Hoge Raad, 13-07-2010 / 08/02036


ECLIECLI:NL:HR:2010:BM0912
Datum13-07-2010
Inhoudsindicatie1. Gevolg schending redelijke termijn in h.b. en toetsing in cassatie. 2. Oplegging schadevergoedinsmaatregel (s.v.m.) ex art. 36f Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BD2578. I.c. heeft het Hof weliswaar tot uitdrukking gebracht dat het bewezenverklaarde in beginsel dient te leiden tot oplegging van een gevangenisstraf van 48 weken, doch heeft het door te overwegen dat niet zozeer de omstandigheid dat sprake is geweest van een overschrijding van de redelijke termijn, maar het gegeven dat de partner van verdachte het initiatief tot de bewezenverklaarde handelingen heeft genomen en verdachte zich hierin heeft laten meeslepen, heeft geleid tot het oordeel dat kon worden volstaan met de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf alsmede een taakstraf, onvoldoende aangegeven in welke vorm of mate de straf is verlaagd wegens de overschrijding van de redelijke termijn. Dat leidt tot vernietiging van de strafoplegging, waaronder de oplegging van de s.v.m. Ad 2. HR ambtshalve: Uit de bewoordingen alsmede de geschiedenis van de totstandkoming van art. 36f Sr volgt dat de s.v.m. een strafrechtelijke sanctie is die los van de beslissing in de voegingsprocedure kan worden opgelegd indien en vzv. de verdachte jegens een s.o. naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. Noch uit de tekst van de wet, noch uit de wetsgeschiedenis vloeit voort dat de mogelijkheid tot het opleggen van die s.v.m. afhankelijk is gesteld van de opeisbaarheid van het vorderingsrecht van het s.o.
TijdschriftartikelHoge Raad, 13-07-2010, 08/02036
RvdW 2010, 952
Bij overschrijding van de redelijke termijn moet de rechter in zijn uitspraak aangeven in welke vorm of mate de straf is verlaagd en moet dus ook vermeld worden welke straf zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden. In casu heeft het Hof dat onvoldoende gedaan.
TijdschriftartikelHoge Raad, 13-07-2010, 08/02036
NJ 2010/459
Strafvermindering bij overschrijding van de redelijke termijn; oplegging schadevergoedingsmaatregel na verjaring civiele vordering.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2010:BM0912 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2019:793 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2010:BM0912 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:1028
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:982
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:722
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2018:561
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2018:539
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2018:538
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2017:2869
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:2118
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2014:1929
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2013:672