Centrale Raad van Beroep, 09-09-2014 / 13-3219 WWB


ECLIECLI:NL:CRVB:2014:2969
Datum09-09-2014
InhoudsindicatieHerziening en terugvordering bijstand. De zoon was geen ten laste komend kind en was daarom niet in de bijstandsnorm begrepen. Dit betekent dat in de woning van appellante ten minste een ander zijn hoofdverblijf had met wie zij de woonkosten kon delen. Het college was daarom bevoegd de toeslag van appellante op grond van artikel 3, vierde lid, van de Verordening te verlagen tot 5% van het nettominimumloon. Daarbij is van belang dat niet is gebleken dat de zoon niet beschikte of redelijkerwijs kon beschikken over een inkomen uit arbeid of een uitkering ter hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm.
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2011:BP5565 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2016:3437
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2016:3898