Gerechtshof 's-Gravenhage, 02-10-2009 / 22-001708-09


ECLIECLI:NL:GHSGR:2009:BK2814
Datum02-10-2009
InhoudsindicatieSalduz-kwestie. Het hof is - gelet op HR 30 juni 2009, (o.m.) LJN BH3079 - ambtshalve van oordeel dat in dit geval de door de verdachte bij de politie afgelegde, bekennende verklaringen ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde waarop zij ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep is teruggekomen, dienen te worden uitgesloten van het bewijs. Immers is zij tijdens die verhoren niet bijgestaan door een advocaat, terwijl ook niet is gebleken dat haar de gelegenheid is geboden voorafgaand aan haar eerste verhoor een advocaat te raadplegen. In het verhoor op 18 mei 2008 heeft de verdachte haar bekennende verklaring ten aanzien van de silkparels herhaald, maar niet kan worden vastgesteld dat de raadsvrouw haar voorafgaand aan dit verhoor heeft bezocht. Gelet op de overige dossierstukken, waaronder de ter terechtzitting in hoger beroep vertoonde - naar 's hofs oordeel onvoldoende duidelijke - camerabeelden die betrekking zouden hebben op de ten laste gelegde diefstal van geld van [aangeefster 3] en een doosje silkpareltjes, is niet bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan. De camerabeelden leveren weliswaar belangwekkende aanwijzingen op, maar bewijzen het wegnemen niet boven iedere twijfel. Daarom moet zij daarvan worden vrijgesproken.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH3079 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2011:BQ8896