Hoge Raad, 30-05-2017 / 15/04322


ECLIECLI:NL:HR:2017:968
Datum30-05-2017
InhoudsindicatieSalduz. Vormverzuim ex art. 359a Sv. Onvoorwaardelijke afstand van recht op consultatiebijstand, terwijl verdachte ten onrechte is meegedeeld dat raadplegen raadsman niet kosteloos zou zijn? De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BH3079 en ECLI:NL:HR:2015:3608 m.b.t. het recht op consultatiebijstand en de gevolgen van schending van dit recht. Het middel neemt terecht tot uitgangspunt dat sprake is van een vormverzuim nu de aangehouden verdachte ten onrechte en in strijd met het i.c. toepasselijke art. 3.1 ahf.b. van Richtlijn 2012/13/EU betreffende het recht op informatie in strafprocedures is meegedeeld dat het raadplegen van een raadsman voor hem niet kosteloos zou zijn. Dit verzuim behoeft niet tot cassatie leiden. De HR zet onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2013:BY5321 de aan het vormverzuim eventueel te verbinden rechtsgevolgen uiteen waarbij rekening dient te worden gehouden met de in art. 359a.2 Sv genoemde factoren. Tot die factoren behoort ook het nadeel dat door het verzuim is veroorzaakt. Nu het gevoerde verweer niet inhoudt dat verdachte, indien hij op juiste wijze omtrent de kosten van het raadplegen van een raadsman was voorgelicht, geen afstand van dit recht zou hebben gedaan en ook overigens door de verdediging over het door het verzuim veroorzaakte nadeel niets is aangevoerd, geeft s Hofs oordeel dat "geen sprake is geweest van een vormverzuim dat als gevolg bewijsuitsluiting zou moeten hebben", niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk. CAG: anders.
Recht.nl artikelSalduz geschonden? (09-06-2017)
Verdachte is niet gewezen op het feit dat hij kosteloos een advocaat mocht bellen voorafgaand aan zijn verhoor, wat een Salduzverzuim oplevert en zou moeten leiden tot bewijsuitsluiting. Bewijs kan echter alleen dan worden uitgesloten, als wordt aangetoond welk nadeel de verdachte daardoor heeft ondervonden.
> Salduz geschonden? (Bijzonderstrafrecht.nl)
TijdschriftartikelHoge Raad 30-05-2017
NJB 2017/1291
Salduz-recht om een raadsman te raadplegen: indien een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het verhoor door de politie een advocaat te raadplegen, levert dat in beginsel een vormverzuim op conform art. 359a Sv, dat na een daartoe strekkend verweer (waarvan i.c. wat betreft feiten 1 en 3 geen en wat betreft feit 2 wel sprake was) in de regel dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen. Vormverzuim art. 359a Sv: in casu daarvan sprake nu de aangehouden verdachte ten onrechte is meegedeeld dat het raadplegen van een raadsman voor hem niet kosteloos zou zijn, maar dit leidt niet tot cassatie: indien zich een geval voordoet waarin de verdachte afstand heeft gedaan van zijn recht op het raadplegen van een raadsman nadat hij op het bestaan van dit recht is gewezen, maar waarbij tevens is vastgesteld dat sprake is van een vormverzuim in die zin dat niet alle in verband met de aanhouding en het verhoor van de verdachte voorgeschreven mededelingen volledig en in alle opzichten juist zijn gedaan, moet de rechter indien ter zake verweer wordt gevoerd beoordelen of aan dat verzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt. Daarbij dient hij rekening te houden met de in het tweede lid van art. 359a Sv genoemde factoren. Tot die factoren behoort ook het nadeel dat door het verzuim is veroorzaakt. Het gevoerde verweer houdt i.c. echter niet in dat de verdachte, indien hij op juiste wijze omtrent de kosten van het raadplegen van een raadsman was voorgelicht, geen afstand van dit recht zou hebben gedaan, terwijl door de verdediging ook overigens niets over het door het verzuim veroorzaakte nadeel niets is aangevoerd. A-G: anders. Rechtskracht van de EU-Richtlijn betreffende het recht op informatie in strafprocedures in Nederland in de periode waarin de implementatietermijn van de richtlijn reeds was verstreken, maar de wetgeving ter implementatie van de richtlijn nog niet in werking was getreden: nu de formulering van de hier aan de orde zijnde bepaling van de richtlijn onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is, diende het hof de zaak te beoordelen met inachtneming van het in die bepaling gegeven voorschrift.
TijdschriftartikelHoge Raad 30-05-2017
RvdW 2017/640
Salduz: consultatiebijstand is kosteloos.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH3079 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BY5321 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:3608 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:376
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:1542 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:376
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:242
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:1310
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:1309
Gerelateerd ECLI:NL:RBROT:2018:719