Hoge Raad, 03-07-2012 / 10/05015


ECLIECLI:NL:HR:2012:BW9961
Datum03-07-2012
InhoudsindicatieSalduz. Het oordeel van het Hof dat de verklaringen die de verdachte na haar aanhouding tegenover de politie heeft afgelegd bruikbaar zijn voor het bewijs, ook al is de verdachte voorafgaand aan haar eerste verhoor door de politie niet in de gelegenheid gesteld een raadsman te raadplegen, berust op de overwegingen, dat het recht van de verdachte om vr de aanvang van het eerste verhoor te worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat moet "worden beperkt tot gevallen waarin een verdachte die door de politie is aangehouden, dit wil zeggen reeds van zijn vrijheid is beroofd, op het moment dat hij kennis krijgt van het feit dat hij door de politie of een verhorend rechterlijk ambtenaar als verdachte zal worden gehoord." Het Hof heeft daarmee blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting (vgl. HR LJN BH3079). Conclusie AG: anders.
TijdschriftartikelHoge Raad, 03-07-2012, 10/05015
RvdW 2012, 978
Salduz-jurisprudentie van toepassing op verdachte die een week eerder was genformeerd over zijn aanhouding.
TijdschriftartikelHoge Raad, 03-07-2012, 10/05015
NJB 2012, 1771
Salduz-kwestie. Het recht een raadsman te raadplegen voorafgaand aan het eerste verhoor is niet beperkt tot gevallen waarin een verdachte reeds door de politie is aangehouden op het moment dat hij kennis ervan krijgt dat hij door de politie of een verhorend rechterlijk ambtenaar als verdachte zal worden gehoord.
TijdschriftartikelHoge Raad, 03-07-2012, 10/05015 (met noot)
J.M. Reijntjes
NJ 2013/514
Salduz. De verdachte, aan wie zes dagen daarvoor was medegedeeld dat zij zou worden aangehouden, is niet voorafgaand aan haar eerste verhoor in de gelegenheid gesteld een raadsman te raadplegen.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH3079 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2012:BW9961
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2012:BW9961