Beginselplicht tot handhaving bij bestuurlijke boetes op de helling?

Beginselplicht tot handhaving bij bestuurlijke boetes op de helling?

De Afdeling oordeelt in de onderstaande zaak dat de in de jurisprudentie ten aanzien van herstelsancties aangenomen beginselplicht tot handhaving niet geldt voor de in de Wet bescherming persoonsgegevens geregelde bestuurlijke boete. De Afdeling wijst daarbij op het verschil tussen herstelsancties en bestraffende sancties. Het is aannemelijk dat de Afdeling dit oordeel doortrekt naar andere terreinen van het bestuursrecht, zodat de beginselplicht tot handhaving ook niet van toepassing is bij andere bestuurlijke boetes.
Geen beginselplicht tot handhaving bij bestuurlijke boetes heeft twee belangrijke consequenties:
bestuursorganen hebben meer afwegingsruimte om van boeteoplegging af te zien in vergelijking met de oplegging van herstelsancties;
de bestuursrechter toetst een besluit van het bestuursorgaan om van boeteoplegging af te zien minder indringend dan een besluit om geen herstelsanctie op te leggen.