Centrale Raad van Beroep, 30-06-2011 / 10-4270 AW enz


ECLIECLI:NL:CRVB:2011:BR0776
Datum30-06-2011
InhoudsindicatieGeen extra pensioen voor doorwerkende rechters.
TijdschriftartikelCentrale Raad van Beroep, 30-06-2011, 10/4270 AW enz.
ABKort 2011/327
Pensioenval rechterlijk ambtenaar, bevoegdheid gerechtsbestuur.

(X. / Besturen van rechtbank en gerechtshoven)
TijdschriftartikelCentrale Raad van Beroep, 30-06-2011, 10/4270 AW enz.
NJB 2011, 1502
Geen extra pensioen voor doorwerkende rechters. Geen compensatie in verband met het 'Vendrik-effect'. Geen vergoeding voor de 'pensioenval'bij de voortzetting van de aanstelling als rechterlijk ambtenaar na het bereiken van de leeftijd van 64 jaar en 11 maanden.
De uitspraak van de Raad gaat over de verzoeken van achttien rechters om compensatie in verband met het Vendrik-effect en is het vervolg op de uitspraak van 3 december 2009, LJN BK4789. De bestreden besluiten zijn de beslissingen op de bezwaren tegen de afwijzing door de Minister van Justitie om met toepassing van art. 46 Wrra een vergoeding toe te kennen voor de 'pensioenval' bij de voortzetting van de aanstelling als rechterlijk ambtenaar na het bereiken van de leeftijd van 64 jaar en 11 maanden.
De besturen van rechtbanken en gerechtshoven achten zich niet bevoegd omdat art. 46 Wrra niet beoogt aan de gerechtsbesturen te te staan naar eigen billijkheidsopvatting de gevolgen van een bindende regeling inzake pensioen en FPU teniet te doen. De Raad acht deze motivering niet draagkrachtig. Art. 46 lid 1 Wrra heeft sinds de wet van 30 januari 2002, Stb. 2002, 65 eenzelfde materiële inhoud als art. 69 ARAR. Er is geen aanknopingspunt voor een door de wetgever beoogd beperkt bereik, zoals door de besturen bedoeld. De Raad beoordeelt vervolgens of met toepassing van art. 8:72 lid 3 Awb de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand kunnen blijven.
Voor zover appellanten de regelingen inzake de FPU-uitkering en het pensioen is strijd achten met Richtlijn 2000/78/EG en de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid, gaat de Raad daaraan voorbij omdat de besluiten geen betrekking hebben op die regelingen en de Raad over die regelingen geen rechtsmacht heeft. Omdat de inhoud en toepassing van de regelingen over FPU en pensioen buiten de invloedsfeer liggen van de besturen en appellanten geen individuele omstandigheden hebben genoemd die nopen tot een andere keuze en gegeven de discretionaire bevoegdheid van de besturen, houden de weigeringen van de besturen stand. De Raad bepaalt dat de rechtsgevolgen van de besluiten op bezwaar in stand blijven.
TijdschriftartikelCentrale Raad van Beroep, 30-06-2011, 10/4270 AW enz.
PJ 2011/133
Geen extra pensioen voor doorwerkende rechters.
TijdschriftartikelCentrale Raad van Beroep, 30-06-2011, 10/4270 AW enz.
TAR 2011, 159
Geen compensatie pensioennadeel voor doorwerkende rechters.
TijdschriftartikelCentrale Raad van Beroep, 30-06-2011, 10/4270 AW enz.
Trema, nr. 9, 2011, p. 332
Tegemoetkoming in pensioennadeel door dóórwerken bij 64 jaar en 11 maanden.
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2004:AR7748 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2011:BP1535 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2009:BK4789 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4671