijn mening verstaan dient te worden onder de rechtsbeginselen contractvrijheid en solidariteit waarbij ik tot de gevolgtrekking kom dat beide rechtsbeginselen gezien zouden moeten worden als de samenstellende onderdelen van het overkoepelende rechtsbeginsel partijautonomie. Vervolgens onderzoek ik welke rol dit rechtsbeginsel speelt in het gemene huwelijksvermogensrecht en bespreek ik het daarna tegen de achtergrond van huwelijkse voorwaarden. Hierbij wordt de rode draad gevormd door de beantwoording van de vraag of het echtgenoten naar Nederlands recht thans geheel vrij staat om het door hen verkozen Ehetyp vorm te geven voorafgaand aan hun huwelijk. In een intermezzo wordt de visie van de hoogste Duitse rechter op beide rechtsbeginselen uiteen gezet in het licht van de uitleg van Eheverträge ten tijde van de echtscheiding. Het primaire doel hiervan is enkele opmerkingen van rechtsvergelijkende aard te kunnen maken in het zevende hoofdstuk. Hierna behandel ik de vraag of contractvrijheid en solidariteit rechtsbegrippen zijn die door de Hoge Raad worden toegepast bij de uitleg van huwelijkse voorwaarden in echtscheidingszaken. Nadat het antwoord op deze vraag is gevonden, vertaal ik de Duitse wijze van beoordeling van huwelijkse voorwaarden naar de Nederlandse context, met het oogmerk de rechter een naar mijn oordeel goed bruikbaar instrument aan te reiken dat recht doet aan eisen van rechtvaardigheid en rechtszekerheid. Teneinde een volledig beeld te verwerven, bespreek ik daarna hoever de contractvrijheid reikt van ouders met gezamenlijk gezag over een minderjarig kind. Nadat ik kort ben ingegaan op enkele wetsvoorstellen op het terrein van het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht vanuit het perspectief van partijautonomie, sluit ik af met een proeve van een concreet wetsvoorstel voor de invoering van het civiel partnerschap dat het huidige huwelijksvermogensrecht vervangt en ook openstaat voor ongehuwde en niet-geregistreerde samenwonende partners.

Proefschrift: Dokteren aan het aansprakelijkheidsrecht

Vergissen is menselijk, al te menselijk. Wie door een fout van een medemens schade leed, zal de dader daarvoor verantwoordelijk willen houden. Zulk onheil kan ons niet alleen in de privésfeer overkomen, maar ook wanneer we hulp zoeken bij professionele dienstverleners zoals arts of advocaat. Dan komen wij op het terrein van beroepsfouten. Geneeskunde en advocatuur hebben met elkaar gemeen dat de beroepsbeoefenaren met hun cliënt een vertrouwensrelatie opbouwen: je legt jouw lotsbestemming in hun handen en in die rechtsbetrekking verwacht je dat de geraadpleegde professionals de juiste dingen op de juiste manier zullen doen. In een procedure wordt jouw lot uiteindelijk bepaald door de kwaliteiten van de advocaten en de rechter. Voor het aansprakelijkheidsrecht maakt het niet uit in welke relatie dader en slachtoffer tot elkaar stonden. Maar wat nu wanneer je bij een advocaat hulp zoekt in verband met een vermeende fout van een arts en de advocaat en/of de rechter daarbij vervolgens zelf fouten maken?

Oratie: Tussen recht en realiteit: Duurzaam herstel na massavictimisatie

In de lezing staat het complexe vraagstuk rondom herstel aan slachtoffers na massavictimisatie centraal. De geschiedenis leert ons dat de meeste samenlevingen geen oprechte interesse tonen in het lot van slachtoffers; er is vaak grote terughoudend om de gepleegde gruwelijkheden onder ogen te zien of überhaupt te erkennen dat ze hebben plaatsgevonden. Daar komt bij dat vaak een gevoel van de onherstelbaarheid van de schade overheerst. Ik zal u de complexiteit rondom het vraagstuk van herstel na massavictimisatie voorleggen, waarbij ik een aanzet zal geven tot een op herstel gericht raamwerk waarbinnen deze complexiteit kan worden ontrafeld. Het overkoepelende doel van mijn oratie is tweeledig. Enerzijds het belang van het mensenrechtenkader voor de victimologie benadrukken en vice versa, en anderzijds het geven van een aanzet tot het vinden van een juiste balans tussen een individuele en collectieve aanpak van herstel na massavictimisatie waarbij zo veel mogelijk recht wordt gedaan aan de behoeften die bestaan bekeken vanuit beide perspectieven (individueel – collectief).

Oratie: Voor- en nazorg door de bestuursrechter

Bestuursrechters vormen een categorie professionals die hun werk met hart en ziel doen, maar de bestuursrechter is tegelijkertijd een functionaris waar je liefst niet op bent aangewezen. Immers, hij is slechts in beeld bij een conflict tussen overheid en burger. Een universeel bestuursrechtelijk ideaal is dan ook dat van de diensten van de bestuursrechter zo weinig mogelijk gebruik hoeft te worden gemaakt. Deze oratie gaat over de vraag hoe dat ideaal zo dicht mogelijk kan worden benaderd.

Proefschrift: De ISD-maatregel in het licht van het Nederlands sanctiestelsel

In haar proefschrift belicht Sanne Struijk de ontwikkeling van het Nederlands strafrechtelijk sanctiestelsel ter bestrijding van recidive en criminele overlast vanuit het perspectief van de strafrechtsdogmatiek, de wetgeving, het beleid en de rechtspraak.

Proefschrift: Transparency and trust. An experimental study of online disclosure and trust in government

Transparency has been trumpeted by many as the key to trust in government. The assumption is that if government organisations open up and show the public what decisions are made, how they are made and what the results are, people will automatically have more trust in government. But does transparency really lead to more trust? Or will it only provide critical citizens with more information to blame government again and again for small mistakes? Transparency and Trustexamines the effects of transparency on trust in a government organisation. By using an experimental method this study moves beyond normative or correlational research on transparency. In doing so, causal inferences regarding the relation between transparency and trust are allowed. Several objects of transparency and dimensions of information are being put to the test in three experiments. The experiments show that transparency is merely a ‘hygiene factor’: it does not contribute to higher levels of trust and it can even lead to lower levels of trust if people are disappointed with the degree to which government is transparent. This conclusion challenges current overly optimistic assumptions concerning the effect of transparency on trust.

Proefschrift: Planschaderecht en Privaatrechtelijk Schadevergoedingsrecht

Het planschaderecht bevat regels die lijken op privaatrechtelijk schadevergoedingsregels, meer bepaald de regels die zijn neergelegd in Afdeling 6.1.10 BW en in de rechtspraak op deze regels. Dit proefschrift behelst een rechtsvergelijkend onderzoek naar het planschaderecht en het privaatrechtelijk schadevergoedingsrecht.

Proefschrift: Probleemoplossend strafrecht

De Verenigde Staten boeken goede resultaten met de zogenoemde problem solving courts. In de bekendste variant, het drug court, houden rechters zich expliciet bezig met het oplossen van het maatschappelijk probleem van drugsgerelateerde criminaliteit en geven daarmee invulling aan het ideaal van ‘responsief recht’. In haar proefschrift verkent Suzan Verberk de mogelijkheden om dit systeem ook in Nederland toe te passen.

Proefschrift: Quid Pro Quo? A comparative law perspective on the mutual recognition of judicial decisions in criminal matters

A Dutch citizen stays in Hungary for business purposes. During his three-week trip, he rents a car to be able to drive easily between the several companies he has to visit. During one of his free weekends, an enjoyable restaurant visit ends up less positively. He discovers a heavy parking fine under the windscreen wipers of the rental car. Back in the Netherlands, the Dutch businessman decides not to pay the fine. But, some weeks later, he receives a payment slip, which orders him to pay the fine. The payment slip, however, is not sent by the Hungarian authorities, but by the Dutch Central Fine Collection Agency (Centraal Justitieel Incasso Bureau, CJIB). This is a direct result of the application of the principle of mutual recognition in the context of financial penalties. This principle instructs the Member States of the European Union to recognise each other’s decision “without any further formality being required” and to “forthwith take all the necessary measures for its execution” (Article 6).

Oratie: Het prisma van de grondrechten

Janneke Gerards is bij haar onderzoek naar de argumentatietechnieken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) allerlei onvolkomenheden tegengekomen, variërend van inconsistente uitleg en rommelige toepassing van belangrijke doctrines tot ongelukkige toepassingen van EVRM-bepalingen in concrete zaken. Op deze punten valt heel wat te verbeteren. Tegelijkertijd vraagt zij zich af of verbetering van het bestaande voldoende zal zijn om tegemoet te komen aan de legitimiteitskritiek waarmee het Hof wordt geconfronteerd. Steeds vaker denkt zij dat het Hof zou moeten kiezen voor een heel andere aanpak van de klachten waarmee het dagelijks te maken krijgt. Anders gezegd: naar haar idee is er behoefte aan een alternatieve strategie voor het Hof, aan een aanpak die beter kan overtuigen dan de bestaande en die tegemoetkomt aan de twijfels over de huidige benadering van klachten over grondrechtenschendingen door het EHRM.

Proefschrift: Besluitvorming over asiel- en migratierichtlijnen

Sinds het begin van deze eeuw werkt de Europese Unie aan gemeenschappelijke regels op het gebied van asiel en migratie. Hoewel de lidstaten het harmonisatieproces zelf op gang hebben gebracht, verraadt hun gedrag een grote aarzeling om hun beleidsvrijheid prijs te geven. Deze tweeslachtige houding heeft geresulteerd in richtlijnen die veel ruimte bieden voor afwijkingen en nationale keuzemogelijkheden. Dit onderhandelingsresultaat bedreigt niet alleen de beoogde harmonisatie, maar ook de in 1999 uitgesproken ambitie van de lidstaten om rechtsbescherming van derdelanders en asielzoekers te verbeteren. Niettemin hebben de richtlijnen een einde gemaakt aan de vrijblijvendheid van Europese samenwerking op dit terrein. Dat ondervinden regeringen soms op hardhandige wijze, als ze tot naleving worden gedwongen. Het harmonisatieproces roept vragen op over de besluitvorming: welke actoren en factoren hebben de Europese richtlijnen bepaald? Hoe gaan regeringen en parlementen om met de richtlijnen? Leven ze verplichtingen na, gebruiken ze richtlijnen als legitimatie voor aanscherping van de regels? Leiden hun implementatiekeuzes tot meer of minder rechtsbescherming, tot meer of minder harmonisatie van het toelatingsbeleid in Europa? Dit onderzoek beantwoordt deze vragen aan de hand van een studie van de totstandkoming van de gezinsherenigingsrichtlijn en de procedurerichtlijn en van de implementatie van deze twee richtlijnen door Duitsland en Nederland. De uitspraken van geïnterviewde insiders bieden een blik achter de schermen van deze besluitvormingsprocessen. De verbanden tussen de Europese onderhandelingen en de Duitse en Nederlandse beleidsontwikkelingen in het gezinsherenigingsrecht en de asielprocedure onthullen de wisselwerking tussen het nationale en het Europese niveau. Tineke Strik voerde dit onderzoek uit aan het Centrum voor Migratierecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, en is aldaar werkzaam als universitair docent migratierecht. Tevens is zij lid van de Eerste Kamer en de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa.

Proefschrift: Zekerheid op lading

Een zekerheidsrecht functioneert in het recht ongeveer op dezelfde manier als de grijper van een kraan in de haven. Zoals de machinist van een kraan de grijper kan openen ofsluiten, zo heeft de zekerheidshouder de bevoegdheid om de zaken onder zich te houden totdat de verschuldigde vordering is betaald, dan wel om de zaken af te geven aan de schuldenaar of een derde. Door de uitoefening van zijn zekerheidsrecht houdt de schuldeiser dus grip op de lading.

Proefschrift: Optimalisering van fiscale soevereiniteit en vrij verkeer

In zijn proefschrift legt Douma de rechtspraak van het Hof van Justitie EU langs de lat van een theoretisch beoordelingsmodel en concludeert dat de stevige kritiek die het Hof van Justitie EU te verduren heeft gehad, grotendeels ongerechtvaardigd is. Een fris tegengeluid dus, in tijden van afbrokkelende Europese solidariteit! In lijn van de structuur van het boek bespreekt de auteur eerst kort de kritiek op het Hof van Justitie EU. Vervolgens behandelt hij het door Douma ontworpen boordelingsmodel, waarna hij ingaat op de toetsing van de rechtspraak van het Hof van Justitie EU aan de hand van dit model.

Proefschrift: Tijdelijke bescherming van asielzoekers in de EU. Recht en praktijk in Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk en richtlijn 2001/55/EG

Deze studie gaat over tijdelijke bescherming van asielzoekers in de EU. In 2001 kwam richtlijn 2001/55/EG inzake tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden tot stand. Een van de doelstellingen van deze richtlijn was de harmonisatie van de verschillende tijdelijke beschermingsregimes die in de lidstaten, mede als reactie op de burgeroorlogen in het voormalige Joegoslavië, waren ontstaan.

Proefschrift: Rechtsgevolgen van de stille cessie

Uitgebreid (goederenrechtelijk) onderzoek rond de beantwoording van de vraag welke rechtsgevolgen een stille cessie heeft. In dit proefschrift onderscheidt Biemans drie deelvragen:
- Wat zijn de bevoegdheden en rechten van de stille cedent en de stille cessionaris ten aanzien van de stil gecedeerde vordering?
- Wat is de rechtspositie van de schuldenaar?
- Wat is de inhoud van de rechtsverhouding tussen de stille cedent en de stille cessionaris?
Een brede kennis van en inzicht in goederenrechtelijke vraagstukken is van groot belang voor de beantwoording van de vraag welke rechtsgevolgen een stille cessie heeft.

Proefschrift: Een onderzoek naar de kwaliteit van de beleidsvoorbereiding

Dit proefschrift gaat over de kwaliteit van de beleidsvoorbereiding, in relatie tot de effectiviteit van beleid. De aanleiding hiervoor is de onderbelichting van de beleidsvoorbereiding in de sociale en beleidswetenschap en beleidspraktijk van de overheid. De hoeveelheid theoretische en vooral empirische inzichten, om te komen tot verbetering van de beleidsvoorbereiding, is gering.

Proefschrift: Vertrouwen op informatie bij bestuurlijke taakvervulling

Ondernemingen worden groter en ingewikkelder. Bestuurders kunnen daarom niet op de hoogte zijn van alles wat in de organisatie speelt. Bij gebrek aan tijd of deskundigheid moeten zij vertrouwen op informatie van anderen, zoals werknemers of externe specialisten. Deze realiteit moet in het vennootschapsrecht worden onderkend.

Proefschrift: Vertrouwen op informatie bij bestuurlijke taakvervulling.

Ondernemingen worden groter en ingewikkelder. Bestuurders kunnen daarom niet op de hoogte zijn van alles wat in de organisatie speelt. Bij gebrek aan tijd of deskundigheid moeten zij vertrouwen op informatie van anderen, zoals werknemers of externe specialisten. Deze realiteit moet in het vennootschapsrecht worden onderkend.

Proefschrift: Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht

In dit onderzoek wordt ingegaan op aspecten van de grensoverschrijdende fusie van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht waarmee met name de (notariële) praktijk te maken heeft. Aan de rol van de notaris bij grensoverschrijdende fusies wordt bijzondere aandacht besteed.

Proefschrift: Is de notaris de markt meester?

Sinds de vrijlating van de tarieven in het notariaat zijn de prijzen transparant, waardoor het aanbod goedkoper is geworden. De kwaliteit van de notariële dienstverlening is echter niet transparant. De klant selecteert zijn notaris daarom vooral op prijs, vooral in het vastgoed. De goedkoopste aanbieder wint en kwaliteit wordt uit de markt gedrukt. Een zorgelijke ontwikkeling, vindt voormalig voorzitter van de KNB Dolf Plaggemars, waarmee ook het publiek niet is gediend. Zeker in het consumentenvastgoed zouden de tarieven daarom niet aan de markt mogen worden overgelaten.

Proefschrift: De civiele zitting centraal

De comparitie na antwoord is een belangrijk onderdeel van de Nederlandse civiele procedure. Het is vaak het enige moment tijdens de procedure in eerste aanleg waarop partijen en advocaten direct contact hebben met de rechter.
In dit proefschrift staat de huidige zittingspraktijk bij de comparitie na antwoord centraal: hoe gaat de rechter te werk en wat zijn de ervaringen van partijen en advocaten?

Oratie: Over de grenzen van de dogmatiek en into fuzzy law

Binnen de rechtshandhaving bestaan bestuursrecht en strafrecht al lang niet meer uit helder afgebakende delen van het recht, zoals dat voorheen werd onderwezen. Het gaat niet langer over gescheiden werelden, waarin in het ene wordt bestuurd en in het andere wordt gestraft. Dit onderscheid is in het bijzonder achterhaald door de invoering op grote schaal van de bestuurlijke boete. De ontwikkelingen op dat vlak gaan voortdurend verder, waardoor de verhouding bestuursrecht-strafrecht, zoals deze traditioneel wordt ingevuld, steeds verder onder druk komt te staan. Meer en meer lijken de systematische uitgangspunten van de beide rechtsgebieden te veranderen of zelfs te verdwijnen. Hierdoor ontstaan onduidelijkheden en rijzen vragen over onderwerpen die theoretisch en praktisch gezien nadrukkelijk om een antwoord vragen.

Proefschrift: Slagvaardige geschilbeslechting in het bestuursrecht

Annika van der Veer onderzocht hoe bestuursorganen de bestuursrechtelijke uitspraak waarin een overheidsbesluit is vernietigd, betrekken in hun besluitvormingsproces. Wordt het nieuwe, uit het besluitvormingsproces voortvloeiende besluit geaccepteerd of sleept het geschil zich voort? Uit het onderzoek blijkt dat het besluitvormingsproces soms zeer traag verloopt. Het handelen van de overheid speelt een belangrijke rol in die vertraging. Van der Veer beveelt aan dat de bestuursrechter een termijn stelt en deze ook bewaakt.

Proefschrift: Hoe vertellen we het de Kamer?

De regering levert het parlement selectieve, misleidende en soms overdadige informatie. Dat constateert promovendus Guido Enthoven in zijn onderzoek dat zich uitstrekt over 25 jaar. Er is zelfs een patroon van gebrekkige informatiestromen omdat risico’s en beleidsalternatieven vaak niet worden gedeeld. Enthoven pleit er daarom voor dat het parlement zijn informatierechten opeist, om zijn controlerende functie goed uit te oefenen en doet daarvoor tal van aanbevelingen.

Proefschrift: Hoe komt de bestuursrechter tot zijn recht?

Moet de bestuursrechter ambtshalve aan het recht toetsen? Deze op het oog eenvoudige vraag was in de periode waarin mijn drang tot het schrijven van een proefschrift onweerstaanbaar werd, aanleiding voor verhitte discussies in de wetenschap en op de juridische werkvloer. Het vuurtje kon gemakkelijk nog verder worden opgestookt wanneer de vraag werd opgeworpen of bij ambtshalve toetsing een bijzonder regime moest gelden voor regels van Europese afkomst. M ij viel op dat in deze discussies een voorvraag leek te worden overgeslagen, namelijk wat precies onder ambtshalve toetsing moet worden te verstaan en waarin zich deze toetsingsvorm (eventueel) onderscheidt van ambtshalve aanvulling van rechtsgronden, een ander fenomeen dat in deze discussies werd aangekaart. Voor een deel leek begripsverwarring de oorzaak van de felheid waarmee door sommigen werd gepleit voor een ruime reikwijdte van ambtshalve toetsing, terwijl anderen met evenveel vuur een zeer beperkte uitleg voorstonden. Het leek mij een uitdaging om een overzichtelijk begrippenkader te ontwikkelen dat bij consequente toepassing zou leiden tot een bevredigende mate van ambtshalve toetsingsactiviteit van de rechter. Het voorgestelde stelsel zou ook ‘Europa-proof moeten zijn. Op die manier zou worden bijgedragen aan de consistentie van het bestuursrechtelijke rechtsbeschermingsstelsel en het zou ook ten goede komen aan de rechtszekerheid.

Proefschrift: De rechtspositie van de sollicitant en van de werknemer tijdens de proeftijd

De probleemstelling voor dit onderzoek is in hoeverre de sollicitatiefase en proeftijd door het recht worden genormeerd. Daarnaast wordt de vraag gesteld in hoeverre de bescherming van de sollicitant respectievelijk werknemer in de proeftijd in verhouding tot het belang van de werkgever voldoende is en of verdere normering (al dan niet via een wettelijke regeling) is aangewezen.

Proefschrift: Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving. Een vergelijkend onderzoek naar het Amerikaanse, Duitse en Nederlandse recht

De bevoegdheid van de rechter om wettelijke voorschriften op hun rechtmatigheid te toetsen staat garant voor stevige debatten over de plaats van de rechter in het staatsbestel, zeker als het toetsing van wetten van het parlement aan de Grondwet betreft. Zulke debatten spitsen zich meestal toe op de vraag welke vrijheid de rechter heeft, of zou moeten hebben, bij de beoordeling van de rechtmatigheid van wettelijke voorschriften. Volgens sommigen mag de rechter daarbij niet te vrijmoedig te werk gaan, omdat hij dan de beleidsvrijheid van de wetgever te zeer inperkt. Volgens anderen hóórt hij juist vrijmoedig te werk te gaan, omdat hij zo de Grondwet bij de tijd kan houden. Dit boek laat dat thema terzijde en richt zich op een ander, in Nederland weinig besproken facet van de rechterlijke toetsingsbevoegdheid, namelijk de rechtsgevolgen van toetsing van wettelijke voorschriften door de rechter.

Proefschrift: Grondslagen bestuurdersaansprakelijkheid

In het eerste deel van dit proefschrift behandelt Daniella Strik een aantal fundamentele onderwerpen die ten grondslag liggen aan de systematiek van bestuurdersaansprakelijkheid. Vervolgens ontwikkelt zij in het tweede deel, dat handelt over de positie van de individuele bestuurder binnen het bestuur, een alternatieve tekst voor art. 2:9 en 2:128 BW om te komen tot een genuanceerder systeem van aansprakelijkheid. Het derde deel handelt over de aansprakelijkheid voor misleidende financiële verslaggeving. Strik richt zich in het laatste deel van haar proefschrift op aansprakelijkheid voor falend risicomanagement.

Proefschrift: Horizontale werking van grondrechten. Een kritiek

Het uitgangspunt van dit boek is de vaststelling dat fundamentele rechten, die in het verleden bedoeld waren als verweerrechten tegenover de staat, steeds vaker ingeroepen worden in private geschillen. Op die manier werkt het publiekrecht sterker door in het privaatrecht. Vertrekkende vanuit deze vaststelling trekt Bart de Vos de wenselijkheid van deze horizontale werking van grondrechten in twijfel. Doordat hij de wenselijkheid van grondrechten beklemtoont, krijgt het proefschrift, dat op het eerste gezicht voornamelijk positiefrechtelijk van aard is, een belangrijke metajuridische inslag.

Oratie: Het Nederlands ontslagrecht en het BBA-carcinoom

Het Nederlandse ontslagrecht is complex en onoverzichtelijk. Het voert tot ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Het stelsel belemmert het in (vaste) dienst nemen van werknemers. De uitkomsten zijn slecht voorspelbaar, zowel voor werkgevers als voor werknemers. Het systeem biedt lang niet altijd een adequate rechtsbescherming. De regelgeving heeft geleid tot een juridisering van de arbeidsverhoudingen. De ingewikkeldheid vloeit mede voort uit het feit dat er in ons land twee ontslagroutes bestaan met een eigen dynamiek. Werkgevers zijn beducht voor de onzekerheid over het tot een einde kunnen brengen van een dienstverband en de kosten die daarmee zijn gemoeid. Ook vanuit het perspectief van de werknemers leidt het stelsel tot rechtsonzekerheid.

Proefschrift: Automatisch contracteren

Dit proefschrift handelt over het aangaan van overeenkomsten met behulp van geautomatiseerde systemen. Er worden tegenwoordig diverse soorten geautomatiseerde systemen gebruikt om overeenkomsten aan te gaan. Zo wordt er gecontracteerd via e-mail, met behulp van online winkels, via elektronische marktplaatsen en met behulp van elektronische veilingsystemen. Kenmerkend voor deze wijzen waarop overeenkomsten worden aangegaan, is niet alleen dat de communicatie vaak op elektronische wijze plaatsvindt, maar ook dat systemen automatisch handelingen verrichten.

Proefschrift: Overheidsmaatregelen en het toezicht van nationale mededingingsautoriteiten

Dit proefschrift is een vlot geschreven monografie over, zoals de ondertitel het omschrijft ‘de consequenties van het arrest CIF voor nationale mededingingsautoriteiten en overheden’. Een heel boek gewijd aan één enkel arrest? Ja en nee. Het CIF-arrest1 staat centraal in dit proefschrift, maar vormt tevens de kapstok om de totale jurisprudentie van het Hof van Justitie over de toepassing van de mededingingsregels ten aanzien van overheidsmaatregelen nog eens tegen het licht te houden. De uitgangspunten zijn bekend: lidstaten mogen in het licht van het beginsel van Unietrouw geen maatregelen nemen die mededingingsbeperkende afspraken van ondernemingen dwingend opleggen of begunstigen, dan wel de werking ervan versterken. Lidstaten mogen ook niet aan eigen regelingen het overheidskarakter ontnemen door de verantwoordelijkheid voor het nemen van besluiten tot interventie op economisch gebied aan marktdeelnemers te delegeren. Deze jurisprudentiële doctrine wordt door Verschuur in zijn boek aangeduid als de ‘nieuwe norm’. Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie is ook bekend dat ondernemingen die kartelafspraken maken zich niet kunnen verschuilen achter overheidsmaatregelen die de betreffende kartelafspraken faciliteren. Slechts indien en voor zover sprake is van overheidsdwang kunnen ondernemingen zich aan de toepassing van de mededingingsregels onttrekken.

Proefschrift: De strafrechtelijke overeenkomst

Het strafrecht wordt gekenmerkt door eenzijdige bevoegdheidsuitoefening door de overheid. Niettemin doen zich binnen de context van de strafrechtspleging veelvuldig situaties voor waarin wordt gehandeld op basis van wilsovereenstemming tussen Openbaar Ministerie en verdachte. De transactie, het voorwaardelijk sepot en het instrument van toezeggingen aan verdachten in ruil voor een getuigenverklaring zijn hiervan enkele duidelijke voorbeelden. Hoewel deze op consensualiteit gebaseerde procedures zich in de loop der jaren een vaste plaats binnen de strafrechtspleging hebben weten te verwerven, vormen zij vanuit theoretisch perspectief een vreemde eend in de bijt van de strafrechtelijke vijver. Dit onderzoek geeft antwoord op een aantal belangwekkende vragen die rijzen naar aanleiding van het gebruik van op consensualiteit gebaseerde procedures binnen het strafrecht. In de eerste plaats wordt bekeken of deze procedures kunnen worden gezien als overeenkomsten, hetgeen voor een aantal van hen inderdaad het geval blijkt te zijn. Nu deze overeenkomsten betrekking hebben op (de invulling van) strafrechtelijke bevoegdheden, wordt gesproken van strafrechtelijke overeenkomsten. Daarnaast buigt dit onderzoek zich over de vraag in hoeverre de traditionele, op eenzijdigheid gebaseerde strafrechtelijke verhoudingen ruimte tot het aangaan van strafrechtelijke overeenkomsten bieden. Tot slot wordt de vraag bekeken op welke wijze de strafrechtelijke overeenkomst dient te worden genormeerd. Gezien het feit dat op basis van wilsovereenstemming wordt gehandeld, ligt aansluiting bij het privaatrechtelijk contractenrecht in de rede, maar de vraag is of de strafrechtelijke context dit type normering toelaat.

Proefschrift: Nadeelcompensatie op basis van het égalitébeginsel

Dit boek bevat een uitvoerige studie naar het beginsel ‘égalité devant les charges publiques’, de belangrijkste rechtsgrond voor schadevergoeding bij rechtmatig overheidsoptreden (nadeelcompensatie). Het égalitébeginsel heeft inmiddels vaste voet aan de grond gekregen in het bestuursrecht en het civiele recht. Het boek schetst eerst de langzame, maar onstuitbare opkomst van het beginsel in de Nederlandse wetgeving, doctrine en jurisprudentie. Vervolgens worden diverse vragen rond het beginsel beantwoord. Is het zonder meer van toepassing op alle vormen van rechtmatig overheidshandelen? Hoe wordt het begrip ‘onevenredig nadeel’ geïnterpreteerd? Welke invulling krijgen civielrechtelijke criteria uit afdeling 6.1.10 BW (causaal verband, voordeelstoerekening, eigen schuld) in geschillen over nadeelcompensatie? Hoe verhoudt het égalitébeginsel zich tot artikel 3:4, tweede lid Awb? Naast het nationale recht wordt uitvoerig aandacht besteed aan het Franse recht, waarin het beginsel primair tot ontwikkeling is gekomen. Ook Europeesrechtelijke aspecten van de aansprakelijkheid uit rechtmatige daad komen ruimschoots aan bod. Zo wordt verkend hoe het égalitébeginsel zich verhoudt tot het eigendomsrecht van artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Ook wordt onderzocht wanneer nadeelcompensatie mogelijk belandt in het vaarwater van de verboden staatssteun (art. 107 VwEU) en of het égalitébeginsel ook van betekenis voor de buiten-contractuele aansprakelijkheid van de instellingen van de Europese Unie (art. 340 VwEU).

Proefschrift: Het inzagerecht Artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

In het Burgerlijk (Proces)recht is een belangrijke vraag die of een procespartij in staat is om de stellingen die hij moet onderbouwen en/of bewijzen ook kan onderbouwen en/of bewijzen. Bescheiden, zoals op papier verwoorde overeenkomsten, foto’s, CD’s en DVD’s, zijn bruikbare middelen om iets te onderbouwen of te bewijzen. Bescheiden be-vinden zich echter niet altijd in handen van de persoon die dit bescheid nodig heeft. Art. 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geeft een partij het recht om inzage of afschriften te vragen van bescheiden die in handen van een ander zijn. In dit proefschrift wordt een beknopt overzicht gegeven van de geschiedenis van het inzage-recht en komt aan de orde waarop dit recht op informatie is gebaseerd. In deze studie komen verder de zorgen aan de orde die binnen EG verband bestaan betrekking hebbend op bewijsproblemen wegens gebrek aan bescheiden en de onmogelijkheid om inzage in bescheiden te krijgen die zich onder andere personen bevinden. De EG blijkt verruiming van inzagemogelijkheden voor te staan op het terrein van de intellectuele eigendom en op het terrein van de communautaire antitrustregels. De rechtsontwikkeling in Nederland op het terrein van de inzage staat evenmin stil. Die ontwikkeling blijkt onder meer uit het ontwerp van een sterk verruimde regeling omtrent het recht op inzage, ontworpen door de Adviescommissie voor het Burgerlijk Proces-recht. In de studie wordt verder uitgebreid stilgestaan bij de vele literatuur en rechtspraak die de laatste jaren omtrent dit onderwerp het licht heeft gezien. Er wordt kort stilgestaan bij het recht op inzage in de Nederlandse Antillen en Aruba en tenslotte wordt een poging ge-daan om een wetsontwerp op te stellen, waarin het recht op inzage beter uit de verf komt dan mogelijk is met het huidige art. 843a Rv.

Proefschrift: Privacyrecht is code

In dit proefschrift, dat John Borking op 9 juni 2010 succesvol verdedigde, beschrijft hij zijn onderzoek naar privacy enhancing technologies. Borking is een autoriteit op privacygebied, met een schat aan ervaring, onder andere als vicevoorzitter van de Registratiekamer en als oud-lid en buitengewoon lid van het College bescherming persoonsgegevens.

Proefschrift: Mergers, Acquisitions and Takeovers within the European Context

Welke principes liggen ten grondslag aan het Europese fusietoezicht? En welke doelen wordt dit geacht te verwezenlijken? Voor zijn proefschrift bestudeerde Catalin Rusu de fundamentele vraagstukken die het Europese stelsel van concentratietoezicht bepalen. In zijn analyse betrekt hij concepten als rechtszekerheid, doeltreffendheid en welvaart. Het zijn namelijk deze beginselen, zo blijkt uit onderzoek, die essentieel zijn voor de werking van het mededingings- en fusie-controlebeleid.

Oratie: Overheveling van onderdelen van sociale zekerheid naar arbeidsrecht en omgekeerd

De aanleiding om de verantwoordelijkheid voor de inkomensvoorziening bij ziekte van de Ziektewet naar de werkgever over te hevelen was dat in de jaren ’80 en ’90 het aantal mensen dat een ZW- of WAO-uitkering ontving bleef groeien. ‘Nederland is ziek’, aldus toenmalig premier Lubbers. Op gegeven moment ontstond de politieke overtuiging dat deze situatie alleen kon worden veranderd door werkgevers verantwoordelijk te maken voor de inkomensvoorziening bij ziekte.

Oratie: Administering Courts and Judges

We do live in a society that has become obsessed with security. Security of the public space, but also the security of the private space and of the body as a private dominion. The state – and in particular the political domain – is constantly being addressed by victims of crime and citizens via many different channels, that often reinforce and enlarge the message publicly into gigantic and inescapable proportions. Fear for terrorism and violations in the public and private domain, fear for robbery and assault and fear for sexual abuse are broadcasted widely every day in all kinds of media – and in part this fear is fed by implicit messages of the government – the coordinator of combating terrorism. This also touches upon the functioning of the judiciary. Courts and judges become vulnerable as if they fulfill a role in the political domain of elected office holders and holders of governmental offices – they risk to be drawn into the political and societal domains where they have to face the alleged consequences of their actions. In principle, in a constitutional state, the political role of judges, if any, is limited. But judges taking decisions with some public and political impact is inevitable at times. The position of courts and judges will remain exposed. Transparency of public institutions will increase, not lessen, and this also applies to the courts.

Proefschrift: Technology for justice

In 1994, the Netherlands judiciary set up its first platform for discussing information technology for its courts. The initiative for the platform was taken by the Dutch Association of Magistrates NVVR. The platform served as a discussion partner for the Ministry of Justice, which was in charge of providing the courts with information technology (IT). It was the beginning of my involvement with IT for courts. The involvement went from this simple talking platform through the first IT policy for the Dutch judiciary into the international arena of advisory work for World Bank-supported judicial reform projects. Understanding what IT can do for what judiciaries and courts do has, in all those contexts, been the thorniest question around. This difficulty is not something only judiciaries have. Understanding IT implications for business has been identified as the most important problem all organizations and businesses face when dealing with IT. As we shall see, this understanding is critical for judiciaries who want to use IT to improve their performance. That is the starting point for this study.

Proefschrift: Het Benelux merkenrecht in Europees perspectief

Maar liefst twaalf jaar heeft het Europese Hof van Justitie gesleuteld aan een eigen merkenrechtelijksysteem, zonder daarbij voldoende acht te slaan op de bestaande, goed doordachte merkenwetgeving. Ook werkt het met juridische ficties die ver af staan van de realiteit. Dit creëert onduidelijkheid, rechtsonzekerheid en weeffouten binnen het juridische systeem.

Proefschrift: Uniform interpretation of European patent law

The European Patent Convention (EPC) provides for a common application and examination procedure for European patents. Therefore, European patents are granted on the basis of uniform European law which is applied and interpreted by the EPO, as well as by a great number of national judges and members of other authorities who are bound by national case law. However, diverging decisions with regard to the corresponding parts of a European patent remain an issue.
This PhD thesis deals with different legal measures which would promote the uniform interpretation of European patent law and which would help to ease the difficulties related to multiple litigation.

Proefschrift: Intellectuele eigendom in het conflictenrecht

Intellectuele eigendom in het conflictenrecht – ziedaar het snijvlak van twee rechtsgebieden. Enerzijds het intellectuele-eigendomsrecht: dit rechtsgebied betreft de bescherming van voortbrengselen van de menselijke geest, zoals uitvindingen, merken, en werken van letterkunde of kunst. Anderzijds het conflictenrecht: dat rechtsgebied betreft de vraag welk nationaal recht toepasselijk is in internationale gevallen. Het snijvlak van die twee rechtsgebieden betreft dus de vraag welk nationaal recht toepasselijk is op de bescherming van intellectuele eigendom in internationale gevallen. Dit is het onderwerp van deze studie.

Proefschrift: Conformiteit bij koop

Hoe moet beoordeeld worden of de verkoper heeft voldaan aan de wettelijke verplichtingen ten aanzien van kwaliteit? In zijn proefschrift onderzoekt Peter Klik conformiteit, met artikel 7:17 BW als uitgangspunt. Hij promoveerde eind mei 2008 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Proefschrift: Fiscaal overgangsbeleid

Dit onderzoek gaat over verandering van fiscale regels en de wijze waarop de fiscale wetgever de invoering van een nieuwe regel met overgangsrecht zou moeten begeleiden. In dit proefschrift geeft Marianne Bravenboer een beoordelingskader dat de fiscale wetgever kan helpen bij het nemen van beslissingen over overgangsrecht. Dit beoordelingskader kan ook worden gebruikt om achteraf een door de wetgever getroffen overgangsregime te beoordelen. Ook geeft zij een aantal algemene adviezen aan de wetgever die nuttig kunnen zijn voor het voeren van een fiscaal overgangsbeleid.

Proefschrift: Geschilbeslechting door de OPTA

Dit onderzoek richt zich op één van de taken van de OPTA: het beslechten van geschillen tussen aanbieders over toegang tot en interconnectie van netwerken. De OPTA beslecht geschillen tussen telecombedrijven, met name op het gebied van interconnectie en bijzondere toegang en op het gebied van voorwaarden en tarieven die partijen moeten overeenkomen.

Proefschrift: How the EU Regulates Products on the Internal Market

In the context of EC product regulation this dissertation evaluates whether the rules are adequate to enable the administration to achieve the aims of the legislation (i.e. free movement of authorized products on the internal market and a high level of protection for the environment or public health). This research shows that lessons can be learned in order to improve the drafting of European legislation that produces European administrative decisions.

Proefschrift: Bedrijfsovername en milieurecht

Bij een bedrijfsovername spelen milieurechtelijke problemen bij de te verkopen onderneming vaak een grote rol. Daarbij bestaat het probleem dat het bestuurs- en milieurechtelijke kader afwijkt van het privaatrechtelijke kader. Rik Mellenbergh gaat onder meer in op aansprakelijkheid voor bodemverontreiniging en oppervlaktewaterverontreiniging, contractuele aspecten in het overnamecontract met betrekking tot milieuverontreiniging en aansprakelijkheid van bestuurders van rechtspersonen voor milieuschade.

Proefschrift: De verkeersopvatting

Verkeersopvattingen bestaan. Mijn pogingen om het tegendeel aannemelijk te maken zijn mislukt. Dit boek gaat daarom over de vraag hoe verkeersopvattingen bestaan. Daarover heerst veel onduidelijkheid. Duidelijk is dat het niet om persoonlijke opvattingen gaat. Mijn opvatting, uw opvatting of de opvatting van een willekeurige derde, doet er in het burgerlijk recht weinig toe. Met het begrip verkeersopvatting wordt gedoeld op de ‘in het maatschappelijk verkeer levende opvatting’. Zij kent dus noodzakelijkerwijs altijd een ruimere aanhang dan persoonlijke opvattingen.

Proefschrift: Enige aspecten van de kwalitatieve verbintenis

Auteur richt zijn onderzoek op de uitleg van de artikelen 6:251 en 252 BW, alsmede op een heel bepaald voorkomen van de kwalitatieve verbintenis in het goederenrechtelijke domein. Als aanloop naar de probleemstelling die tot deze keuze van onderwerp heeft geleid, maakt auteur enige algemene opmerkingen over de kwalitatieve verbintenis als type en over haar plaats in ons vermogensrecht.

Proefschrift: Het deskundigenadvies in de civiele procedure

Dit boek gaat over waarheidsvinding in het civiele recht in zaken waarin door de rechter een deskundigenadvies wordt ingewonnen. Wie een conflict met iemand heeft over een burgerlijk recht, kan onder andere voor de gang naar de civiele rechter kiezen. De civiele rechter heeft tot taak een beslissing te geven in het geschil dat partijen aan hem voorleggen. Geschillen over burgerlijke rechten en rechtsbetrekkingen kunnen over allerlei onderwerpen gaan. De civiele rechter moet ook een beslissing geven als hij onvoldoende vertrouwd is met het onderwerp van het geschil. Wezenlijk voor civiele rechtspraak is nu eenmaal, dat er een rechter is om een knoop door te hakken wanneer mensen dat zelf niet (meer) kunnen of willen. Daarom mag de rechter bij de behandeling van een geschil advies inwinnen bij een derde, die in het Nederlandse procesrecht ‘deskundige’ wordt genoemd. Van Dale omschrijft een deskundige als een persoon die door beroep of studie in het bijzonder bevoegd (vermoedelijk in de zin van: bekwaam) is tot het beoordelen van een zaak.

Proefschrift: Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht

Hoewel er een overvloedige hoeveelheid literatuur is verschenen over privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht, ontbrak het aan een boek dat vanuit het Nederlands recht een volledig overzicht gaf van de problematiek. Met de dissertatie van Erik-Jan Zippro waarop hij in 2008 is gepromoveerd, is deze leemte opgevuld.
De vraagstelling van het onderzoek luidt in hoeverre en op welke wijze het Europees en Nederlands mededingingsrecht met behulp van privaatrechtelijke technieken binnen de Nederlandse rechtsorde kan worden gehandhaafd, mede gelet op de modernisering en decentralisering van de handhaving van het Europees mededingingsrecht.

Proefschrift: Verbondenheid in het belastingrecht

In deze studie staat de begripsomschrijving van verbondenheid in het belastingrecht centraal. Hierbij valt op dat de relaties tussen natuurlijke personen en lichamen in de verschillende fiscale bepalingen steeds op een andere wijze zijn omschreven. Tot op zekere hoogte is dat begrijpelijk. Reeds vanwege het karakterverschil van de rechtssubjecten kan de gelieerdheid tussen lichamen bijvoorbeeld niet op dezelfde wijze worden omschreven als de relatie van natuurlijke personen.