Gerechtshof Arnhem, 28-07-2009 / 200.014.556


ECLIECLI:NL:GHARN:2009:BJ5371
Datum28-07-2009
InhoudsindicatieBW 3:40, 7:377 en 7:399 Onteigeningswet 42a In dit geding verdedigt verpachter een uitleg van de pachtovereenkomst volgens welke partijen zijn overeengekomen dat pachter in geval van onteigening de door hem te ontvangen schadeloosstelling aan de verpachter dient af te staan. Het hof stelt zich ambtshalve de vraaag of een beding als door verpachter gesteld niet in strijd is met de goede zeden of de openbare orde als bedoeld in artikel 3:40 Burgerlijk Wetboek en op die grond nietig. Het hof is voorshands van oordeel dat een beding als bedoeld inderdaad nietig is, althans vernietigbaar.Het recht op schadeloosstelling in geval van onteigening houdt onmiddellijk verband met de bescherming van het recht op eigendom in de zin van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Een aanwijzing dat het partijen niet vrijstaat om ter gelegenheid van het aangaan van een pachtovereenkomst overeen te komen dat de pachter de aan hem op grond van artikel 42a Onteigeningswet toekomende schadeloosstelling aan de verpachter moet afstaan, is gelegen in de regeling van artikelen 7:377 en 7:399 Burgerlijk Wetboek (voorheen: artikelen 52 en 57 Pachtwet). De in artikel 7:377 lid 3 Burgerlijk Wetboek bedoelde schadeloosstelling voor het geval dat de pachtovereenkomst wordt ontbonden in verband met een door de verpachter te realiseren bestemmingswijziging hangt met de in artikel 42a Onteigeningswet bedoelde schadeloosstelling nauw samen. De strekking van artikel 7:377 lid 3 Burgerlijk Wetboek is immers om de pachter in dezelfde positie te brengen als wanneer op de voet van artikel 42a Onteigeningswet onteigening van het gepachte zou hebben plaatsgehad. Volgens artikel 7:399 Burgerlijk Wetboek kan niet van art. 7:377 Burgerlijk Wetboek ten nadele van de pachter worden afgeweken. In het verlengde daarvan moet worden aangenomen dat bij de pachtovereenkomst niet kan worden bedongen dat in geval van onteigening de pachter de aan hem op grond van artikel 42a Onteigeningswet toekomende schadeloosstelling aan de verpachter moet afstaan. Partijen worden in de gelegenheid gesteld om zich over een en ander uit te laten.
TijdschriftartikelGerechtshof Arnhem, 28-07-2009, 200.014.556 (met noot)
G.M.F. Snijders
Agr.r 2010, p. 162
Pacht. Grenzen rechtsstrijd. Ambtshalve aanvulling rechtsgronden. Nietig/vernietigbaar beding.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BR2045 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2011:BR2045 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BR2045 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2011:BR2045 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHARN:2010:BL0668