Hoge Raad, 04-07-2017 / 16/00788


ECLIECLI:NL:HR:2017:1233
Datum04-07-2017
InhoudsindicatieMoord in Zevenbergen. 1. Voorbedachte raad. 2. Bewijsuitsluiting en schending van consultatierecht, art. 359a Sv. 3. Verzoek tot het stellen van prejudiciŽle vragen aan HvJ EU m.b.t. het Unierecht en verhoorbijstand. Ad 1. Het oordeel van het Hof dat verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld is gelet op s Hofs vaststellingen toereikend gemotiveerd. Ad 2. V.zv. het Hof een nadere toelichting heeft geŽist waarom de door de verdediging gestelde schending van het consultatierecht zou moeten leiden tot de sanctie van bewijsuitsluiting, heeft het Hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, nu dit verzuim na een daartoe strekkend verweer in de regel dient te leiden tot bewijsuitsluiting (vgl .ECLI:NL:HR:2009:BH3079 en ECLI:NL:HR:2015:3608). Tot cassatie behoeft dit niet te leiden, nu het Hof heeft vastgesteld dat verdachte voor zijn eerste (inhoudelijke) verhoor overleg heeft gevoerd met zijn raadsman. Ad 3. HR maakt opmerkingen m.b.t. het recht op rechtsbijstand tijdens politieverhoren: sinds 22 december 2015 heeft een aangehouden verdachte recht op aanwezigheid en bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor door de politie (vgl. ECLI:NL:HR:2015:3608 en ECLI:NL:HR:2016:2018). Verdachte kon t.t.v. zijn politieverhoren in januari 2014 noch aan art. 28 Sv noch aan art. 6 EVRM een aanspraak op verhoorbijstand ontlenen. Ook aan Richtlijn 2013/48/EU betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures kon verdachte geen aanspraak op verhoorbijstand ontlenen, omdat t.t.v. zijn politieverhoren de omzettingstermijn nog niet was verstreken. De omstandigheid dat die implementatietermijn, die liep tot 27 november 2016, thans wel is verstreken, brengt niet mee dat het recht op verhoorbijstand met terugwerkende kracht is komen te gelden voor politieverhoren die voordien hebben plaatsgevonden. Voornoemde rechtspraak betreft ook niet een uitlegging van het nationale recht die, na het verstrijken van de omzettingstermijn, de verwezenlijking van de met Richtlijn 2013/48/EU nagestreefde doelstelling ernstig in gevaar zou kunnen brengen (vgl. HvJ EU 27 oktober 2016, ECLI:EU:C:2016:818). T.t.v. en in relatie tot de politieverhoren was geen sprake van het ten uitvoer brengen van het recht van de Unie a.b.i. art 51.1 Handvest van de grondrechten van de EU, zodat de bepalingen van dat Handvest daarop geen toepassing vinden. Afwijzing verzoek om prejudiciŽle vragen te stellen.
TijdschriftartikelHoge Raad 04-07-2017
NJB 2017/1529
Recht op verhoorbijstand en art. 359a Sv: i.c. voldoet het daaromtrent gevoerd verweer niet aan het vereiste dat aan de hand van de in art. 359a lid 2 Sv genoemde factoren duidelijk en gemotiveerd te kennen wordt gegeven waarom de gestelde verzuimen zouden moeten leiden tot bewijsuitsluiting. Recht op consultatierecht en art. 359a Sv: het voorgaande geldt niet voor zover het verweer ziet op het recht voorafgaand aan het eerste politieverhoor een raadsman te consulteren, aangezien de omstandigheid dat een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen, in beginsel een vormverzuim oplevert als bedoeld in art. 359a Sv, dat, na een daartoe strekkend verweer, in de regel dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen. Daaromtrent dient dus geen nadere toelichting te worden vereist. Algemene opmerkingen Hoge Raad omtrent verhoorbijstandrecht: een algemeen recht op verhoorbijstand valt niet te ontlenen aan art. 6 EVRM. Voor de verstrijking van de implementietermijn kon dat recht evenmin worden ontleend aan Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (PbEU L 294). De omstandigheid dat die implementatietermijn thans wel is verstreken, brengt niet met zich dat het recht op verhoorbijstand met terugwerkende kracht is komen te gelden voor politieverhoren die voordien hebben plaatsgevonden. PrejudiciŽle vraag aan Hof van Justitie EU: gelet op het voorgaande is de vraag of en zo ja, in hoeverre aan het Unierecht een recht op verhoorbijstand kan worden ontleend, niet relevant voor deze zaak zodat om die reden kan worden afgezien van het stellen van prejudiciŽle vragen.
TijdschriftartikelHoge Raad 04-07-2017
RvdW 2017/826
Toereikend bewijs voorbedachte raad. 2. Gebrekkige verwerping beroep op bewijsuitsluiting op grond van niet-naleving Salduz. 3. Geen aan EU-recht te ontlenen recht op verhoorbijstand.
TijdschriftartikelHoge Raad 04-07-2017 (met noot)
G.P.C. Janssen
NBSTRAF 2017/298
Moord, Voorbedachte raad, Consultatierecht, Verhoorsbijstand.
TijdschriftartikelHoge Raad 04-07-2017
SEW 2017/158
Moord Ė Veroordeling Ė Verhoorbijstand Ė Verzoek tot stellen prejudiciŽle vragen Ė Afwijzing.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH3079 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:3608 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:770 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:2018 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2013:1424 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1996 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2015:5177
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:594
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2019:341 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:1542 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:1356 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2015:5177
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:3
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2018:1133
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2018:1127
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2018:1083
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2018:221
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:1613
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:1590
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:1287
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:1262
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:1021
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:594
Gerelateerd ECLI:NL:RBAMS:2019:3761
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2019:1274