Hoge Raad, 05-10-2010 / 08/04334 J


ECLIECLI:NL:HR:2010:BN1705
Datum05-10-2010
InhoudsindicatieJeugdzaak. Rechtsbijstand m.b.t. het politieverhoor (Salduz-verweer). Indien een aangehouden jeugdige verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen, en/of zich door een raadsman of een andere vertrouwenspersoon tijdens het verhoor door de politie te laten bijstaan, levert dat in beginsel een vormverzuim op a.b.i. art. 359a Sv. Zulk een verzuim dient, na een daartoe strekkend verweer, in de regel - behoudens in het geval dat de jeugdige verdachte uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in ieder geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van genoemde rechten, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen om die rechten te beperken - te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de jeugdige verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen en/of zonder dat hij zich door een raadsman of een andere vertrouwenspersoon kon laten bijstaan (vgl. HR LJN BH3079). Hetgeen door de raadsman is aangevoerd, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een verweer in de hiervoor bedoelde zin, maar in het bestreden arrest ontbreekt een met redenen omklede beslissing daaromtrent. Dat heeft tot gevolg dat de bewezenverklaring niet behoorlijk met redenen is omkleed aangezien gegrondbevinding van het verweer ertoe zou hebben moeten leiden dat de door verdachte bij de politie afgelegde verklaring niet tot het bewijs hadden mogen meewerken.
TijdschriftartikelHoge Raad, 05-10-2010, 08/04334 J
NJB 2010, 1942
Bewijsuitsluiting bij onregelmatig verhoor in de opsporingsfase van een jeugdige verdachte.
TijdschriftartikelHoge Raad, 05-10-2010, 08/04334 J
RvdW 2010, 1193
Niet gerespondeerd op 'Salduz-verweer'.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH3079 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2010:BN1705
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2010:BN1705