Hoge Raad, 29-09-2015 / 13/03675


ECLIECLI:NL:HR:2015:2858
Datum29-09-2015
InhoudsindicatieRioolputmoord / kofferbakmoord. 1. Overschrijding redelijke termijn in appel. 2. Vordering b.p. shockschade. 3. Vordering b.p. wettelijke rente. Ad 1. Hof heeft ten onrechte als uitgangspunt genomen dat de behandeling in hb binnen twee jaren behoort te zijn afgerond nu verdachte gedetineerd was. De HR doet de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af. Ad 2. Voor vergoeding van zog. shockschade is gelet op ECLI:NL:HR:2002:AD5356 vereist dat het bestaan van geestelijk letsel waardoor iemand in zijn persoon is aangetast in rechte kan worden vastgesteld, hetgeen i.h.a. slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Het Hof heeft niet blijk gegeven te hebben onderzocht of i.c. aan dat vereiste is voldaan, terwijl dit uit de overgelegde brief van de psychiater niet zonder meer kan worden afgeleid. De HR verklaart om doelmatigheidsredenen zelf de b.p. n-o. Ad 3. Nu niet blijkt dat de b.p. vergoeding van wettelijke rente heeft gevorderd heeft het Hof ten onrechte beslist dat die rente vergoed moet worden (vgl. ECLI:NL:HR:2000:AA4262)
TijdschriftartikelHoge Raad 29-09-2015
NJB 2015/1804
Redelijke termijn indien verdachte in voorlopige hechtenis, art. 6 lid 1 EVRM: dan is bij de berechting van de zaak zowel in eerste aanleg als in hoger beroep in de regel sprake van overschrijding van de redelijke termijn indien de behandeling van de zaak ter terechtzitting niet binnen zestien maanden na de aanvang van de redelijke termijn respectievelijk het instellen van het rechtsmiddel is afgerond met een einduitspraak. In casu is deze maatstraf veronachtzaamd. Bij voorlopige hechtenis dient ook de uitspraak in de cassatieprocedure in beginsel te worden gedaan uiterlijk zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep. Schokschade benadeelde partij: voor vergoeding van immateriële schade in de zin van shockschade is vereist dat het bestaan van geestelijk letsel waardoor iemand in zijn persoon is aangetast in rechte kan worden vastgesteld, hetgeen in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld (vgl. HR 22 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5356, NJ 2002/240). In casu heeft het hof niet blijk gegeven te hebben onderzocht of aan dit vereiste is voldaan. Zulk onderzoek kan overigens een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren zodat de benadeelde partij dan in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Wettelijke rente schadevergoeding benadeelde partij: in casu heeft het hof ten onrechte beslist dat de wettelijke rente vergoed moet worden nu de stukken van het geding niet inhouden dat de benadeelde partij vergoeding van die rente heeft gevorderd.
TijdschriftartikelHoge Raad 29-09-2015
RvdW 2015/1055
Rioolputmoord/kofferbakmoord. Toewijzing vergoeding shockschade onvoldoende gemotiveerd.
TijdschriftartikelHoge Raad 29-09-2015
NBSTRAF 2015/252
Overschrijding redelijke termijn, Vordering benadeelde partij, Shockschade, Wettelijke rente.
TijdschriftartikelHoge Raad 29-09-2015 (met noot)
B.F. Keulen
NJ 2016/70
Rioolputmoord/kofferbakmoord. Toewijzing vergoeding shockschade onvoldoende gemotiveerd.
TijdschriftartikelHoge Raad 29-09-2015
VR 2017/21
Moord. Benadeelde partij. Shockschade. Onevenredige belasting van het strafgeding. Materiële schade. Wettelijke rente.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2002:AD5356 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2000:AA4262 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2006:AV8220 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1264
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8947
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2016:1528
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2016:947
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1264
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:581
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2018:117
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2016:684
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:2641
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:2392
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8947
Gerelateerd ECLI:NL:RBLIM:2018:8802
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2016:637