Hoge Raad, 18-11-2014 / 12/05245


ECLIECLI:NL:HR:2014:3288
Datum18-11-2014
Inhoudsindicatie1. Salduz-verweer. 2. Bewijs opzet. Ad 1. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BH3079. Blijkens de bestreden uitspraak moet ervan worden uitgegaan dat verdachte niet was aangehouden toen zij in het kader van het verhoor door de verbalisanten de door het Hof tot het bewijs gebezigde verklaring heeft afgelegd. Het Hof heeft, kennelijk mede n.a.v. de behandeling van de zaak ttz. in aanwezigheid van verdachte, geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat bij verdachte sprake is van een in dit verband relevante verstandelijke beperking. Dat oordeel, dat zozeer is verweven met waarderingen van feitelijke aard dat het in cassatie slechts in beperkte mate kan worden getoetst, is niet onbegrijpelijk. Opmerking verdient dat de vraag of en onder welke voorwaarden bepaalde algemene categorieën van niet aangehouden en niet als jeugdigen aan te merken verdachten recht hebben op bijstand van een advocaat m.b.t. een politieverhoor, in de eerste plaats door de wetgever onder ogen zal moeten worden gezien. Ad 2. Mede gelet op hetgeen door de verdediging is aangevoerd is ontoereikend gemotiveerd het oordeel van het Hof dat verdachte wist dat zij in de bewezenverklaarde periode heeft samengewoond in die zin dat die samenwoning moet worden aangemerkt als een gegeven dat van belang is voor de vaststelling van verdachtes recht op een verstrekking, dan wel voor de hoogte en de duur van die verstrekking. De bewezenverklaring is dus niet naar de eis der wet met redenen omkleed. De enkele overweging dat het Hof niet aannemelijk acht dat verdachte niet wist dat zij de samenwoning () moest melden en dat dit van belang was voor de verlening van de bijstand of voortzetting daarvan is onvoldoende om bewezen te verklaren dat verdachte daadwerkelijk over de hiervoor bedoelde wetenschap beschikte.
TijdschriftartikelHoge Raad 18-11-2014
NJB 2014/2168
Salduz-recht om een raadsman te raadplegen indien verdachte niet is aangehouden? De Hoge Raad merkt op dat de vraag of en onder welke voorwaarden bepaalde algemene categorieën van niet aangehouden en niet als jeugdigen aan te merken verdachten recht hebben op bijstand van een advocaat met betrekking tot een politieverhoor, in de eerste plaats door de wetgever onder ogen zal moeten worden gezien. Opzet op niet voldoen aan informatieplicht aangaande samenwonen, Wet werk en bijstand: de enkele overweging dat het Hof ‘niet aannemelijk’ acht dat de verdachte ‘niet wist dat zij de samenwoning (...) moest melden en dat dit van belang was voor de verlening van de bijstand of voortzetting daarvan’ is onvoldoende om bewezen te verklaren dat de verdachte daadwerkelijk over deze wetenschap beschikte.
TijdschriftartikelHoge Raad 18-11-2014
RvdW 2014/1314
Geen schending Salduz bij niet-aangehouden verdachte met mogelijk verstandelijke beperking.
TijdschriftartikelHoge Raad 18-11-2014 (met noot)
J.M. Reijntjes
NJ 2015/49
Geen sprake van schending Salduz nu de verdachte niet was aangehouden toen zij een verklaring aflegde. ’s Hofs oordeel dat niet aannemelijk is dat de verdachte een in dit verband relevante verstandelijke beperking heeft, kan in cassatie slechts beperkt worden getoetst. Het is aan de wetgever te bepalen of en onder welke voorwaarden bepaalde categorieën niet-aangehouden en niet-jeugdige verdachten recht hebben op bijstand van een advocaat m.b.t. een politieverhoor
TijdschriftartikelHoge Raad 18-11-2014
NBSTRAF 2015/22
Consultatiebijstand advocaat, Salduz, Bijstandsfraude, Samenwonen.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH3079 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BW7953 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2014:2015
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:1590
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:964
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:682
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2014:2015